zondag 16 september 2018

Donderdag 13 september – dag 17: Green River – Colorado Monument


Aan afvalscheiding wordt hier niet overal gedaan. Op mijn vraag waar ik lege batterijen kon laten verwees de camphost van Green River achteloos naar de gewone vuilcontainer. Toen ik navroeg  of hij dat zeker wist haalde hij zijn schouders op. Na hem de zondvloed, wat hem betrof. Hij bivakkeerde zelf in een RV van een metertje of 15, voorzien van diverse uitschuifvertrekken, afgetopt met de Amerikaanse vlag. Verder zeg ik er niks over hoor.

Met de batterijen maar weer in de tas, desnoods gooien we ze in Nederland weg, zetten we koers naar Colorado Monument. Dat was slechts anderhalf uur rijden. Redelijk vroeg in de middag kwamen we dus aan op de Saddlehorn Campground, waar we net als twee jaar geleden op plek 72 onze tent opzetten. Deze keer alleen niet op het daarvoor bestemde tentpad, maar op een veel vlakker stuk tien meter verderop. Ook net als vorige keer stond er bijna niemand, tenminste op de C-loop waar alleen tenten of kleine kampeerbusjes kunnen staan.


Hierna reden we naar Grand Junction waar we in Main Street wat wilden gaan drinken. Onderweg naar beneden (je moet een heel eind omhoog de berg op) stond er opeens een groepje berggeiten hoog langs de weg. Ze bleven zowaar stilstaan in fotogenieke houding waar we dankbaar gebruik van maakten.  We namen naar GJ niet Hwy 70, maar reden Broadway Street af. Dat reed lekker rustig. We maakten nog een ommetje langs het vliegveld van Grand Junction. Naar de counter van National Car om precies te zijn, in de hoop dat ze mogelijk nu wél een Ford Explorer voor ons hadden. Bert vond dat eigenlijk onzin, maar we vonden de Ford Escape die een maatje kleiner is al zo lekker rijden twee jaar geleden en ik wilde graag de grote broer eens proberen. Helaas pindakaas, niets voorradig. Mogelijk kunnen we verderop in de reis nog een poging wagen, Montrose bijvoorbeeld waar we morgen langs komen. Grand Junction zelf stelt qua centrum niet veel voor, hoewel men erg zijn best heeft gedaan het een facelift te geven in de vorm van allerlei kunstwerken in Main Street. Er zijn ook wel een paar aardige winkeltjes, waaronder een schoenenwinkel waar ik de vorige keer al mijn slag had geslagen. Dat was zo goed bevallen, die schoenen heb ik bijna geheel versleten inmiddels, dat ik er nóg een paar van hetzelfde merk heb aangeschaft. Wel een ander kleurtje natuurlijk. Daarna was het tijd voor de micro-brouwerij waar Bert een donker biertje nam, nou ja, twee om precies te zijn. En ik was de bob, dus water voldeed prima. Ze hadden de kaart vernieuwd en we deelden een portie calamares in tempura en een spring roll met allerlei exotische ingrediënten. De calamares waren de lekkerste ooit! Alsof de inktvis ter plekke uit de zee was gehaald. Ironisch, want we zaten nog middenin woestijngebied.



Op de terugweg reden we de scenic drive vanuit Grand Junction richting Fruita. Dat was nog iets van 40 kilometer, maar de avondzon zorgde weer voor mooie kodakmomenten. Bij de tent dronken we een glaasje, aan eten hadden we geen behoefte meer na het voortreffelijke maal vanmiddag. Het werd tegen verwachting in helemaal niet koud, sterker nog, er leek een warme golfstroom langs te komen. Dat maakte het heel aangenaam en we bleven nog een tijd zitten lezen bij onze boeklampjes. Rondom ons was het weer aardedonker. We waren één met de sterren, zo voelde het. Bijna alsof je een indringer bent. Een oefening in nederigheid van jewelste...

Een gepimpte piano in Grand Junction



Independence Rock, die elk jaar (o.a.) op 4 juli beklommen wordt. Ik moet er niet aan dénken...

