maandag 12 augustus 2013

Dag 34 – 9 augustus: Kings Canyon

Dag 34 – vrijdag 9 augustus: Kings Canyon                                

De Azalea CG beviel ons goed. Zo goed, dat we besloten hier nog twee dagen te blijven. Daarmee hadden we meteen het zaterdagprobleem getackeld, dan kan het nog wel eens vol zijn hier.
Hoewel we oorspronkelijk van plan waren in Cedar Grove een plek te zoeken, zo’n 30 mijl verderop en aan het eind van de weg die de bergen in leidt, hadden we daar vanaf gezien toen we hoorden dat je er geen vuur mocht maken en bovendien het water op rantsoen was. Geen public showers dus. Vanwege de veel te vroeg ingevallen droogte (begin juni, in plaats van augustus) mocht er alleen vuur gemaakt bij campgrounds hoger gelegen dan 6000 ft. Dat is ongeveer 2100 meter. En geloof me, ’s avonds heb je dat echt wel nodig om warm te blijven hier!
Die dertig mijl naar Cedar Grove reden we vandaag op en neer. Heel goed te doen natuurlijk. Het was een mooie tocht door de canyon en langs het water. 



Een Amerikaanse zeemeermin zat op een steen in de rivier. Haar man wilde een foto maken en zij schikte heur haar nog even goed. Om vervolgens uit te roepen ‘de baby, waar is de baby!!’ Hij – haar man – keek verschrikt om zich heen, helemaal niet meer aan gedacht! Gelukkig lag het kind nog veilig op het kleedje. Tja.




Het hiken lieten we achterwege: we waren lui. Dat is het fijne van zelf je reis samenstellen, je kunt ter plekke je plannen wijzigen en aanpassen.  Daarom houden we er ook helemaal niet van iets van tevoren te reserveren. Dit alles geldt trouwens voor veel meer zaken in het leven, zelf het stuur in handen houden geeft je vrijheid. Maar dat terzijde.


Er valt verder niet veel te vertellen, behalve dan misschien dat een van onze medekampeerders een omgehakte seqouia met een hamer doormidden probeerde te hakken om zo brandhout te genereren, 

en dat we vandaag ál ons eten bereidden in het vuur: bij de plaatselijke winkel kochten we, behalve een veel te dure zak ijsblokjes, twee hele grote aardappelen en worstjes. De piepers stopten we in de as, de worstjes gingen met uien en tomaten in de gaatjespan. De korst van de aardappelen werd keihard maar het binnenste boterzacht. We lepelden ze uit, met wat boter en peper en zout. Alles bij elkaar een waar feestmaal!  

Dag 33 – 8 augustus: June Lake – King’s Canyon

Dag 33 – donderdag 8 augustus: June Lake – King’s Canyon

Twee mokken koffie, een geroosterde verse Engelse muffin met jam, roerei met hashbrowns (knapperig gebakken rösti) en dat zelfs twee keer opgeschept, een bak vers fruit. Dat at ik allemaal op. Een hele prestatie voor iemand die ’s morgens normaal gesproken geen hap door de keel krijgt. Maar als de temperatuur ’s nachts tot net boven het vriespunt daalt krijg je vanzelf trek in een stevig maal.
 Om zeven uur reden we weg. Het zou een lange rit worden: door Yosemite naar King’s Canyon. Hemelsbreed lag het niet ver af van Lone Pine, waar we gisterochtend vertrokken waren, maar omdat je helemaal om de bergen van de Sierra Nevada heen moet rijden kost het veel tijd. Je kunt ook onderlangs rijden, maar wij vonden het leuker om nog een keer de Tiogapas – oostelijke toegang tot Yosemite - te rijden. En een ontbijt bij White Wolf, een eindje verder in het park, was ook aantrekkelijk. We gooiden in June Lake nog even de tank vol. In de parken is de benzine vaak een dollar per gallon duurder. Om half negen zaten we, zoals gepland, aan de koffie. Het leuke van White Wolf is dat je gewoon aanschuift tussen alle wandelaars en bergbeklimmers, je pakt wat je hebben wilt en naderhand komt iemand vanzelf met de rekening. Het geheel heeft de uitstraling van een hut hoog in de bergen, en dat is het in feite ook. Alleen kun je er ook met de auto komen, dat is wel een verschil. Het ligt echter een beetje van de weg af, en net niet in het meest toeristische gedeelte.
Goed gevoed en gelaafd reden we een uurtje later weer weg. Het ging heel vlot ondanks de drukte, want een druk bezocht park is en blijft het. Dat vinden we er toch echt minder leuk aan. In file  door de bergen rijden is sowieso geen hobby van ons. Om half twaalf reden we Yosemite weer uit. Onderweg kochten we nog wat fruit, zo van de boom.

