maandag 5 september 2022

Dag 11 – zaterdag 3 september: Glendale – Wahweap

De auto vervangt voor ons de sportschool. Hoewel het in eerste instantie een hypermoderne uitvoering leek, voorzien van alle nieuwste snufjes zoals je dat bij zo’n jong exemplaar zou verwachten, ontbreken er toch een paar handigheidjes. Zo moet je de achterklep handmatig openen, en dat is geen probleem, maar hij moet ook met de hand gesloten. En dat vergt behoorlijk wat kracht. Voor mij komt daar nog bij dat ik vrij klein ben zodat ik meteen mijn dagelijkse rekoefeningen kan afvinken. Verder gaan er geen lampjes branden als je de deur opent, wat overdag niet erg is maar ’s avonds in het donker wel behoorlijk vervelend. Het is tenslotte ook onze kleding- en voorraadkast, daar moeten we nu eenmaal af en toe bij. O, bijna vergeten, er brandt wel één heel klein lampje in de achterbak. Maar dat krijgen we weer niet uit. De handleiding kennen we inmiddels wel uit ons hoofd. Ach, het zijn zo van die kleine en onbelangrijke onvolkomenheden. Heel veel zin om ons er nog verder in te verdiepen hebben we ook niet.

Nadat er twee posts op het blog waren geplaatst en de tent was ingepakt reden we naar Mt Carmel, zo’n negen mijl verderop, om te lunchen bij Thunderbird. Daar hebben ze behalve heerlijke huisgemaakte pie ook gewoon lekker eten. Voor ze ons een tafel wezen vroegen ze of we vegetariër waren, dat heb ik hier nog nooit gehoord. Mooi dat daar aandacht voor is! Ik nam, voor het eerst dit jaar, een Reuben sandwich. Dat is pastrami met een beetje zuurkool en gesmolten kaas, op getoast bruin brood. Bert hield het bij een simpele hamburger. We namen twee stukken aardbeien-rabarberpie mee, konden we mooi als avondeten inzetten. Dat lijkt misschien weinig, maar het waren enorme stukken. Aan kleine porties doen ze niet.

Vlak voor je bij Page bent is er nog een klein Nationaal Monument, Toad Stools. We waren er al twee keer eerder maar sommige dingen kun je niet vaak genoeg zien (dat geldt voor heel veel moois hier). We parkeerden de auto, er stond nog één andere, namen een fles water mee en gingen op pad. Nou, dat viel niet mee. Het was echt weer 40+, en er was geen greintje schaduw. Net voor we bij deze wonderlijke rotsformaties waren, je moest daarvoor eerst nog een stukje klimmen, hielden we het voor gezien. Het was gewoon niet verantwoord. Dus liepen we terug, en dat was meer dan genoeg. In totaal hadden we er toch een half uurtje over gedaan en in die hitte is dat voor ons echt het maximum.






Bij Wahweap meldden we ons bij de receptie, om te horen dat de tentloop vol was. Labor weekend nietwaar? Maar er was nog wel veel plaats bij de walk-in sites. Daar zet je je auto op een parkeerplaats en breng je de spullen lopend naar je plek. We gingen er direct naartoe en vonden een superplek, niet ver lopen van de auto. Dit stuk was kennelijk in coronatijd nieuw aangelegd en het zag er allemaal even mooi uit. Omdat de hitte nog lang niet verdwenen was besloten we eerst naar de Walmart te gaan voor een paar boodschapjes, en ook even iets te drinken. Dat werd de MacDonalds, veel keus was er niet. Maar de smoothies zijn er lekker. Bovendien was de wifi er goed en snel, zodat we konden boeken voor een bezoek aan de Lower Antelope Canyon, morgen. We waren er een jaar of tien geleden al eens geweest, en het is naast White Pocket een van de mooiste dingen die we ooit gezien hebben. Een ondergrondse canyon van ruim 400 meter, met onwaarschijnlijk mooie kleuren en vormen. Er was plaats om 12.15, dat kwam goed uit voor ons. Je kunt er alleen met een gids naartoe, dus ben je gebonden aan een van de twee organisaties: Dixie of Ken’s tours. Allebei goed. Het is Navajo-gebied en het zijn dus ook natives die dat allemaal beheren.

