vrijdag 19 juli 2013

Dag 11 - 17 juli: Capitol Reef - Farmington

Allebei waren we niet lekker vanmorgen. Daar was het eten van gisteren duidelijk debet aan. Of er iets bedorven is geweest, of dat het toch een kwestie was van zulke uitgesproken smaken bij elkaar, dat was niet duidelijk maar de koffie smaakte in elk geval niet. In ontbijt hadden we al helemáál geen trek.

Toch maar op pad natuurlijk, de rol biscuitjes uit Nederland binnen handbereik. Het begin van de route, naar Hanksville, hadden we al twee keer eerder gereden maar steeds in omgekeerde volgorde. Nu zagen we het landschap weer heel anders, ook door de lichtval: avondlicht geeft andere schaduwen dan ochtendlicht. Ondanks onze fysieke malaise genoten we met volle teugen. Zo kregen we toch iets in onze maag! Wat wil je ook, de meest betoverende landschappen en kleuren. We waanden ons op Mars door al dat rode gesteente.
Op ons lijstje stond ook de winkel in Cainville, waar uitsluitend streekproducten van hoge kwaliteit verkocht worden. We waren er al eens langs gereden maar niet naar binnen gegaan. Toen we het bordje Hanksville zagen wisten we dat we het gemist hadden, zeker net even de verkeerde kant op gekeken. Nou ja, onze magen waren al zo goed gevuld met kodakplaatjes, het was geen ramp om nog geen inkopen te doen.

In Hanksville mochten we getuige zijn van een uniek voorval. Voor de wc in het tankstation stond een lange rij. Op zich niets bijzonders. Maar….het waren dit keer de MANNEN die moesten wachten! En ze keken er behoorlijk ongemakkelijk bij. Eindelijk gerechtigheid!
Vanuit Hanksville reden we richting Monument Valley (MV). Je komt dan onder andere langs de Glen Canyon en Lake Powell, goed voor vele stopmomenten.
















Tijdens één van die stops troffen we een Nederlands stel, dat net weer van ándere passanten gehoord had dat ze €200 p.p. betaald hadden om in een jeep Monument Valley door te crossen. Waarschijnlijk vanuit Nederland geboekt via een organisatie. Voor een paar dollar koop je een toegangskaartje en kun je zelf rijden….

We maakten een lange tussenstop in Natural Bridges National Park. We overwogen zelfs om onze tent daar op te slaan, het was een kleine, rustige campground. Weliswaar zonder water, maar dat hebben we altijd in ruime mate zelf bij ons en bovendien mocht je maximaal vijf gallon halen bij het Visitor Centre. Uiteindelijk hebben we het toch niet gedaan, het was pas één uur, heel warm en we waren het park al rond geweest.








We vonden het mooi, maar eerlijk gezegd veel minder indrukwekkend dan wat we onderweg al gezien hadden. Of een park als Arches, om maar wat te noemen. Maar als je in geologie geïnteresseerd bent is het ongetwijfeld meer dan de moeite waard.
We reden verder, de onnavolgbaar mooie Highway 24 met op het laatst een behoorlijk steile afdaling over gravel. Je mocht dan ook niet harder rijden dan 15 m per uur. De auto, hoewel een automaat, beschikt daarvoor over een Manual stand zodat je met een druk op de + dan wel – knop beschaafd naar beneden komt. Eitje!