Via Fresno naar Kings Canyon ging ook erg vlot, en om half drie konden we onze tent opzetten op de Azalea CG bij Grant Village. De campground is groot en hier en daar redelijk vol, maar wij vonden een hele mooie, zeer ruime plek van waaruit we bijna niemand zagen. Onder de sequoia’s. 

Het enige nadeel hier was de stoffige bosgrond zodat onze voeten al gauw pikzwart waren en mijn slippers grijs zagen in plaats van gezellig roze. Maar je moet er wat voor over hebben en ach, het is maar stof.
Het Kings Canyon National Forest is onderdeel van een heel groot beschermd gebied in de Sierra Nevada, dat behalve dit deel bestaat uit het Sequoia National Forest en het Sequoia National Park. De Sierra Nevada, dat wil zeggen, de Amerikaanse versie want er is er natuurlijk ook een in Spanje, bestrijkt een gebied dat groter is dan de hele Europese Alpen.
Omdat we tijd genoeg hadden liepen we eerst naar het Visitor Center en daarna door naar Generaal Grant, een enorme sequoia. We hadden al vaker Redwood sequoia’s gezien, in het Redwood NP langs de kust van Oregon, maar de soort die je hier ziet is toch weer anders. Ze worden iets minder hoog maar wel dikker van stam. Ze groeien relatief snel: in zeshonderd jaar van zaadje tot volwaardige boom van enorme omvang. Als ze dan niet geveld worden door een of andere ziekte, of natuurgeweld, kunnen ze de respectabele leeftijd van 3200 jaar bereiken.



Hou 'm tegen! Hou 'm tegen! ;)


Na deze wandeling hoefden we alleen nog maar een vuurtje te maken en eten te koken. Dat deden we deels op het vuur in onze nieuwe pan-met-gaatjes. Tomaten en uien erop, peper en zout erover en smullen maar! 


zondag 11 augustus 2013

Dag 32 – 7 augustus: Lone Pine – June Lake


Dag 32 – woensdag 7 augustus: Lone Pine – June Lake

Een kort ritje hadden we voor de boeg. Van Lone Pine naar June Lake is het maar een paar uurtjes rijden. In de planning was een tussenstop in Bishop opgenomen om bij de daar gevestigde Nederlandse bakker eindelijk weer eens lekker brood te halen; dat blijft toch behelpen hier. Maar eerst een stop bij de grote M, foto’s laden en blog bijwerken. We nemen er al niet eens meer iets te drinken, we gaan gewoon aan een tafeltje zitten. Kantoor! Leuk was dat we ook even met Jette konden skypen, we hadden haar al een tijd niet gesproken. En waar dat een paar jaar geleden nog moest met behulp van een koptelefoon en een laptop kon dat nu gewoon met de smartphone.
In Bishop deed de winkel van Erik Schat goede zaken. Mensen liepen met grote zakken vol met brood de deur uit. Wij kochten twee broden, met heerlijk knapperige korst. Dat is hier wel uniek.
Om één uur draaiden we de auto de camping ‘Oh Ridge’ op. We mochten kiezen uit verschillende plaatsen en kozen er een met een uit staal en hout gebouwde beschutting. 



Het opzetten van de tent ging met enige moeite gepaard vanwege de harde wind maar we zetten hem goed vast. Daarna gingen we naar het prachtig gelegen meer waar we bijna alleen maar hebben zitten lezen en ik even mijn voeten in het water heb gehad.