Daarna was het tijd voor een ritje langs het water en wat fotomomentjes. We zagen wel dat het waterniveau vele malen lager was dan normaal, maar er was toch nog wat blauws te zien. Ik wilde ook graag een foto maken van Lone Rock, die eenzame rots in het water. We konden er niet zo dicht bij komen als we wilden en het licht was ook niet goed, maar op de foto’s die ik gemaakt heb is te zien dat hij nu in een soort groen plasje staat, in plaats van in een azuurblauwe waterzee.





Lone Rock

Om half acht waren we terug bij onze plek. De tent stond zo, en we hoefden er verder alleen maar slaapmatjes, slaapzakken en kussens in te gooien. Koken hoefde tenslotte niet. Voor de verandering stond er ook geen wind, meestal kwam die tegen acht uur in vol ornaat opzetten. Meer dan eens hebben we aan de tent gehangen om te voorkomen dat hij de lucht in zou vliegen. Niets van dat alles. Met een glaasje wijn en de overheerlijke pie genoten we van het uitzicht, het feeërieke van de vuurtjes en de lichtjes om ons heen en, wat later, van de prachtige wolkenlucht die voor de maan langsschoof. Voor de zoveelste keer zeiden we tegen elkaar hoe fijn we dat toch vinden, kamperen. Ook al was het nog steeds warm, zo’n 33 graden, we hadden het er graag voor over. Dan maar bovenop je slaapzak liggen en hopen dat het wat koeler wordt. Zo gezegd zo gedaan.


Normaal gesproken zou het verhaal hier ophouden. Maar toen, het zal iets van een uur of één geweest zijn, stak er alsnog een harde wind op. Ik maakte Bert wakker, en in het licht van onze lantaarn spanden we alle stormlijnen uit. Met rotspennen zetten we alles goed vast, maar desondanks hing ik toch weer in de touwen om de tent aan de grond te houden. Midden in de nacht. Het duurde al met al een half uurtje, toen nam de wind weer af en konden we ons weer overgeven aan de slaap.

zaterdag 3 september 2022

Dag 10 – vrijdag 2 september: Glendale

Ons kampeerveld grenst aan een stukje land waar twee percelen met vakantiewoningen staan. Beide eigenaren kwamen vandaag aan. Het is immers het lange weekend van Labor Day, de dag waarop het hervatten van de werkzaamheden na de zomer ‘gevierd’ wordt. En men trekt er dan massaal op uit. Aan het hek maakten we een praatje. Het bleken broers te zijn van de eigenaar van de campground, al jaren kwamen ze hier. We kregen wat meer te horen over hun achtergrond: de Bauers kwamen oorspronkelijk uit Zwitserland, met de mormonen mee. Een van de mannen had een petje op dat volstrekt helder was over zijn politieke voorkeur, MAGA stond erop. De ander hield het bij een wat milder exemplaar, daarop een afbeelding van een kolibri en de tekst ‘hummingbird’. Mister Kolibri was ooit in Amsterdam geweest, toen hij in Duitsland gelegerd was. Hij sprak geen woord over de grens. In een café probeerde hij een glas limonade te bestellen, dat is in de US een veel gedronken dorstlesser. Hij slaagde er maar niet in om duidelijk te maken wat hij precies bedoelde, en eind van het liedje was dat hij een bord eieren met ham en kaas voor zijn neus kreeg. Met dat vrolijke verhaal konden we de dag wel aan!

Omdat de temperaturen nog steeds extreem hoog zijn, en dat komende dagen blijven, besloten we tot een tochtje waarbij we voornamelijk in de auto zouden zitten. We reden via Kanab naar het Pipe Spring Monument National Monument, waar we tien jaar geleden ook al eens geweest waren. Er is een kleine tentoonstelling met een filmzaal. In de koelte daarvan keken we naar het verhaal over de oorspronkelijke bewoners, de Paiutes, die te maken kregen met een invasie van mormonen. Die kwamen naar de streek om te ontsnappen aan de nieuwe Amerikaanse wetgeving rond veelwijverij. Ze zetten er een fort neer dat er ook nu nog staat: Winsor Castle. Daarmee wilden zij de waterbron beschermen (lees: zich toeëigenen). Dat pakte natuurlijk dramatisch uit voor de Paiutes. Toen ook de regering zich er nog mee ging bemoeien ging het helemaal mis. Er waren enorme slachtpartijen over en weer. Maar de Paiutes gaven zich niet gewonnen en bleven wonen op hun eigen grond. Tegenwoordig wordt het water door alle drie de partijen beheerd.

