zondag 11 september 2022

Dag 18 – zaterdag 10 september: Green River (Arches)

Als er al iemand beter van wordt, van het reserveringssysteem Nationale Parken, is het de organisatie. Voor een tijdslot om Arches te bezoeken betaal je $2, dat is niet veel, maar als je ziet hoeveel mensen elke dag toegelaten worden moet het wel een goudmijn zijn. Je mag zo’n tijdslot best annuleren, maar dan ben je je geld kwijt. De toegang tot het park is ook nog eens $30, behalve als je al in het bezit bent van een - uiteraard ook betaalde - Nationale Parkpas. Dat zijn wij natuurlijk en dat hebben we er al dik uit. De reden van deze pilot, want dat is het, is dat ze het bezoek meer willen spreiden en lange rijen bij de ingang voorkomen.

Goed, wij mochten naar binnen tussen 11 en 12. Om vijf over elf reden we dus de ingang in, om meteen daarna een bord te zien: ‘vanaf hier nog een uur wachttijd’. Tja. Daar ga je dan met je goeie gedrag. Pilot mislukt zou ik zeggen. We stonden eerder wel eens even in de rij, maar meer dan een kwartiertje toch nooit. Achteraf bleken het 50 minuten te zijn, en nét voordat ons tijdslot eindigde konden we erdoor. Achter ons stond alweer een rij tot aan de afslag van de hoofdweg. Overigens is er afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de aanleg van een prachtig fietspad, waar ook veel gebruik van werd gemaakt.

Arches is een van die parken die ons altijd opnieuw weet te betoveren. Het stelt nooit teleur. Ook deze keer niet. We begonnen met het lopen van de Park Avenue trail, en dan niet vanuit het officiële startpunt maar vanuit de parkeerplaats bij de Court House Tower. Dan hoef je niet eerst iets van 100 treden af te dalen die je later weer omhoog moet, maar loop je gewoon terug als je bij dat punt aangeland bent. Een supertip Marianne, dankjewel! Het is een hele fijne trail. Je loopt over grote platte stukken rots, met hier en daar een op- of afstapje. Ook niet al te lang, mijn All Trails app (aanrader!) gaf 2,4 km aan met 44 m hoogteverschil. Zo zijn we eigenlijk de hele dag doorgegaan. Stukje rijden, stukje lopen, stukje klimmen, stukje rijden. We waren bij de Double Arch, in de Garden of Eden, bij de Sand Dune Arch, Fiery Furnace (ooit liepen we daar een Guided Tour, fantastisch!) Op het allerlaatst liepen we via Devils Garden Trail nog naar de Landscape Arch, maar vlak voor we daar waren zijn we toch maar teruggegaan. Opeens waren we er klaar mee, en we hadden al eens hele mooie foto’s van die boog gemaakt. Wat ontzettend meehielp aan deze actieve dag was de temperatuur. Voor het eerst in al die tijd dat we hier zijn dook die onder de 90F en dat maakte het heel veel aangenamer om al die routes te lopen. De vorige keer dat we de Devils Garden wilden doen werden we omvergeblazen door heftige zandstormen waardoor we moesten afhaken.

Bij de Sand Dune Arch waren we getuige van een huwelijksplechtigheid. Alleen met speciale permissie mag je daar zoiets organiseren, en er was een jonge ranger bij om ervoor te zorgen dat alles in goede banen geleid werd. Het was een feest voor het oog, vooral om alle kinderen te zien die uitgedost in hun mooiste kleren over de rotsen klommen. Een enkele gast had het te zwaar gevonden om zich door het mulle zand naar de plek van bestemming te zwoegen en had haar hakken maar gewoon halverwege achtergelaten. Op blote voeten kwam je er sneller vooruit.




















