donderdag 26 september 2019

Dinsdag 24 september – dag 31: Santa Fe


Het voordeel van een beetje afzien bij het kamperen is dat je twee keer zo lekker slaapt als je weer eens in een echt bed ligt. En dan ook nog eens een douche op twee passen afstand, wat een luxe! Ik haalde koffie bij de receptie en we namen alle tijd. Na het douchen ontbeten we in het Modern General, ook daar hebben we dit jaar geen foto van gemaakt. Hier dus de link: https://moderngeneralfeedandseed.com


Vandaag hadden we drie doelen: het Georgia O’Keeffe Museum, het New Mexican Art Museum  en de Encaustic Art Gallery waar werk van onze nieuwe vriend Nard moest hangen (zijn website: www.nardclaar.com) Een dagje kunst dus. Het museum van Georgia O’Keeffe lag op een kwartiertje lopen van ons motel. Het was er druk, wat niet zo gek was want zij was de beroemdste vrouwelijke artiest van Santa Fe. Eerst bekeken we maar eens de film die over haar leven gemaakt was. In deze documentaire van een kwartier kregen we een aardige indruk van deze ons tot dan toe redelijk onbekende vrouw, die met onverdroten energie en bevlogenheid vanaf haar vroege jeugd de schilderskwast hanteerde, wat in die  tijd erg ongebruikelijk was.. Haar werk laat zich niet zo makkelijk omschrijven. Zij schilderde in verschillende stijlen, soms heel gedetailleerd en soms min of meer kubistisch-realistisch. Ik denk dat je het het beste kunt karakteriseren als modernisme.  Lang niet iedereen vond haar werk mooi, vooral de mannelijke collega’s hadden moeite met haar kleurgebruik. Haar meest bekende werken bestaan uit gigantische uitvergrotingen van bloemen in meest pasteltinten. Persoonlijk spreekt me dat niet aan, maar wie ben ik: het duurst verkochte schilderij ooit door een vrouw geschilderd was van haar hand,  het bracht $44,4 miljoen op... Wat ik wél mooi vond was haar interpretatie van de woestijn in New Mexico, totaal anders dan haar  uitgesproken organische schilderijen. Smaken verschillen nu eenmaal, en dat is maar goed ook.

Precies zo'n bank had O'Keeffe ingebouwd in haar huis.
In het midden een vitrine met daarin het skelet van een ratelslang











Na anderhalf uur waren we wel uitgekeken. Het is een klein museum, wat ik altijd fijn vind omdat ik dan echt de concentratie kan opbrengen. Hoewel, ik herinner me een keer in het Metropolitan Museum in New York, daar hadden we wel drie dagen door kunnen brengen. Maar goed. We liepen naar buiten,  terug naar het centrum om daar wat te drinken. Aan het Plaza is het heel gezellig zitten, het doet echt zó erg aan Mexico denken! We verbaasden ons er zelfs af en toe over dat er zoveel Engels gesproken werd…


Onderweg kom je natuurlijk ook het een en ander tegen

Het New Mexican Art Museum was een enorme verrassing. Zoals de meeste gebouwen hier in adobe-stijl gebouwd, dat alleen is al een feest voor het oog. We konden toevallig aansluiten bij een rondleiding  - ‘als je het niet interessant vindt kun je gewoon je eigen gang gaan hoor’, zo verzekerde ons het meisje aan de kassa – en dat was een goede zet. Zo hoorden we dat er in vijf verschillende ruimtes elke zes weken andere jonge, veelbelovende kunstenaars mochten exposeren, dus dertig per jaar. Daar hing echt prachtig werk bij. Zoals veel meer werk in dit museum ons aansprak, niet in de laatste plaats de beelden die in de aanpalende beeldentuin te zien waren. En dan was er ook nog een schitterend aangelegde en onderhouden binnentuin, met op de muren moderne fresco’s aangebracht.  Een feestje, vonden we!