Ons doel was echter niet MV, maar Valley of the Gods. Dat is een soort MV in het klein, gratis en niet toeristisch. Jammer alleen dat ze met de weg aan het werk waren waardoor we de afslag misten. Toen maar vanaf de andere kant geprobeerd, maar daar stuitten we al direct op een flinke plas water in de dirtroad. En aangezien we 4-Wheel Drive noch All Wheel Drive hebben durfden we het niet aan. Heel jammer. Maar vastzitten in de modder is ook zo wat.
Achteraf hadden we natuurlijk hout onder de wielen kunnen leggen, in voorkomend geval, maar toen stond de tent al mijlen verderop. We zijn namelijk doorgereden naar Farmington, in de veronderstelling daar wel een campground te kunnen vinden. Vanaf Shiprock (een enorme, hoog boven het landschap uittorende rots heet Shiprock, vandaar) dat zo’n mijl of 25 voor Farmington ligt waren we al begonnen met uitkijken naar aankondigingen. He-le-maal niets. Wel enorm veel bebouwing, in Amerikaanse zin dan: bedrijven op elk mogelijk vlak, al dan niet gesloten of for sale. Dat ging zo door tot ver na Farmington en gaf een zeer desolate en armoedige indruk. Bij een benzinestation maar eens gevraagd. Campground? Hier? Nee, nooit van gehoord. Een dronken indiaan met één tand wist echter zeker dat er wel iets was, een eindje verderop. Maar ik denk niet dat hij en wij dezelfde ideeën daarover hadden. Eén van de medewerkers pakte behulpzaam het telefoonboek en zowaar, in Bloomfield, veertien mijl verderop. En we zaten er inmiddels aardig doorheen, het was een lange dag geweest met heel veel indrukken.
We hadden een hotel kunnen nemen maar wilden het nog één kans geven. Dus op naar Bloomfield. Niets. Ja, een paar uit elkaar vallende caravans op een parkeerplaats. Terug dus maar weer, op naar het Super 8 motel dat we onderweg gezien hadden. Zag er ook niet zo aanlokkelijk uit, maar ja. Opeens zag ik een Ranger Station. Even vragen. Een hele vriendelijke native stond me te woord en gaf DRIE, ja echt DRIE adressen van campgrounds. De eerste, Desert Rose, was vlakbij, en ook de meest luxe want met een douche! Die hadden we in vier dagen niet gehad, dus meteen erheen. Hoewel de receptie al dicht was stond een alleraardigste mevrouw ons te woord en jazeker, ze hadden ook tentplaatsen! We mochten kiezen. Het gekke is, eerst denk je ‘het is niks, wat een ouwe rommel’, maar dan staat je tentje, je schenkt een glaasje in (onze ingewanden waren helemaal tot rust gekomen met dank aan Maria en haar biscuitje) en het voelt als …thuis!


Dag 10 - 16 juli: Capitol Reef

De Brazilianen waren al op toen we vanmorgen wakker werden. Hoewel ik er helemaal niets van gemerkt had vertelde Bert dat het ook vannacht goed raak was geweest, met een schreeuwende mevrouw, het eindeloos oppompen van het luchtbed (lek?) en het doordringende geluid van de claxon. Gelukkig voor de medekampeerders bleef het bij deze ene nacht, ze waren aan het inpakken. Dat ging natuurlijk ook niet van een leien dakje, maar zowaar zat de hele familie toch opeens aan een gezamenlijk ontbijt. Wel een triest gebeuren eigenlijk, we hebben ze geen één keer zien lachen.

Goed, ook weer achter de rug. Wij waren zo slim geweest om Engelse muffins te kopen (hebben niets te maken met wat wij in Nederland muffins noemen), die laten zich uitstekend roosteren. Dat was een stuk lekkerder dan het ondefinieerbaar smakende op brood lijkende baksel dat we daarvoor hadden. Het plan was vandaag in elk geval twee trails te lopen en daarna terug te rijden naar Torrey, dat ligt 11 mijl voor de ingang van het park. Met een tweeledig doel: foto’s maken van de prachtige omgeving onderweg, en uitzoeken of Café Diablo nog bestond. Dat laatste stond in de Trotter beschreven als het summum van de Amerikaanse kookkunst, in elk geval in Utah maar mogelijk ook daarbuiten. Een kok die zijn opleiding aan een gerenommeerde hotelschool in New York had genoten en daarna zijn emplooi in een gat als Torrey had gevonden. Het was min of meer toevallig dat Bert het las, op een of andere manier hadden we het altijd over het hoofd gezien.

Capitol Reef is een oase middenin een gebergte dat rijk is aan mineralen. De kleuren die daardoor in dat gebergte ontstaan zijn fenomenaal: rood, groen, grijs en alles wat er tussenin zit. Vooral als de zon erop schijnt weet je niet wat je ziet. En dat alles in rotsformaties in de meest onwaarschijnlijke vormen. De groene oase vormt het hart van de vallei en wordt gevoed door de Fremont River, die er dwars doorheen loopt. Mormonen hebben ooit het land geschikt gemaakt om er te kunnen wonen en er vooral veel fruitbomen aangeplant.

We begonnen met de Cohab trail vlak tegenover de campground. Het was een redelijk stuk klimmen en stond aangekondig als ‘strenuous’, maar Amerikanen zijn meester in het overdrijven en het viel dan ook reuze mee. Wel ontzettend de moeite waard! Wat een natuur. Het land blijft ons verrassen.












