zaterdag 19 juli 2014

Dag 14 – Donderdag 17 juli: Alder Bay

De boten waarmee je hier op whale watching gaat zijn vrij log, met bankjes om op te zitten en een hoger gelegen deel als uitkijkpost. Je kunt er ook bij slecht weer binnen zitten in een verwarmde kajuit. We hadden er in Telegraph Cove een weg zien varen met naar schatting zo’n man of veertig erop. Omdat onze boot kleiner was waren we benieuwd hoe die eruit zou zien.

Om tien over negen liepen we, goed gemutst (letterlijk) en anderszins ingepakt vanwege de koude wind, naar de steiger op het kampeerterrein. Onze boot kwam er net aanvaren: een zeilboot!

P1050187          De zeilboot van Seasmoke

We werden hartelijk welkom geheten door de schipper en zijn vrouw, en moesten ons net als de andere opvarenden in een dik gevoerd oliepak hullen. Daarna kon je je niet meer bewegen. Bijna niet in elk geval. Bert liet het jack achterwege, hij vond zichzelf al meer dan genoeg een michelinmannetje in zijn donsjack met vier lagen kleren eronder. Maar aan de broek moest ook hij geloven. Zo een die tot je oksels komt. Voor je erin kon kruipen moest je eerst je schoenen uitdoen, net als bij een regenbroek. Dat alles in het redelijk nauwe gangboord stelde onze lenigheid danig op de proef.

 

                     DSC09243 P1050042 P1050041

        Tien lagen kleren, een donsjack en een oliepak….dat ziet er zó uit! (eerste foto)

We zochten een plekje op het dek en koersten naar open water. Aan boord: een Russisch gezin van vier personen, twee Nieuw Zeelanders, twee Amerikanen en nog twee andere Nederlanders. We kregen vers gezette koffie en blueberrymuffins die net uit de boordoven kwamen. Het woei hard, zeker toen we uit de beschutting van de kust en de eilanden kwamen. Lichte schuimkoppen op het water, als ik me goed herinner is dat ongeveer windkracht 4. Dat is best fors op een zeilboot. Buitengaats ging de motor uit en voeren we alleen op het licht gereefde zeil. We moesten ons goed vasthouden, zo ging het tekeer. En de oliepakken bleken geen overbodige luxe, we kregen soms bakken met water over ons heen. De fototoestellen had iedereen al opgeborgen, foto’s maken lukte toch niet goed in deze wilde zee. Maar we kregen veel uitleg over de omgeving en de dieren die er te zien waren. We zagen eerst zeehonden, toen arenden en later zelfs een zeearend (bald eagle)  met jong op een nest zitten.

 

DSC09267 P1050174 eaglesnest seasmoke 

Een tijd later wees Maureen ons op het eerste fontein ten teken dat er een bultrug zat. En ja hoor, een enorme ronde zwarte rug kwam boven water. Om er meteen weer in te duiken. Je ziet ze wel, maar je ziet ze niet. Zoiets. We werden al gauw bedreven in het spotten van deze majestueuze dieren en om de haverklap riep er wel iemand ‘dáár!’. Dan draaiden we ons allemaal naar dezelfde kant, en als je geluk had kon je dan nog een glimp van iets opvangen.

 

P1050097                                                                 Goed kijken!

 

humpback foto maureen

Maar we hebben ook drie keer de enorme staart van zo’n bultrug boven zien komen, als hij een acrobatische toer aan het uithalen was. Indrukwekkend! 

staart humpback 

staart humpback2

 

Later kwamen er ook een paar dolfijnen langs, en op een goed moment zaten die zelfs vlakbij de boot.

dolfijnen seasmoke              Daar heb je Flipper! De nieuwe avonturen van Flipper en zijn vriendje Flapper