Het hoge plateau is de Saddlehorn, we kampeerden aan de voet ervan

Een van de sanitairgebouwtes van de Saddlehorn campground, buitenkant....

.....en de binnenkant. WC staat er net niet op. Maar alles even schoon!



Woensdag 12 september – dag 16: Moab (Arches)


Hutspot of Hotspot? We doen de laatste, de eerste bewaren we voor thuiskomst in Nederland. Met daarbij de alom geroemde gehaktballen van Bert.

Voor het eerst deze vakantie kon ik mijn telefoon met de AT&T simkaart als hotspot gebruiken. Daarmee creëer je een WiFi-punt voor andere apparaten, die mee kunnen draaien op de dataverbinding van de telefoon. Ik moet zeggen: ideaal! Waar we anders regelmatig op zoek moesten naar een McDonalds voor een internetverbinding  - niet dat dat nu zo moeilijk was hoor, in bewoonde gebieden zie je ze natuurlijk om de haverklap – kon ik nu gewoon bij de tent de verhalen op het blog zetten. Met de 8Gb hoef ik ook niet erg op het verbruik te letten, ik zit nu pas tegen de 1Gb aan.

Om 8.15 vanmorgen reden we Arches National Park binnen. Tot onze vreugde stond er helemaal geen rij, dat hebben we wel anders gezien. We konden zo doorrijden. Inmiddels is dit de vierde of de vijfde keer dat we hier komen, en het blijft verbazen. Het licht was perfect, de temperatuur heel aangenaam én het was niet druk. We konden dus op ons gemak alle rotsformaties bekijken en ook voor de zoveelste keer op de foto zetten. Het is echt een van onze favoriete parken! We liepen hier en daar een korte trail, aan het eind wilden we de langere doen naar o.a. de Landscape Arch. Er stond een verfrissend windje zodat het ook later op de dag goed uit te houden was.













Tijdens onze lunchpauze, onder een afdakje met twee picknickbanken, raakten we aan de praat met twee andere stellen. De één vertelde dat zijn dochter in Leiden woonde. Eerst had ze in Amsterdam haar master had gedaan, toen in Maastricht een PhD, en nu gaf ze les in (trans)genderstudies aan de universiteit in Leiden. Ze had bovendien een Veni-beurs binnengehaald voor onderzoek, slimme tante dus. En de wereld wordt echt steeds kleiner!

Het werd tijd voor de laatste trail. Er was meer dan genoeg ruimte op de parkeerplaats, wat opviel omdat dit wel een veelgelopen tocht is. Maar goed, wij op pad. Meteen aan het begin al kwamen we mensen tegen die terugkwamen, handen voor het gezicht of doeken voor de mond. En ja, we begrepen wel waarom: we werden werkelijk gezandstraald! De wind was inmiddels aangewakkerd tot naar schatting windkracht 7, en dat mag normaal gesproken misschien goed te doen zijn, hier ontstonden tussen de rotsen enorme tochtgaten. Alle dode huidcellen spoten van onze zonverbrande benen af, gratis en voor niets. Dat was tot daaraan toe, erger was dat het zand ook in onze ogen terechtkwam. En in onze neus, en in onze mond…We hebben het nog even aangezien maar zijn toen ook maar teruggegaan. Geen lol aan. En we hadden dit al drie keer eerder gelopen tenslotte, was het de eerste keer geweest hadden we misschien nog wat langer doorgezet.




Dit hebben wij een aantal jaren geleden gedaan. Geweldig! 








Vijf uur na binnenkomst reden we het park weer uit. De dorst dreef ons rechtstreeks in de armen van Bacchus, in de vorm van Moab’s Brewery, waar we ons net als gisteren konden laven aan bier resp. limonade. De volgende gang was naar de City Market, daar hebben ze heerlijke vers bereide salades en andere tongstrelende gerechten. We zochten ons avondmaaltje bij elkaar, daarbij geholpen door…juist, John! John van de City Market, weet je nog? Nee? Kijk dan even bij ons blog van 2016, donderdag 8 september, dag 17.
’s Avonds bij het eten ontpopte Bert zich als een ware Uri Geller; hij had zijn vork nog niet aangeraakt of alle tanden stonden krom. Cheap stuff, yeah!   

vrijdag 14 september 2018

Dinsdag 11 september- dag 15: Moab


De douches zijn hier ruim, zeer ruim zelfs. Zo ook één van de wc’s, die zo groot is dat een Amsterdamse student er met liefde €500 voor zou betalen. Een bed paste er makkelijk in, en een bureau met stoel ook nog wel, dan moet je tegenwoordig al erg blij zijn.