Je snapt niet hoe het kan dat het overal zo rustig is, ook aan het water. Er waren wel wat mensen, maar het is geen vergelijk met de drukte die wij kennen op zomerse dagen.
Terug op de campground wachtte ons een verrassing: de tent had besloten dat het nu wel genoeg was geweest met al die wind en had zich ondersteboven gekeerd. Met inhoud en al. We draaiden hem weer op zijn onderkantje en ook voor de zekerheid maar even met de opening de andere kant op. Het – hoewel bescheiden – luifeltje was waarschijnlijk toch groot genoeg om door een sterke windvlaag opgetild te worden en de rest dan maar even mee te nemen.

De wind bleef aanhouden. Bij vlagen heel hard zelfs. We waren dus heel blij met de beschutting die we hadden, zo konden we in elk geval koken. Het vuur hield ons warm tot het moment van slapen. Op nachtelijke kou zijn we voldoende voorbereid en dat was maar goed ook.

Dag 31 – 6 augustus: Las Vegas – Lone Pine

Dag 31 – dinsdag 6 augustus: Las Vegas – Lone Pine


In een merkwaardig oord genaamd Primm stopten we voor ons ontbijt. Merkwaardig omdat het, in ieder geval ogenschijnlijk, slechts bestond uit een achtbaan, een casino en het gebruikelijke pulkje benzinepompen met aanhangende fastfoodketens. Mazzel voor ons: daar was ook een Starbucks bij.
Een paar uur eerder waren we weggereden uit Las Vegas, na de tank nog even goed volgegooid te hebben. We hadden een lange rit voor de boeg. Ons eindpunt vandaag lag in Lone Pine, bij de gelijknamige campground. Om daar te komen moesten we wel eerst Death Valley doorkruisen. Deze keer deden we dat via Shoshone, als Scenic route aangegeven op de kaart. Dat klopte ook helemaal, een puur en droog woestijnlandschap. 



Ergens in die droogte stond een bordje waarop aangekondigd ‘China Ranch – Date Farm’. In namaak Chinese letters. Wat moet je je daar nu bij voorstellen, helemaal in de middle of nowhere? Een afspraakje met een paard? Een Chinese versie van boer zoekt vrouw?
Goed, afgezien van deze rariteit alsmede een eenzame katholieke kerk zagen we niets en niemand. Tegen het middaguur reden we Death Valley National Park binnen. Bij Zabriski Point stapten we uit om wat foto’s te maken, voor ons is het een van de mooiste plekken daar. 






De temperatuur was al flink opgelopen naar zo’n 44 graden. Hierna reden we nog de Mule Loop, niet zo lang maar wel mooi. 




De andere bezienswaardigheden lieten we grotendeels voor wat het was, afgezien van de Sand Dunes waar we ook nog even stopten.



Wil je het hele park optimaal benutten moet je er veel vroeger zijn en er echt tijd voor uittrekken. We hielden nauwlettend de autothermometer in de gaten. Het werd nog net iets warmer dan de vorige keer toen we hier waren: 1190F, dat is omgerekend 48,330C. Als er echt ergens een man bovenop een wolkje zit heeft hij vast hele lange haren, dat hij die föhn zo hoog heeft staan.
We kwamen langs wegwerkzaamheden. Dat wordt hier altijd mijlen van tevoren aangekondigd, en net als je denkt dat het wel vals alarm zal zijn staat er daadwerkelijk iemand op de weg met een vlaggetje te zwaaien. Dat was nu ook zo. Deze meneer maakte er een ware voorstelling van: hij pakte de pilon die de weg blokkeerde en wierp die met een zwierige salto de berm in: gaat u maar! Zo maak je je eigen werk leuk, hard nodig als er gemiddeld twee auto’s per uur passeren in genoemde temperaturen.

