donderdag 15 september 2016

Dinsdag 13 september – dag 22: Zion


Het was alweer een dag met een slow start. Ik pleegde met WhatsApp wat telefoontjes, we aten geitenyoghurt met granola en haastten ons in het geheel niet. Het was dan ook pas tegen de middag dat we Zion binnenreden. Dat ging niet helemaal zonder oponthoud, wegens wegwerkzaamheden moesten we twintig minuten wachten vlak na de toegangsweg. Verder zijn er tunnels waar een beetje hoog formaat camper niet doorheen kan tenzij hij precies in het midden van de weg rijdt. Dan wordt de andere rijstrook zolang afgesloten. Ook daar hadden we mee te maken deze keer. dus alles bij elkaar zorgde dat voor enige vertraging. Bij de ingang werden we verwelkomd met de woorden ‘als je geluk hebt vind je wel ergens een parkeerplaats’. Dat geluk hadden we en dat was boffen; met een beetje pech moest je eerst doorrijden naar het dorp vlakbij de ingang (Springdale) en daar de shuttle naar het park pakken om dan daarna weer de shuttle het park ín te pakken want daar mag je zelf niet rijden. Goed, we reden met die laatste shuttle helemaal naar het eind en liepen een groot deel van de Riverwalk. Hadden we al eens gedaan en het is een prettige wandeling. We liepen er niet alleen hoewel het op de foto’s hieronder nog wel lijkt mee te vallen.

          20160913_155248       20160913_154203

                            DSC03116


                                   DSC03119

Een meisje dat op blote voeten liep werd bewonderend toegesproken door een man: “Amazing how you get on with those shoes!” Ik geloof niet dat ze het begreep.

Intussen begon het wat te onweren en na het even aangekeken te hebben besloten we toch dat het verstandiger was terug te gaan. Eerst haalden we nog wat proviand in Springdale, tot onze vreugde hadden ze zowaar verse peterselie! Dat zou lekkere tonijnpasta worden.

Tegen zeven uur waren we terug bij de tent waar het heel hard begon te waaien. De lucht werd donkerder en donkerder. Eigenlijk wilden we vuur maken maar dat leek niet zo verstandig. Koken zagen we al helemaal niet meer zitten toen het begon te plenzen. Gelukkig was er een overdekte veranda waar we onze kookspullen heen sleepten. Terwijl Bert het eten maakte kon ik aan het blog schrijven in de wasmachineruimte. Er zaten twee andere mensen maar die maakten direct plaats voor ons toen ze hoorden dat we tentkampeerders waren. Het bleef intussen regenen en de temperatuur daalde in een half uur met ongeveer 15 graden. De pasta warmde ons weer wat op en met héél veel laagjes aan kropen we in de slaapzak. Het onweer, dat af en toe behoorlijk dichtbij kwam, hield ons nog wat wakker maar uiteindelijk sliepen we toch in.

Maandag 12 september – dag 21: Capitol Reef – Zion (Glendale)


In het museumwinkeltje kochten we ons ontbijt, dat wil zeggen, het vloeibare gedeelte. Ze hebben er goede koffie en daarmee konden wel even vooruit. Ons doel voor vandaag: de Bauertjes. Niet omdat we nu perse grote fans van neefje Frans zijn, maar omdat je er zo fantastisch kunt kamperen in de boomgaard. Bijkomend voordeel is dat je van daaruit in een klein uurtje bij Zion bent en ons plan was dan ook om daar de volgende ochtend heel vroeg voor de poort van de South Campground te staan. De Watchman campground, een kleine honderd meter verderop, is vele malen mooier en rustiger maar die moet je heel ver van tevoren reserveren. En wij weten nooit precies wanneer we waar zullen zijn dus dat was geen optie.
Over de Scenic Byway 12, bekend vanwege de panoramische uitzichten, reden we eerst langs Bryce, waar we niet stopten, via Red Canyon waar we wél even uitstapten, naar Glendale. Het was weer een feest om te rijden. Je kunt ook pech hebben, zoals Jette slechts een paar weken hiervoor had: als de lucht vol regen zit zie je helemaal niets.

