zaterdag 19 juli 2014

Dag 13 – Woensdag 16 juli: Alder Bay (Port McNeill)

Een eigen badkamer bij je tent. Wie wil dat niet? Wij hadden hem. Nou ja, niet helemaal, maar het Alder Bay Resort deed zijn naam toch enigszins eer aan door geen douches-op-rij in een toiletgebouw te hebben maar allemaal aparte badkamertjes. Heerlijk! Het eerste wat we vanmorgen dus deden was uitgebreid douchen. Pas als je je een paar dagen hebt moeten behelpen met een waslapje en een bakje met water besef je hoe fijn dat is. En eigenlijk ook hoe bijzonder, dat je dat tegenwoordig overal maar hebt. We vinden het zó vanzelfsprekend maar dat is het natuurlijk niet.

Na deze verkwikkende wasbeurt en een dito ontbijt was het tijd voor een ritje in de omgeving. Maar niet voor we een whale watch tour hadden geboekt. Dat deden we via de camping, zij hadden een bedrijf waar ze altijd mee samenwerkten. Morgenochtend worden we dus opgehaald door een relatief kleine boot, waarin we met twaalf anderen de zee op zullen gaan om walvissen en ander zeegespuis te spotten. In koffie, thee, warme chocola en zelfgebakken verse muffins met jam wordt voorzien, zo werd erbij verteld. Vijf uur lang zullen we over de woelige baren varen, in de hoop dat we dan maar niet zeeziek worden.

Allereerst reden we naar Telegraph Cove. Deze naam sprak bij mij behoorlijk tot de verbeelding. Ik moest denken aan Annie Proulx ‘Scheepsberichten’, dat zich afspeelt op New Foundland. Totaal geïsoleerd en onherbergzaam, met een huis dat in deze omgeving storm en regen uit alle windstreken tegelijk trotseert. Dat beeld klopte niet helemaal. Of helemaal niet. Telegraph Cove is een voormalig communicatiepunt. Van hieruit konden berichten de wereld ingestuurd. Er was ooit ook een houtzaagmolen en van de planken werden kratten gemaakt om de gevangen vis in te verpakken. Nu is het meer een openluchtmuseum, en bijna alle houten huizen zijn omgebouwd tot simpele accomodaties voor toeristen. Die er bijna niet waren. Wij begrijpen niet hoe men zich hier staande kan houden, tenzij het met vis is want die is hier in overvloed. Maar het toerisme, waarvan zo’n gemeenschap het toch grotendeels moet hebben, is als bron van inkomsten zeker niet toereikend in onze ogen. Wij droegen echter voor zover mogelijk ons steentje bij door zowel een dollar parkeergeld te betalen als een kop koffie te drinken. Al met al hebben we er zeker wel twee uur doorgebracht. Hoewel het helemaal niet groot is valt er toch genoeg te zien.                                                   

 

             DSC09218  DSC09222 DSC09219

De huizen zijn berekend op eb en vloed, en de loopplank is van een uitstekend anti-slipsysteem voorzien. De hengels staan keurig in het gelid op de boot. Alles draait hier om visvangst.

 

     DSC09225  DSC09228 DSC09227

Een brandtrap, die had men zeker nodig met al die houten huizen! (middelste foto)

De volgende rit was naar Port Hardy. Nou, die moeite hadden we ons beter kunnen besparen, er was daar echt helemaal niets. Uitgewoonde appartementencomplexen, veel leegstand en als enig hoogtepunt zo’n beetje het Visitor Center en een paar grotere winkels. Heel deprimerend. We zagen wel een High School, kennelijk zijn er toch genoeg jongeren . Al die scholen hier lijken trouwens wel gevangenissen, met hoge muren en totaal gespeend van elke vorm van esthetiek. Maar ja, wie zegt ook dat school leuk moet zijn? Een uitdagende leeromgeving zit hier vast aan de binnenkant.

Na Port Hardy reden we naar Port McNeill om boodschappen te doen en een enorme smoothie naar binnen te werken bij coffeeshop Mugz. Daar hadden ze een terrasje compleet met windscherm, waar we zo lekker van de zon konden genieten dat Bert er zelfs even in slaap viel. Ach er was verder toch niemand. Nee, ook hier niet….

Terug bij de tent maakten we direct het vuur aan. We wilden aardappels poffen in de hete as en dan moet het vuurtje wel even goed gebrand hebben. Verder stonden er peultjes op het menu, lekker traditioneel met worteltjes, en een stukje vlees. Terwijl Bert zich met het eten bemoeide schreef ik dit stukje voor het blog. Na een uurtje visten we de aardappels uit het vuur. Helaas, helemaal verkoold! Toch iets te hard gegaan dus. Het folie waar ze inzaten was zelfs opengebarsten door de hitte. We konden er nog een paar redden door ze met een lepel uit te schrapen zodat we allebei een bergje met een ondefinieerbare substantie op ons bord hadden. Toen even de peultjes voorgeproefd: hard! Bleken het wel peulen te zijn, maar dan die soort die je moet doppen….dus toen hebben we alle harde schillen maar weer uit de pan gepeuterd zodat we alleen de doperwtjes overhielden. Uiteindelijk was het toch erg lekker allemaal. De aardappel smaakte prima samen met de zure room die we aangemaakt hadden met bosuitjes.Het vuur brandde als een tierelier en hield ons lekker warm. De campingbaas kwam nog even melden dat we morgenochtend om kwart voor negen uit zouden varen, in plaats van kwart voor tien, en dat betekende dat we de wekker vroeg moesten zetten. Want je wilt toch de boot niet missen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten