zondag 25 september 2016

Donderdag 22 september–dag 31: Colorado Springs–Crested Butte


Dat er in de 19e eeuw veel goudzoekers naar Amerkia kwamen is bekend. Dat velen van hen berooid van deze tochten terugkwamen ook. Onbegrijpelijk, want het goud ligt hier echt voor het oprapen. Wij haalden het tenminste met handenvol binnen. Figuurlijk dan. De bomen op de hellingen op weg naar Crested Butte waren werkelijk allemaal van puur goud.
    
We reden via Highway 24 naar Buena Vista waar ze ons bij de Coffee Brown Dog van een uitstekende kop koffie voorzagen. Van afstand leken de bergen gespikkeld doordat het goudgeel van de loofbomen sterk afstak tegen het groen van de groenblijvende naaldbomen. Sprookjesachtig mooi, de intensiteit van de herfstkleuren lijkt veel groter dan we het ooit in Europa gezien hebben. Voornamelijk geel nog, hier en daar al met een lichte neiging naar rood. En dan ook nog zoveel geluk met het weer! We moesten dan ook weer vaak stoppen om foto’s te maken en alles goed in ons op te nemen. Op de foto's komt het lang niet zo goed over maar we doen een poging:

P1070663 DSC03498 DSC03510

Wat het niet zo prettig rijden maakte waren de fietsers die we onderweg moesten passeren. Er was een groep meiden uit een busje gezet, duidelijk vrij onervaren op de fiets, en die mochten bergafwaarts. Op deze smalle weg, met een hoogstens 50 cm. brede strook ernaast waar zij het stuur recht moesten zien te houden. Wat de meestenn niet lukte, die slingerde van links naar rechts over de streep. Aangezien het ook nog een tweebaansweg betrof was het voor de automobilisten af en toe een hachelijke onderneming. Vooral als er net na de bocht weer een tweewieler opdook en er tegelijk een tegenligger vanaf de andere kant kwam. Dan kon je niet anders doen dan vol in de remmen, wat ook weer gevaarlijk was. Een eind verderop zagen we dat ze bezig waren met de aanleg van een echt fietspad, enkele meters naast de autoweg. Kennelijk is het een bekend probleem hier.

Na Buena Vista doken we de 306 op, de weg over de Cottonwood Pass. Het valt niet te beschrijven, zó mooi was dat. Op de pas zelf konden we, ondanks enkele wolkenvelden, heel ver kijken naar de hoge besneeuwde bergtoppen (boven de 4000 m). 
Na het hoogste punt, waar ook de Continental Divide* loopt, reden we verder naar Crested Butte over een onverharde maar heel goede weg. Langs Taylor Lake, ook alweer zo prachtig. In de buurt van Crested Butte veranderde het landschap en was het een groot kleurenfeest. Overal om ons heen die gouden gloed…..

* De Continental Divide is een bergketen dwars door Amerika die fungeert als waterscheiding. Aan de oostkant lopen de rivieren naar de Atlantische Oceaan, aan de westkant naar de Pacific. Het klopt niet helemaal maar wordt wel zo aangeduid.
DSC03529  P1070674  DSC03516    DSC03512
P1070667    P1070668
DSC03524    DSC03522  DSC03520

Crested Butte zelf is een echte wintersportplaats maar in de zomer ook goed voor wandeltochten. Er zijn ontzettend veel trails uitgezet en is dan ook een paradijs voor wandelaars. Het geheel heeft een vriendelijke uitstraling. Neem wel een goedgevulde portemonnee mee, de prijzen zijn niet misselijk over het algemeen.

Op zoek naar een campground vroegen we bij het Visitor Center naar de mogelijkheden. De man ratelde in onverstaanbaar Engels een verhaaltje af waarbij het erop neerkwam dat we wel héél veel geluk zouden moeten hebben om iets te vinden. Vanwege drukte,logisch, nietwaar? De een nog verder weg dan de andere. We reden eerst naar de dichtstbijzijnde, langs de Slate River. Al gauw werd de weg ernaar toe onverhard. Nog wat verderop zat hij vol kuilen en nog steeds niets van een aanwijzing te zien. We waren al ongeveer zes kilometer van het dorp verwijderd. De weg werd slechter en slechter. Bert wilde al omkeren toen ik in de verte iets van een camper zag. Toevallig kwam er net iemand langsrijden dus vroegen we het maar even. Nee hoor, het klopte, gewoon doorgaan en dan de afslag naar links nemen. Even later stopte hij weer om naar ons te roepen ‘And it’s free!’ Het was allemaal waar. Eenmaal naar beneden gehobbeld kwamen we bij een pracht campground aan waar een paar andere kampeerders stonden. Er was geen water maar dat hebben we altijd bij ons. Wel een schoon wc-hokje met genoeg wc-papier voor het hele decennium. Voor de zekerheid hadden ze er ook nog twee losse wc’s, zogenaamde Dixies, neergezet. We zetten de tent neer op een redelijk open plek met uitzicht op de gouden heuvels.

