zondag 11 augustus 2013

Dag 31 – 6 augustus: Las Vegas – Lone Pine

Dag 31 – dinsdag 6 augustus: Las Vegas – Lone Pine


In een merkwaardig oord genaamd Primm stopten we voor ons ontbijt. Merkwaardig omdat het, in ieder geval ogenschijnlijk, slechts bestond uit een achtbaan, een casino en het gebruikelijke pulkje benzinepompen met aanhangende fastfoodketens. Mazzel voor ons: daar was ook een Starbucks bij.
Een paar uur eerder waren we weggereden uit Las Vegas, na de tank nog even goed volgegooid te hebben. We hadden een lange rit voor de boeg. Ons eindpunt vandaag lag in Lone Pine, bij de gelijknamige campground. Om daar te komen moesten we wel eerst Death Valley doorkruisen. Deze keer deden we dat via Shoshone, als Scenic route aangegeven op de kaart. Dat klopte ook helemaal, een puur en droog woestijnlandschap. 



Ergens in die droogte stond een bordje waarop aangekondigd ‘China Ranch – Date Farm’. In namaak Chinese letters. Wat moet je je daar nu bij voorstellen, helemaal in de middle of nowhere? Een afspraakje met een paard? Een Chinese versie van boer zoekt vrouw?
Goed, afgezien van deze rariteit alsmede een eenzame katholieke kerk zagen we niets en niemand. Tegen het middaguur reden we Death Valley National Park binnen. Bij Zabriski Point stapten we uit om wat foto’s te maken, voor ons is het een van de mooiste plekken daar. 






De temperatuur was al flink opgelopen naar zo’n 44 graden. Hierna reden we nog de Mule Loop, niet zo lang maar wel mooi. 




De andere bezienswaardigheden lieten we grotendeels voor wat het was, afgezien van de Sand Dunes waar we ook nog even stopten.



Wil je het hele park optimaal benutten moet je er veel vroeger zijn en er echt tijd voor uittrekken. We hielden nauwlettend de autothermometer in de gaten. Het werd nog net iets warmer dan de vorige keer toen we hier waren: 1190F, dat is omgerekend 48,330C. Als er echt ergens een man bovenop een wolkje zit heeft hij vast hele lange haren, dat hij die föhn zo hoog heeft staan.
We kwamen langs wegwerkzaamheden. Dat wordt hier altijd mijlen van tevoren aangekondigd, en net als je denkt dat het wel vals alarm zal zijn staat er daadwerkelijk iemand op de weg met een vlaggetje te zwaaien. Dat was nu ook zo. Deze meneer maakte er een ware voorstelling van: hij pakte de pilon die de weg blokkeerde en wierp die met een zwierige salto de berm in: gaat u maar! Zo maak je je eigen werk leuk, hard nodig als er gemiddeld twee auto’s per uur passeren in genoemde temperaturen.

Als je het officiële parkgedeelte uit bent volgt nog een lange rit over de omliggende bergpassen. Death valley is immers omringd door hoge bergen en heeft als laagste punt 86 meter onder zeeniveau; deze geografische ligging zorgt voor de inderdaad soms dodelijke temperaturen.
Bij het Father Rowley uitzichtpunt stopten we weer even. Je staat hier op een punt met aan beide kanten een diepe vallei. Opeens dook er uit de ene vallei een vogel op, met een razende snelheid zo het leek. Hij maakte wel veel lawaai. Nauwelijks een milliseconde later werd het beest groter en groter, het was een straaljager! Die vlak over onze hoofden scheerde en aan de andere kant, nog geen honderd meter verder, de andere vallei weer indook. Indrukwekkend! Iedereen die stond te kijken was er even stil van.

Om een uur of zes reden we in Lone Pine de campground op. Hij staat nergens aangegeven, je moet het echt weten maar je rijdt gewoon de Whitney Portal Road in, komt langs de Alabama Hills en ziet dan aan je linkerhand de aanduiding. Alweer een prachtplek vonden we, met uitzicht en het gevoel alleen op de wereld te zijn. Het kan niet op! 





Geen opmerkingen:

Een reactie posten