Het monument is, normaal gesproken, een oase in deze zo dorre woestijn. Maar al het groen dat er normaal gesproken te zien was, was nu geheel verdord. We waren er eigenlijk gauw uitgekeken, het was ook gewoon te heet om er langer dan absoluut noodzakelijk buiten te zijn. Dus reden we naar Kanab, dat op de route lag, en aten daar een hapje in het Rocket V café. Echt een aanrader, heerlijk eten. Ook voor vegetariërs is er meer dan genoeg aanbod.

Terug bij de tent konden we ons dus bepalen tot een glaasje witte wijn, meer smaken hebben we niet. Morgen willen we naar Wahweap, maar ook daar is het behalve waanzinnig mooi extreem heet. Nu is het dat altijd, dus we zullen morgenochtend definitief beslissen. Wordt vervolgd!

Links een stukje van Winsor Castle. 

Het waterreservoir



Dag 9 – donderdag 1 september: Glendale (Zion)

Een zeer schaars geklede dame liep met in haar kielzog  enkele kinderen, met gezwinde pas naar haar auto. Ze droeg een bikinibroekje, type string, met daarboven een kort afgeknipt t-shirtje. Zojuist waren ze aan de wandel geweest in Zion, waar het op dat moment 42 graden was. Enig idee hoe dat voelt, een autozitting die urenlang verwarmd is door een moordende zon? Ze kwam er dan ook direct weer uit, vers gegrild.

Zo warm was het echt gisteren. Toch lieten we ons niet uit het veld slaan, en om half twaalf vertrokken we om nogmaals van dat onbeschrijfelijk mooie park te genieten. Even afhankelijk van de drukte in de shuttlebussen wilden we de Narrows trail lopen. Niet de lange, die duurt minimaal acht uur, gaat door het water en vereist de nodige ervaring, maar die voor dummies. Ook wel de Riverside walk genoemd. Zo’n 2,2 mijl heen en terug, redelijk wat schaduw en aan het eind is er dan het verkoelende water van de rivier. Tot we bij het Visitor Center kwamen maakten we nog de nodige foto’s, het licht was nu heel anders dan twee dagen ervoor toen we er later op de dag langskwamen. Bij het VC konden we direct de auto kwijt, en van daaruit was het slechts enkele minuten naar de shuttle die ons naar het eind van de canyon zou brengen. Ook nu weer was het rustig, we konden meteen instappen. De bus was nog niet half gevuld. Niet voorzien van airco maar wel van open dakluiken en dito zijramen, dat gaf genoeg verkoeling.

Bij het eindpunt namen we eerst even de tijd om een literfles Gatorade (sportdrank) soldaat te maken zodat we goed voorbereid aan de tocht konden beginnen. Voor ons extra belangrijk, we zijn tenslotte geen 40 meer, ook geen 50 trouwens, geen 60, wat zeg ik, zelfs geen …..shit. Ik stop.

Het is qua niveau echt voor iedereen te doen, en je zag dan ook van alles lopen. Goed getrainde jonge mensen, soms gehuld in lange legging, shirt met lange mouwen en daarboven een sjaal die tot de ogen was opgetrokken, tot ouderen met kniebraces en stok (Nee! Dat waren wij niet!!!), en alles daar tussenin. Hele gezinnen met jonge kinderen, stelletjes, een enkeling alleen. We konden stevig doorlopen, in tegenstelling tot andere keren toen het gewoon filelopen was. De schaduw hier en daar zorgde voor precies die koelte die nodig was. Bij het water, aan het eind, gingen we op een steen zitten en vermaakten ons met het kijken naar alle waterliefhebbers. Sommigen gingen met bergschoenen en al te water maar de meesten waren goed voorbereid: die hadden waterschoenen bij zich. Wij werden intussen op onze beurt scherp in de gaten gehouden door de in overvloed aanwezige grijze eekhoorns. Na een minuut of twintig hadden we het wel gezien en gingen we terug. Dat is wel ontzettend goed geregeld allemaal, de bussen rijden af en aan. Ook nu konden we zo instappen, en een half uurtje later stonden we weer bij de auto.

