donderdag 19 juli 2012

Dag 3 - 18 juli: New York




Om een uur of negen kwam Ampara (de gastvrouw) binnen met koffie, verse aardbeien, yoghurt en cruesli. Ze maakte daarmee een heerlijk ontbijt voor ons. We kwamen een beetje traag op gang daarna, en pas om 11.15 liepen we richting metro. Die is nog geen vijf minuten lopen, heel makkelijk. Het was alweer snoeiheet en erg vochtig. 

De eerste gang was naar de Openbare Bibliotheek. We waren er al geweest maar het is echt zo bijzonder dat we er toch weer een tijdje rondgekeken hebben. Daarbij geholpen door ongeveer driehonderd gillende en schreeuwende schoolkinderen die er een leuk uitje hadden. Geen idee wat ze daar nu precies deden, maar het zag er fris en vrolijk uit met alle gekleurde t-shirtjes die ze per school of summercamp aanhadden. Ze waren zo makkelijk herkenbaar voor hun begeleiders.
Trappenhuis bibliotheek

Een van de vele afdelingen met rijen en rijen boeken

Helemaal in stijl gelaten.....

...en voorzien van puntenslijpers!

Een studiezaal 

In het aangrenzende Bryantpark, een slap aftreksel van de Jardin de Luxembourg in Parijs, hadden we op een stoel kunnen gaan zitten om de voorbijgangers te bekijken. Maar aangezien het niet onze hobby is om vrijwillig geroosterd te worden kozen we toch voor een cafe met airco. Eigenlijk wilden we nog een ander gedeelte verkennen van de stad, maar de hitte werd te erg. We zijn dus teruggegaan naar ons appartement en hebben wat gelezen, ik schreef een stukje voor het blog en we fristen ons maar weer op onder de douche. Om een uur of vier betrok het buiten, en er barstte een gigantisch onweer los met veel inslagen vlakbij, althans, zo leek het. Wij zaten hoog en droog, maar moesten er om vijf uur weer uit om te gaan eten bij onze vriend Alex. Dat wil zeggen, in Queens Ristorante in Brooklyn, waar hij werkt. 

Om kwart over vijf durfden we het aan naar buiten te gaan. De regenponcho’s kwamen goed van pas daarbij en hielden ons redelijk droog.
Het was een hartverwarmend weerzien met Alex. We kregen een tafeltje toegewezen en de grote baas, die in werkelijkheid nog niet de 1.50 m haalt, bracht ons de kaart. We hadden net onze keuze gemaakt toen er al een voorafje voor ons neergezet werd, de onnavolgbaar lekkere mozzarella caprese, met warm gegrilde groenten. 


Mozarella Caprese
En er stond opeens een fles Montepulciano voor onze neus, niet de minste rode wijn. Zo ging het maar door. Het ene gerecht was nog niet op of het andere verscheen al. Steeds als hij even tijd had kwam Alex bij ons om een praatje te maken. 
Dikke vrienden!
Hij vertelde dat hij over zes  maanden teruggaat naar Colombia, voorgoed. Na tien jaar werken in New York wil hij nu weer de vrijheid hebben en vooral buiten zijn. Hij heeft een stukje grond gekocht waarop hij koffie gaat verbouwen, zijn vader is daar al bezig om alles in orde te maken. Onze volgende trip zou dus best eens richting Zuid-Amerika kunnen zijn…We hadden stroopwafels voor hem meegenomen in een delfts blauwe pot (goede tip, Gera), en Groninger koek om met zijn collega’s te delen. Dat vond hij natuurlijk geweldig. Toen moesten we ook nog even mee naar de keuken, om daar kennis te maken met de eigenaar/chef-kok. Die vond het erg leuk om ons te zien, de vorige keer was hij er niet namelijk, toen hebben we wel zijn broer ontmoet. Wij vonden het vooral interessant om de keuken in vol bedrijf te zien. Een man of 12 waren er aan het werk, en alles liep op rolletjes zo te zien. Dat moet ook wel als je tot de top behoort in NY.
Eind van het liedje was dat we wederom niets mochten betalen. We hebben ernstig aangedrongen maar zonder succes. Nu blijven we via Facebook in contact, dat is dan toch een prachtig medium. Na een hartelijk afscheid namen we de metro terug, het was behoorlijk afgekoeld buiten en alles rook fris door de regen. 
Morgen de laatste dag hier!