We bleven in het park tot over zessen. Toen was het tijd om in Moab zowel de auto als onszelf van brandstof te voorzien. We bestelden iets te drinken in de Moab Brewery, waar anders zou ik zeggen. Limonade – die is hier altijd lekker fris - voor mij en een Black Raven Stout voor Bert. Het bier kwam vlot, mijn limonade liet op zich wachten. Toch maar even een andere serveerster gevraagd en toen was het zo geregeld. Het oorspronkelijke plan om hier te eten hadden we laten varen. We hadden vrij laat geluncht en nog niet echt trek. We zouden bij de tent nog wel iets maken. Hoewel, een kommetje bier-kaassoep, dat zou er wel ingaan! Besteld dus. Na een kwartier was er nog niets. Weer gevraagd waar het bleef. Sorry, misverstand. Maar toen stonden er dan ook snel twee borden voor onze neus. Met, ja, waar leek het op? Op bechamelsaus met kaas…Er zat wel lekker pittige chili over en de calorieën die we in de loop van de dag kwijtgeraakt waren werden zo meer dan aangevuld. Net toen we het ophadden werd er een glas limonade voor me neergezet. Van de eerste bestelling. Lekker op tijd.
Even proeven...

Ow...lekker...en dan...

...die verzaligde blik zegt genoeg!

Om iets over zeven reden we weg, eerst naar de benzinepomp. Die lag naast de City Market, en Bert liep daar na het tanken vast naar toe, we moesten nog een paar boodschappen doen, terwijl ik een parkeerplek zocht. Die vond ik al gauw. Ik begreep alleen niet waarom Bert ernaast stond en in een deuk lag. Tot ik indraaide en het bordje zag: Senior Citizen Parking Only!




Om half negen waren we terug bij de tent, het was inmiddels donker. Met een glaasje wijn genoten we nog even na van deze topdag. Wow.

Dag 17 - vrijdag 9 september: Green River (Moab)

Om half zeven stond ik op, dat krijg je als je om half tien het licht uitdoet. Eenmaal buiten de tent bleek ik niet de enige, de familie die op ons deel van het veld stond was al bijna helemaal weg! En die aan de andere kant was ook aan het opbreken, tenminste, gedeeltelijk. Zij lieten nog enkele tentjes én de camper van opa en oma staan. Men is hier vaak erg vroeg al in touw. Zeker met deze hitte heel verstandig. Op verzoek maakte ik van de vertrekkende familie nog een paar groepsfoto’s en toen hadden we het veld weer voor ons alleen.

We besloten er een rustig dagje van te maken. Ik belde gezellig met mijn zus in Amsterdam en aan het eind van de ochtend reden we naar Moab. Dat is een klein uurtje rijden hiervandaan, goed te doen. Eerst haalden we om de hoek nog een nieuw pak ijs voor de koelbox, dat moeten we met deze hitte echt elke dag vervangen. In Moab deden we boodschappen bij de City Market. Tot ons plezier stond John (zie blog 2016, dag 17) nog steeds achter de balie van de vleeswaren, niet zo gek als je leest dat ze personeel zoeken en een uurloon van minimaal $18 bieden. Dat is veel meer dan je bij McDonalds krijgt, daar werven ze mensen voor $14. Ik vroeg pastrami voor twee sandwiches, dat is dan voor ons meestal genoeg voor vier. Het fruit was er zo allemachtig duur en bovendien net als in Nederland nog heel hard, de perziken dan, dat we dat lieten voor wat het was en ons beperkten tot de aanschaf van courgette, bosuitjes en komkommer. De tomaten van €6 per kilo lieten we ook maar liggen, zeker omdat ze er niet mooi uitzagen en hun beste dagen al gehad hadden. Het French Bread, wat ze in het verleden hadden, was er gelukkig nu ook. Dat is het enige brood met een enigszins knapperige korst dat hier verkrijgbaar is. Check!

Het volgende programmapunt: de was. De wasserette die de vorige keer nog naast de City Market was had het veld moeten ruimen voor een groot nieuw hotel, maar we werden door de vriendelijke man van de benzinepomp verwezen naar een nieuwe laundry. Het was daar duidelijk net nieuw allemaal. Superschoon, wel twintig grote wasmachines en even zovele drogers. Het duurde al met al een uurtje, toen konden we alles weer schoon in de auto bergen. Daarna dronken we wat in het naastgelegen brouwerij-café en toen reden we terug. Even overwogen we nog naar Canyonlands te gaan, maar daar hadden we toch geen zin in.