Aldus geestelijk gevoed togen we op weg naar de laatste culturele uitspatting: de Encaustic Art Gallery. Het was nog niet heel eenvoudig die te vinden, en zelfs de navigatie stuurde ons iedere keer een andere kant op. We kwamen terecht in een ander Santa Fe, in een buurt waar je ’s avonds liever niet alleen over straat zou gaan. Maar  uiteindelijk vonden we dan toch de galerie, die zichzelf liever als museum aankondigde en daaraan het recht ontleende een toegangsprijs van $10 p.p. te vragen. Nu hadden we al een en ander uitgegeven aan cultuur vandaag, en een blik naar binnen overtuigde ons niet bepaald om daar nog eens een schepje bovenop te doen. Bert ging toch maar even vragen of er inderdaad werk van Nard te zien was, en toen mochten we er zonder te betalen in om het te bekijken. Dat was dan wel weer aardig. We vonden het jammer dat er maar één schilderij hing, we hadden graag meer gezien.


Het was vijf uur toen we terug kwamen in het hotel. Tijd om na te praten, het was een ontzettend leuke dag geweest! ’s Avonds aten we wederom in de Vinaigrette, waar we nu, wijs geworden door gisteren, allebei als toetje de lemon-cheesecake namen. Je eet in feite een pakje boter, maar o wat was het lekker! En nu nadert het einde van de reis. Morgen maken we een lange autorit, over de Interstate 40, naar het Homolovi Ruins State Park, waar we gaan kamperen. Van daaruit bezoeken we dan de Painted Desert en het Petrified Forest. Daarmee zijn we dan ook goed op weg naar Las Vegas, van waaruit we volgende week maandag weer terugvliegen. Maar daar denken we liever nog even niet aan.
  

Maandag 23 september – dag 30: Heron Lake – Santa Fe


Ook wel weer eens leuk: opstaan en géén ijs in de waterfles vinden. Gisteren zat er een laag van 5 cm dik in en het duurde echt wel even voor dat ontdooid was. Hier, aan dit prachtige meer, was daarvan allemaal geen sprake. Het was helemaal niet koud geweest vannacht. In de zon genoten we van onze koffie en de plek. We konden heel rustig aan doen, Santa Fe was onze volgende stop en dat was niet ver weg. Het stel in de tent een eind verderop was ook aan het inpakken zodat we het terrein helemaal leeg achterlieten. Over een week zou het zelfs helemaal gesloten worden, het seizoen was afgelopen.  Dat is iets waar je hier wel altijd rekening mee moet houden: in juni kunnen er nog campgrounds gesloten zijn vanwege de sneeuwval (afgelopen juni lag er op sommige plekken in Colorado bijvoorbeeld nog anderhalve meter sneeuw) en in september sluiten ze soms ook al vroeg in de maand als er slecht weer verwacht wordt. Aan de andere kant blijven ze ook langer open als het goed weer is. Van tevoren checken is dus aan te raden.



Nog wel even water bijvullen, dat is er lang niet altijd op een campground.
Daarom hebben we altijd tien liter bij ons, waarvan we sowieso al drie gebruiken
om het vuur uit te maken 's avonds

In Santa Fe hadden we gisteren (zo handig, een prepaid simkaart met databundel!)  Motel 6 Downtown Plaza weer besproken. Dat was niet alleen leuk geprijsd, we betaalden $69 per nacht, maar ligt ook heel gunstig. In tien minuten loop je naar het centrum en aan de overkant kun je heerlijk ontbijten bij Modern General. Dat is een hippe maar ook wat zweverige tent waar ze niet alleen verantwoorde doch smakelijke happen serveren maar ook boeken, keuken- en tuinartikelen verkopen. Die niet bepaald laaggeprijsd zijn maar door de manier van etaleren wel cachet aan de zaak geven. Ernaast ligt restaurant ‘La Vinaigrette’ waar ze voornamelijk salades, soep en sandwiches in de aanbieding hebben. Ook al zo’n leuke, sfeervolle eetgelegenheid. 