Na het ontbijt reden we naar Moab. We namen niet de snelste weg maar wel de mooiste: eerst de 70 en daarna de 128. Die leidt je langs de Colorado River door de prachtigste rode rotsen. Vlak voor Moab namen we de afslag naar de route door de LaSal Mountains. In 2010 hadden we die ook gereden maar niet helemaal omdat het toen regende. En dan is er echt veel minder aan. Nu was het tegendeel het geval: de zon zorgde voor het volle palet aan kleuren. Het leuke is dat je echt een ander soort gebied inrijdt, met ook een heel andere vegetatie. We waren even vergeten dat hier de herfst al in september inzet op sommige plaatsen en dat was in deze bergen ook het geval. Het was dus genieten van begin tot het eind! Veel erover schrijven kan ik niet, het zijn beelden die iedereen anders ervaart en je moet dat echt met eigen ogen zien. Na een uur of vier kwamen we uiteindelijk pas aan in Moab, zo vaak zijn we uitgestapt om te kijken en foto’s te maken.







Omdat we er vlakbij waren reden we nog even naar de KOA-camping, gewoon even vragen wat een cabin daar op dit moment nu kostte, met in ons achterhoofd de prijzen van twee jaar geleden. De mevrouw achter de balie was uiterst behulpzaam en na enig checken kwam ze met de prijs: $225, exclusief taks! Krankzinnig gewoon. Dat is meer dan twee keer zoveel dan 2016. Het was dan wel een luxe cabin, met eigen douche en wc. De simpele, met alleen een bed, tafel. Koelkastje en airco kwamen op $110. De tentplekken, waarbij je je een dor stukje gravel van ongeveer 8 m2 voor moet stellen, kostte liefst $45, óók exclusief natuurlijk…Op mijn vraag hoe deze prijsverhoging tot stand was gekomen antwoordde ze dat het geheel twee jaar geleden verkocht was aan iemand die er voor tonnen een nieuw zwembad had laten aanleggen, en nog zo wat verbouwinkjes had laten doen. Tja. Bij het samenstellen van onze reis had ik al wel gemerkt dat de combinatie ‘Moab’ en ‘betaalbaar onderkomen’ geen haalbare meer was. Des te blijer waren we met onze superplek in Green River! Maar Moab prijst zich wel uit de markt zeg…hoewel er kennelijk genoeg mensen zijn die de bedragen zonder blikken of blozen op tafel leggen.

Goed, dan maar eens kijken of de brouwerij nog iets voor ons in petto had. De Moab Brewery heeft behalve uitstekende biersoorten ook een goede keuken, dus we bestelden ook allebei een hamburger. Ik moet zeggen, de lekkerste die ik in tijden gegeten heb! Het bier moest ik aan mij voorbij laten gaan, we hebben de strikte regel dat wie ook maar íets van alcohol gedronken heeft niet achter het stuur kruipt. Bert had nog een beetje pech, Amber Ale die hij graag wilde hadden ze niet meer. Gelukkig was de Stout Ale ook heerlijk. Alles ter plekke gebrouwen.

Bij de tent dronken we nog een wijntje, vermaakten we ons met het kijken naar medekampeerders die de keukens van hun RV’s uitschoven door op een knopje te drukken, blokken hout bij de vuurbakken neergooiden zonder ze vervolgens aan te steken en meer van dat soort dingen. Ik werkte het blog bij en Bert las boek nummer zoveel. Morgen gaat de wekker vroeg, we willen op tijd bij Arches NP zijn zodat we zoveel mogelijk van het ochtendlicht kunnen profiteren.
    

donderdag 13 september 2018

Maandag 10 september – dag 14: Capitol Reef via Goblin Valley State Park naar Green River


