dinsdag 18 september 2018

Zaterdag 15 september – dag 19: Gunnison – Crested Butte


Word je wakker, staat er opeens een ezel voor je tent! Op deze KOA liep dit beestje rustig los rond, natuurlijk tot groot vermaak van alle kinderen die we hem gisteren al in zijn kielzog zagen volgen. Het leidde nu af van de kou, want koud was het: twee graden vanmorgen toen ik uit bed kwam. Voor het eerst kwamen al die attributen van pas waarvan we ons afvroegen waarom we ze in vredesnaam hadden meegenomen: muts, handschoenen, sjaals, donsjacks. We hadden wel de mazzel dat onze tafel in de ochtendzon stond, dat warmde de boel redelijk snel weer op. Dat was wel nodig ook, want we hadden yoghurt met cruesli, aardbeien en banaan op het ontbijtmenu staan en dat is niet bepaald waar je zin in hebt als het bijna vriest. Dan wil je liever gebakken eieren met spek, maar ja, dat hadden we niet.



Na het ontbijt gingen we douchen. Op zich niet vermeldenswaard, maar in dit geval schenk ik er toch even aandacht aan. De preutsheid van de Amerikanen, ik schreef er al vaker over, geldt alleen het uiterlijk vertoon. Zodra je ergens een sanitairgebouw binnen gaat vallen de enorme kieren tussen de wc-deurtjes op. Overal. In warenhuizen, restaurants, campings, maakt niet uit. Hier was het nog een haartje erger: er zat zeker vijf centimeter ruimte tussen het schot van de douche en een van de wc’s. Concreet betekende dat dat degene die op de wc zat jou onder de douche kon zien, en, erger, jij degene op de wc….Zo mocht Bert genieten van een heerschap dat luidruchtig de verteerde etensresten van de avond ervoor naar buiten zat te werken en tegelijkertijd aan het bellen was. Tja.

Om nog even op hetzelfde stramien voort te borduren: met het grootste gemak laten hondenbezitters hun trouwe viervoeters uit op de tentplekken. Op deze camping zagen we minstens tien honden – nou ja, meestal hondjes, ze grossieren hier in mini-doggies – hun behoefte doen vlakbij de picknickbanken die bij de tentplekken horen. Want ja, het hondenuitlaatveldje, waar ze nota bene los mogen lopen, is toch zeker 100 meter verder. Veel te ver. Alles werd overigens wel direct keurig opgeruimd door de baasjes, maar toch. Ik wou dat ik een hond bij me had gehad, dan zou ik die voor de ingang van de RV uitlaten. Nu konden we niet veel meer dan een klacht indienen waar met enige verwondering – waar maakt u zich druk over? – op gereageerd werd.

Op weg naar Crested Butte stopten we eerst nog even in Gunnison. Het leek namelijk best een aardig plaatsje met toevallig een klein marktje. We vonden makkelijk een parkeerplaats maar het was ons niet helemaal duidelijk of je nu moest betalen of niet. Er stond dat de maximale tijdsduur twee uur was maar nergens een automaat. Ik vroeg het dus maar even aan iemand. Die iemand, een vrouw, schudde me meteen hartelijk de hand en stelde zich voor. Vervolgens begon ze te ratelen en binnen vijf minuten had ze haar hele levensloop zo ongeveer op tafel gelegd. Ze was van oorsprong Italiaanse, uit Lugano. Ze was 44 jaar getrouwd, en nu eindelijk weer ‘vrij’. Ik probeerde steeds informatie over het parkeren te krijgen maar het was onbegonnen werk. Na een minuut of tien had ik pas mijn antwoord: ze controleerden door een krijtstreep op je banden te zetten en na twee uur te checken of je er nog steeds stond. Ik maakte aanstalten om weer naar de auto te lopen waar Bert zat te wachten, maar ik kwam echt niet zomaar weg. Ze vroeg of we misschien iets wilden kopen in haar winkel. Wacht, beter, ze liep wel even mee. Alleen creditcards. Oef. Hier zou alleen cold turkey helpen dus ik zei: “nee, we gaan hier alleen koffie drinken en dan weer door. Mijn man wacht op me.” En toen draaide ik me om. Pfff….ook ík was nu eindelijk vrij! 😁