De was doen en tegelijkertijd naar poezenfilmpjes kijken 

Bij de tent, het was inmiddels half vijf, vermaakten we ons met kijken naar nieuwkomers. We hebben de rare gewoonte om iedereen namen te geven, zo waren er tante Sidonia, Huckleberry Finn, tante Pollewop en Pa Pinkelman, en de familie Flodder. Ik ben benieuwd hoe andere mensen ons noemen, anderhalve cent? Zo’n lange man en zo’n klein vrouwtje? Mini en Maxi? Wim en Corry Kan (bekend bij de oudere generatie)?

Als avondeten aten we het Franse brood met pastrami en mosterd, heerlijk en meer dan genoeg. Onze buren tuigden de boel weer op voor een avondvoorstelling maar we kregen niet meer mee wat er deze keer op het doek te zien was. Morgen gaan we naar Arches, ook daar moesten we al een tijdslot voor reserveren voor $2. Terwijl je ook al voor je toegangspas betaald hebt. Nou, wij hadden toevallig een mooie plek in onze tent gereserveerd. Daar gaan we nu eerst maar eens gebruik van maken.




zaterdag 10 september 2022

Dag 16 – donderdag 8 september: Capitol Reef – Green River (Moab)

Gisteravond parkeerde er, vrij laat, een auto op de parkeerplaats voor de ‘walk in’ tentplekken. Die parkeerplekken waren keurig genummerd zodat er voor iedereen een eigen plaats was. Maar, deze auto had een daktent. En tja, die kun je natuurlijk niet even afbreken om op het tentveld weer op te zetten. Enigszins vertwijfeld keken de betrokken om zich heen. De rest van het terrein was vol, dus ze hadden uiteindelijk geen andere keus dan te vertrekken en te zien of ze in Torrey, op een commerciële camping, een plaatsje konden vinden. Een walk-in veld is echt alleen voor tenten, dat u het even weet.

Omdat de hitte nog steeds van geen wijken wist pakten we de tent in vóór het ontbijt. Precies voordat de zonnestralen hun verwoestende meppen begonnen uit te delen waren we klaar. De komende drie dagen zullen we verblijven in Green River, op de campground in het State Park. Ook daar rijzen de prijzen de pan uit, ze vragen nu $45 per nacht, maar omdat het er zo aangenaam vertoeven is op het gras, met veel bomen en ruime douchekamers hebben we toch geboekt. Door al dat groen is het al gauw een graad of 6 koeler dan in de omgeving. En in Moab zijn alle onderkomens schreeuwend duur. In de eerste jaren dat we daar kwamen lukte het nog wel om voor een dollar of zestig een cabin met airco te huren, en dat was dan omgerekend in euro’s €40, maar nu is de koers gewoon één op één, of zelfs nog iets ongunstiger. Dit terrein ligt in een écht park, naast de golfbaan. Je wordt als je niet uitkijkt dan ook van de sokken gereden door een golfkarretje met een zeer bejaard persoon erin, dat er veel genoegen in schept het gaspedaal zo ver mogelijk in te drukken om zo in elk geval de indruk te wekken dat hij nog heel wat mans is. Maar eenmaal op de campground zelf kom je die karretjes niet meer tegen.

Onderweg stopten we even bij de Mesa Market Farm, waar we weer langskwamen, om nog een paar stukjes kaas en een brood te kopen. Eigenlijk wilden we ook wat groenten, maar ze hadden een heel slecht jaar gehad met veel ziektes in de planten dus dat werd hem niet. Gelukkig kon de plaatselijke super in Hanksville ons daar wel aan helpen, en met een komkommer, twee paprika’s en twee uien konden we even vooruit. Voor de schappelijke (nou ja)  prijs van €7.

De volgende stop was het Goblin State Park. Ook daar waren we al drie keer geweest, maar het blijft betoverend. Al die hoodoos en toadstools, in de meest waanzinnige vormen. Helaas konden we het door de hitte niet langer volhouden dan een uurtje maar het was toch weer de moeite waard. Jammer genoeg was ook hier de toegangsprijs verdubbeld, of in elk geval sterk verhoogd: we betaalden nu €20. Da’s best veel voor een relatief klein park.