In Springdale dronken we wat, met een bakje versgebakken tortillachips erbij om het zout aan te vullen. Terugrijdend zeiden we tegen elkaar dat we gewoon steeds vergeten hoe verschrikkelijk mooi het hier toch is, elke keer opnieuw staan we met de mond open van verbazing.

Bij de tent aten we een flinke bak chili con carne (in Nederland wel eens aangekondigd als ‘chili con carne met vlees’), blikje ananas en verse tomaten erdoor. Het werd alweer wat vroeger donker, om half negen moet je echt de lamp wel aandoen. Ook een fleece is dan niet overbodig, het kan overdag dan wel kokend heet zijn, tegen de avond koelt het af. Het krioelt hier dan ook van de vleermuizen. We lazen nog wat en doken de slaapzak in.

Midden in de nacht schrok ik wakker. Alarm! Het duurde even voor ik het thuis kon brengen, heel hard getoeter leek het. Welke idioot was nu op dit tijdstip aan het toeteren? Toen zag ik Bert rechtop in bed zitten, vertwijfeld op de knopjes van de autosleutel aan het drukken. In het donker. Wat was het geval? Hij wilde hem nog even op slot zetten, had daar opeens aan gedacht maar kon het goede knopje niet vinden. Nou, in elk geval was iedereen nu wakker. Met een lichtje erbij konden we de goede knop vinden en keerde de rust weer. Altijd wat te beleven hier.







donderdag 1 september 2022

Dag 8 – woensdag 31 augustus: Glendale (en Bryce)

In de wandelgangen worden veel zaken snel geregeld. Tenminste, zo was het waar ik werkte. Pogingen om dat meer te reglementeren mislukten, en op een van de zoveelste verplichte scholingen (en in onze ogen vaak nutteloos) kregen we gelukkig te horen dat juist die praatjes bij het koffiezetapparaat zoveel opleveren. Konden we daar dus weer gezellig mee doorgaan. Hier is natuurlijk geen koffiezetapparaat, maar wel een ruimte met wasmachines. Drie jaar geleden barstte een mevrouw, terwijl ze de onderbroeken opvouwde, zomaar los over de toen zittende heerser van het Amerikaanse rijk: die man moet dood, gewoon dood! Nu was er wederom een dame bezig met de was, terwijl ik daar aan het blog werkte - mijn laptop kon er aan de stroom. We kregen het over de extreme hitte, dat wij ons programma daar op probeerden aan te passen. Zij deden hetzelfde, het was gewoon niet te doen. Zelfs niet in een RV. Opeens kwam ze iets dichterbij, vroeg een beetje voorzichtig wat onze opvattingen waren. Ik had nog niet eens antwoord gegeven of ook zij liet zich in een tirade ontvallen wat ze wel niet dacht van mensen die ontkenden dat er iets aan de hand was met het klimaat. 'Ze hebben geen boek gelezen, ze weten van niets en roepen maar wat ze willen'! Tja, dat kon ik niet ontkennen. 'Wat er op 6 januari gebeurde, in het Capitool, ik was zó boos, zó boos! Ze lopen gewoon achter de eerste beste schreeuwer aan en weten niet eens waar ze het over hebben!' 'Ach,' zei ik, ze horen gewoon wat ze willen horen'. Ze gaf me een schouderklopje en wenste ons een hele goede reis. Ontboezemingen in het washok. 

Het enorme voordeel van het terrein waar we nu staan is dat er zoveel groen is. Dat scheelt echt zo een graad of zeven, acht. En dat is heel veel, als je uitgaat van 41 graden elders. Wat niet wil zeggen dat het niet warm is, vooral ’s middags loopt de temperatuur aardig op.