20160912_120311    20160912_120337
Onderweg stopten we om te ontbijten, nu echt. We deden dat bij de Hell’s Backbone Grill, genoemd naar het deel van de Byway 12 waar het bedrijf gevestigd is. Een aantal jaren geleden waren we hier ook al eens geweest maar Bert kon het zich niet meer herinneren. Het was er rustig en aangenaam met een erg attente bediening. De kaart verschilde niet van wat je elders in dit land krijgt maar in plaats van eieren of pancakes namen we allebei de French Toast oftewel wentelteefjes. Meestal zijn die doordrenkt van boter maar hier waren ze perfect. Fruitliefhebber als ik ben vroeg ik of ze ook vers fruit erbij hadden, ik had het niet op de kaart zien staan. Ja hoor, geen probleem. Er kwam een schoteltje met een halve peer (onrijp), een halve appel en een halve sinaasappel. Mooi in dunne schijfjes gegroepeerd zodat het er feestelijk uitzag. Iets minder feestelijk was de rekening.die we daarna kregen. Het was sowieso al aan de prijs met koffie voor $5, maar het schoteltje fruit kostte $6! Beutje veul…..Al met al moesten we $46 betalen..De koffie was wel organisch, dat dan weer wel. Bestaat er eigenlijk ook niet-organische koffie? Is dat een chemisch product of zo?
Als je deze weg rijdt kom je ook langs Bryce. We zijn er twee keer eerder geweest en hebben het nu gelaten voor wat het is. Zal ook wel weer erg druk geweest zijn. Wel maakten we wat foto’s langs de weg waar ook al mooie beeldhouwwerken te zien waren.


              DSC03080        DSC03091

Om een uur of drie kwamen we aan bij de familie Bauer. Zoals overal stond het bomvol, vooral met RV’s. Gelukkig is het tentveldje daarachter, en daar was meer dan genoeg plaats nog. We betaalden $20 en prikten de tent op een prachtplek in een  hoek. Het enige nadeel was dat die plek geen vuurbak had maar ze hebben hier een grote voor gemeenschappelijk gebruik. Lekker ouderwets kampvuurgebeuren. Ook konden we goed oefenen hoe het is om op eieren te lopen, alleen hadden ze die hier vervangen door appels. Het hele veld lag vol en aan de bomen zat nog minstens 10x zo veel. Als je per ongeluk verkeerd stapte sprong zo’n appel met een enorme splash uit elkaar. Ik herinnerde Bert er even aan dat wij het net zo klonk als de naaktslakken in onze tuint. Werd hij niet zo blij van, van dat idee Smile



DSC03099
In een hoekje stond een oude huifkar. Laten ze hier gewoon staan tot hij van ellende uit elkaar valt. Wel sfeervol!
DSC03102   


In een winkel waar de tijd had stilgestaan – Bill Bryson schrijft dat Amerika een derdewereldland is, en hier werd dat even pijnlijk duidelijk – zochten we naar peterselie. Tevergeefs natuurlijk. Je kon er wel wasmiddel krijgen, overjarige smarties, tuingereedschap en materialen om je paard van hoefijzers te voorzien. Zo’n winkel. Wij kochten er toen maar een paar crueslirepen om de zaak een beetje te steunen.

Bij de tent terug hadden we niet zoveel zin in chili, we hadden ons juist verheugd op pasta met tonijn waar heel veel peterselie doorgaat. Dan maar liever een hamburger. Dus reden we naar de Thunderbird, een hotel-restaurant met – ook al – zelfgebakken pie als specialiteit. Dat was niet te filmen, zo traag als dat ging. We voegden ons in de rij bij de ingang om een plaats aangewezen te krijgen. Stel je voor dat je die zelf uitzoekt. Een zeer forse Indiaanse had een lijst voor zich waarop ze af en toe een verveelde blik wierp. Dan liep ze weg, het restaurant in (waar heel veel plaats was) om vervolgens in de keuken te checken hoe het ervoor stond. Sloffend kwam ze terug, legde de lijst neer en staarde voor zich uit. Na een minuut of tien mochten de eersten in de rij gaan zitten. Ik wilde al weer weggaan maar Bert dacht dat het niet meer zo lang zou duren. De wens was hier natuurlijk de vader van de gedachte want de dame van de logistiek keek ons niet eens aan. Maar goed, uiteindelijk kregen we toch een plek. Om geconfronteerd te worden met een kale hamburger waar een stukje augurk en een schijfje tomaat naast lagen. Die moesten we zelf nog op het broodje leggen. Gelukkig voor Bert hadden ze wel een Negra Modelo en dat maakte alles weer goed.

Bij de tent gekomen was het behoorlijk afgekoeld. Het grote kampvuur brandde en we gingen bij de twee jonge meiden zitten die daarvoor gezorgd hadden. Het bleken Françaises te zijn, uit Marseille. Even later kwam er een jongen bij, toen nog een meisje en daarna wéér twee jongens. Het was een groep net afgestudeerde basisartsen die nu wachten tot ze in november met hun specialisatie konden beginnen. Ze boden ons een biertje aan terwijl zij hun maaltje klaarmaakten op het vuur. De worstjes waren in no time zwartgeblakerd wat mij de opmerking ontlokte ‘boudin noir’. Iedereen lachen. Kortom, we hebben een hele tijd zitten kletsen samen. Bij de tent trokken we alle lagen aan die we hadden, het zou wel eens een koude nacht kunnen worden.We hadden trouwens toen al besloten hier nog een dag langer te blijven en van hieruit morgen Zion te  bezoeken. Hoeven we ook niet zo vroeg op te staan. Vakantie toch?