Het was een biologische boerenmarkt met ook heel veel esoterische producten. Daar zijn ze hier vrij goed in. We kochten er een vers gebakken desembrood met kaneel en rozijnen, dat kun je heel lang goed houden en smaakt ook geroosterd heerlijk bij het ontbijt. In Main Street zagen we hetzelfde als in veel andere plaatsjes, een keur aan hippe winkeltjes die deels nog hun roots hadden in de jaren zestig. We dronken er een uitstekende bak koffie en liepen toen, enigszins omzichtig om ons heen kijkend, terug naar de auto. Gelukkig geen Italiaanse meer!

Crested Butte was maar een half uurtje rijden. De omgeving was nog net zo mooi als we ons herinnerden van twee jaar geleden. Het is een beetje een aparte plaats, een combinatie van een zeer mondain ski-oord met ook hier weer een hoog hippie-gehalte wat betreft winkeltjes en horeca. De eerste campground die we bekeken lag in de buurt van Crested Butte –South en dan nog een heel eind rijden over een dirt road. Er waren 13 plekken, allemaal  bezet. Geen wonder natuurlijk op zaterdag. Dus reden we door naar de plek waar we in 2016 in de sneeuw geëindigd waren, ten noordoosten van Crested Butte. Een gratis campground beheerd door het BLM, Bureau of Land Management. Moeiteloos vonden we de weg ernaar toe, hoewel het veel verder weg was dan we in ons hoofd hadden. Ook hier moesten we een flink stuk dirt road rijden. Bij aankomst bleek BLM ook de voordelen van een camping-fee ontdekt te hebben, nu kostte een plek mét picknickbank $10 en zónder $5 (het is een campground zonder faciliteiten als water, er zijn wel compost-wc’s). Moest je wel een plek hebben natuurlijk. We schrokken even, het stond er al erg vol. Een stuk of zes families met aftandse vouwwagens en afgeragde caravans hielden een groot deel van de plaatsen waar je met de auto kon komen bezet. We liepen wat rond en eigenlijk was alles wat voor ons geschikt was al in gebruik. Alleen op plek nummer 5 stond nog geen tent, er lag alleen een motorhelm op de picknicktafel. Even later kwam er een jongeman aan die vroeg of wij ook op zoek waren. Ja dus. Hij was de eigenaar van de helm en twijfelde erg, hij wilde liever een gratis plaats. “Nemen jullie deze maar hoor!” zei hij. Ik stelde nog voor om de plek te delen, maar hij pakte zijn helm, zwaaide naar ons en vertrok. Mazzel dus weer! De campground heet nu ‘Oh be Joyful’, misschien kwam het daardoor??

Onderweg
Plek 5

De rest van de dag liepen we wat rond in de omgeving, ontdekten nog best veel lege plekken waar je dan wel een stukje naar toe moet lopen, en genoten vooral van de kleurenpracht  op de omringende berghellingen. ’s Avonds roosterden we worstjes en groenten op het vuur, met dikke kleren aan. Want hoewel geen sneeuw, koud was het wel!





De stoeltjes bij de rivier gezet: heerlijk zitten lezen!



zondag 16 september 2018

Vrijdag 14 september – dag 18: Colorado Monument – Gunnison


Doel van vandaag: Crested Butte. Of we dat gingen halen? Geen idee. We reden rond half elf weg en maakten nog een lange stop in Fruita, onderaan de berg. Eerst op de parkeerplaats van de McDonalds, voor de Wifi. Zo konden we eindelijk de foto’s van de sd-kaartjes uploaden naar Google Foto’s zodat we ze niet meer kwijt konden raken (tegenwoordig zeg je geloof ik ‘zodat ze niet meer kwijt zijn’, maar ons bent nog van de oude stempel). Toen we daarmee klaar waren en nog even wilden tanken zagen we dat er ook een Starbucks om de hoek was, en tja, toen moesten we wéér stoppen. Je weet tenslotte maar nooit of ze die heerlijke Morning Buns hebben. Nou, die hadden ze! Zo waren we, inclusief koffie, alweer een half uur verder. Ach, vakantie hè.