   P1070677      P1070676                                                                                                                                            P1070678

Het was er wel koud! Omdat we nog maar twee houtblokken bij ons hadden zocht ik in andere fire pits naar resthout. Vaak vind je daar nog wel wat, niet iedereen neemt ongebruikt hout mee naar huis. Hier lag echter niet veel. Nou ja, dan maar een klein vuurtje. Ik wilde net weer teruglopen toen ik een soort jeep vlakbij onze plek zag. Was die nou helemaal gek geworden, zo dicht naast ons staan terwijl er een hectare leeg was?? Maar toen ik dichterbij kwam zag ik de mannen van de camper honderd meter verderop, die een hele bak met houtblokken leegstortten naast onze vuurplaats! Ze hadden mij zien zoeken…..Het ging nog verder. Vijf minuten later kwamen ze terug met aanmaakhoutjes, een hele bos, en een fles aanmaker. Ze bouwden vakkundig een vuurstapel en in no time zaten wij heerlijk warm bij een groot vuur. Veel dank aan de mannen uit Oklahoma!


P1070679  DSC03537      

                                                                                       DSC03540

De avond viel vroeg in. Terugkijkend op de dag constateerden we dat dit de mooiste tocht was die we ooit gereden hadden. We warmden een van onze laatste blikjes pastaprut op en kropen met héél veel kleren aan de slaapzak in. 



Woensdag 21 september–dag 30: Colorado Springs


Onze Truus heeft er sinds een paar dagen niet zoveel zin meer in. Ze doet haar mond gewoon niet meer open, ondanks herhaald aandringen van onze kant. Waarschijnlijk heeft ze, zonder aankondiging vooraf, een paar dagen vrij genomen. Wij vakantie, zij ook vakantie tenslotte. Nu moeten wij dus zelf maar zien hoe we de weg vinden. Gelukkig laat het display óók zien hoe we moeten rijden dus perse nodig hebben we haar niet. En er is de ouderwetse wegenkaart die we regelmatig raadplegen. Blijf maar lekker weg Truus, we redden ons prima zonder jou! Here we go! 

De weg naar Garden of the Gods was snel gevonden. Het is een piepklein parkje maar beslist de moeite waard. Het stuk land met de bijzondere rotsformaties, aan de rand van Colorado Springs, is ooit aangekocht door een echtpaar dat het weer aan hun kinderen naliet. Zij deden het vervolgens cadeau aan de stad, onder de voorwaarde dat er nooit toegangsgeld gevraagd mocht worden zodat het voor iedereen toegankelijk zou blijven. 

IMG_20160921_123327634


Het leuke is dat er nu ook veel gebruik van gemaakt wordt door de plaatselijke bevolking. Mensen wandelen er met kinderwagens of joggen een rondje samen met hun hond. Het is mooi en toegankelijk aangelegd. Maar niet groot, met een uurtje of twee waren we er wel doorheen.

P1070639

 DSC03432  DSC03458 

DSC03467  P1070648  DSC03470 

P1070645  DSC03449  IMG_20160921_123207388
  20160921_115331  DSC03473

Dan maar naar de stad. Gisteren hadden we aan de behulpzame mensen van het Visitor Center al gevraagd of er iets bijzonders te zien was, iets dat de moeite waard was. Daar deden ze nogal aarzelend over. Achteraf begrijpen we wel waarom: er is niets, maar dan ook vrijwel niets te beleven. Ja, een groot en modern Pioneer-museum. Alleen hadden we daar nu toevallig geen zin in. We beproefden ons geluk daarna in Manitou Springs, dat was een stuk leuker. Wel een beetje blijven steken in het hippie-tijdperk en veel van de obligate wierookwinkeltjes (wat haat ik die geur!) maar ook gezellig.

DSC03478    DSC03479    DSC03480
DSC03481    DSC03484    DSC03487
20160921_144813  DSC03486   DSC03485


Het werd nu alweer hoog tijd voor een biertje en omdat we gisteren zo lekker gegeten hadden bij de brouwerij deden we dat maar nog een keertje over. Koken doen we morgen wel weer zelf. Als je ooit in de buurt bent van de Colorado Mountain Brewery: neem vooral een biertje en bezoek ook even de restrooms. Daar serveren ze namelijk papieren handdoekjes; uit een broodrooster.

                                                 IMG_20160920_190125688_HDR

donderdag 22 september 2016

Dinsdag 20 september–dag 29: Great Sand Dunes – Colorado Springs


De buurman van een paar tenten verderop kwam, zoals bijna iedereen hier dat doet, vragen waar we vandaan kwamen. Hij vroeg zich ook af hoe we in vredesnaam al die spullen mee hadden genomen in het vliegtuig. We legden uit dat we ze grotendeels hier aangeschaft hadden en ze weer achter zouden laten bij de kringloop. Daarmee eindigde ons gesprekje op de vroege ochtend. Even later kwam hij terug: Hij wilde ons gasstel wel overnemen! Tja, we gingen nog een week kamperen dus dat ging niet door. Enigszins teleurgesteld droop hij weer af.
We braken snel de tent af en reden richting Colorado Springs. Daar bevindt zich het park Garden of the Gods, en hoewel het heel klein is leek het ons toch de moeite waard nu we min of meer in de buurt zijn. In Walsenburg stopten we voor een korte pauze. Een stadje van niks, heel veel lege panden die deels te koop stonden en deels gewoon overgeleverd waren aan de tand des tijds. Dat gaf het geheel een extra desolate indruk.

20160920_130555  20160920_130509  20160920_130515

We dronken koffie in een klein, hip koffietentje, dat was er dan weer wel. Uitstekende koffie was dat, zo goed hadden we hem nog niet gehad hier. Aldus gelaafd reden we via de snelweg naar het Visitor Center van de tuin der goden. We vroegen aan de baliedames naar kampeermogelijkheden in de omgeving. O help, dat was een moeilijke vraag zeg. Kamperen? In een camper? Nee, in een tent. Een tént? Jazeker. Er werden dikke multomappen tevoorschijn gehaald en iedereen bemoeide zich ermee. Uiteindelijk kwamen ze met een paar campings waarvan ze de telefoonnummers opschreven. Niet dat we daar iets aan hadden, bellen konden we niet. Maar goed, we waardeerden hun intenties natuurlijk zeer en later zochten we in de auto op de AllStays app {aanrader!!}) de adressen op. Bij de eerste, de Garden of the Gods RV Park hadden ze wel plaats. Tegenwoordig vragen we altijd of we  eerst mogen kijken. Gelukkig maar, je zou hier nog geen hondenhok neer willen zetten. Achter een groot hek met uitzicht op de snelweg, buurman gezellig naast je kussen zo’n beetje. Wegwezen dus! Bij Lone Duck hadden we meer geluk. Om te beginnen konden we ons geluk beproeven in de gokhal, naast de douches. Een bak vol flipperautomaten en andere gokapparaten. Tot groot plezier van medekampeerders die wanhopig maar met veel doorzettingsvermogen probeerden hun kampgeld terug te verdienen. Zo te zien was de enige die er rijk van werd de campingbaas….Er waren heel veel plekken met ontzettend veel ruimte en we vonden een mooi groot grasveld voor ons alleen. Douches en Wifi inbegrepen. Het was dan weliswaar een beetje een verlopen boel maar we stonden er prima. Omdat we even geen zin hadden in koken gingen we op zoek naar een restaurantje. Eerst vonden we, op aanwijzingen van Tripadvisor, een pizzeria. Die bleek echter alleen nog maar een afhaalpunt te hebben. Doorgereden dus maar richting stad, Colorado Springs. Opeens zag ik een brouwerij en we weten inmiddels dat je daar ook heel goed kunt eten. Dus trapte Bert op de rem en draaiden we de parkeerplaats op. Een schot in de roos! Op een heel gezellig terras hebben we een paar uur gezeten en heerlijk gegeten. Bert z’n biertje erbij, ik m’n glas water. We hebben hier heel duidelijke afspraken over: we gaan nooit met ook maar één druppel alcohol achter het stuur. Ik offerde me graag op, heerlijk om iemand zo van een glas vers gebrouwen donker bier te zien genieten! Morgen maar weer  hier eten Smile