De allerbeste plek is natuurlijk in de auto. En zo reden we aan het begin van de middag naar Bryce, het park waar je je in een andere wereld waant en met het grootste aantal hoodoos (een hoodoo is een aardpyramide, een rechtopgaande rots gevormd door erosie) ter wereld. Voor we in het park kwamen kom je nog door Red Canyon. Ook al zulke bijzondere rotsformaties, en inderdaad bijna knalrood. Dus ook daar moesten we een paar keer uitstappen voor wat mooie plaatjes.





Dan Bryce. De laatste keer liepen we er weer eens de Navajo trail, schitterend. Je daalt dan helemaal af in de kloof en loopt tussen die wonderlijkste rotspilaren. Nu was ons dat véél te heet, en daardoor ook te gevaarlijk. We hielden het dus bij de uitzichtpunten en verwonderden ons voor de zoveelste keer over al dat moois. Vooral als je al die pilaren in amfitheatervorm ziet opgesteld, schitterend. Zeker als de zon erop valt.

Bij het visitor center aten we uit de achterbak een ‘vers gebakken, elke dag!’ broodje dat zo slap was als een natte krant, maar met een plakje cheddar erop toch best te verteren. Ook in dit park was het rustig. Afgezien van wat schoolklassen, die hun nieuwe jaar aftrapten met een uitstapje, en een clubje bejaarde motorrijders, waren er niet veel mensen. Op de commerciële campings net buiten het park was nog heel veel plaats, in het park alleen op de Sunset campground. Zomaar op de bonnefooi kun je er echter toch niet naar binnen, alles moet via de site van Recreation Governement of telefonisch. Alleen als je ruim van tevoren annuleert krijg je je geld terug. Maar zeker niet als je door weersomstandigheden van een verblijf moet afzien, zoals wij gisteren bij verzengende hitte, of als het weer opeens omslaat en het dagenlang slagregent. De ‘administratiekosten’ van $10 krijg je sowieso niet terug. Je betaalt bij no show zelfs een boete. Ik schreef het al, een vreselijk systeem.

Om een uur of zes waren we terug bij de tent. Daar keken we nog eens goed naar de route, én naar de weersverwachting. Nou, die blijft bij heet, heet, heet. Onze volgende stop zou Wahweap zijn, aan Lake Powell. Het is daar zo ontzettend mooi, je zet je tentje op en kijkt uit op dat hele grote meer omringd door rode rotsen. Maar het is er normaal al snoeiheet, en nu nog een tandje erger. Daarna zouden we kamperen op een campground in de buurt van Mexican Hat, op een terrein waar geen boom te bekennen is. Dat alles leek ons niet zo’n goed idee. Na lang zoeken vonden we een oplossing. We blijven wat langer hier, dit ligt zo centraal dat je van alles kunt doen. Voor de prijs hoeven we het ook niet te laten, $20 per dag. En dan rijden we zondag naar San Juan Inn, in Mexican Hat, daar hebben we nu een kamer besproken (tot zaterdag te annuleren). Vandaaruit kunnen we dan onze reis volgens plan vervolgen. Hopen we.

Wat hier ook zo fijn is, ’s avonds koelt het af. Dat staat garant voor een goede nachtrust. Welterusten.







Dag 7 – dinsdag 30 augustus: Cedar City – Glendale (via Zion)

Je geld of je leven! Nou, we kozen toch maar voor dat laatste. Dan maar wat geld kwijt.