Ook vanmorgen kwamen de hertjes weer hun maaltje bijeen sprokkelen op het kampeerterrein. Ze eten echter niet alleen iets op, ze laten ook iets achter. Hertenkeutels. Een net aangekomen stel met een dochter van een jaar of 25 bekeek de aangewezen plaats eerst eens nauwkeurig, om er daarna slechts met grote aarzeling genoegen mee te nemen. Reden: de plek lag vol met hertenkeutels (zoals natuurlijk overal het geval was, je hebt er helemaal geen last van. Ik herinner me onze jongste dochter, een jaar of vier, die in de boomgaard bij de boerenfamilie waar we altijd mochten kamperen opeens enthousiast uitriep ‘hee, kijk nou, dropjes!’ Waarna ze er een in haar mond stopte. En wel weer direct uitspuugde.  Inmiddels zijn we dertig jaar verder en ik geloof niet dat ze er ernstig door beschadigd is geraakt). De man in het gezelschap boog zich, letterlijk in dit geval, over de schone taak de plek van zo’n 100 m² van alle keutels te ontdoen. Hij had een plastic zak in z’n ene hand waarmee hij ze stuk voor stuk oppakte, en een in zijn andere hand waar hij ze ingooide. Intussen onderwierpen de vrouwen zich aan een grondige inspectie van de picknickbank, een lekker lang exemplaar waar je zeker met twaalf man aan kon zitten. Die bank was óók niet schoon, besloten ze. Er werd een jerrycan water tevoorschijn getoverd uit de kleine RV (camper) en de bank werd van boven tot onder  geschrobd. Na het afdrogen bleek dat niet afdoende geweest, dus kwamen ze met zwaarder geschut terug: een enorme fles desinfecterend middel moest de klus definitief klaren.

Intussen waren wij in gesprek geraakt met onze overburen, ontzettend leuke mensen die heel wat hadden afgereisd in hun kleine busje.  Na heel veel uitgewisseld te hebben over de omgeving, mogelijke campgrounds en reizen in het algemeen kwam de politieke situatie van het land ter sprake.  De buurman vatte het zó samen: als je over deze campground een streep trekt is de helft vóór en de helft tégen Trump. Waarbij je de mensen met de gigantisch grote RV’s – waar dan ook nog vaak de Amerikaanse vlag uitsteekt – tot aanhangers van de huidige president kunt rekenen. Buurvrouw vertelde dat ze al een hele tijd het nieuws niet meer volgde, ze werd er gewoon te naar van. Hun hoop was nu gevestigd op de verkiezingen voor het congres in november. Opeens vroeg de buurman, wijzend naar de schoonmaakploeg achter ons: “Wat dóen ze??” En inderdaad, ze waren nog steeds bezig. Al meer dan een uur. De man met de keutels, de vrouwen met de tafel. Smetvrees waarschijnlijk, maar misschien is kamperen dan niet zo’n goed idee….

Goed, we namen afscheid van de buren en na een lekker ongezond ontbijt met vers gebakken pie uit de museumwinkel reden we richting Goblin Valley State Park. In Hanksville maakten we een tussenstop om te tanken en nog een kop koffie te drinken bij Blondie’s. Omdat ik opeens meer zin had in een milkshake bestelde ik die. ’Een kleine?’ ‘Ja graag!’ Waarop ik een beker van anderhalve liter kreeg die geheel gevuld was met…ijs! Ik heb er een paar happen van genomen en Bert heeft zich over de rest ontfermd. Nooit meer een milkshake bestellen hier dus! Tenzij je het lekker vindt natuurlijk.

Het park was niet ver, ik denk een half uurtje rijden van Hanksville. Twee jaar geleden waren we er voor het eerst geweest en we wilden er graag nog eens heen. Vaak kijk je een tweede keer met andere ogen, zie je dingen die je eerder niet zag. We werden niet teleurgesteld: het weer was schitterend zodat we ons flink konden vermaken met het maken van foto’s maar natuurlijk vooral met het rondlopen tussen deze bijzondere kabouters van steen. Het was er ontzettend rustig, meer dan tien mensen hebben we niet gezien. Na afloop bekeken we nog even de campground maar van de schaduwloze plekken in de gloeiende zon werden we niet erg blij. Doorrijden dus maar. 









In de Lonely Planet had ik iets gelezen over een campground in Green River, dat ligt 43 mijl vóór Moab wat het volgende doel was. Nou, dat was drie keer niks. Een troosteloze boel en bijna geen schaduw. Ongevraagd kwam er een mevrouw naar ons toe die net uit de bijbehorende wasserette kwam om ons van advies te dienen: als je een tent hebt kun je beter naar het State Park gaan, even verderop. Dat hadden we inderdaad ook zien staan en het was onze tweede optie. Dus daar maar naartoe. En toen kwamen we in een prachtig park terecht, met allemaal grote oude bomen en mooie ruime plekken! Wel een beetje duurder dan we gewend waren, $35, maar we waren er snel uit: dit was uitstekend. Douches inbegrepen, heerlijk. We zetten de tent op, zelfs met 38⁰ was dat goed te doen hier. ’s Avonds, bij het eten, bedachten we dat we eigenlijk best hier een paar dagen konden blijven. Moab was drie kwartier rijden, en het was me niet gelukt daar een betaalbaar onderkomen te vinden, bovendien was tentkamperen daar voor ons echt geen optie gezien de hitte en de miserabele tentplekken die daar te vinden zijn. Zo gezegd zo gedaan, en we verlengden ons verblijf met twee nachten zodat we twee volle dagen voor Moab hadden. High Five!



woensdag 12 september 2018

Zondag 9 september – dag 13: Hanksville – Capitol Reef

Soms is het handig niet helemaal op je herinnering te vertrouwen. Of om in elk geval even goed op de kaart te kijken. In ons reisschema had ik na Monument Valley (wat dus Navajo NM werd en een extra stop in Hanksville) het Goblin Valley State Park opgenomen en daarna Capitol Reef. Op de wegwijzer in Hanksville stond echter Goblin SP aangegeven in noordoostelijke richting, en Capitol Reef naar het westen. Dat betekende dat het idioot zou zijn eerst Goblin SP aan te doen, want uiteindelijk moesten we naar het noordoosten. Dan zouden we gewoon heen-en-weer blijven rijden. We veranderden dus ter plekke de plannen en reden naar Capitol Reef, die oase van fruit en groen te midden van de rode rotsen. Op de gok, want ook hier heeft het door ons vervloekte reserveringssysteem zijn intrede gedaan. Eerst ontbeten we nog bij Duke’s, waar ik werkelijk de allerheerlijkste beker yoghurt met granola en een mix van verse bessen kreeg. Waarbij die laatste tot mijn grote plezier de overhand hadden.

Tegen twaalf uur, we hadden heel rustig aan gedaan omdat we dachten naar Goblin te gaan, meldden we ons bij de camphost. Ze had nog twee plaatsen vrij maar dacht dat we nummer 7 wel het fijnst zouden vinden. Op mijn vraag hoeveel ‘first come, first served’ ze dan vrij hielden gaf ze als antwoord ‘tien, maar de eerste vijf waren zo in beslag genomen door mensen die er twee weken bleven, dus had ik er maar vijf over. En daarvan zijn er nu al een paar dagen drie bezet.’ Dit geeft wel aan hoe onvriendelijk het systeem is voor mensen die níet hun vakantie van dag tot dag precies plannen, en dat ook nog een half jaar van tevoren. Ze had ook wel veel klachten gehad, vertelde ze. Nou ja, wij zouden plek 7 niet zelf uitgezocht hebben maar uiteindelijk stonden we er prima. Lekker veel schaduw, vlakbij de museumwinkel , de paardjes en last but not least uitzicht op de rotsen.



We bleven een hele tijd bij de tent. Beetje lezen, beetje schrijven, beetje slapen. En vooral genieten van deze unieke plek. Later reden we nog de scenic drive, waarbij we ook de dirt road naar de Grand Wash meenamen. En we bleven het maar tegen elkaar zeggen: wat is het hier toch onvoorstelbaar mooi. Het houdt gewoon niet op.



’s Avonds kwamen zoals altijd de hertjes weer het terrein op, op zoek naar gevallen appeltjes en ander lekkers. Dat blijft leuk om te zien. We bleven nog lekker lang zitten lezen en ik liet de uitspraak van de eeuw, die Bert vanmiddag deed toen we uitstapten aan het eind van de scenic drive, meermaals over mijn tong rollen: ‘Goh, er is hier helemaal niets veranderd!’. Ja dûh…die gesteenten hebben er miljoenen jaren over gedaan om zo gevormd te worden, nee, dan zal er in twee jaar inderdaad wel niet veel veranderd zijn. Waarvan akte.





Goh, er is hier helemaal niets veranderd 😁

maandag 10 september 2018

Zaterdag 8 september – dag 12: Navajo National Monument – Hanksville


Aardedonker was het hier ’s nachts. De sterrenhemel leek zó dichtbij dat je hem haast aan wilde raken. We hadden verwacht dat het ook behoorlijk af zou koelen, dat viel gelukkig reuze mee. Uitgerust zaten we dus vanmorgen aan de ochtendkoffie die op deze prachtplek extra lekker smaakte. Poes Moritz (ik heb hem maar zo genoemd omdat de kat van Inger en Daan Max heet, geen idee wie dit nog iets zegt trouwens…maar dan is er gelukkig Google dus zoek maar op!) kwam ons weer gezelschap houden. Hij moest zijn kans grijpen want we zouden na het ontbijt weer verder trekken. Dat ontbijt, dat zou vandaag bestaan uit yoghurt met granola en banaan. We pakten dus die spullen uit de auto, tenminste, dat probéérden we. Want geen banaan te bekennen.  Gevalletje goudvis?? Na enig nadenken kwamen we tot de conclusie dat de bananen in het zakje van de inpak-carrousel bij de Walmart waren achtergebleven. Nou ja, dan zonder. Ook lekker.

Voor we van de campground wegreden liepen we nog de Canyon Overlook Trail, alweer zo’n kippeneindje maar toch leuk om gedaan te hebben. Er zijn trouwens maar drie hele korte trails hier in het hele park, dus wil je veel wandelen kun je beter iets anders zoeken. Maar de campground…daar rijden we voor om!

Het uiteindelijke doel was Goblin Valley State Park, maar of we dat gingen halen wisten we niet zeker. We gingen maar gewoon op pad. Langs Monument Valley en Mexican Hat richting het noorden. Opeens bedacht ik dat we misschien dan nu eindelijk eens een keer de rit door Valley of the Gods konden doen. Dat hadden we al twee keer eerder geprobeerd, maar één keer konden we de afslag niet vinden en de tweede keer had het geregend waardoor de route onbegaanbaar geworden was. Zo bedacht zo gedaan, en het was echt meer dan schitterend. De dirt road was uitstekend onderhouden dus dat leverde geen enkel probleem op. In tegenstelling tot wat je in Monument Valley ziet, namelijk karren vol toeristen die moeite moeten doen hun ingewanden bij elkaar te houden, kwamen we hier maar een paar auto’s tegen. Kostte nog niks ook, en we konden bijna niet stoppen met het maken van foto’s. Kortom, aan alle kanten de moeite waard!





Na deze prachtrit kwamen we vanzelf uit op de weg-naar-boven, zo zal ik het maar omschrijven. Om op de weg langs de Glenn Canyon te komen moesten we via een ontzettend steile, onverharde  weg met legio haarspeldbochten naar boven. We hadden het al eerder gedaan, in beide richtingen ook, en eigenlijk valt het erg mee als je er eenmaal rijdt. Eenmaal op het plateau was het eerste stuk wat recht en eentonig, en daarna moesten we wéér om de vijf minuten uit de auto om foto’s te maken. Deze Hw 95, grofweg tussen Blanding en Hanksville, vinden wij de mooiste weg die we in Amerika gezien hebben, echt vele male mooier dan de zo geroemde Hw 12 tussen Torrey en Bryce. Ook al reden we dit voor de derde keer, het bleef overweldigend mooi. Dat ging eigenlijk zo door tot we bij Hanksville kwamen, een gehucht wat niet veel om het lijf heeft maar wel op het kruispunt ligt van de weg naar Capitol Reef en Moab. Daar weet de plaatselijke middenstand wel weg mee, en sinds jaar en dag is er dan ook een motel, een restaurant, een camping, en een supermarkt. Ook zijn er twee benzinestations, daar waren wij tien jaar geleden dolblij mee toen onze tank bijna leeg was en er onderweg niets te vinden was geweest.