We waren in een uurtje uit en thuis. Tijd genoeg dus voor de volgende trail: de Grand Wash. Dit was een iets langere tocht maar ook alweer zo onwaarschijnlijk mooi. Je loopt in een rivierbedding, dus het blijft wel altijd uitkijken bij regen en onweer. De Ranger, aan wie nog even om advies vroegen wat betreft het weer, vertelde dat er vandaag wel een ´moderate alert´ uit was gegaan vanwege overstromingen, maar dat het goed te doen zou zijn. Mocht het toch gaan regenen, dan gewoon hogerop gaan en wachten tot het over was. Geen regen gezien gelukkig! Maar wel ook weer een schitterende tocht, tussen de hoge steile rotswanden door.





Na deze tour reden we naar Torrey. Onderweg schoten we natuurlijk de nodige plaatjes, zo ook van deze politie-auto die zomaar uit het niets op leek te duiken:

Help! Politie!

Hoewel...niets is wat het lijkt dat het is......





Onze Captiva waar alles moeiteloos in past

Ter plekke aangekomen vonden we snel El Diablo. Een bloemenborder met onder andere Afrikaantjes, keurig in het gelid was het eerste wat opviel. Het zag er prima uit dus. We reserveerden een tafel voor ’s avonds en dronken er een Mexican Bridesmaid, dat is limonade met zelfgemaakte ijsthee. De refill was uiteraard gratis. De menukaart mochten we ook vast even bekijken: dat beloofde wat!

Goed, rond zeven uur arriveerden we bij de Duivel in eigen persoon. Zoals overal in Amerikaanse restaurants werden we met open armen ontvangen en naar een tafeltje gebracht. We hadden onze keuze al snel gemaakt en de voorgerechten stonden binnen tien minuten op tafel. Schitterend opgemaakt, echt een kunstwerkje! Ik had een citrus and orange salad, en Bert warme paddestoelen met spinazie.






Bij mijn eerste hap proefde ik alleen sinaasappel en een droog blaadje sla, maar even dooretende kwamen er geweldige smaken tevoorschijn. Er zat ook nog iets van gesuikerde noten in zodat het geheel uitstekend voldeed aan de norm van zoet, zuur, bitter en zout. Bert had een soortgelijke ervaring: zijn salade zat in een rechtopstaande knapperige groene tortilla, met een saus van groene tomaten eromheen. Heerlijk!
Terwijl we aan het smullen waren stond opeens de serveerster met ons hoofdgerecht al aan onze tafel. We waren nog niet halverwege ons voorgerecht….ze wilde het in eerste instantie toch neerzetten, onder het mompelen van wat excuses. Dat zagen wij toch niet zitten, en uiteindelijk nam ze het maar weer mee terug. Nu doen ze dat meestal hier, het eten brengen als je de laatste hap van het voorgaande nog maar net hebt doorgeslikt, maar dit sloeg alles. En dat voor zo’n gerenommeerd restaurant! Nou ja, een half uurtje later kregen we opnieuw het kunststukje (want dat was het zeker) gepresenteerd. Vier heel dikke lamskoteletten, een taartje van rijst met zwarte bonen en eromheen iets van een donkere saus. Alles gegarneerd met groene asperges.


Het vlees was perfect gegrild. Gemarineerd in Provençaalse kruiden en botermals. De saus: ik dacht eerst dat het iets met lever was, maar bij nader inzien was het de Mexicaanse bonenpuree (frijoles refritos) die je daar bijna overal bij krijgt. Helaas was dit een hele slechte combinatie met het vlees. Fusion cooking kan heel goed, maar je moet niet zomaar iets bij elkaar gooien. Het viel bij ons allebei verkeerd. Jammer.
Als toetje, en om de smaak wat te neutraliseren, nam Bert cheesecake en ik een stuk chocoladetaart dat de afmetingen had van een forse schoenzool. Dat verdween dan ook al gauw in een piepschuimen doosje, voer voor de volgende dag.
Ik wilde afsluiten met mijn laatste slokje van mijn (enige) glas wijn. Hé?? Glas weg! Had de serveerster het maar meegenomen, bij navraag omdat ze dacht dat ik toch wel geen trek meer zou hebben. Gelukkig bracht ze me een nieuw glas, met nog een klein slokje.
Al met al toch geen doorslaand succes. Als we het bij de voorgerechten hadden gelaten was het een ander verhaal geweest natuurlijk.