Elke keer als we een dier gezien hadden keerden we, om er zo dichtbij te komen. Soms bleven we een tijdje min of meer op één plek dobberen. Op de terugweg kregen we, toen we in wat rustiger water waren terechtgekomen, eerst thee met zelfgebakken scones (ook weer net uit de oven aan boord), room en jam, en daarna uitgebreide uitleg, compleet met foto’s en illustraties, over alle verschillende soorten walvissen en dolfijnen. Een mooi verhaal is dat van een walvis: die deed zijn bek open voor een flinke hap haring, liet het naar binnen glijden zoals wij dat ook graag doen. Er zat alleen één dier tussen dat er niet thuishoorde: met de vis was er ook een zeemeeuw naar binnen gevlogen! Wonder boven wonder, net voordat de bek weer dichtklapte, kon de meeuw met een duikvlucht ontsnappen.

 img_6906 zeilen seasmokeDe theepotten waren voorzien van warme jasjes, en de thee kregen we gewoon in aardewerken bekers. Onder het blauwe handdoekje: de heerlijke warme scones van Maureen!

De eigenaren van Seasmoke zijn zeer betrokken bij het in stand houden van deze kwetsbare dieren en dat gaf het allemaal een extra dimensie. Al met al waren we bijna vijf uur onderweg geweest toen we weer voet aan wal zetten. Wat een onvergetelijke ervaring!

Bij de tent was het zonnig, maar koud. Daarom zit ik dit stukje nu in de auto te typen. Het schijnt dat het in het binnenland snoeiheet is, dat is weer het andere uiterste. Vanwege de harde wind mogen we vanavond geen vuur maken, en dat is voor ons niet fijn omdat we het echt nodig hebben om warm te blijven. Maar een beetje verdekt in de auto zitten heeft ook zo z’n voordelen. Er kwam iemand tegenover ons staan. Dat is op zich niets bijzonders, maar dit werd een hele one man show. Ja, want het was één man die z’n tentje op wilde zetten. Tenminste, dat dachten we. Maar hij sleepte een groot blauw zeil uit z’n auto en was vervolgens eindeloos bezig daar een soort afdak van te creëren. Bert voorzag zijn acties intussen van snedig commentaar zodat we ons kostelijk vermaakten. De bomen aan de rand van de plek moesten het ontgelden, daar werd het zeil aan vastgeknoopt. Af en toe mislukte dat, en dan werd het gewoon weer losgesneden waarna de hele operatie opnieuw kon beginnen. Na ongeveer anderhalf uur ontstond er toch zoiets als een tarp, en waar wij bij slecht weer in de regen zullen moeten zitten is deze kampeerder nu verzekerd van een drupvrije kookplek. Alleen, het regent niet…..

 

Dag 13 – Woensdag 16 juli: Alder Bay (Port McNeill)

Een eigen badkamer bij je tent. Wie wil dat niet? Wij hadden hem. Nou ja, niet helemaal, maar het Alder Bay Resort deed zijn naam toch enigszins eer aan door geen douches-op-rij in een toiletgebouw te hebben maar allemaal aparte badkamertjes. Heerlijk! Het eerste wat we vanmorgen dus deden was uitgebreid douchen. Pas als je je een paar dagen hebt moeten behelpen met een waslapje en een bakje met water besef je hoe fijn dat is. En eigenlijk ook hoe bijzonder, dat je dat tegenwoordig overal maar hebt. We vinden het zó vanzelfsprekend maar dat is het natuurlijk niet.

Na deze verkwikkende wasbeurt en een dito ontbijt was het tijd voor een ritje in de omgeving. Maar niet voor we een whale watch tour hadden geboekt. Dat deden we via de camping, zij hadden een bedrijf waar ze altijd mee samenwerkten. Morgenochtend worden we dus opgehaald door een relatief kleine boot, waarin we met twaalf anderen de zee op zullen gaan om walvissen en ander zeegespuis te spotten. In koffie, thee, warme chocola en zelfgebakken verse muffins met jam wordt voorzien, zo werd erbij verteld. Vijf uur lang zullen we over de woelige baren varen, in de hoop dat we dan maar niet zeeziek worden.