(Weinig foto's van de route Hw95, ik reed en Bert stapte steeds uit om foto's te maken. Volgen later dus!)

Lunchpauze

Daar beneden, daar kwamen we vandaan

Op de muur bij het uitzichtpunt

Bij Duke’s campground konden we ons tentje voor $15 in het gras prikken op een zelf uit te zoeken plek. We wilden hier namelijk maar stoppen. Het was inmiddels zes uur, en we waren al lang op pad. Eten deden we bij Duke’s Grill en omdat er wifi was kon ik het blog wat bijwerken. Morgen dan naar Goblin State Park, daar kunnen we mooi vroeg aankomen. En dat was dag nummer 10 alweer.    

Vrijdag 7 september – dag 11: Wahweap (Page) – Navajo National Monument

Wahweap Campground, we staan er zo graag. Het is er altijd (te) heet, het waait er vaak hard. En toch. De plaatsen zijn ontzettend ruim, je staat wat hoger zodat je een prachtig uitzicht hebt op de bergen achter Lake Powell. Er is een grote loop voor alleen tenten zodat je geen last hebt van generatoren van de kolossale RV’s die hun airco natuurlijk wel draaiende moeten houden. Hele families pakken rustig voor één nacht hun hele en hebben uit om de volgende morgen vroeg met de meegenomen boot weer te vertrekken. En ’s avonds is het echt feest. In positieve zin. De feeërieke verlichting bij de sanitair-gebouwen in adobe stijl, de vuurtjes die gestookt worden, iedereen die een potje kookt  bij de tent (als het niet te hard waait!), het zorgt voor een sprookjesachtige sfeer. Zoals op praktisch geen enkel terrein in Amerka, de KOA’s uitgezonderd, wordt er ’s avonds niets verlicht. En hoeveel mensen er ook zijn, om negen uur  of uiterlijk half tien is het gewoon stil! Nachtrust dus gegarandeerd. Er zijn goede douches die wel nog apart betaald moeten worden, acht quarters maar dan mag je er ook een kwartier lang het vuil van je lijf weken. Wat best raar is in een gebied dat zo droog is. Bert had trouwens pech, zijn douche bleef koud. Bij melding daarvan kreeg hij wel direct zijn geld terug, van een stugge Indiaanse die geen spier in haar gezicht vertrok. Maar daar zijn ze hier sowieso goed in. Er is een goed voorziene kampwinkel en natuurlijk de mogelijkheid om de was te doen. Maar het gaat ons vooral om de unieke sfeer, en met enige weemoed verlieten we dus deze ochtend dit terrein.

We deden nog even een laatste boodschap bij de Walmart. Op weg ernaar toe viel een onnatuurlijk groen gebied ons op, midden in dit woestijnlandschap. We hadden het al vaker gezien en het verbaast ons elke keer weer: hoe kun je in vredesnaam een golfbaan aanleggen, waar zoveel water voor nodig is, in een gebied waar droogte echt een probleem is? De vraag stellen is hem beantwoorden: weinig aandacht voor de problematiek van anderen en geld. Het stuit vast mensen tegen de borst, dat weet ik, maar het is echt van de zotte. Misschien ligt het anders hoor, dan hoor ik het graag.