Dag 2 - dinsdag 17 juli: New York


Niet eens zo héél vroeg werden we wakker vanmorgen, om zes uur. Na een kop koffie bij de benedenbuurvrouw (wij zitten in het appartement van haar dochter) vertrokken we richting Downtown. Met een weekkaart voor de Metro togen we naar Chambers Street, om te ontbijten bij Le Pain Cotidien, een Belgische keten van dagrestaurants waar ze heerlijke natuurlijke producten verwerken in hun maaltijden. En, niet onbelangrijk, de koffie is geweldig.

Ontbijt bij Le Pain Quotidien
Na het ontbijt maakten we ons op voor een dagje wandelen door Zuid Manhattan. Omdat het bloedheet was waren we echter iets sneller dan anders geneigd om maar weer een stukje met de metro te doen. Opeens pakte Bert’s kaartje niet meer, en ik was al in het station. Tja, en dan komt meteen de behulpzame Amerikaanse aard weer om de hoek kijken: een mevrouw haalde zonder aarzeling háár kaartje door de lezer, zodat Bert toch óók mee mocht. Wat natuurlijk een stuk gezelliger was.
We waren trouwens vergeten een föhn mee te nemen, maar die heb je hier ook niet nodig in de zomer: de wind gedraagt zich als een haardroger op de hoogste stand! Zo heet, nog nooit eerder hebben we dat meegemaakt. Zelfs niet in Death Valley waar de temperatuur makkelijk kan oplopen tot 50 graden.
We slenterden al met al toch weer urenlang door de stad, er is zoveel te zien. Wel af en toe onderbroken door een ‘koeltemoment’, even een Starbucks induiken voor een verfrissend drankje in de airco. Hoewel….Bert bestelde op een goed moment een cappuccino, en de man achter de tap zei enigszins verwonderd “but that is a HOT drink!”  Ach ja, ieder z’n smaak.
Onderweg wilde ik onze vriend Alex bellen, vanuit een public Phone. Niet echt een fijne bezigheid: die dingen staan altijd volop in de zon dus je kunt maar beter ovenwanten meenemen. En laat ik die nu vergeten zijn.
 Het bellen lukte niet helaas, en ik wilde mijn quarter terugpakken uit het vakje. Mijn vingers grepen in iets zachts, in plastic….bah...ik keek, en zag een zakje weed! Waarschijnlijk was deze telefooncel dus een doorgeefluik. We hebben het maar laten liggen, hoewel we misschien ook onze inkomsten leuk hadden kunnen aanvullen. Met het anti-drugsbeleid in de VS in gedachten leek dat echter niet zo’n goed idee.



Het nieuwe WTC gebouw 

Deze meneer maakt ook een foto van het nieuwe gebouw op Ground Zero

Verleden tijd

Cactusvruchten


De andere kant.....

De Chinese gemeenschap verdiept in het spel

Bij de haven


Onze gastvrouw had ons getipt over de tentoonstelling The Bodies, ook in Nederland geweest maar daar hadden we hem gemist. Omdat het vooruitzicht langere tijd in een koele ruimte te kunnen verblijven ons wel aanstond en het museum mooi op de route lag hebben we het maar in ons programma opgenomen, en we hebben er geen spijt van gehad! Onvoorstelbaar, hoe zo’n menselijk lichaam in elkaar zit. Dat je toch gemiddeld genomen zo lang kunt leven, wonderlijk.
Hierna waren we toe aan een hapje eten en dat deden we bij Junior’s, vermaard om hun cheesecake. Die we echter niet genomen hebben, het was tijd voor iets hartigs. En omdat het binnen lekker koel was deed Bert zich tegoed aan een flinke hete bak uiensoep (ik hield het bij een tonijnsandwich).
 We vonden het toen wel even mooi geweest, het was inmiddels half zeven, en we storten ons in het spitsuurgeweld van de metro. Wel héél fijn dat die ook airco hebben! We waren van top tot teen doorweekt geraakt omdat het niet alleen heel warm maar ook heel vochtig was, en dat had natuurlijk tot gevolg dat je het door een airco weer koud krijgt. Het is ook nooit goed….
’s Avonds gingen we naar Central Park, alwaar een concert gegeven werd door het New York Philharmonisch Orkest. Het was fantastisch, tenminste, dat denken we, want het bleek de avond ervoor geweest te zijn. Al met al waren we toch weer twee uur onderweg, nog steeds in een snoeiende hitte. Het water wat we dronken kon je enkele minuten later ongeveer alweer opvangen in een flesje, een bijzonder geval van recycling.
Ons appartement is gelukkig heerlijk koel, en we sliepen in no time. Hoezo jetlag??