Allereerst reden we naar Telegraph Cove. Deze naam sprak bij mij behoorlijk tot de verbeelding. Ik moest denken aan Annie Proulx ‘Scheepsberichten’, dat zich afspeelt op New Foundland. Totaal geïsoleerd en onherbergzaam, met een huis dat in deze omgeving storm en regen uit alle windstreken tegelijk trotseert. Dat beeld klopte niet helemaal. Of helemaal niet. Telegraph Cove is een voormalig communicatiepunt. Van hieruit konden berichten de wereld ingestuurd. Er was ooit ook een houtzaagmolen en van de planken werden kratten gemaakt om de gevangen vis in te verpakken. Nu is het meer een openluchtmuseum, en bijna alle houten huizen zijn omgebouwd tot simpele accomodaties voor toeristen. Die er bijna niet waren. Wij begrijpen niet hoe men zich hier staande kan houden, tenzij het met vis is want die is hier in overvloed. Maar het toerisme, waarvan zo’n gemeenschap het toch grotendeels moet hebben, is als bron van inkomsten zeker niet toereikend in onze ogen. Wij droegen echter voor zover mogelijk ons steentje bij door zowel een dollar parkeergeld te betalen als een kop koffie te drinken. Al met al hebben we er zeker wel twee uur doorgebracht. Hoewel het helemaal niet groot is valt er toch genoeg te zien.                                                   

 

             DSC09218  DSC09222 DSC09219

De huizen zijn berekend op eb en vloed, en de loopplank is van een uitstekend anti-slipsysteem voorzien. De hengels staan keurig in het gelid op de boot. Alles draait hier om visvangst.

 

     DSC09225  DSC09228 DSC09227

Een brandtrap, die had men zeker nodig met al die houten huizen! (middelste foto)

De volgende rit was naar Port Hardy. Nou, die moeite hadden we ons beter kunnen besparen, er was daar echt helemaal niets. Uitgewoonde appartementencomplexen, veel leegstand en als enig hoogtepunt zo’n beetje het Visitor Center en een paar grotere winkels. Heel deprimerend. We zagen wel een High School, kennelijk zijn er toch genoeg jongeren . Al die scholen hier lijken trouwens wel gevangenissen, met hoge muren en totaal gespeend van elke vorm van esthetiek. Maar ja, wie zegt ook dat school leuk moet zijn? Een uitdagende leeromgeving zit hier vast aan de binnenkant.

Na Port Hardy reden we naar Port McNeill om boodschappen te doen en een enorme smoothie naar binnen te werken bij coffeeshop Mugz. Daar hadden ze een terrasje compleet met windscherm, waar we zo lekker van de zon konden genieten dat Bert er zelfs even in slaap viel. Ach er was verder toch niemand. Nee, ook hier niet….

Terug bij de tent maakten we direct het vuur aan. We wilden aardappels poffen in de hete as en dan moet het vuurtje wel even goed gebrand hebben. Verder stonden er peultjes op het menu, lekker traditioneel met worteltjes, en een stukje vlees. Terwijl Bert zich met het eten bemoeide schreef ik dit stukje voor het blog. Na een uurtje visten we de aardappels uit het vuur. Helaas, helemaal verkoold! Toch iets te hard gegaan dus. Het folie waar ze inzaten was zelfs opengebarsten door de hitte. We konden er nog een paar redden door ze met een lepel uit te schrapen zodat we allebei een bergje met een ondefinieerbare substantie op ons bord hadden. Toen even de peultjes voorgeproefd: hard! Bleken het wel peulen te zijn, maar dan die soort die je moet doppen….dus toen hebben we alle harde schillen maar weer uit de pan gepeuterd zodat we alleen de doperwtjes overhielden. Uiteindelijk was het toch erg lekker allemaal. De aardappel smaakte prima samen met de zure room die we aangemaakt hadden met bosuitjes.Het vuur brandde als een tierelier en hield ons lekker warm. De campingbaas kwam nog even melden dat we morgenochtend om kwart voor negen uit zouden varen, in plaats van kwart voor tien, en dat betekende dat we de wekker vroeg moesten zetten. Want je wilt toch de boot niet missen.