Als je het officiële parkgedeelte uit bent volgt nog een lange rit over de omliggende bergpassen. Death valley is immers omringd door hoge bergen en heeft als laagste punt 86 meter onder zeeniveau; deze geografische ligging zorgt voor de inderdaad soms dodelijke temperaturen.
Bij het Father Rowley uitzichtpunt stopten we weer even. Je staat hier op een punt met aan beide kanten een diepe vallei. Opeens dook er uit de ene vallei een vogel op, met een razende snelheid zo het leek. Hij maakte wel veel lawaai. Nauwelijks een milliseconde later werd het beest groter en groter, het was een straaljager! Die vlak over onze hoofden scheerde en aan de andere kant, nog geen honderd meter verder, de andere vallei weer indook. Indrukwekkend! Iedereen die stond te kijken was er even stil van.

Om een uur of zes reden we in Lone Pine de campground op. Hij staat nergens aangegeven, je moet het echt weten maar je rijdt gewoon de Whitney Portal Road in, komt langs de Alabama Hills en ziet dan aan je linkerhand de aanduiding. Alweer een prachtplek vonden we, met uitzicht en het gevoel alleen op de wereld te zijn. Het kan niet op! 





woensdag 7 augustus 2013

Dag 29 - 4 augustus: St George – Valley of Fire – Las Vegas; Dag 30 – 5 augustus: Las Vegas

Dag 29 – zondag 4 augustus: St George – Valley of Fire – Las Vegas
Dag 30 – maandag 5 augustus: Las Vegas

In vuur en vlam. Dat stonden we. Dat komt, Valley of Fire heeft volgens ons een dubbele betekenis: de rode kleur van de rotsformaties én de hoge temperaturen in de zomer die je gratis en voor niks in vuur en vlam zetten.
Eerst braken we de tent op in Quail State Park, na een goede nachtrust. Onze matjes isoleren niet alleen tegen de kou maar ook tegen de hitte: de onderkant was gloeiend heet door de warmte die in de grond bleef zitten, de bovenkant was relatief koel.
Het was niet ver rijden naar de Vuurvallei. We waren er dan ook vrij vroeg. In eerste instantie leek het niet veel bijzonders toen we binnenkwamen bij de oostelijke ingang, maar toen we even doorreden werd het steeds mooier. 









En wie zegt dat je niet op hoge hakken en met je handtas een bergwandeling kunt maken??






Echt knalrood leek het af en toe. Dat werden wij ook en op het laatst gingen we maar om de beurt de auto uit voor een foto, kon de ander lekker in de airco blijven. We waagden ons wel aan een picknick, onder een groot afdak was het nog net uit te houden. Het ’s morgens net ‘vers gebakken Franse stokbrood’ wilde erg graag opgegeten worden.  Alsof het allemaal nog niet rood genoeg was gooide ik een hele beker clamato (zeer pittig gekruid tomatensap) over mijn broek. Gelukkig was er een kraan bij de picknickplaats waar vanzelf warm water uitkwam.  Het is wel duidelijk dat we kamperen hier echt niet zagen zitten, hoewel er heel veel plaats was – hoe zou dat nu komen?? Een enkeling trotseerde de hitte toch en trok zich dan geheel terug tussen de rotsen om nog iets van verkoeling te vinden. Dat ging ons te ver. Ja, en wat doe je dan? Inmiddels was de temperatuur opgelopen tot ruim 43 graden….dan zit er niets anders op dan naar Las Vegas te gaan!

Zo gezegd zo gedaan, en om een uur of vier reden we de parkeergarage van het Main Street Station Hotel binnen. Vier jaar geleden was ons dat goed bevallen. Ooit was het een station en het heeft nog veel elementen waaraan je dat kunt zien. Het is helemaal in Art Nouveau-stijl uitgevoerd en ondanks de zesduizend gokautomaten en honderden speeltafels heeft het dat karakter geheel behouden. Alleen de liften zijn al  de moeite waard en in voorkomend geval uitermate geschikt om je elevator pitch in te oefenen: zeventien verdiepingen, dus lekker lang de tijd, plus spiegels rondom (voor wie niet weet wat dat is: Google). Het hotel annex casino ligt in Downtown Las Vegas, daar waar vroeger het hele gokcircus ooit is begonnen. Nu zit je weliswaar iets van ‘de strip’ af, maar wel op twee minuten lopen van de Fremont Experience (een geweldige licht- en muziekshow in  Fremont Street) en bovendien met nog lagere prijzen. We betaalden $32 per nacht! Kamperen in Californië is soms duurder.
Toen we aan kwamen rijden zagen we van afstand hoe idioot Las Vegas eigenlijk gelegen is. Je rijdt middenin de woestijn, en dan zie je daar de contouren van een stad met voornamelijk hoogbouw. Het bestrijkt niet eens zo’n groot gebied. Rij je de stad weer uit zit je direct in de droogte. Overigens is de hitte ook in de stad verzengend. We deden dan ook niet veel anders dan de grote winkelcentra bewandelen, heerlijk in de airco.