Wie nu denkt: deze foto's heb ik al eens gezien, die is er óf zelf geweest óf heeft onze eerdere blogs gevolgd. Elke keer maken we toch weer dezelfde foto's, gewoon omdat het zo mooi is! 

Om twee uur reden we Green River binnen. Onze plek, nummer 10, stond altijd garant voor veel schaduw en optimistisch reden we er dan ook naar toe. Meteen bij het uitstappen werden we alweer door de hete wind om de oren geslagen; het was hier helemaal niet koeler dan in Capitol Reef! We wachtten nog even met het opzetten van de tent, onze eerste gang was naar de douche. Die hadden we een paar dagen moeten missen want die in Hanksville deed het niet en in Capitol Reef zijn geen douches. En dat in die hitte. Dan is het ongelooflijk lekker om je helemaal schoon te spoelen onder een automatische gieter. Geheel verfrist zochten we daarna een plekje in de schaduw. Om erachter te komen dat de bomen, zwarte populieren, erg aangetast waren. Vanwege de veiligheid waren er dan ook veel takken afgezaagd. Ja, dan heb je minder schaduw. Maar er was nog genoeg over, en na een uitgebreide lunch met het verse brood bleven we de rest van de middag heel rustig zitten. Zo min mogelijk bewegen was het devies.

Eind van de middag, net toen het ietsje koeler werd, kregen we gezelschap. Aan beide kanten van het pad werden tentjes opgezet, enkele grotere en een stuk of wat hele kleintjes. Het bleek te gaan om twee families, die allebei hun jaarlijkse familiereünie kwamen houden. In het begin dachten we dat ze bij elkaar hoorden maar dat bleek niet zo te zijn. Werkelijk talloze kisten en koelboxen met eten werden naar de picknickbanken gesleept en het duurde wel een paar uur voor ze geïnstalleerd waren. Het gekke is, ze zijn hier nooit luidruchtig. Waar zo’n gezelschap in Nederland (of van Nederlanders in het buitenland) garant staat voor een hoop herrie, zeker als er alcohol in het spel is, hoor je hier niet anders dan gewoon gepraat. Om een uur of zeven werden de vuurtjes aangemaakt en ging het vlees op de barbecue. De kleine kinderen vermaakten zich uitstekend met rondjes rennen over het gras en door de sproeiers lopen die her en der nog aanstonden.

Wij aten, na de late en stevige lunch van brood met kledderkaas (de gesmolten Cheddar verdiende geen andere naam), ei en komkommer, zoals gewoonlijk vrij simpel met een stukje kaas en als toetje een aardbeien-rabarberpie ter grootte van een ontbijtbordje, die we die ochtend nog snel even gekocht hadden. Om kwart over acht was het helemaal donker. Ik stond op om iets uit de auto te halen en ik wist niet wat ik zag: op een groot scherm werd Star Wars vertoond! De hele familie zat er doodstil naar te kijken. Het gekke is, ze hadden wel geluid aan, maar zo zachtjes dat het helemaal niet storend was. Ik had wel gezien dat er een partytent met een groot groen doek aan de zijkant was opgezet, maar dat dat als filmdoek zou fungeren, daar was ik nooit opgekomen. Onder de sterren naar Star Wars kijken, je moet het meemaken

Geen mooi plaatje, maar even voor het idee


vrijdag 9 september 2022

Dag 15 – woensdag 7 september: Capitol Reef

De eerste actie vanmorgen was het verplaatsen van de tent. Zelfde veld, andere kant. Het was werkelijk zo gepiept, de zon kwam nog net niet over de bergen heen en de verzengende hitte bleef nog even uit. Tweede actie: naar het Gifford House, waar ze de allerlekkerste pie verkopen. Aardbeien-rabarber is onze favoriet en ze zijn altijd gauw uitverkocht dus enige haast was geboden. In plaats van de vriendelijke mevrouw die eerder de zaak bestierde was er nu een dame die geen lachje op haar gezicht kon toveren, sterker nog, die met duidelijke tegenzin de klanten duldde omdat die nu eenmaal geld in het laatje brachten maar meer ook niet. Ze werd bijgestaan in haar zware taak van afrekenen door een meisje dat iets toeschietelijker was. Waar ze een paar jaar geleden nog een keur aan bijzondere producten verkochten was dat nu gereduceerd tot alles-wat-je-overal-kunt-krijgen.