We waren aardig op tijd in het motel, zo rond half vier. Omdat we hier voor de derde keer waren hoefden we niet zo nodig meteen iets te ondernemen. We installeerden ons op het kingsize bed, groot genoeg voor minstens zes personen, en vermaakten ons met lezen en bloggen. Omdat we niet door onze wijnvoorraad heenkomen – hoe kan het he? – maakten we om een uur of zes maar een fles open en dronken een glas uit de plastic bekertjes van het hotel. Tegen half acht kregen we trek. Bij de Vinaigrette namen we allebei een grote kom soep, Bert de Cajun Gumbo met veel garnalen en ik de Mushroom Stew. Anders dan de naam van de laatste doet vermoeden was het  geen gebonden soep maar een heldere bouillon, zeer rijk gevuld met eekhoorntjesbrood en nog zo het een en ander. We smulden allebei van deze uitstekend klaargemaakte gerechten. De afsluiter was helemaal fantastisch. We deelden samen één Lemon Cheesecake, dat wil zeggen, ik bestelde hem want Bert wilde geen toetje. De ober, waarschijnlijk door ervaring wijs geworden, gaf ons toch allebei een vorkje. En toen moest ik alsnog vechten voor mijn deel, want Bert vond hem zó lekker dat hij hem liefst alleen op wilde eten ;) Het was dan ook de allerlekkerste cheesecake die ik ooit gehad heb. We hebben er deze keer geen foto's gemaakt maar voor de geïnteresseerden hier de link: https://www.vinaigretteonline.com/


Terug in het hotel hadden we de pijp wel uit. Ik gooide nog een blogpost eruit en Bert las wat in z’n zoveelste boek (wat een uitkomst, die e-readers!). En met het vooruitzicht het in elk geval niet koud te hebben sukkelden we in slaap in ons veel te grote bed.      



woensdag 25 september 2019

Zondag 22 september – dag 29: Creede – Heron Lake (New Mexico)


‘Alleen als ie ijs- en ijskoud is!’ Deze slogan van Jägermeister uit 1992 was vanmorgen op ons van toepassing. Het was namelijk -8 geweest vannacht. En wij waren, eenmaal uit de slaapzak, ijs- en ijskoud geworden. Het enige wat we konden doen was zo snel mogelijk naar de lobby om ons daar wederom te laven aan warme koffie. De kring van wijze mannen zat al op ons te wachten, belust op een beetje sensatie. Waren we bevroren geraakt, of konden we al onze vingers en tenen nog bewegen? Nou, dat viel nog best mee. En toen zoon Philbern ons zo eens aanzag kwam hij langs met twee grote appelflappen, huisgemaakt. Zo kon ons motortje weer langzaamaan gaan branden. We keken wat in het rond, overal hingen oude gereedschappen en andere parafernalia. De baas, die als enige van de manschappen was blijven zitten, vertelde dat we de gang maar eens in moesten lopen. Daar hingen allemaal foto’s van hem en John Wayne. Die kwam vroeger namelijk regelmatig logeren in de Blue Creek Lodge. 

Toen we dat uitgebreid bewonderd hadden deed hij het hekje van de keldertrap voor ons open. Daar moesten we ook maar eens kijken. Zelf kon hij die trap niet af dus gingen we samen. Om terecht te komen in een opslagplaats met nog veel méér oude attributen. Rijen met vleesmolens, snijbonenmolens, boren, zagen, flessen, pannen, paardentuig,  zelfs een oude parkeermeter die iemand kennelijk gesloopt had. Verder stonden er ontzettend veel lege dozen van televisies en andere elektronica. Een koffiezetapparaat, half uit de verpakking. Tientallen stoelen en tafels. Een oude houtkachel. Teveel om op te noemen! Ook was iemand begonnen met een muurschildering maar die was nooit afgekomen. We keken onze ogen uit. Helemaal onder de indruk van dit rariteitenkabinet kwamen we weer boven, waar nu iedereen weg was.