Maandag 19 augustus – dag 28: Mesa Verde – Great Sand Dunes


Vandaag ging onze laatste week in, week 5. We hebben erg zitten dubben over hoe dit in te vullen. Vanaf morgen wordt het weer in de bergen namelijk aanzienlijk slechter, met regen en erg lage temperaturen. Vooral de combinatie van die twee trekt ons niet erg. Uiteindelijk besloten we toch ons oorspronkelijke plan te volgen en eerst naar de Great Sand Dunes te gaan om dan daar maar weer opnieuw te bekijken wat verstandig is.

In Durango dronken we een kop koffie bij de Franse bakker.Jean Pierre. Aangevuld met een croissantje en een pain chocolat. Ik nam een café au lait die beter te omschrijven viel als een latte macchiato: melk met een drupje koffie. Slappe koffie wel te verstaan. Voor de zoveelste keer erin getuind. De croissants waren groot en machtig. Buikje gevuld dus. Bij het afrekenen kochten we nog een baguette, die voor de verandering eens echt knapperig aanvoelde. Bert diepte wat dollarbiljetten op uit zijn broekzak, bij elkaar ongeveer twintig. Niet genoeg, dacht hij. Tuurlijk wel, dacht ik. Af te rekenen: $27,34….Nog net niet zo erg als de koffie die we in Canada ooit dronken maar toch.

De weg van Durango naar South Fork, de 160, liep dwars door de bergen en was schitterend. Echt een aanrader. Na South Fork werd het vlak en eentonig. Maar ook dat heeft hier z’n bekoring. Om half vier reden we het duingebied binnen. In eerste instantie viel het wat tegen, van afstand.

              P1070600               DSC03398  
Een smalle, lage streep lichtbruine zandheuveltjes die afstaken tegen de hoge bergenketen Sangre de Cristo oftewel het bloed van Jezus. Gek, ze waren alles behalve rood, die bergen Smile...Maar het was natuurlijk een overblijfsel uit de tijd dat de Spanjaarden zich hier vestigden.


                    20160919_164521    20160919_183536                                                                       DSC03417

Hoe dichterbij we kwamen, hoe duidelijker de duinen zich aftekenden. Als  enorme hopen lichtgekleurde cacao strekten ze zich uit aan de voet van de bergen. Eenmaal ter plekke prezen we ons gelukkig dat we deze keuze gemaakt hadden. Wat een schoonheid! Vormen, kleuren, structuren en een prachtige lichtval. 

We zetten snel de tent op. De campground had net, met ingang van vandaag, de reserveringsplicht voor loop 2 laten vervallen vanwege het naseizoen. We vonden voor de zoveelste keer – het wordt afgezaagd – een wereldplek met schaduw, niemand in onze buurt en uitzicht op de duinen.
                                                                 20160919_170736

Omdat nu het licht op z’n mooist was gingen we het duingebied in. Even naar die hoge heuvels toelopen. Nou, dat viel tegen. In het mulle zand en onder de brandende zon, ook al stond hij al laag, was het een ware worsteling. Veel verder dan het leek. We kwamen uiteindelijk net tot aan de voet van de eerste duinen maar hielden het toen voor gezien. Van de White Sand Dunes herinnerden we ons dat die vrij makkelijk te beklimmen waren maar die waren ook heel anders van structuur, dat is namelijk geen gewoon zand maar gipszand en vele malen steviger. Je zakt er niet in weg.

Terug bij de tent begonnen we aan de avondmaaltijd. Om het gasstel te pakken moest de auto open, dus zou Bert de autosleutel even uit zijn broekzak pakken. Daar was hij niet. Had ik hem dan? Nee, ook niet. In een jasje misschien? Mis. Nergens te vinden. Het enige wat we zeker wisten is dat hij niet echt weg kon zijn. We waren er immers net mee aan komen rijden? Dan de tent maar overhoop. Nada. In de auto ook niets. De berenbox? Leeg, op wat etenswaren na. Lichtelijk wanhopig werden we. Alles nog maar eens nagezocht met nul resultaat. We wilden net toch maar ons glaasje wijn gaan drinken toen ik nog één keer de berenbox opendeed. Daar lag ook ons vuilniszakje in. Ik keek en zag iets zwarts maar dat leek me iets anders. Toen maar even de hand erin gestoken en ja hoor! Bingo! Bij het uit de auto stappen had Bert wat papiertjes meegenomen om weg te gooien. Daarbij moest ook de autosleutel het ontgelden kennelijk Winking smile