vrijdag 18 juli 2014

Dag 12 – Dinsdag 15 juli: Pacific Rim (westkant Vancouver Island) – Port Mc Neill (Noordoostkant Vancouver Island)

Vanille. De hele auto rook naar vanille. En niet alleen de auto, ook de handdoeken, de jassen, de slaapzakken, alles. We keerden de dozen met levensmiddelen binnenstebuiten om te zien of er daar iets gelekt had: niets. Zelfs het flesje met vanille essence (uit Madagascar, dat is de beste, had ik bij de WalMart gekocht omdat die van mij thuis bijna op was) zat nog potdicht. Raadselachtig.

Met dit onopgeloste raadsel in de achterbak reden we naar Tofino. Dat ligt op het uiterste puntje van de Pacific Rim, verder kun je  niet komen. Het meisje bij het Visitor Center keek ons een beetje teleurgesteld aan op onze vraag hoe het weer in het Noordoosten was. Ja, daar was het wél mooi, met 25 graden en oplopend tot 32. In elk geval reden genoeg voor ons om die kant op te rijden. Het was een flinke rit. Onderweg passeerden we diverse kleine riviertjes met tot de verbeelding sprekende namen als ‘Cats Ear Creek’ of Lost Shoe Creek’. Zou een kwaadwillende vis de kat een oor hebben afgebeten? En wie was een schoen kwijtgeraakt? Is die ooit weer teruggevonden? Deze prangende vragen bleven onbeantwoord.

In Port Alberni stopten we nog even voor een paar noodzakelijke boodschappen en daarna was het met de cruise control op 120 km richting Port McNeill. Volgens onze informatie zou je daar goed een whale watching tour kunnen boeken. Onze snelheidsmeter in de auto gaf alleen mijlen aan. Lastig om dat steeds om te rekenen. Tot het moment dat ik besefte dat er een groen signaallampje brandde met daarop Mph, en er ook bij míj een lampje ging branden: als dat er stond zou je waarschijnlijk alles ook wel op het metrieke stelsel kunnen overzetten. Bert was inmiddels in slaap gevallen – maar goed dat ik reed ;),  de weg was rustig en recht. Ik vond dus dat ik best op wat knopjes kon drukken. En ja hoor, opeens sloeg de meter door naar 120 in plaats van 80! Bovendien werd de temperatuur nu ook in Celsius aangegeven. Dat reed een stuk makkelijker.

Om half zeven reden we Port McNeill binnen. Eerst maar eens naar het Visitor Center om te vragen waar er campgrounds waren. We kregen er een paar aangewezen, de eerste die we bezochten lag zes kilometer noordelijker. Dat was echt helemaal niks. Een soort sloperij, dat dachten we in eerste instantie ook, waar je op een stoffig veldje van nog geen 10 m2 pal langs de weg je tentje mocht neerprikken. Wij vonden het geen goed idee. De andere kant op dus maar. Richting Telegraph Cove lag Alder Bay Resort. Bij een resort denk je toch al gauw aan luxe zwembaden, badkamers met gouden kranen en obers die buigen als knipmessen. Dat lag hier wat anders. Een nogal rommelig ogend terrein met vooral campers, maar wel op een toplocatie aan de baai. We reden er wat rond en vonden toen een superkampeerplek, in het gras en helemaal vrij. Uitzicht op zee! Bij de receptie werden we zeer hartelijk ontvangen door de eigenaresse, die vertelde dat ze ooit in Nederland geweest was en wel een heel weekend. In Alphen aan de Rijn, of all places. Maar ze was in Londen met iemand die daarvandaan kwam en was dus maar meegereisd. Ze had wel heel veel gezien: Amsterdam natuurlijk, en Marken. Ja, dan krijg je wel een goed beeld. Ach, ze had er veel plezier gehad en daar gaat het om. Ze vroeg of we niet aan het strandje wilden staan maar wij willen altijd liever zoveel mogelijk privacy. Op het strandje stond je, zo bleek later, wel erg mooi en inderdaad direct aan het water maar inderdaad veel minder privé.