woensdag 18 juli 2012

Dag 1 - 16 juli: Amsterdam - New York


Vanmorgen extra vroeg opgestaan. Hoewel alles al klaar stond heb je toch altijd meer tijd nodig dan gewoonlijk als je op reis gaat. Gisteren, toen we de tassen wogen, waren we verbaasd over het lage gewicht: één van 14 kg en één van 16,4 kg. Het gewicht van de tassen zelf is al ongeveer 7,5 kg bij elkaar. Alleen heel dure tassen wegen wat minder, maar bij onze ramsjtassen is dat natuurlijk niet aan de orde. Verder zitten onze 7,5 cm dikke slaapmatten erin, donsjacks, twee Groninger koeken om cadeau te geven en de nodige kaarten plus reisgidsen. Naast de benodigde kleren dus wel zo’n beetje alles wat noodzakelijk is. Hoe kon het dan zoveel lichter zijn? Ook de rugzakjes waren licht, 5 en 7 kg. Waren we misschien iets belangrijks vergeten? Na enig nadenken konden we maar tot één conclusie komen: de boeken! Als je overstapt van papier naar een elektronische versie levert dat dus een overduidelijke gewichtsbesparing op! En nu hebben we zelfs toch nog iets aan ‘echte’ boeken mee, omdat we (nog) maar één ereader hebben: de tweede kopen we in de V.S.  Hoewel we aan een fysiek tastbaar boek altijd de voorkeur zullen blijven geven is het op reis een fantastisch gegeven.
Goed, gepakt en gezakt vertrokken we met de trein van 8.07 uit Groningen. Inger zette ons af en zwaaide ons uit. 
We hoefden pas om 12.00 op Schiphol te zijn, onze vlucht naar New York via Dublin vertrok om 15.00. Natuurlijk hadden we drie kwartier vertraging. Alle keren dat we afgelopen jaar met de trein gegaan zijn hadden we minimaal een half uur vertraging, maar ook een keer drie uur…..
Ruim op tijd arriveerden we op Schiphol. We zochten eerst een Etos op omdat we nog een kofferriem moesten hebben en ze daar meestal goed voorzien zijn van zulke attributen. Zo ook nu gelukkig. We liepen vrolijk pratend richting incheckbalie, tot ik me opeens afvroeg waar ons kleine handbagagerugzakje gebleven was…..Bert had het niet…..gauw teruggerend en ja hoor, daar stond het, als een verdwaald kind braaf te wachten bij de ingang van de winkel. Als het veel langer had geduurd was Schiphol waarschijnlijk ontruimd vanwege een onbeheerd achtergelaten tas!



Daarna verliep alles voorspoedig. Het was ontzettend rustig en we konden zo aanschuiven bij de incheckbalie. Bij de douane was geen mens te bekennen dus ook daar waren we zo doorheen. We vlogen  met AerLingus, een Ierse maatschappij. Dat hield automatisch een tussenstop in Dublin in. Daar aangekomen moesten we rennen om de vlucht naar New York te halen en dan is zo’n vliegveld heel groot…maar net op tijd kwamen we bij de gate, tien minuten voor vertrek. Wel gek, iedereen zat er nog heel rustig te wachten, vertraging zeker. Uiteindelijk duurde het een uur vóór we door de slurf mochten. En pas op dat moment kwamen we erachter: er is een uur tijdsverschil! Heel stom natuurlijk. Maar ze doen niet zo erg aan klokken in Ierland, anders was het vast eerder opgevallen.

We zaten redelijk, Bert aan het gangpad zodat hij nog een klein beetje zijn benen kon strekken. AerLingus is een lowbudget maatschappij, dat merk je ook wel. Zo kwamen ze maar één keer langs met drankjes terwijl je juist veel moet drinken op zo’n lange vlucht. Maar verder was het prima, om 19.00 plaatselijke tijd landden we in New York. Ook dáár geen rijen, de bagage hadden we binnen een paar minuten en om 19.30 zaten we in de taxi.  
De chauffeur was uitermate behulpzaam. Hij belde met onze contactpersoon om te horen of het allemaal klopte en reed niet weg vóór hij haar naar buiten zag komen: hij wilde ons beslist niet zomaar achterlaten.

Alejandra nam ons mee naar haar appartement, wat licht en ruim was. De vloer lag bezaaid met snippers en overal lag troep. Behalve in ‘onze’ slaapkamer, die was netjes. Ze verontschuldigde zich, was zelf net thuis en zou alles opruimen. 
Ons appartement. De slaapkamer en badkamer staan niet op de foto's.

De keuken









Wij waren inmiddels zo doorgestoofd door de hitte en van moeheid dat het ons allemaal niet uitmaakte. We wilden nog even iets gaan drinken en dan slapen.
Toen we de deur uitstapten kwam de moeder van A. op ons af. Ze wilde graag iets voor ons koken, maar wel vegetarisch. Tja, en dan zeg je geen nee. Dus luttele minuten later zaten we in háár appartement, twee verdiepingen lager. Ze schotelde ons een heerlijk licht maaltje voor met een lekker glaasje rode wijn erbij. Tenminste, dat dachten we, tot we een slok namen. Mierzoet! Het bleek Dubonnet te zijn, een aperitief. Brrr!! 
Daarna hebben we nog een klein rondje gelopen buiten. Bij terugkomst bleek het appartement opgeruimd, en het is echt prachtig. Doodop maar tevreden doken we ons bed in.

Introductie

Voor de derde keer op rij gaan we de Verenigde Staten met een bezoek vereren. Dit jaar starten we in New York, na vier dagen vliegen we dan door naar Denver. Daar hebben we een maand een auto gehuurd zodat we ruimschoots de tijd hebben om achtereenvolgens South Dakota, Colorado, Nevada, Utah en New Mexico te bezoeken. Overigens ligt er behalve de vluchten niets vast, dus we kunnen naar  bevind van zaken handelen. Na deze rondreis vliegen we van Denver naar Chicago waar we ook weer vier dagen bljven alvorens via New  York weer naar huis te vliegen.
Alle noodzakelijke kampeerspullen hebben we online besteld bij de WalMart, het ligt voor ons klaar in een vestiging vlakbij het vliegveld in Denver. Mochten we het onverhoopt niet op kunnen halen vervalt gewoon de betalingsverplichting. Handig!
In New York logeren we in een appartement wat we via onze vriend-van-de-portemonnaie (zie blog 2010, dag ¾) aangeboden hebben gekregen. Geen idee of het wat is, we zien wel. De wijk net buiten Manhattan lijkt prima, Astoria.
We proberen weer elke dag een stukje te schrijven, maar we zullen het niet steeds direct kunnen plaatsen. Internet is nu eenmaal meestal niet voorhanden op bijvoorbeeld 3500 m hoogte.
Genoeg nu, we gaan van start!



vrijdag 2 september 2011

Dag 45 - 31 augustus: thuiskomst

Dag 45 – woensdag 31 augustus: weer thuis

De vliegreis verliep voorspoedig, zij het met enige vertraging. Door een computerstoring konden de papieren betreffende de lading niet op tijd afgeleverd waardoor het vliegtuig anderhalf uur aan de grond gehouden werd. Door harder te vliegen hebben we weer 35 minuten daarvan ingelopen. Na ruim elf uur kwamen we aan in Düsseldorf. Net als op de heenweg moesten we lang op de bagage wachten, zo lang zelfs dat sommige mensen al doemscenario’s begonnen rond te strooien: vast allemaal in het verkeerde vliegtuig beland….maar gelukkig was dat niet waar, en na drie kwartier konden we dan eindelijk ons afhaalcomité in de vorm van onze dochters begroeten. Geen spandoek, zoals vorig jaar, maar het kan niet altijd feest zijn. Om af te kicken dronken we koffie bij de Starbucks en zetten daarna koers naar Groningen. Tja, en dan kom je thuis en lijkt het alsof al die weken zomaar wegvallen. Vreemde gewaarwording is dat toch altijd. Maar met de verhalen kwamen ook de herinneringen weer terug, en de komende tijd zullen de foto’s daar ook zeker een handje bij helpen. Evenals de verhalen op dit blog.