Al met al was het half twaalf toen we eindelijk op weg gingen. De weg naar Montrose (waar ze helaas ook geen Ford Explorer in de aanbieding hadden) was niets bijzonders, de weg naar Gunnison daarna daarentegen was voor de zoveelste keer adembenemend mooi. Een heel ander landschap, beetje zoals de hoogvlakte van de Cevennen of de Hardangervida in Noorwegen. Na enige tijd reden we een heel stuk langs het Blue Mesa Reservoir, het stuwmeer gevormd door een dam in de Gunnison River. Echt schitterend. Er lagen vele campgrounds aan deze weg, sommige nog een flink eindje het binnenland in en andere direct aan de weg, maar we vonden het nog veel te vroeg om te stoppen. Uiteindelijk  besloten we de KOA in Gunnison als tussenstop aan te doen. Belangrijkste overwegingen: we konden de was weer eens doen en er waren douches. Bij de Saddlehorn campground stond weliswaar aangekondigd waar je kon douchen, ergens bij een community center, maar dat vonden we teveel gedoe. Bovendien was er ter plekke een fantastische wasgelegenheid waar we prima mee uit de voeten konden. Maar als je dan de mogelijkheid hebt tot het nemen van een stortbad – zo heette dat vroeger echt, oma vertelt-  moet je het vooral niet laten natuurlijk.

Bij de KOA vonden we een goede, ruime plek. Ook nog op gras, heel fijn. In Montrose hadden we de voorraad verse groenten, fruit en vlees flink aangevuld. We aten die avond dan ook voortreffelijk: aardappelpuree met lamsbout, jus met gesauteerde kastanjechampignons en verse sperzieboontjes. En wat de avond helemaal afmaakte: we stookten ons eerste vuurtje! Het kwam er eerder niet van omdat het op heel veel plaatsen ten strengste verboden was, wegens extreme droogte, en op andere plekken was het ook ’s avonds zó warm dat je er niet aan moest denken daar zelf nog een schepje bovenop te doen. Maar hier werd het koud, behoorlijk koud zelfs. Voor de nacht gooiden we daarom al onze thermokleding in de strijd. Hoe het afgelopen is? Morgen verder!  




Donderdag 13 september – dag 17: Green River – Colorado Monument


Aan afvalscheiding wordt hier niet overal gedaan. Op mijn vraag waar ik lege batterijen kon laten verwees de camphost van Green River achteloos naar de gewone vuilcontainer. Toen ik navroeg  of hij dat zeker wist haalde hij zijn schouders op. Na hem de zondvloed, wat hem betrof. Hij bivakkeerde zelf in een RV van een metertje of 15, voorzien van diverse uitschuifvertrekken, afgetopt met de Amerikaanse vlag. Verder zeg ik er niks over hoor.

Met de batterijen maar weer in de tas, desnoods gooien we ze in Nederland weg, zetten we koers naar Colorado Monument. Dat was slechts anderhalf uur rijden. Redelijk vroeg in de middag kwamen we dus aan op de Saddlehorn Campground, waar we net als twee jaar geleden op plek 72 onze tent opzetten. Deze keer alleen niet op het daarvoor bestemde tentpad, maar op een veel vlakker stuk tien meter verderop. Ook net als vorige keer stond er bijna niemand, tenminste op de C-loop waar alleen tenten of kleine kampeerbusjes kunnen staan.