 

                              DSC09210 DSC09240

Het terrein had één nadeel: de wind. Je staat aan zee en dat zul je weten ook. Maar het kon ons niet deren. We kookten ons potje, maakten foto’s van de prachtige zonsondergang en waren gelukkig.

                        DSC09204       

O, en die vanillegeur? Die bleek te komen van de grijze vuilniszakken. Die waren geparfumeerd!

dinsdag 15 juli 2014

Dag 11 – Maandag 14 juli: Pacific Rim

 

HET INTERNET IS HIER SOMS UITERMATE TRAAG EN HET LUKT VAAK NIET DE BLOGS TE POSTEN. DAAROM SOMS DUS LANGE TUSSENPOZEN!

 

Het was een ultieme gelegenheid om de medewerkers van het Ministerie van Rare Loopjes (Monty Python) te imiteren: de Wild Pacific Coast Trail. Geen idee waarom, maar opeens liep ik in slow motion en met vreemde pas het pad op en af. Zo zie je maar, gekte is niet leeftijdgebonden.

DSC09180

 

We begonnen de dag met een stevig ontbijt om warm te worden. Daarna verkasten we de tent naar de nieuwe plek. Die beviel direct: niet alleen veel meer licht maar ook meer privacy. Het sanitair was vlakbij, en ze hadden de verwarming er maar aangezet. Geen overbodige luxe.

Natuurlijk wilden we vooral de kust verkennen. Allereerst reden we naar Ucluelet, een nogal rommelig vissersplaatsje met veel voorzieningen voor toeristen die er echter maar weinig waren. Geen wonder, het is er vaak mistig en kil. De trail bij de vuurtoren, onderdeel van de Wild Pacific Trail, was makkelijk begaanbaar, met overal uitkijkposten. Dat hadden ze wel goed gedaan. Daar kwamen we ook nog wat wandelaars tegen, zelfs één mevrouw op slippers wat mij toch echt iets te koud leek.

        DSC09142 P1040963 DSC09161

 

Terug in het plaatsje reden we eerst nog even naar een klein haventje. Daar waren vissers bezig de enorme zalmen die ze gevangen hadden vakkundig te ontleden. Ze sneden ze in moten of in grote plakken. Sommigen wisten kennelijk niet precies hoe het moest en die kregen van de ervaren fileerders duidelijke uitleg. Ik heb het ooit zelf eens geprobeerd, en hoewel het er heel makkelijk uitziet kan ik je verzekeren dat het niet meevalt om zo’n beest mooi van graten te ontdoen en er dan ook nog lekkere filetjes uit te snijden.

 

      DSC09166 DSC09167 P1040971

 

 

      DSC09165 P1040973 P1040968

 

Na deze trip was het toch hoogste tijd voor koffie. Naast de coffeeshop, die werkelijk uitstekende koffie had, echt alleen koffie (maar slecht internet – wéér geen blog kunnen posten) was een wasserette. De waszak was langzamerhand aardig gevuld dus we konden het nuttige – de was – met het aangename – de koffie – verenigen. Heel gek: ten eerste was de helft van de wasmachines en drogers kapot, ten tweede wasten de nog wel functionerende machines alleen maar met KOUD water. Maar ja, toch altijd schoner dan níet wassen nietwaar?