Chagrijnig of niet, de pie was nog altijd even verrukkelijk. Na het ontbijt waagden we ons aan de scenic drive, die begint vlak achter het kampeerterrein. We reden een stuk dirt road tot we bij de parkeerplaats van The Grand Wash kwamen, de achteruitgang zogezegd. Van daaruit kun je onder andere naar The Arch lopen, maar dat is een beste klim en aangezien het nog steeds heter dan heet was lieten we dat aan ons voorbijgaan. Wel liepen we een stukje van het trail naar The Narrows maar om te voorkomen dat we gekookt zouden worden hielden we het bij een half uurtje. Meer dan genoeg. Daarna reden we de drive nog af tot het eindpunt, maar we stapten er zelfs niet eens uit. Was echt niet te doen.









Terug bij de tent lunchten we met sesamcrackers en de gesmolten cheddar, dat smaakte verrassend goed. Het vochtgehalte brachten we op peil met een flinke beker clamato (zoek maar op als je niet weet wat dat is). Omdat het in de auto nu beslist de beste plek was reden we nog een stuk naar Bullfrog, dat ligt iets buiten het park, maar daar viel weinig te beleven. Dus toch maar terug naar de tent. We sleepten de picknickbank in de schaduw, namen nog een beker clamato en gaven ons over aan de warmte. Er zat niet veel anders op. En daarmee houdt het verhaal ook op voor deze dag. Tegen de avond werd het koeler en kookten we een supersnelle pasta van een half blikje Campbell’s champignonsoep, onverdund, met een blikje tonijn erdoor. Lekker!

Dag 14 – dinsdag 5 september: Hanksville – Capitol Reef

Om tien over half zeven werd ik wakker met het gevoel dat ik iets moest doen. Nu hoeven we hier bijzonder weinig, behalve zorgen voor proviand en een slaapplek, maar dit was anders. Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wreef ging ik gewoontegetrouw even met mijn tong langs mijn tanden, dat zijn zo van die onbewuste handelingen waar je meestal geen aandacht aan schenkt. Nu wel: ik wist het weer. Mijn tand! Een snelle blik op de wereldklok van mijn telefoon leerde me dat het in Nederland op dat moment half drie was, een uitstekend moment om de tandarts te bellen dus. Dat deed ik via Skype, ideaal. Meteen had ik de assistente aan de lijn. Onze geweldige, altijd geduldige tandarts, die we al veertig jaar hebben, heeft nog steeds dezelfde assistentes. Dat zegt wat. Hulde! Inmiddels behandelt hij ook onze kleinkinderen. Goed, ik deed mijn verhaal. Ergens in Utah waren we aan het rondtrekken toen mijn kroon het begaf. Wat nu? Ik werd direct gerustgesteld, helemaal niet erg. Ik kon er gewoon mee eten en het scherpe puntje mocht ik met een nagelvijl wat ronder maken. We maakten vast een afspraak voor 5 oktober en dat was dat.

Voor het ontbijt togen we weer naar Duke’s, waar we ons allebei tegoed deden aan een grote bak, of liever pot, cruesli met Griekse yoghurt en fruit. Een stevig begin van de dag. Na twee grote bakken koffie hadden we eigenlijk wel genoeg – je betaalt één keer $1,25 pp en mag daarna ongelimiteerd bijtanken – maar de serveerster bracht ons ook nog twee bekers om mee te nemen. Dat kwam wel goed uit, want ik wilde het blog van gisteren nog van foto’s voorzien en op de digitale brievenbus doen. We gingen in de schaduw van het toiletgebouw zitten, daar stonden twee stoelen met een tafeltje ertussen. Het kostte wat meer tijd dan anders, voornamelijk omdat de wifi heel traag was. Van schrik begon de laptop zelfs vast te lopen zodat ik hem een aantal keren opnieuw moest opstarten. Iets te laat bedacht ik dat ik beter mijn telefoon als hotspot kon gebruiken want toen ik dat eenmaal ingesteld had was alles zo klaar. En de koffie op.