Dit jaar heb ik veel in de auto geschreven, op saaie stukken weg. Dat is het voordeel van blind typen: ik kan rondkijken en typen tegelijk. Omdat ik genetisch bepaald dan ook nog kan multi-tasken is het helemaal appeltje eitje natuurlijk (hoewel dat van dat multi-tasken wetenschappelijk in het geheel niet bewezen is).
Net als vorig jaar hebben we weer ontzettend genoten. De natuur is onnavolgbaar mooi, het kamperen is hier fantastisch en autorijden een heerlijkheid. Wat ons betreft blijft Amerika dus ons favoriete vakantieland voorlopig. De kust hoeft niet meer, maar het binnenland des te meer. Colorado moet ook prachtig zijn en eventueel een weerzien met Bryce en bijvoorbeeld Moab is ook niet uit te sluiten.
We kijken nu met iets kritischer blik dan vorig jaar, toen alles nog nieuw was. We hebben redelijk welvarende streken gezien, maar zeker veel meer armoede. Hele straten staan leeg, alle huizen zijn te koop. Mensen moeten keihard werken voor een bestaan op het minimum en er is nauwelijks een vangnet. Dat is schrijnend om te zien.
Op de campgrounds zie je campers van het formaat dubbeldekkerbus, waar dan twee mensen in ‘wonen’. Ook zie je hele gezinnen kamperen in twee of drie tentjes, van het formaat van die van ons. Het is goed mogelijk goedkoop vakantie te vieren op die manier, omdat je per plek betaalt. Voor zo’n vijftien dollar kun je met z’n achten op een plek staan. Men trekt er hier sowieso vaak op uit in de weekenden, mogelijk ook omdat de vakanties beperkt zijn tot twee weken per jaar.
Wat ook echt opvalt is het enorme aantal kerken, van verschillende kerkgenootschappen. Waar hier in Nederland de godshuizen omgebouwd worden tot buurtcentra of restaurant, spelen ze in de VS nog steeds een hoofdrol. Het lijkt me moeilijk om je, als je als buitenstaander in een plattelandsgemeente gaat wonen, te onttrekken aan de plaatselijke mores wat dat aangaat. Ik denk dat je dan al gauw buiten de boot valt. 
Wat we zeker gaan missen in Nederland is de ongelooflijk ontspannen manier van autorijden. Hier moet je je als voetganger haasten om over te steken, daar kun je er vanuit gaan dat je dat op je gemak kunt doen: alle auto’s stoppen al op een kilometer afstand ongeveer en gaan pas weer rijden als jij veilig aan de andere kant bent aangekomen. Ook invoegen op de snelweg gaat in de VS erg soepel.
Hoe dan ook, het was een prachtvakantie. Maar eens zien wat het volgend jaar wordt. Als het aan ons ligt……



Tot slot wil ik alle bekende en onbekende mee-lezers  bedanken, mede namens Bert, voor de reacties. Soms gekoppeld aan een bericht, soms privé, per mail. Dat maakt het schrijven extra waardevol.
Dus wie weet, tot een volgende keer! 

Dag 44 - dinsdag 30 augustus: terug naar huis!


Dag 44 – dinsdag 30 augustus: San Francisco naar Düsseldorf.