Schone was in de achterbak, tijd voor de volgende wandeling. We liepen een ander stuk van de Wild Pacific Trail. Hier kwamen we bijna geen mens meer tegen. De kust is hier behoorlijk ruig en je kunt maar beter niet proberen over de rotsen te klimmen. De golven kunnen hier soms echt meters ver en ook hoog het land inslaan. Als stille getuigen daarvan zagen we vele boomstammen, en die van Red Cedars zijn bepaald niet klein te noemen, niet ver van ons vandaan op het land liggen.

       DSC09189 DSC09185 DSC09187

 

Er wordt voor gewaarschuwd: deze dode resten uit het bos worden door de rivieren mee naar zee gevoerd, waar ze door diezelfde zee met veel kracht weer op het land geslagen worden. Zonder aanziens des persoons kunnen ze daarbij mensen letterlijk pletten. De natuur blijft onvoorspelbaar. In dat kader: ik las vandaag dat er in Arches National Park, dat ligt vlakbij Canyonlands, VIER mensen gered moesten worden vanwege problemen in de enorme hitte. Vier mensen binnen twee uur zelfs. Gewoon omdat ze niet genoeg water mee hadden en zich waarschijnlijk ook anderszins niet tegen de zon beschermd hadden. Nog afgezien van het feit dat er overal waarschuwingen staan, en dat het ten stelligste afgeraden wordt om op het heetst van de dag te gaan lopen.

Nou ja, we kwamen dus weinig mensen tegen. Een prachtige gelegenheid om de rare loopjes te oefenen! En natuurlijk tussendoor de nodige tijd te nemen om mijmerend naar die imposante oceaan te kijken. Toen we terugkwamen bij de auto was het al half zeven. Hoogste tijd om naar de tent te gaan, ons obligate glaasje te drinken en een bak vol chili naar binnen te werken. Dat alles bij een knapperend houtvuur. Ik heb mijn wintermuts opgezet en een sjaal omgedaan. De zee laten we even voor wat het is, die gaan we morgenochtend wel weer opzoeken. Het pad ernaar toe ligt naast onze tent. Voorlopig luisteren we alleen naar het geruis van de branding, als een deken van geluid aanwezig op de achtergrond. Als we dáár niet bij inslapen….

Dag 10 – Zondag 13 juli: Victoria – Pacific Rim (tussen Tofino en Ucluelet)

Ja hoor. Beren, wolven en last but not least poema’s. Die zijn er allemaal op de campground aan de Pacific Rim. Daar zat ik op te wachten. Ach, zei de vriendelijke ranger, die poema is al oud hoor. Maar ze heeft wel twee jongen, die zijn bijna net zo groot als zijzelf. Toe maar.

We reden vanmorgen om iets over elven weg van de Goldstream Campground. Bij het nabij gelegen tankstation gooiden we de tank nog even vol en probeerden we een blog te posten. Dat laatste mislukte door de trage internetverbinding, iets wat je hier wel vaker tegenkomt. We stelden het dus maar even uit tot een volgende gelegenheid. Eerst maar eens op pad. Het plan was om het eiland dwars over te steken, naar de Pacific Rim. Komende twee nachten zouden we daar ons bivak opslaan en ik had zelfs tegen de gewoonte in gereserveerd, omdat ik wist dat we laat aan zouden komen en het dan de vraag was of er nog plek zou zijn. De routeplanner gaf een rit van 5 uur aan, en dat klopte precies. Om zeven uur ‘s avonds reden we de Green Point Campground op, waar we voor het eerst deze reis een van de donkerste plekken toebedeeld kregen. Nou ja, het kan niet altijd feest zijn.

 

                                                     P1040953

Onderweg stopten we in Nanaimo om verse groenten en fruit in te slaan. Die hadden we immers niet mee mogen nemen vanuit Amerika. Eerst gingen we echter koffie drinken bij de Starbucks, en daar lukte het wél om twee blogs online te zetten. Op weg naar de supermarkt hoorden we opeens gejoel uit een naburig café. Wij kijken natuurlijk, ja hoor: finale WK! Op een groot scherm konden we, vanaf de straat en hangend over een hekje, de slotfase meemaken van de wedstrijd Dld –Arg. Inclusief DE goal!