Goed, bananen gekocht voor onderweg, en toen konden we weer op pad. Richting Monument Valley en dan maar kijken waar we uit zouden komen. Langs de energiecentrale van de Navajo’s, in de buurt van de Antelope Canyons (die hebben we deze keer overgeslagen maar voor wie daar nog niet geweest is: doen!!!), via de 98 richting Kayenta. Tijdens het rijden bladerde ik wat in de Lonely Planet en las ik iets over het Navajo National Monument. Daar werd een mooie, schaduwrijke en bovendien gratis campground beschreven. We waren al vaker in de buurt geweest, maar de afslag hadden we nooit genomen. Het leek ons wel wat! Zowel de kaart als de routeplanner gaven aan dat de aanrijroute via Shonto, over de 221, de juiste was. Die weg was duidelijk net geasfalteerd, en al snel bereikten we Shonto. Een nederzetting van de Navajo, zoals je ze hier zoveel ziet, met haveloze huizen maar ook hier en daar een grotere, kennelijk recent gebouwde villa. Iets verderop stonden een paar watertorens en daarna ging de weg over in een dirt road. We reden een heel stuk, flink gas gevend want dan heb je veel minder last van de kuilen. Na een half uur kwamen we bij een splitsing waar we rechtsaf moesten. Oei, hier was het niet meer gewoon gravel maar mul zand en bovendien ging het omhoog. De aanduiding  op de navigatie ‘Betatakin Cliff Dwellings’ bevestigde mijn vermoeden dat we wel eens op een ander punt uit zouden kunnen komen dan bij het Visitor Center. Ik had namelijk gelezen dat die rotswoningen op enige afstand daarvan lagen. Tja, en dan zit er maar een ding op: omkeren. Wat we dus deden.

We reden terug naar de 98 en kwamen bij de junction met de 160. Daar was een groot Shell-station en omdat we de volgende dag een flink eind zouden rijden in een tamelijk onbewoond gebied vulden we de tank maar bij. Zelf namen we ook wat te eten en te drinken zodat ook wíj weer vooruit konden. Het was niet zomaar een benzinestation, het vervulde duidelijk een sociale functie. Er was een winkel, een enorm grote wasserette en er waren heel veel wc’s. Ik denk bij de dames wel zeker 12. Buiten op de stoep was het een en al gezelligheid. Er werd gegeten, gedronken en gelachen terwijl de wasmachines draaiden.  Een jonge moeder gaf open en bloot de borst aan een paar maanden oude baby, niemand keek ervan op. En dat in Amerika, waar preutsheid heer en meester is! Nou ja, in woord dan, dat bleek maar weer eens. De werkelijkheid liet zoals zo vaak een heel ander plaatje zien.  Een oude Indiaanse vrouw in traditionele kleding, met een prachtige karakteristiek hoofd, schuifelde voorzichtig de winkel binnen. Ik had haar graag op de foto willen zetten maar dat voelde ontzettend respectloos en dat heb ik dus ook niet gedaan.

Na deze onderbreking reden we moeiteloos en over een verharde weg alsnog naar het Navojo Monument. Er waren twee campgrounds waarvan de Sunset View de mooiste moest zijn, en dat klopte. We vonden een geweldige plek, midden in het bos, met veel schaduw. Echt een topper. Er waren wc’s met waterspoeling, zeepdispensers en handdoekautomaten. Kosten: $0! We hoefden er geen moment over na te denken en binnen een kwartier stond ons tentje alweer, met matjes en slaapzakken erin. We zetten de stoeltjes onder de jeneverbessen, Bert dook in zijn boek en ik schreef vast een paar blogberichten. Dat doe ik in Word, zodat ik het kan publiceren als we ergens internet hebben. Want ik heb dan wel zo’n leuke simkaart met 8G aan data, maar als je geen bereik hebt kun je daar niets mee….

Vlak voor zonsondergang liepen we de Sandals Trail. Dat stelde qua afstand niets voor, maar het leidde ons wel naar het punt van waaraf je de Betatakin Cliff Dwellings kon zien liggen aan de overkant van de canyon. Terug bij de tent kookten we een simpel maaltje en dat was dat zei de kat (er liep een kat op het terrein rond, af en toe ging hij gezellig bij ons in de buurt liggen).

N.B. Als we weer thuis zijn voeg ik ook foto's toe van de camera. Nu gaat het eerst even alleen met de foto's van mijn telefoon, die kan ik namelijk razendsnel invoegen.

De plek

De piepkleine zwarte stipjes net links van het midden zijn de rotswoningen

Moritz is de naam!