Hierna reden we naar Grand Junction waar we in Main Street wat wilden gaan drinken. Onderweg naar beneden (je moet een heel eind omhoog de berg op) stond er opeens een groepje berggeiten hoog langs de weg. Ze bleven zowaar stilstaan in fotogenieke houding waar we dankbaar gebruik van maakten.  We namen naar GJ niet Hwy 70, maar reden Broadway Street af. Dat reed lekker rustig. We maakten nog een ommetje langs het vliegveld van Grand Junction. Naar de counter van National Car om precies te zijn, in de hoop dat ze mogelijk nu wél een Ford Explorer voor ons hadden. Bert vond dat eigenlijk onzin, maar we vonden de Ford Escape die een maatje kleiner is al zo lekker rijden twee jaar geleden en ik wilde graag de grote broer eens proberen. Helaas pindakaas, niets voorradig. Mogelijk kunnen we verderop in de reis nog een poging wagen, Montrose bijvoorbeeld waar we morgen langs komen. Grand Junction zelf stelt qua centrum niet veel voor, hoewel men erg zijn best heeft gedaan het een facelift te geven in de vorm van allerlei kunstwerken in Main Street. Er zijn ook wel een paar aardige winkeltjes, waaronder een schoenenwinkel waar ik de vorige keer al mijn slag had geslagen. Dat was zo goed bevallen, die schoenen heb ik bijna geheel versleten inmiddels, dat ik er nóg een paar van hetzelfde merk heb aangeschaft. Wel een ander kleurtje natuurlijk. Daarna was het tijd voor de micro-brouwerij waar Bert een donker biertje nam, nou ja, twee om precies te zijn. En ik was de bob, dus water voldeed prima. Ze hadden de kaart vernieuwd en we deelden een portie calamares in tempura en een spring roll met allerlei exotische ingrediënten. De calamares waren de lekkerste ooit! Alsof de inktvis ter plekke uit de zee was gehaald. Ironisch, want we zaten nog middenin woestijngebied.



Op de terugweg reden we de scenic drive vanuit Grand Junction richting Fruita. Dat was nog iets van 40 kilometer, maar de avondzon zorgde weer voor mooie kodakmomenten. Bij de tent dronken we een glaasje, aan eten hadden we geen behoefte meer na het voortreffelijke maal vanmiddag. Het werd tegen verwachting in helemaal niet koud, sterker nog, er leek een warme golfstroom langs te komen. Dat maakte het heel aangenaam en we bleven nog een tijd zitten lezen bij onze boeklampjes. Rondom ons was het weer aardedonker. We waren één met de sterren, zo voelde het. Bijna alsof je een indringer bent. Een oefening in nederigheid van jewelste...

Een gepimpte piano in Grand Junction



Independence Rock, die elk jaar (o.a.) op 4 juli beklommen wordt. Ik moet er niet aan dénken...

Het hoge plateau is de Saddlehorn, we kampeerden aan de voet ervan

Een van de sanitairgebouwtes van de Saddlehorn campground, buitenkant....

.....en de binnenkant. WC staat er net niet op. Maar alles even schoon!



Woensdag 12 september – dag 16: Moab (Arches)


Hutspot of Hotspot? We doen de laatste, de eerste bewaren we voor thuiskomst in Nederland. Met daarbij de alom geroemde gehaktballen van Bert.

Voor het eerst deze vakantie kon ik mijn telefoon met de AT&T simkaart als hotspot gebruiken. Daarmee creëer je een WiFi-punt voor andere apparaten, die mee kunnen draaien op de dataverbinding van de telefoon. Ik moet zeggen: ideaal! Waar we anders regelmatig op zoek moesten naar een McDonalds voor een internetverbinding  - niet dat dat nu zo moeilijk was hoor, in bewoonde gebieden zie je ze natuurlijk om de haverklap – kon ik nu gewoon bij de tent de verhalen op het blog zetten. Met de 8Gb hoef ik ook niet erg op het verbruik te letten, ik zit nu pas tegen de 1Gb aan.

Om 8.15 vanmorgen reden we Arches National Park binnen. Tot onze vreugde stond er helemaal geen rij, dat hebben we wel anders gezien. We konden zo doorrijden. Inmiddels is dit de vierde of de vijfde keer dat we hier komen, en het blijft verbazen. Het licht was perfect, de temperatuur heel aangenaam én het was niet druk. We konden dus op ons gemak alle rotsformaties bekijken en ook voor de zoveelste keer op de foto zetten. Het is echt een van onze favoriete parken! We liepen hier en daar een korte trail, aan het eind wilden we de langere doen naar o.a. de Landscape Arch. Er stond een verfrissend windje zodat het ook later op de dag goed uit te houden was.