                                            

Capitol Reef, een van onze favoriete parken, lag maar op een uurtje rijden. Ook hier weer tussen de meest fantastische rotsformaties door, wat Bert de opmerking ontlokte dat hier sprake was van een architectuur-landschap. Een betere omschrijving zou ik niet kunnen bedenken. We stopten bij het ecologische bedrijf Mesa Farm Market, dat langs de weg ligt. Als je het niet weet rijd je er zo voorbij, maar wij halen daar altijd vers gebakken brood, geitenkaas en verse groenten. Eigenlijk was het vandaag gesloten, maar er zat al een Japanse jongeman op de veranda die met volle bepakking op een min of meer gewone fiets onderweg was. Hij smulde van brood en koffie, en kreeg van de uitbater te horen dat hij zolang mocht blijven als hij wilde en het hele huis kon gebruiken. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. Hoe dan ook, wij mochten naar binnen en kregen wat stukjes kaas om te proeven. Echt een verademing, na al die naar plastic smakende producten die hier de norm zijn. Er was alleen nog brood van gisteren, en groenten waren er op het moment ook niet, maar we kochten twee stukje kaas, twee hardgekookte eieren voor bij de lunch en een brood. Het brood kregen we gratis omdat het een dag oud was, dus betaalden we iets extra. De mevrouw – of meneer, we wisten het niet zeker - in kwestie vertelde dat ze geen personeel kon krijgen, dat wat haar betrof de regels voor immigranten versoepeld moesten worden zodat de personeelstekorten konden worden opgevuld. Ze kon iemand $3000 per maand bieden, inclusief kost en inwoning….Maar ja, wie wilde er nog zo hard werken op een boerenbedrijf(je) als je ook een soortgelijk inkomen kon verwerven met een baantje van 9 tot 5?




Voorzien van het nodige lekkers reden we door naar de Fruita Campground, waar we plek 59 aan de C-loop hadden besproken voor de komende twee nachten. Eenmaal daar aangekomen reden we bijna net zo hard weer weg, voor een tentje was geen plaats; het was een camperplek. Ook nog eens in de volle zon want de boom op de foto die toen we reserveerden pontificaal aanwezig was, was nu afgezaagd wegens gevaar op takbreuk. Nu mag je volgens het reserveringssysteem niet bij de host aankloppen om iets te wijzigen, dat moet allemaal via de site of telefonisch, maar daar trok de camphost hier ter plekke zich niets van aan. Gelukkig maar, want er is hier geen enkel bereik. Na enig beraad met zijn vrouw mochten we gaan staan op het walk in terrein, waar ruime plaatsen én schaduwplekken waren. Weliswaar morgen weer even verkassen maar daar draaien wij onze hand niet voor om. In no time stond de binnentent weer, bedjes opgemaakt. De buitentent zouden we er later overheen gooien, na half acht: dan was overal de zon weg. In tegenstelling tot de weersvoorspellingen was het hier namelijk toch ook weer 38 graden en hoewel we er een beetje aan gewend raken beperken we de lichamelijke activiteiten tot het minimum. Na gedane arbeid dronken we bijna anderhalve liter Gatorade en aten we het niet-verse brood dat nog prima smaakte. De plakjes cheddar uit de koelbox waren nat geworden, zodat we vaneen bijzondere versie van de kaasfondue konden genieten. Samen met het hardgekookte ei een degelijke lunch. We hebben het geluk dat we over twee picknicktafels kunnen beschikken, eentje in de schaduw en eentje bij de tent die pas ’s avonds uit de zon staat.