Nadat we een flink deel van ons dagbudget bij de Thrifty hadden achtergelaten – alles is echt érg duur vinden we, zelfs als je de gunstige stand van de Canadese dollar in aanmerking neemt – reden we richting het westen. Allengs liep de temperatuur op, en toen we bij het Kennedy Lake uitstapten om een foto te maken was het zelfs 38 graden. Dat beloofde wat.

P1040949                                                       Lake Kennedy

Kamperen bij grote hitte is niet echt onze hobby. Gelukkig werd daar van bovenaf goed gehoor aan gegeven, en eenmaal bij de campground aangekomen was het gewoon weer 12 graden……Maar gauw een vuurtje gestookt dus. Ze hebben hier vrij hoge fire pits, het nadeel daarvan is dat de zuurstoftoevoer matig is maar ook dat je er minder warmte van hebt. Tenzij je erboven gaat hangen natuurlijk. Maar dat heeft weer andere nadelen, zoals verschroeide wimpers. We kookten dus maar een verrukkelijk maal van puree, biefstuk en in boter gesmoorde verse paddenstoelen met bosuitjes en knoflook, met daarbij een salade van komkommer, tomaat en blauwe kaas. Dit alles rijkelijk bestrooid met grof gemalen peper.

                      P1040954 P1040955

 

Na dit culinaire hoogstandje liepen we het terrein nog even over op zoek naar de plek voor morgen. Dat was een fikse tippel en gaf ons meer het idee in training te zijn voor de vierdaagse dan dat we een avondwandelingetje aan het maken waren. Maar de nieuwe plek was heel licht en open, en door de struiken kon je de zee zien….who’s complaining??

Dag 9 – Zaterdag 12 juli: Port Angeles – Victoria (Vancouver Island-Canada)

Rrringggg! Rrrrriiiinggg! Je wilt een wake-up call of je wilt het niet….we waren in elk geval direct goed wakker. Kwart voor zes was het. We sudderden nog even na alvorens uit de slaapmodus te komen, en precies om zeven uur reden we het terrein van de ferry naar Victoria op. Het inchecken verliep vlot. Onvoorstelbaar wat er allemaal in de buik van zo’n boot verdwijnt. De overtocht duurde anderhalf uur en het laatste half uur stonden we aan dek om te zien hoe we Victoria binnenvoeren. De eerste aanblik was al bijzonder, geen hoogbouw te zien maar wel veel ‘oude’ gebouwen aan de haven. Dat oud is hier natuurlijk zeer relatief als je het afzet tegen de Europese cultuur. Bij aankomst moesten we eerst langs de douane. Dat viel mee: er zat iemand in een hokje en die was duidelijk niet van plan daaruit te komen. De beste man vroeg aan Bert of hij ook naar de voetbalwedstrijd ging kijken vanmiddag (Nederland – Brazilië).  Bert antwoordde met een gedecideerd en hartgrondig NEE! Daar keek de beambte wel even van op, waarop ik maar riep ‘ach, we hebben toch al verloren’. Later vertelde Bert dat hij dacht dat er gevraagd werd of we ook wapens bij ons hadden…..We mochten zo doorrijden. Inclusief de flessen wijn die we bij ons hadden. Die man zal wel gedacht hebben dat er aan ons toch geen eer te behalen viel.

 P1040897 P1040908 P1040909

                  De mensen rechts mogen dus géén alcohol meer drinken…weird!