Terug bij de tent doken we nog even in onze boeken, ik ben zelf gegrepen door Murakami (IQ84). Morgen weer een lange rit.

donderdag 18 juli 2013

Dag 9 - 15 juli: Great Basin - Capitol Reef

Vandaag hebben we weer een lange rit voor de boeg. Daarbij verliezen we ook nog een uur vanwege het tijdsverschil tussen Nevada en Utah: de laatste heeft Mountaintime en het is er dus een uur later.
Nieuwe tijd half negen vertrokken we, nadat we eerst nog even brandhout gehaald hadden in Baker. De eerste honderd mijl ging over het verlengde van de Loneliest Road (de I-50). Afwisselend reden we door prairie, bergen en langs het utgestrekte droge zoutmeer Sevier Lake. Alweer geen levende ziel te bekennen. Het was mooi weer en het landschap lag zonovergoten voor ons.









Bij Holden pakten we een heel klein stukje snelweg, om er na ongeveer 15 mijl oostwaarts weer af te draaien. Op dat moment begon de lucht te veranderen. In hoog tempo ontwikkelden zich onweerswolken die vochten om een plaatsje op de eerste rij in de bergen om ons heen. Hoe dichter we bij Capitol Reef kwamen, hoe erger het werd. Heel in de verte zag ik wel iets van blauw, maar het was ver buiten ons bereik. Het zou de tweede keer zijn in Capitol Reef dat we moesten uitwijken voor het weer, het kampeerterrein is van zichzelf al vrij drassig, en met zoveel water in het vooruitzicht kun je er dan donder op zeggen dat je ’s morgens wakker wordt in een waterbed.

In Torrey, vlak voor we CR binnenreden, zagen we cabins te huur voor $35. Dan moesten we dat maar doen, zij het niet van harte, ze waren helemaal van kunststof en zagen er niet uitnodigend uit. Hoe dan ook wilden we eerst langs het Visitor Centre. Dat lag zeven mijl verderop. En geloof het of niet, het was daar….droog en zonnig! Dat, gecombineerd met een ongeëvenaard landschap waar we opeens doorheen reden gaf ons humeur een enorme oppepper natuurlijk.

Aan de Ranger op de campground vroegen we de weersvooruitzichten. Ach, als je onder een boom gaat staan valt het allemaal wel mee vanavond, was de boodschap. Dus tentje opgezet en even naar het Clifford House gelopen om daar een overheerlijke aardbeien-rabarerpie te kopen. Ze hadden ook scones, met kaas, daar hebben we er ook maar twee van meegenomen. Lekker voor bij het avondeten, dat zou bestaan uit roerei met groenten.




De Fruita-campground in CR is heel schoon, heel open en vooral overdag heel rustig. ’s Avonds loopt het aardig vol en dan lijkt het echt op een Franse doortrekcamping. Met gratis entertainment.
We zetten onze stoeltjes neer en hadden een doorlopende avondvoorstelling. Tegenover ons stopte een minivan waar eerst één, toen twee en uiteindelijk víjf kinderen uitrolden. De jongste naar schatting anderhalf, de oudste een jaar of acht. We hadden al eerder een groot gezin aan het kamperen gezien, in Sacramento. Daar was een gezin met zeven kinderen, en alles verliep op rolletjes. Zeer georganiseerd werden de tassen op een rijtje gezet, in no time stonden de tenten en werd er gezellig om de tafel gegeten. Wij hadden er veel bewondering voor. Later ging de hele club zwemmen, behalve moeder die achterbleef om de bedden op te maken, over rolverdeling gesproken… Maar alles zag er heel ontspannen uit. Het gezin dat nu tegenover ons stond kreeg het uiteindelijk ook wel voor elkaar, alleen kostte het deze mensen duidelijk meer inspanning. Het hele grasveld stond vol met van alles en nog wat. Het riep herinneringen op aan onze eigen kampeervakanties toen de kinderen nog klein waren. Alleen hadden wij er maar twee….