We begonnen vanmorgen met een tochtje naar de AT & T winkel, om een Amerikaanse prepaid telefoonkaart te kopen. Helaas, zei de meneer, die hebben wij niet. Wij verkopen alleen abonnementen en toestellen. Maar bij de Walmart kun je ze zo krijgen. Ach, we moesten toch nog wat vers proviand inslaan, dus dat kwam goed uit. We liepen direct door naar achteren waar de betreffende afdeling was. Een combinatie van vader Abraham en Catweazle was druk met een klant in de weer, maar uiteindelijk waren we dan toch aan de beurt. Een prepaid telefoonkaart graag, met veel data. ‘O’, sprak Abraweazle, ‘daar weet ik niks van. Om elf uur bent u de eerste, dan is er iemand die er misschien meer over kan vertellen’. Het was vijf voor elf. We deden toch maar eerst een paar boodschappen en verwonderden ons voor de zoveelste keer over de hoge prijzen van melk, kaas, brood, groenten en fruit. Een Kingcorn brood ( wie kent dat nog?) doet hier gemiddeld zo’n 4 dollar. En dan weet je zeker dat je geen enkele vezel binnenkrijgt. We zochten het nodige bij elkaar en gingen opnieuw op zoek naar iemand die ons kon helpen. Abraweazle zag ons aankomen en verwees ons direct naar een magere jongeman, die zo te zien wel wat boterhammetjes kon gebruiken. Jazeker kon hij ons aan zo’n kaart helpen! We konden kiezen uit $40, $50 of $60. Allemaal makkelijk te installeren via internet. ‘Ja, maar ik héb juist geen internet’. Dat werd een beetje te ingewikkeld. ‘U kunt ze ook bellen hoor’! ‘Ja, maar ik kán niet bellen zonder kaart’. Een beetje wanhopig vroeg ik of er dan misschien een T-Mobile winkel in de buurt was? O ja hoor, naast de Starbucks. Pfff…..

Na de boodschappen gingen we dus op zoek naar de Starbucks. We reden een kilometer of wat rond, om hem uiteindelijk te ontwaren vlakbij de Walmart. Met daarnaast, inderdaad, de telefoonwinkel. Hi guys, just a minute! Er waren nog 6 wachtenden voor ons. Maar, het moet gezegd, toen we aan de beurt waren werden we uitstekend geholpen. Alles werd gecheckt en gedubbelcheckt, de telefoon deed het en de databundel werkte ook naar behoren. Heel fijn! Nu is het echt niet zo dat je niet zonder kunt, maar aangezien alle campgroundreserveringen ook online gedaan danwel gecancelled moeten en je soms ergens pas kunt reserveren na een telefoontje maakt dit het wel veel makkelijker. Bovendien kan ik mijn telefoon dan als hotspot voor de laptop gebruiken, wat het bijwerken van het blog aanzienlijk vereenvoudigt. Eerder moesten we altijd een McDonalds of een Starbucks opzoeken voor internet, dat viel ook niet altijd mee. En daar moest Bert dan uren wachten tot de foto’s geladen waren. Dat wachten is hij trouwens wel gewend. Jaren geleden, toen we nog als gezin met vakantie gingen, schoten de dochters altijd alle mogelijke kleding- en schoenenwinkels in. Bert posteerde zich dan ergens buiten, op een stoeprand of zo, en wachtte geduldig tot we uitgewinkeld waren. Dat kon soms wel even duren.

Aldus voldaan reden we richting Zion, waar we vandaag een plek hadden en de twee dagen erop een andere, maar beiden in de A-loop. In Springdale, het plaatsje vlak voor je het park inrijdt, was het helemaal niet druk. Gek, normaal gesproken moet je je auto hier parkeren en met de shuttle het park in (behalve natuurlijk als je er kampeert). Ook in het park was het rustig. We vonden onze plek al snel, lekker met een beetje schaduw. Hoewel, lekker….het was inmiddels 41 graden! We keken elkaar eens aan en wisten direct: dit gaan we niet doen. Snoeiheet werkelijk, en het zou nog erger worden de komende dagen. Het besluit was gauw genomen, we reden door naar de Bauertjes in Glendale. Daar komen we eigenlijk altijd wel een paar dagen als we in de buurt zijn, heerlijk kamperen in het gras onder de appelbomen. Onderweg namen we het er natuurlijk wel van, Zion is zo ongelooflijk mooi! Om de haverklap stopten we om foto’s te maken en gewoon rond te kijken. Daarna wisten we dan niet hoe snel we weer in de auto waar de airco ons koel hield moesten komen. Weer viel het ons op hoe rustig het was. Voor de kenners: we waren helemaal alleen in de tunnel…

De tent stond snel, en de pasta smaakte na alle exoten van de laatste dagen uitstekend. Zion, je kunt ons wel van alles beloven, maar met deze temperaturen zoeken wij ons heil in elk geval wat betreft kamperen toch even elders. Het kampgeld hebben we, onder dwang, afgegeven aan het reserveringssysteem. Ons leven was ons liever.