Ons afscheidsetentje bij de Hungry Hunter stelde ons niet teleur: het was geweldig. Net als vorig jaar smolt het vlees op je tong, en hier weten ze dat je groenten niet tot pap moet koken maar ze juist beetgaar laten. Zeer voldaan liepen we dan ook de honderd meter terug naar het motel. Dat had de volgende ochtend voor de verandering eens een goed ontbijt, in onze ogen dan. We konden gewoon brood roosteren en dat is voor ons precies goed. Meestal bestaan de ontbijtbuffetten, áls ze er al zijn, uit wat ondefinieerbare voorverpakte zoetigheden die je na verorbering ontheffen van het nuttigen van enig ander voedsel die dag, zo hoog is de calorische waarde ervan. Deze keer hadden we dus geluk. De bagage hadden we gisteren al gewogen, maar nu kwam het op het definitieve oordeel aan. Zo’n wegertje is toch van onschatbare waarde! We zaten wat de handbagage betreft exact op het aantal kilo’s dat was toegestaan (6 kg voor het ene rugzakje, 8 kg voor het andere, waar ook de laptop inzat). De grote tassen bleven zelfs enkele kilo’s onder het toegestane gewicht. En dat inclusief matrasjes, pannen en ander kampeerspul. Niet gek dus.
Om elf uur moesten we uitchecken en de vlucht zou pas om 18.00 plaatselijke tijd vertrekken. Toch zijn we toen maar vertrokken. Eerst de auto afleveren, dat was een fluitje van een cent. Bij de balie moest ik nog het geld terugvragen van de motorolie die we gekocht hadden (zie verslag Mt St Helens) maar ook dat gaf geen problemen. Daarna met de airtrain naar de luchthaven. We waren veel te vroeg natuurlijk en nestelden ons met alle tassen in een boekwinkeltje annex café. Heel klein, maar prettig om te zitten en wat te lezen. Na tweeënhalf uur, plotseling vloog de tijd toch weer, begaven we ons naar de loketten om in te checken. We waren de eersten ongeveer en hoefden niet te wachten. Wel moesten de slotjes van de tassen af in verband met douanevoorschriften. Alle andere keren dat we hiervandaan vlogen (nou ja, alle, dit was de derde keer) hoefde dat niet. Maar goed, we hebben ze braaf verwijderd. De douane vond Bert er erg verdacht uitzien. Hij moest dan ook een bodyscan ondergaan. Je moet dan in een soort ruimtecapsule gaan staan, je handen omhoog doen en wachten tot je opstijgt geloof ik. Dat laatste gebeurde niet maar het ding sloeg wel op hol: alle alarmbellen gingen rinkelen. Bert werd toch weer vrijgelaten en mocht zelf meekijken naar de scan, die duidelijk aangaf dat hij wel op zes punten Gevaarlijke En Waarschijnlijk Explosieve objecten bij zich zou dragen. Nader onderzoek wees uit dat het ging om de metalen knopen op zijn broekzakken…..maar ze vertrouwden het toch niet helemaal. Er werd dus ook nog een palmscan gemaakt. Over zijn handpalmen werd met een vochtige doek gewreven, waarna die doek gescand werd door de computer. Waarschijnlijk om naar kruitsporen te zoeken of zoiets…. Hij bleek gelukkig minder staatsgevaarlijk dan men in eerste instantie dacht en werd ontslagen van verder onderzoek. Hèhè….ook weer achter de rug. Het rugzakje met de pannen, wat normaal gesproken altijd op een grondige visitatie kan rekenen, werd ongemoeid gelaten. Na dit avontuur waren we toe aan de volgende stap: de bestellingen van de dochters bij elkaar zoeken in de taxfreeshop. Met enige hulp van vriendelijke, doch onverstaanbare Chinese dames is dat uiteindelijk ook gelukt.
Inmiddels waren we al flink door de tijd heen geschoten. We posteerden ons in het enige etablissement dat er op het vliegveld in de taxfree zone te vinden is en spendeerden onze laatste dollars aan een klein hapje en iets te drinken. Natuurlijk werd er ook een sanitaire stop gemaakt. Hier hebben ze van die moderne handendrogers, waar je je handen in moet stoppen om ze vervolgens langzaam omhoog te halen. Nou, als je wilt weten wat je échte leeftijd is moet je dat doen. Het vel wordt zo ongeveer van je botten geblazen en laat zich vol overtuiging extra rimpelen. Geef mij maar ’n papieren handdoekje, véél te confronterend allemaal….
Nu is het bijna tijd om te boarden. Ik sluit de laptop en plaats dit bericht als we terug zijn in Nederland.
Dat was onze tweede grote reis in de Verenigde Staten……. 

dinsdag 30 augustus 2011

Dag 43 - 29 augustus: van Sacramento naar San Francisco

Dag 43 – Maandag 29 augustus: van Sacramento naar San Francisco


(voor wie wil: de foto's zijn nu vanaf dag 37 helemaal bijgewerkt. En voor wie het niet wist: dubbelklikken = vergroten, met de 'back'knop van je browser kom je daarna weer terug in het blog)