Na het eten, bij het vuurtje, vielen onze ogen dicht…..om kwart over acht! Met de kippen op stok heet dat.Wij waren niet de enigen, zodra het hier donker is gaan de meeste mensen slapen. Een enkeling blijft nog wat bij het vuur hangen maar daar hoorden wij vanavond in elk geval niet bij.
                                                               20160919_183558

dinsdag 20 september 2016

Zondag 18 september – dag 27: Mesa Verde


Het bijzondere aan de campground hier is dat ze en gratis douches hebben en WiFi. Het meest absurde is dat je bij je tent, in de bush, uitstekende ontvangst hebt en bij het Office juist haast niet. Hoe dan ook, van allebei deze voorzieningen maakten we dankbaar gebruik. Fris gewassen begonnen we aan de dag. De eerste gang was naar de Cillf Palace, een nederzetting onder een overhangende rotswand. We tekenden in op de rondleiding van half drie zodat we voldoende tijd hadden om alle andere interessante punten te bezoeken. Het park is een walhalla voor archeologen, er zijn zo ontzettend veel overblijfselen te vinden uit de tijd dat de Anasazi Indianen hier woonden, van de 11e tot de 13e eeuw.

20160918_101126
Dit hing overal in de douches.....
DSC03354
Beeld bij het Visitor Center
                                      

Om half drie precies begon de ranger bij het afgesproken punt met zijn praatje voor een groep van vijftig personen. Het begon met een potje stevige bangmakerij. Durfden we wel een hoge trap, uitgehakte stenen treden van ongelijke hoogte, af te gaan? Wel 30 meter in totaal! Zwaar! En dan aan het eind ook weer omhoog, waar je je tussen twee nauwe rotsen door moest wringen, zouden we dat kunnen? Zagen we die hoge ladders aan het eind? Daar moesten we weer omhoog! Drie van die ladders achter elkaar! We keken elkaar eens aan. Zulke verhalen hadden we ook al eens bij de Fiery Furnace in Arches gehoord maar daar viel dat 200% mee. Na deze anti-peptalk kwamen de fysieke ongemakken aan de orde. Wie had er last van hoofd-schouders-knieën-teen (of zoiets)? Niet meegaan hoor! Als we zo het deels zeer krakkemikkige publiek bekeken moest minstens de helft aan die oproep gehoor geven. Maar niemand gaf ook maar enige krimp. Dus daalden we met het hele zooitje af, in spanning van de gevaarlijke trap. Die kwam maar niet en opeens waren we al beneden. Dat stelde dus alvast helemaal niets voor. Helaas moesten we die conclusie ook trekken wat het praatje van de ranger betrof. Hij raffelde zijn verhaal af op monotone wijze en we kregen er weinig van mee. Nogal slaapverwekkend. Wat we wel meekregen en het toch echt wel bijzonder maakte is dat de hele nederzetting voor 80% in originele staat  was. En dan spreken we over overblijfselen uit de 13e eeuw. De Indianen klommen met handen en voeten tegen de steile rotswanden op om zich hier als boeren te vestigen. De grond bovenop de mesa was namelijk heel vruchtbaar, veel meer dan de grond op de bodems van de canyons wat je eerder zou verwachten. Bronnen zorgden voor een prima watervoorziening. Helaas mochten we niet door de ‘kamers’ lopen zoals we een paar jaar geleden bij de Gila Cliff Dwellings wel mochten. Maar ook begrijpelijk, met om het half uur een groep van 50 bezoekers blijft er dan natuurlijk al snel niet veel meer over van dit unieke cultureel erfgoed. De tocht terug naar boven leidde langs enkele stenen trapjes tussen de rotsen door gevolgd door drie stevige houten ladders. Alleen als je thuis de trap niet op durft kon dat een probleem geven. We waren dus snel weer boven.    