De beroemde 'schaakbord'berg




woensdag 31 augustus 2022

Dag 6 – maandag 29 augustus: Cedar City

Er wandelde een matras voorbij. Een grote kingsize matras. Waren we hier in het sprookje van de prinses op de erwt beland? En was dit een van die hele zachte matrassen? Nee natuurlijk. Er bleken bij nader inzien twee mensen achter te zitten, die het ding kennelijk richting vuilcontainer brachten. Toen we er later langsreden zagen we echter niets, misschien was hij dus door iemand anders opgehaald. Die middag, ik wilde zelf een zakje afval in de container gooien, stonden diezelfde mensen er weer. Nu naast een meer dan manshoge koel- vriescomibinatie. Op mijn vraag of ze dachten dat hij erin zou passen antwoordden ze vrolijk ‘we will make it fit!’. Terwijl het echt geen grote grofvuil container was. Maar kennelijk is het ze toch op een of andere manier gelukt want er was later ook daar niets meer van te zien.

Omdat we pas aan het eind van de middag met Carmen en Troy hadden afgesproken konden we de dag zelf invullen. Dat deden we door naar Cedar Breaks te rijden, een Nationaal Park op ongeveer 30 km bij ons vandaan. We waren daar in 2019 ook geweest, toen hadden we er wild gekampeerd. Het is een klein park, met rotsformaties die erg doen denken aan die van Bryce. Het was er, zoals overal op dit moment, erg rustig. We stapten hier en daar uit om rond te kijken en wat foto’s te maken, en liepen daarna de Alpine Trail. Dat is een vrij makkelijke trail van een kilometer of zes, met in totaal iets van 50 m hoogteverschil. Prima te doen dus. Niet spectaculair allemaal maar wel heerlijk om zo te lopen, in de koelte bovendien.




Iemand een appeltje trouwens? Naast onze cabin. Ze zijn lekker!


Geheel opgenomen in het gras 




Na dit moois deden we niet zoveel meer. We pakten vast wat spullen in, hoewel dat ook zo gepiept was omdat het meeste in de auto was blijven liggen. Om half zeven togen we naar de plaatselijke Mexicaan voor een laatste etentje met onze vrienden maar niet nadat we getankt hadden. Er zat niet al teveel benzine meer in, en het laatste wat je wilt is hier zonder komen te staan. Casa de Don Miguel konden we in eerste instantie niet vinden. Dat wil zeggen, we zagen wel iets dat zo heette, maar dat zag er heel vervallen en gesloten uit. Toch maar even aan de deur gerammeld, en ja hoor, een authentiek Mexicaans familie-restaurantje waar ze direct vroegen of wij voor Carmen kwamen. Het eten was natuurlijk verrukkelijk en tijdens het wegwerken van al dat heerlijks kletsten we volop over onder andere stambomen en achternamen, over de dochters van C&T die deels een andere dan wel geen enkele geloofsrichting op waren gegaan (wat niemand erg vond) en over de eetgewoonten in Nederland. Na het eten was het dan echt afscheid nemen geblazen.

Terug bij onze cabin dronken we nog een glaasje terwijl we luisterden naar de krekels en keken naar de sterrenhemel. Het werd onze laatste nacht hier, morgen vertrekken we. Naar Zion, het beloofde land. Dat belooft wat.

dinsdag 30 augustus 2022

Dag 5 – zondag 28 augustus: Cedar City

Een jong stel meldde zich aan de balie waar ik ook stond om ons verblijf weer met een nachtje te verlengen. Ze waren aan komen rijden in een zelfs voor Nederlandse begrippen klein, oud autootje. Ze oogden wat nerveus en stonden wiebelend van het ene op het andere been te wachten op de beheerder. Het was ze tot nu toe niet gelukt een kampeerplek te bemachtigen. Overal alles vol. Tja, het was weekend en dan trekt half Amerika erop uit. Als je het moet doen met twee weken vakantie per jaar grijp je elke mogelijkheid aan om op een andere manier te ontsnappen aan de hectiek van het dagelijks leven. Gelukkig voor hen waren alle plekken hier nog vrij en even later huppelden ze vrolijk weer naar buiten. Later spraken we ze opnieuw en toen kwamen we wat meer aan de weet. Duitsers waren het, en haar vader had hier heel lang gewoond. Nu wilde ze wel eens met eigen ogen zien hoe dat eraan toeging, in dat land waar ze zoveel over had gehoord. Nou, het eerst wat ze was opgevallen was dat alles zo ontzettend duur was. Daar viel weinig tegenin te brengen, dat is gewoon zo. Je moet echt een grote bak met geld meenemen, veel meer dan een paar jaar geleden.