Dat was de laatste keer in een tentje voorlopig. Waarom we dat kamperen op deze manier nu zo heerlijk vinden weet ik eigenlijk niet. Het is bijvoorbeeld heel vervelend als je er ’s nachts uitmoet en daarbij over de ander heen moet kruipen in de hoop dat je daarbij zijn of haar ledematen niet breekt; vervolgens de rits van de deur zoekt maar per ongeluk de rits van het muskietendeurtje te pakken hebt; als je dan de tent eindelijk open hebt moet je nog je slippers zien te vinden die onder een dubbelgeklapt zeiltje liggen; de weg naar de w.c. zoeken (of naar een afgelegen boom en hopen dat je daarbij niet in de greppel valt)); en tenslotte proberen de weg weer terug te vinden in de hoop dat je geen beer tegenkomt, waarna voorgaand verhaal zich in omgekeerde volgorde nogmaals afspeelt en afgesloten wordt met de worsteling om weer in je slaapzak te komen.
Maar toch blijft het onze favoriete manier om vakantie te houden….want wat is er heerlijker dan ’s ochtends vroeg met de vogels op te staan, je brandertje op de tafel te zetten en de lekkerste koffie te zetten die er maar bestaat? Om ’s avonds om je eigen kampvuurtje te zitten en al mijmerend voor je uit te staren? Je slaapzak in te kruipen in je kleine tentje en het daarin heerlijk warm te hebben? Moeilijk uit te leggen aan niet-kampeerders. Het een is ook zeker niet beter dan het ander, maar dit is voor ons nu eenmaal puur genieten. Zo heeft ieder zijn eigen manier.
De hele zomer hebben we gespeurd naar pelikanen. We hebben er wel wat gezien, maar deze ochtend kwamen ze ons als het ware uitzwaaien. Een koppel van zes stuks streek neer aan de korte kant van het meer. Toen begonnen ze, als waren het politiemensen op zoek naar bewijs in een weiland, het meer systematisch van vis te ontdoen. Ze doken met hun kop naar beneden, schudden eens flink met hun snavel en slokten zo de ene na de andere vis naar binnen. Ze deden er ongeveer tien minuten over, toen waren ze aan de andere kant van het meer en was het ontbijt achter de kiezen. Schitterend gezicht! Alleen de vissers, die vissen achter het net…..

Aanvallûh......





En de ganzen op de kant keken verbijsterd toe....het was toch hún meer??


De eigenaars van het meer

Wij hadden werk te doen. We moesten alles uitzoeken voor de Goodwill en onze tassen zó inpakken dat het gewicht min of meer gelijk verdeeld was. Dat lukte allemaal voorspoedig en na deze inspanning was een douche wel op zijn plaats (38 graden nog steeds). Om klokslag twaalf reden we weg. Bij de Starbucks dronken we ijskoffie en aten we een verrukkelijke Morning Bun. Ik weet niet of ze die bij de Nederlandse filialen ook hebben, maar het houdt het midden tussen suikerbrood en een muffin. Warm zijn ze het allerlekkerst.
Aldus gesterkt begonnen we aan het allerlaatste traject: San Francisco International Airport. Omdat we helemaal geen haast hadden reden we binnendoor, via de 160. Heel grappig, alsof je langs de IJssel reed, zo’n Hollands aandoend landschap. Enige verschil: de eindeloze wijngaarden die de weg flankeerden. 






Ze hadden er heel aparte ophaalbruggen ofwel drawbridges die eruit zagen alsof iemand zich ernstig had uitgeleefd met zijn meccanodoos. Elke keer als je eroverheen reed had je het gevoel dat je ook hebt als je het boodschappenwagentje van Albert Heijn over de grote inloopmat duwt: je kunt hoe dan ook niet rechtuit. Ik vraag me af wat er gebeurt als je heel hard over zo’n brug gaat, volgens mij kun je dan echt je stuur niet recht houden.




Na het landelijk gebeuren kwamen we in de drukke omgeving van San Francisco terecht. Slechte wegen, zes banen tegelijk, veel verkeer. Maar we hadden ons goed voorbereid en de route exact uitgeschreven. Dat bracht ons vlot op de juiste plek. Het motel was schoon en prettig ingericht. Bovendien, niet onbelangrijk, het lag op loopafstand, zelfs op kruipafstand indien noodzakelijk, van ons favoriete restaurant: the Hungry Hunter. Daar waren we vorig jaar en we waren aangenaam verrast door de kwaliteit van het eten. Dus vanavond gaan we daar weer eten, een mooie afsluiter!