P1070580

P1070579       P1070582
Om bij al dit moois te komen moesten we wel een eindje rijden vanaf het Visitor Center. Dat was bepaald geen straf. De hellingen toonden zich aan ons met al hun herfstkleuren, het leek wel een legpuzzel zei Bert. Voor wie denkt dat alleen het voorjaar bloemenpracht biedt: niets is minder waar. Overal om ons heen zagen we bloeiende planten met als hoofdkleur geel, gevolgd door paars. Dat gecombineerd met de herfsttooi van struiken en bomen levert een schitterend kleurenpalet.
                  DSC03359    DSC03364  
Bij de tent hoorden we goede jazzmuziek. Wie had dat nu zo hard opstaan dat wij mochten meegenieten? Het hield maar niet op. Nu zijn we – en Bert al helemaal – jazzliefhebbers dus stoorden we ons er niet aan, integendeel. Pas twee uur later kwamen we erachter dat het een optreden was van muzikale Rangers die samen met muzikanten uit New Orleans een band vormden. In het kader van het Centennial – de National Park Service bestaat 100 jaar – hadden zij een optreden verzorgd in het amfitheater op de campground. Maar ja, toen was net afgelopen. Als we het eerder geweten hadden waren we zeker gaan kijken. Geluisterd hadden we gelukkig toch.
Het zicht op de sterrenhemel boven ons werd langzaamaan van ons weggenomen door het licht van de volle maan. Die scheen zo fel dat het zelfs in de tent leek alsof iemand een schijnwerper op ons gericht had. Maar eenmaal de ogen dicht merkten we ook daar niets meer van.

Zaterdag 17 september – dag 26: Monument Valley – Mesa Verde


Op ons dooie akkertje ontbeten we, braken we de tent op, belden met het thuisfront en zetten koers naar Mesa Verde. Natuurlijk stopten we nog even bij de Mexican Hat om een foto te maken. Een stukje verderop ligt het Gooseneck State Park en ook daar namen we de tijd voor. De eerste keer dat we er waren was in 2010, toen was het nog vrij toegankelijk. Nu moet je toegang betalen, zij het niet veel: $5 per auto. Kijk maar, zei de meneer van het loket, daar staat het. Maar wat er niet staat is dat het voor seniors maar $2 is, kwam er met een grote grijns achteraan. Hehe, eindelijk iemand die ons op waarde wist te schatten.Smile Hoewel het natuurlijk veel leuker is als ze je minstens tien jaar jonger schatten (wat best regelmatig gebeurt gelukkig) maar dat terzijde.
De Goosenecks vonden we nog net zo mooi als de eerste keer. Je kunt uren blijven kijken naar de grijsgroen uitgesleten rotswanden.waar de San Juan River zich tussendoor slingert. Dat deden we niet maar we bleven er wel lunchen aan de overdekte picknickbank.

 DSC03343    DSC03345     DSC03347

De weg naar Mesa Verde liep via Cortez. Wij kwamen daar via een binnendoorweg, waarvoor we bij het plaatsje Aneth afsloegen het binnenland in. Deze weg was ons ooit gewezen door een moteleigenaar in Cortez, toen we daar door enorme slagregens onze toevlucht zochten. Nu was het stralend weer en konden we genieten van de omgeving. In Mesa Verde waren we toen om diezelfde reden (heel slecht weer op komst) weggevlucht. Indertijd zagen we in sneltreinvaart nog zoveel mogelijk van het park voordat we net voor de buien losbarstten de benen namen. We hadden dan ook geen goed beeld van het geheel. Deze keer ging het park dus in de herkansing. En met succes. We vonden net op tijd – het was vrijdag en ontzettend druk op de campground – een plek in de tent-only loop. Dat is altijd fijn want daar heb je ook geen generatoren die herrie maken. Ik weet niet hoe ze het doen, maar de plekken zijn hier altijd zo ruim bemeten en hebben zoveel privacy dat je wat dat aangaat nooit meer ergens anders wilt kamperen. En dan ook nog een picknickbank en een fire pit, zo ontzettend handig! Wat zou het mooi zijn als je ook in Europa zulke terreinen zou hebben. Maar dat zit er niet in, vrees ik.
Met uitzicht op de ondergaande zon achter de bergen kookten we en maakten we een vuurtje. De maan scheen uitbundig, zozeer zelfs dat de sterren erbij verbleekten. Het koelde flink af zodat ik voor het eerst mijn donsjas aantrok. Over de vier lagen die ik al aanhad. Bert had er minder last van maar allebei zetten we ook nog een muts op. Je valt hier juist op als je zonder loopt!

                 20160917_183210       20160917_183225