Na de lunch vermaakten we ons een tijdje met de film die zich voor onze ogen afspeelde: twee megagrote RV’s die keer op keer probeerden hun woonmobiel op de goede plek te krijgen. Uiteindelijk ruilden ze van plaats, en toen kwam het goed. Het heeft ongetwijfeld voordelen, zo’n huis op wielen, zeker als het slecht weer is, maar het geeft ook veel meer zorg. Het moet onderhouden, schoongemaakt, gevuld met water en weer geleegd, je moet ergens een stalling hebben als je die niet op eigen terrein hebt en het kost ook nog zo het een en ander aan belasting en reparaties. In Glendale kostte een nacht RV- kamperen $46, hutje mutje naast elkaar, en een tentplek met alle ruimte $20. Thuis gaat die tent weer zo de kast in, klaar. Maar goed, ieder z’n ding.

Zo’n walk in plek is hier altijd veel mooier dan de standaardplekken, je hebt er veel meer ruimte. Hier ook, op het enorme veld van naar schatting 60x60 meter was plaats voor vijf tentjes. In Europa zouden ze er zo een tienvoud geplaatst hebben. Ook fijn: je staat er echt alleen met tentjes waarvan de bewoners van uiteenlopende aard zijn. Een stel ouders met volwassen kinderen in twee piepkleine tentjes, een jong stel, een groep vrijwilligers van het park die gewoon in hun bivakzak sliepen, een stel ouderen (dat waren wij) en een stel zogeheten groenpoepers. Zo noemden wij ze vroeger, van die kampeerders van de oude stempel die alles volgens het paspoortboekje van de ANWB deden. Dat paspoortkamperen bestaat allang niet meer maar het valt te vergelijken met de huidige natuurkampeerterreinen. Bij de kampeerclub waar ik al bijna mijn leven lang lid van ben had je ze ook: het afwasteiltje links in de tent, de brander rechts. Natuurlijk kookte je niet op campinggaz maar op een primus ofwel petroleumbrander. Verlichten deed je met een stormlamp waar later wel lampenolie in kon maar vroeger alleen petroleum. Alsof dat allemaal zo goed was voor het milieu. Tent alleen in schutkleuren evenals je eigen kleding. Tja. Bij de club is dat allemaal allang losgelaten natuurlijk. We kamperen daar zoals we dat zelf willen, alleen moet dat wel met primitieve middelen: je moet het bijvoorbeeld zonder elektriciteit doen en je tuinameublement moet je ook maar thuis laten.

De mensen waar ik het over had droegen allebei dezelfde kleding: lange kaki broek, iets lichter overhemd met lange mouwen en een zonnehoed. We noemden ze Hepie en Hepie. Ze hadden de achterbak van hun auto vol met kisten en plastic bakken. Het afwassen deden ze in twee plastic teiltjes, een gevuld met afwasmiddel en de andere met schoon water waarin alles werd nagespoeld. Naderhand droeg mevrouw die teiltjes een voor een naar het washok om ze leeg te gooien. Van dat afwaswater kan ik me voorstellen, maar dat spoelwater? Daar was de boom naast hun tent vast blij mee geweest. De tent stond in een gazen kooi (nee, geen spelfout). Ze hadden er een partytent met rondom gaas overheen gedrapeerd, dat doe je meestal om de muggen te weren maar ze zaten gewoon buiten aan hun picknickbank te eten. Ach, ieder heeft zo z’n gewoontes.

Eind van de middag reden we naar Torrey, het aangrenzende plaatsje, om te tanken en wat te drinken. Nu was alles er dicht, alleen een fastfoodcafé had de deuren geopend. Bert moest het zonder z’n biertje doen en besloot een beker rootbeer te tappen uit de sodabar. Er waren geen bekers, maar hij meende een automatische uitgifte daarvan te zien. Een druk op de knop en…hij had een hand vol ijsblokjes J

Op de terugweg konden we zo door, op de heenweg hadden we twee keer een kwartier moeten wachten in verband met wegwerkzaamheden. Nu konden we mooi stilstaan om nog wat foto’s bij de ondergaande zon te maken. Bij de tent aten we de kaasjes die we ’s middags gekocht hadden, veel trek hadden we niet in deze hitte. De muilherten deden hun avondronde en daarmee was de dag afgesloten.