Uitzicht vanuit de lobby

De lobby zelf is ook al een rariteitenkabinet

Deze beer heeft het er niet levend afgebracht, hij stond hier bij de ingang










Op de keldertrap lagen wat kogelhulzen. In de kelder zelf lagen dozen vol kogels 

Nadat we genoeg koffie naar binnen hadden gewerkt en de zon een heel klein beetje warmte begon te geven maakten we ons op om te gaan douchen. Gisteren vond ik het douchegebouw heel koud, nu voelde het juist warm aan. Zó koud was het buiten dus. Mijn douche-olie was zelfs bijna bevroren! Na de douche, onze haren stonden nog net niet als ijspegels op ons hoofd, braken we de tent af. Letterlijk dan. Want we gingen naar Santa Fe, New Mexico met eerst nog ergens een tussenstop van een nacht. In een kwartiertje zat alles weer in de auto, inclusief wat extra hout dat we mee mochten nemen. Onze laatste nacht moesten we nog betalen en als dank voor ons verblijf kregen we daarbij allebei als aandenken een ledlamp-sleutelhanger mee, die normaal gesproken voor $3,50 verkocht werd. Zoon nam ons nog even mee naar de linnenkamer, waar ook een oude keukenkast stond. In die kast stond iets wat leek op een groot blik, maar het was een molen waarmee men zelf het graan tot meel maalde. Elk huishouden had er vroeger een, vertelde hij. Het Kleine Huis op de Prairie (van Laura Ingalls Wilder), je zag het voor je. Het klinkt allemaal heel idyllisch maar het was gewoon keihard werken om te overleven.

De keukenkast met links de graanmolen

De graanmolen met John Wayne als begeleider
Zoon ging door, aan het werk, en de vrouw van de baas die inmiddels ook binnengekomen was maakte aanstalten om al het beddengoed van de gasten te gaan vouwen. Dat was een berg van ongeveer vijf meter breed en anderhalve meter hoog. Ze vroeg aan ons hoelang we getrouwd waren. Meer dan veertig jaar, zeiden we. Nou, dat was nog niks hoor. Zij zouden in december vijfenzestig jaar op hun conto kunnen schrijven! ‘Well, we can’t beat you!’ was het enige wat we daarop te zeggen hadden. Ze vroeg of we al boven gekeken hadden, waar de kamers waren. Nee, nog niet. Ga maar gauw dan, daar hangen allemaal jachttrofeeën.


We klommen de zelfgemaakte trap op, met een leuning van gebogen takken. Opnieuw vielen we van de ene verbazing in de andere. Koppen van elks en een zwijn, een opgezette fazant, berenhuiden (er lag ook iets over de piano) maar het klapstuk was toch wel een opgezette bergleeuw die er zo echt uitzag dat je er voor de zekerheid maar met een boogje omheen liep. Allemaal geschoten door de baas. En het enige wat hij nu nog doet was gelei maken…Dit huis was gewoon een museum! We namen hartelijk afscheid, daarbij benadrukkend dat we ons nog nooit op een campground zo welkom hadden gevoeld.

De trap met de leuning van takken






Na deze bijzondere ervaring gingen we op weg naar New Mexico. Op de kaart had ik gezien dat er in het Heron Lake State Park, niet ver over de grens met Colorado, een campground was. Dat leek het proberen waard. Toen we er aankwamen bleken het meerdere campgrounds achter elkaar te zijn, waarvan de eerste gesloten was wegens einde seizoen en de tweede alleen geschikt voor RV’s. Bij de derde stond net een ranger bij de ingang en op onze vraag of hier wél tentplekken waren verwees hij ons naar het einde van het terrein. Daar waren prachtplekken. Enigszins sceptisch volgden we zijn advies, maar of hij gelijk had! We vonden een superplek met uitzicht op het meer en heel veel ruimte. Er stond nog één andere tent, en op de plek net boven ons was een stel met twee kleine kinderen aan het genieten van hun vrije dag. Zij vertrokken een uurtje later zodat we het rijk ongeveer alleen hadden. Hoe is het toch mogelijk dat we steeds zoveel geluk hebben? De ene plek is nog mooier dan de andere…








We installeerden ons met een boek in de zon en lazen een tijdje, liepen daarna even naar het water (geen zwemwater) om wat plaatjes te schieten, dronken een glaasje, maakten een vuur en kookten ons maaltje. Wat wil een mens nog meer?? En het mooiste was, we hadden geen Jägermeister meer nodig. Het was hier veel warmer!