Wij begonnen de dag weer rustig met koffie, ontbijt en een douche. Het sanitair is hier prima in orde, geen wasbakken op een rijtje maar allemaal grote complete badkamers. Nog geen tien meter van onze cabin. Rond het middaguur reden we opnieuw naar Cedar City om nogmaals de beeldentuin te bezoeken en wat meer foto’s te nemen. Het was er wel behoorlijk warm, iets van 35 graden en zonder een vlaagje wind dat voor een beetje verkoeling zorgde viel dat niet mee. We bleven dus niet al te lang maar wel lang genoeg om alle beroemde figuren uit  Shakespeare's toneelstukken te vereeuwigen.
                                    
Falstaff

Bottom the Weazel

Julia, zonder haar Romeo

Tegen half zes kwamen Carmen en Troy ons ophalen voor een paar tripjes en een picknick. Allereerst gingen we naar de oudste boom van Utah, een bristlecone pine van 4500 jaar oud, zo’n 10 mijl verderop. Het was een korte trail, maar heerlijk om zo in het bos in de koelte te lopen. Daarna was het nog een flink eind rijden naar de Kolob Canyon, onderdeel van Zion National Park. Ooit waren we er zelf geweest, maar vanuit een andere richting. Dit was echt een eyeopener, letterlijk, want we zetten grote ogen op toen we eenmaal naar die schitterende rode rotsen voor ons zagen. We reden helemaal door naar boven, en na het maken van de nodige foto’s haalde Carmen een grote koelbox en een flinke boodschappentas tevoorschijn uit hun auto (we rijden steeds met eigen auto’s, vanwege het monster dat covid heet). We moesten een klein stukje naar boven klimmen tot we bij een picknickbank kwamen. Bert liep met Carmen voorop, ik met Troy een stukje erachter. Ze zetten de spullen neer en opeens rende Bert ervandoor. Waarschijnlijk naar het uitkijkpunt een halve mijl verderop. Wij installeerden ons vast en ik keek stomverbaasd toe naar wat er allemaal op tafel kwam. Zelfgemaakte (Spaanse) tortilla; chicken salad sandwiches; een volgens opgaaf 13 persoons bak met wat wij snoepgroente noemen, inclusief dipsaus; perziken en sinaasappels; een doos met zakjes chips; koekjes en chocola. De snoepgroente was alleen voor ons in verband met het dippen, dat was niet verantwoord in deze tijden van covid. Nela, de hond, zat ook op de bank. Onder geen beding was ze op de grond te krijgen want daar zaten haar aartsvijanden: mieren! Waaruit maar eens blijkt dat de grootsten niet altijd de sterksten zijn. Intussen was Bert nog steeds weg. Carmen begon zich er wat ongemakkelijk onder te voelen want intussen was het ook gaan schemeren, maar ik stelde haar gerust door te zeggen dat er nog meer mensen die kant op waren gegaan. En het pad hield op bij het uitkijkpunt, dus er kon niet echt iets misgaan. Maar ze bleef onrustig, en op een goed moment ging ze toch zelf kijken (we waren inmiddels twintig minuten verder). En wat een geluk, al na een paar minuten kwam ze terug. Met het verloren schaap in haar kielzog.

                                       






Na dit grandioze avondmaal werden alle restanten, die nog niet eens allemaal aangebroken waren, in onze auto gezet zodat we geen honger zouden lijden. De rit naar huis duurde drie kwartier, en hoewel we de avond graag afsluiten met een glas wijn waren we daar te moe voor. Bovendien was het best koud geworden en het woei behoorlijk. Dat werd dus gewoon een enkeltje dromenland.