Tijdens onze lunchpauze, onder een afdakje met twee picknickbanken, raakten we aan de praat met twee andere stellen. De één vertelde dat zijn dochter in Leiden woonde. Eerst had ze in Amsterdam haar master had gedaan, toen in Maastricht een PhD, en nu gaf ze les in (trans)genderstudies aan de universiteit in Leiden. Ze had bovendien een Veni-beurs binnengehaald voor onderzoek, slimme tante dus. En de wereld wordt echt steeds kleiner!

Het werd tijd voor de laatste trail. Er was meer dan genoeg ruimte op de parkeerplaats, wat opviel omdat dit wel een veelgelopen tocht is. Maar goed, wij op pad. Meteen aan het begin al kwamen we mensen tegen die terugkwamen, handen voor het gezicht of doeken voor de mond. En ja, we begrepen wel waarom: we werden werkelijk gezandstraald! De wind was inmiddels aangewakkerd tot naar schatting windkracht 7, en dat mag normaal gesproken misschien goed te doen zijn, hier ontstonden tussen de rotsen enorme tochtgaten. Alle dode huidcellen spoten van onze zonverbrande benen af, gratis en voor niets. Dat was tot daaraan toe, erger was dat het zand ook in onze ogen terechtkwam. En in onze neus, en in onze mond…We hebben het nog even aangezien maar zijn toen ook maar teruggegaan. Geen lol aan. En we hadden dit al drie keer eerder gelopen tenslotte, was het de eerste keer geweest hadden we misschien nog wat langer doorgezet.




Dit hebben wij een aantal jaren geleden gedaan. Geweldig! 








Vijf uur na binnenkomst reden we het park weer uit. De dorst dreef ons rechtstreeks in de armen van Bacchus, in de vorm van Moab’s Brewery, waar we ons net als gisteren konden laven aan bier resp. limonade. De volgende gang was naar de City Market, daar hebben ze heerlijke vers bereide salades en andere tongstrelende gerechten. We zochten ons avondmaaltje bij elkaar, daarbij geholpen door…juist, John! John van de City Market, weet je nog? Nee? Kijk dan even bij ons blog van 2016, donderdag 8 september, dag 17.
’s Avonds bij het eten ontpopte Bert zich als een ware Uri Geller; hij had zijn vork nog niet aangeraakt of alle tanden stonden krom. Cheap stuff, yeah!   

vrijdag 14 september 2018

Dinsdag 11 september- dag 15: Moab


De douches zijn hier ruim, zeer ruim zelfs. Zo ook één van de wc’s, die zo groot is dat een Amsterdamse student er met liefde €500 voor zou betalen. Een bed paste er makkelijk in, en een bureau met stoel ook nog wel, dan moet je tegenwoordig al erg blij zijn.

Na het ontbijt reden we naar Moab. We namen niet de snelste weg maar wel de mooiste: eerst de 70 en daarna de 128. Die leidt je langs de Colorado River door de prachtigste rode rotsen. Vlak voor Moab namen we de afslag naar de route door de LaSal Mountains. In 2010 hadden we die ook gereden maar niet helemaal omdat het toen regende. En dan is er echt veel minder aan. Nu was het tegendeel het geval: de zon zorgde voor het volle palet aan kleuren. Het leuke is dat je echt een ander soort gebied inrijdt, met ook een heel andere vegetatie. We waren even vergeten dat hier de herfst al in september inzet op sommige plaatsen en dat was in deze bergen ook het geval. Het was dus genieten van begin tot het eind! Veel erover schrijven kan ik niet, het zijn beelden die iedereen anders ervaart en je moet dat echt met eigen ogen zien. Na een uur of vier kwamen we uiteindelijk pas aan in Moab, zo vaak zijn we uitgestapt om te kijken en foto’s te maken.







Omdat we er vlakbij waren reden we nog even naar de KOA-camping, gewoon even vragen wat een cabin daar op dit moment nu kostte, met in ons achterhoofd de prijzen van twee jaar geleden. De mevrouw achter de balie was uiterst behulpzaam en na enig checken kwam ze met de prijs: $225, exclusief taks! Krankzinnig gewoon. Dat is meer dan twee keer zoveel dan 2016. Het was dan wel een luxe cabin, met eigen douche en wc. De simpele, met alleen een bed, tafel. Koelkastje en airco kwamen op $110. De tentplekken, waarbij je je een dor stukje gravel van ongeveer 8 m2 voor moet stellen, kostte liefst $45, óók exclusief natuurlijk…Op mijn vraag hoe deze prijsverhoging tot stand was gekomen antwoordde ze dat het geheel twee jaar geleden verkocht was aan iemand die er voor tonnen een nieuw zwembad had laten aanleggen, en nog zo wat verbouwinkjes had laten doen. Tja. Bij het samenstellen van onze reis had ik al wel gemerkt dat de combinatie ‘Moab’ en ‘betaalbaar onderkomen’ geen haalbare meer was. Des te blijer waren we met onze superplek in Green River! Maar Moab prijst zich wel uit de markt zeg…hoewel er kennelijk genoeg mensen zijn die de bedragen zonder blikken of blozen op tafel leggen.

Goed, dan maar eens kijken of de brouwerij nog iets voor ons in petto had. De Moab Brewery heeft behalve uitstekende biersoorten ook een goede keuken, dus we bestelden ook allebei een hamburger. Ik moet zeggen, de lekkerste die ik in tijden gegeten heb! Het bier moest ik aan mij voorbij laten gaan, we hebben de strikte regel dat wie ook maar íets van alcohol gedronken heeft niet achter het stuur kruipt. Bert had nog een beetje pech, Amber Ale die hij graag wilde hadden ze niet meer. Gelukkig was de Stout Ale ook heerlijk. Alles ter plekke gebrouwen.

Bij de tent dronken we nog een wijntje, vermaakten we ons met het kijken naar medekampeerders die de keukens van hun RV’s uitschoven door op een knopje te drukken, blokken hout bij de vuurbakken neergooiden zonder ze vervolgens aan te steken en meer van dat soort dingen. Ik werkte het blog bij en Bert las boek nummer zoveel. Morgen gaat de wekker vroeg, we willen op tijd bij Arches NP zijn zodat we zoveel mogelijk van het ochtendlicht kunnen profiteren.
    

donderdag 13 september 2018

Maandag 10 september – dag 14: Capitol Reef via Goblin Valley State Park naar Green River


Ook vanmorgen kwamen de hertjes weer hun maaltje bijeen sprokkelen op het kampeerterrein. Ze eten echter niet alleen iets op, ze laten ook iets achter. Hertenkeutels. Een net aangekomen stel met een dochter van een jaar of 25 bekeek de aangewezen plaats eerst eens nauwkeurig, om er daarna slechts met grote aarzeling genoegen mee te nemen. Reden: de plek lag vol met hertenkeutels (zoals natuurlijk overal het geval was, je hebt er helemaal geen last van. Ik herinner me onze jongste dochter, een jaar of vier, die in de boomgaard bij de boerenfamilie waar we altijd mochten kamperen opeens enthousiast uitriep ‘hee, kijk nou, dropjes!’ Waarna ze er een in haar mond stopte. En wel weer direct uitspuugde.  Inmiddels zijn we dertig jaar verder en ik geloof niet dat ze er ernstig door beschadigd is geraakt). De man in het gezelschap boog zich, letterlijk in dit geval, over de schone taak de plek van zo’n 100 m² van alle keutels te ontdoen. Hij had een plastic zak in z’n ene hand waarmee hij ze stuk voor stuk oppakte, en een in zijn andere hand waar hij ze ingooide. Intussen onderwierpen de vrouwen zich aan een grondige inspectie van de picknickbank, een lekker lang exemplaar waar je zeker met twaalf man aan kon zitten. Die bank was óók niet schoon, besloten ze. Er werd een jerrycan water tevoorschijn getoverd uit de kleine RV (camper) en de bank werd van boven tot onder  geschrobd. Na het afdrogen bleek dat niet afdoende geweest, dus kwamen ze met zwaarder geschut terug: een enorme fles desinfecterend middel moest de klus definitief klaren.