We bleven twee dagen. De eerste avond aten we in het hotel omdat ons dat eerder ook zo goed bevallen was. Nu viel het tegen: zelfs ik, groot liefhebber van beetgare groenten vond de boontjes te hard. Het ontbijtbuffet namen we wel, de volgende ochtend. We hebben echt geprobeerd daar nu eens volop van te genieten door veel verschillende hapjes te proberen maar het lukt ons gewoon niet. Bovendien, het verse fruit kwam grotendeels uit blik dus dat helpt dan niet mee.
We wilden in eerste instantie met de bus naar de Strip. Volgens de dame achter de balie in het hotel zouden we zeker 60+ korting kunnen krijgen. Deze informatie verschafte zij ons ongevraagd. Goed, dat je die leeftijd inmiddels gepasseerd bent is tot daaraan toe, maar om daar nu zomaar mee geconfronteerd te worden terwijl je jezelf toch zo jong van hart inschat….wat klopt er niet? Zou er toch iets mis zijn met onze zelfreflectie?? De korting bleek sowieso niet van toepassing. We namen dus de auto en zetten die in de parkeergarage van Caesar’s Palace. Dat is wel handig: alle hotels hebben ruime garages die altijd gratis zijn.
We zagen onder andere dit:
Vast lekker warm, met 43 graden. Of zouden er koelelementen inzitten? 
Deze showgirls hadden óók gewoon zin in een bakkie van de Starbucks 

Mijn favoriete tijdverdrijf



Die tweede dag hebben we aan het eind van de middag de Ierse Pub op gezocht. 


Die zit in New York New York, en vorig jaar aten we er erg lekkere Iers-Engelse hapjes. Nu namen we Fish & Chips, voorafgegaan door een House Salad. Het was verrukkelijk! De sla uitstekend aangemaakt, de chips ofwel frieten van groot formaat en duidelijk vers, en om het geheel af te maken vier grote moten kabeljauw in een knapperig gefrituurd deegjasje. Dit alles voorzien van bakjes sauce tartare en verse citroen. Hoewel niet zoals vroeger opgediend in een oude krant was er toch een poging gedaan tot authenticiteit door het geheel in een grote papieren zak te serveren. De vis was precies goed gegaard; Herman den Blijker zou goedkeurend een moot opengebroken hebben om hem daarna met zijn vingers in zijn mond te stoppen en smakkend tot het oordeel ‘’klasse!’te komen. Wij hebben deze taak maar overgenomen. Overigens deelden we ook nu weer de porties, dat bevalt heel goed.
In Fremont Street beleefden we opnieuw The Expierience, dit keer met een geweldig 'concert' van Bon Jovi. De hele meute op straat stond erbij te springen en te dansen. 






Ook heel grappig, we hebben het hier nu drie keer gezien: hele groepen die spontaan beginnen te line-dancen op popnummers! 


Iedereen die wil sluit aan. Het gebeurde ook nog een keer terwijl we naar een erg leuk popconcert luisterden en keken van de groep Fairchild. In Fremont Street zijn namelijk enkele podia, en zodra de Expierience is afgelopen nemen live-groepen het over.


Dansmariekes






Terug in het hotel, dat tevens een brouwerij is, dronk Bert nog een donker biertje en ik een Bloody Mary. Volgens mij zat er helemaal geen alcohol in, maar wel héél veel chili! Waaruit maar weer blijkt dat Marie hoe dan ook een pittige tante is.