 

P1040914 P1040917 P1040919

 

 

Bij een benzinestation kochten we een kaart van Vancouver Island en vroegen we de weg naar de Goldstream Campground. Het terrein lag 16 km buiten Victoria zelf. Enorm groot is het, met héél veel plaatsen. Wij hadden nummer 60 en dat was, voor de zoveelste keer, een geweldige plek. Licht, heel veel privacy en groot. Er hadden wel zes tenten bij kunnen staan. Deze plek had ik vanuit Nederland al gereserveerd in de wetenschap dat het op zaterdag wel eens snel vol zou kunnen zijn. Het leuke is dat je dan op de site al kunt zien hoe zo’n plek er ongeveer uitziet. Ook staat er bij of er al dan niet (gedeeltelijk) schaduw is en hoe het met de privacy staat. Goed geschoten deze keer!

 

P1040923 20140712_120833 DSC09104

‘s Middags bezochten we Victoria. Het is een heel prettige en gezellige stad, met leuke winkels en overal bloemen. Het doet erg Engels aan maar ook Ierland heeft duidelijk veel invloed. Ierse pubs in overvloed, evenals winkels met Ierse koopwaar. In één van die Ierse pubs aten we en hapje, en Bert hapte fijn een halve liter Guinness weg. Mijn eten viel tegen, het waren spareribs zonder bot, maar ik kreeg een bord vol te zout vlees met niets anders erbij. De helft liet ik dus staan. Bij het afrekenen rekenden ze maar de halve prijs, klasse! We hadden het geluk dat Nederland-Brazilië net aan de tweede helft bezig was en konden zo een flink stuk van de wedstrijd nog meemaken. Met een leuk eindresultaat! 

                         20140712_140542 P1040925
                                   Lekkere Guinness maar ‘n beetje veel vlees

 

We kregen een rondleiding in het House of Parliaments, een historisch gebouw. Ze hadden dat leuk gedaan: op een goed moment sprong Sir James Douglas – ook wel father of British Columbia genoemd -  het gezelschap binnen om op zeer Engelse wijze een monoloog te houden over zijn eigen rol in deze stad. Met zijn uitstekende dictie ook goed te volgen, iets waar we bij de Canadees-Amerikaans sprekende gids af en toe moeite mee hadden. En wij niet alleen kennelijk, alle Aziaten die in ruime mate vertegenwoordigd waren voerden terwijl de gids haar uitleg deed gezellig hun eigen gesprekken, waarschijnlijk over het weer of zo. Op een goed moment werd het zelfs de gids te bar en werden ze tot de orde geroepen, als ware het een klas vol kakelende leerlingen. Het hielp heel even. 

 

       DSC09114 DSC09128    DSC09124   

          Het haventje, met op de achtergrond het House of Parliaments; een deel van het interieur

 

             P1040935 P1040938 P1040941

                Sir Douglas; de vergaderzaal met links de regering en rechts de oppositie; onze gids

Om een uur of zes hadden we het wel zo’n beetje gezien. De Butchart Gardens hebben we overgeslagen. Deze beroemde botanische tuinen hadden een forse toegangsprijs, en met de fantastische herinneringen aan zowel de tuinen in San Francisco (vond ik persoonlijk de absolute topper) als die van New York nog vers in het geheugen was de keus gauw gemaakt.

Terug bij de tent genoten we nog even van de rust en de ruimte. Op de achtergrond hoorden we muziek, Bert dacht een klarinet maar ik vond het daarvoor te ‘koperachtig’ klinken. Omdat je dan toch nieuwsgierig wordt ging ik op zoek naar de muzikant. Ik vond hem aan de rand van het bos en aan de voet van een oude spoorlijn. We hadden allebei een beetje gelijk: het was een altsaxofonist. Dus wel een rietblazer, maar een koperen klankkast. Hij vertelde dat hij graag in de natuur speelde vanwege de bijzondere akoestiek. Later hoorden we hem een fuga van Bach spelen. Bijzonder!

 

P1040946


Van een vuurtje was deze avond geen sprake, het was ook zónder dat aangenaam warm. En zo sloten we onze eerste avond op Canadees grondgebied af.