Intussen waren wij in gesprek geraakt met onze overburen, ontzettend leuke mensen die heel wat hadden afgereisd in hun kleine busje.  Na heel veel uitgewisseld te hebben over de omgeving, mogelijke campgrounds en reizen in het algemeen kwam de politieke situatie van het land ter sprake.  De buurman vatte het zó samen: als je over deze campground een streep trekt is de helft vóór en de helft tégen Trump. Waarbij je de mensen met de gigantisch grote RV’s – waar dan ook nog vaak de Amerikaanse vlag uitsteekt – tot aanhangers van de huidige president kunt rekenen. Buurvrouw vertelde dat ze al een hele tijd het nieuws niet meer volgde, ze werd er gewoon te naar van. Hun hoop was nu gevestigd op de verkiezingen voor het congres in november. Opeens vroeg de buurman, wijzend naar de schoonmaakploeg achter ons: “Wat dóen ze??” En inderdaad, ze waren nog steeds bezig. Al meer dan een uur. De man met de keutels, de vrouwen met de tafel. Smetvrees waarschijnlijk, maar misschien is kamperen dan niet zo’n goed idee….

Goed, we namen afscheid van de buren en na een lekker ongezond ontbijt met vers gebakken pie uit de museumwinkel reden we richting Goblin Valley State Park. In Hanksville maakten we een tussenstop om te tanken en nog een kop koffie te drinken bij Blondie’s. Omdat ik opeens meer zin had in een milkshake bestelde ik die. ’Een kleine?’ ‘Ja graag!’ Waarop ik een beker van anderhalve liter kreeg die geheel gevuld was met…ijs! Ik heb er een paar happen van genomen en Bert heeft zich over de rest ontfermd. Nooit meer een milkshake bestellen hier dus! Tenzij je het lekker vindt natuurlijk.

Het park was niet ver, ik denk een half uurtje rijden van Hanksville. Twee jaar geleden waren we er voor het eerst geweest en we wilden er graag nog eens heen. Vaak kijk je een tweede keer met andere ogen, zie je dingen die je eerder niet zag. We werden niet teleurgesteld: het weer was schitterend zodat we ons flink konden vermaken met het maken van foto’s maar natuurlijk vooral met het rondlopen tussen deze bijzondere kabouters van steen. Het was er ontzettend rustig, meer dan tien mensen hebben we niet gezien. Na afloop bekeken we nog even de campground maar van de schaduwloze plekken in de gloeiende zon werden we niet erg blij. Doorrijden dus maar. 









In de Lonely Planet had ik iets gelezen over een campground in Green River, dat ligt 43 mijl vóór Moab wat het volgende doel was. Nou, dat was drie keer niks. Een troosteloze boel en bijna geen schaduw. Ongevraagd kwam er een mevrouw naar ons toe die net uit de bijbehorende wasserette kwam om ons van advies te dienen: als je een tent hebt kun je beter naar het State Park gaan, even verderop. Dat hadden we inderdaad ook zien staan en het was onze tweede optie. Dus daar maar naartoe. En toen kwamen we in een prachtig park terecht, met allemaal grote oude bomen en mooie ruime plekken! Wel een beetje duurder dan we gewend waren, $35, maar we waren er snel uit: dit was uitstekend. Douches inbegrepen, heerlijk. We zetten de tent op, zelfs met 38⁰ was dat goed te doen hier. ’s Avonds, bij het eten, bedachten we dat we eigenlijk best hier een paar dagen konden blijven. Moab was drie kwartier rijden, en het was me niet gelukt daar een betaalbaar onderkomen te vinden, bovendien was tentkamperen daar voor ons echt geen optie gezien de hitte en de miserabele tentplekken die daar te vinden zijn. Zo gezegd zo gedaan, en we verlengden ons verblijf met twee nachten zodat we twee volle dagen voor Moab hadden. High Five!