Na dit tafereel diende het volgende zich aan. Een echtpaar met twee dodelijk verveeld kijkende pubers kwam vlakbij ons staan. Er werd slechts één piepklein tentje opgezet. De sfeer was – zelfs van afstand voelbaar – om te snijden. Vader liep wat hulpeloos van de ene kant naar de andere, de kinderen hingen wat om de picknicktafel en moeder deelde bevelen uit. Het waren geen Amerikanen, in elk geval niet van oorsprong: het leken ons Brazilianen gezien hun uiterlijk en de taal. Op een goed moment zagen we ze aldoor maar de kant van het riviertje op lopen, en weer terug, met teiltjes water. Bleek dat ze een soort washokje hadden opgehangen aan een boom, en de kinderen werden met ferme hand die kant opgestuurd om zich te wassen. Hoofd en voeten staken eronder uit en moeder hield goed zicht op de activiteit, gaf nauwkeurig aan welk deel van het lijf nog geschrobd diende te worden. Een vrij genante vertoning als je vijftien bent. Op het terrein zijn overigens prima sanitaire voorzieningen, maar ja, geen afgesloten washokjes. Wel een heel groot invalidentoilet, waar je met gemak met twintig man en evenzovele teiltjes een poedelfestijn zou kunnen aanrichten.
Het hele gedoe ging gepaard met veel geschreeuw, vooral van moeders kant. Toen het avond werd begonnen ze de hele auto uit te pakken. Alles werd op de picknicktafel uitgestald. Natuurlijk ging ook dat niet zonder slag of stoot. Er werd een groot luchtbed opgeblazen en in de auto gelegd, kennelijk sliepen ze daar. Alle spullen werden afgedekt met een groot zeil. Maar ja, heb je toch je tandpasta nodig en die zit nou toevallig helemaal in de onderste koffer. Dus alles weer op de kop. Nou, zo ging het de hele avond door. Om het nog een beetje erger te maken floepten elke keer als ze de auto open deden de koplampen aan, en als ze hem dichtdeden klonk er vrolijk getoeter. Ze hebben zeker honderd keer de auto open en weer dichtgedaan…..

Ik heb mijn oordoppen maar ingedaan ’s nachts.

maandag 15 juli 2013

Dag 8 - 14 juli: The Great Basin


Dag 8 – zondag 14 juli: The Great Basin


Om half zeven zaten we aan de koffie. Tja, als je om negen uur al gaat slapen heb je er dan een flinke ruk opzitten tenslotte. Wel bijzonder hier hoor, we hadden buren die heel veel lawaai maakten gisteren tijdens het eten en bij het kampvuur (naar later bleek grootouders die hun kinderen en kleinkinderen hier ontmoetten, een gezellige familiereünie dus), en om negen uur is alles overal doodstil. Het is dan natuurlijk ook pikkedonker, maar iedereen gaat ook gewoon om die tijd al slapen.
Vanwege het acclimatiseren besloten we een niet al te lange wandeling te maken. We liepen de Two-Lakes-trail. Een mooi tochtje met uitzicht op de Wheeler Peak (3982 m) en twee hooggelegen bergmeertjes.


                                     


                                         

 
              

                              










Om half twaalf waren we alweer terug. De rest van de dag gebruikten we om de was te doen en te douchen. Dat kon allemaal als je de berg weer afreed, zo’n 20 km. verderop in het plaatsje Baker. Daar was ook een campground, voornamelijk voor campers. Het was een aftandse boel. We werden bijna direct van de sokken gereden door het beheerdersechtpaar dat eruit zag als Violet en Onslow uit Keeping Up Appearances. Het terrein was niet veel groter dan een voetbalveld, maar zij gaven er toch de voorkeur aan in een electrisch wagentje rond te sjezen. Jazeker konden we douchen, $5 p.p. Toe maar. En de was konden we ook draaien, dat viel dan weer mee in prijs: voor $2,50 inclusief drogen. Goed, ik gaf ze $20 en ze raceten weg om wisselgeld te halen. In plaats van de $5 dollar die ik terug had moeten krijgen gaf hij maar $4. O ja, was hij vergeten, tax… Nu ja, ze zagen er uit alsof ze het wel erg goed konden gebruiken. De wasmachine draaide terwijl wij aan het douchen waren. Geheel opgefrist wachtten we tot de machine met het programma klaar zou zijn. Het duurde wel érg lang… We stonden er wat vertwijfeld naar te kijken, tot ik opeens vroeg of de kraan wel open was. Nee dus! Dat betekende opnieuw wachten. Gelukkig hadden we geen dringende afspraken maar lekker vakantie.
Wat wel handig was, ze bleken over gratis WiFi te beschikken. Met de telefoon had ik geen bereik, maar dit ging moeiteloos. Zo konden we via What’s App even communiceren met Inger, die goed aangekomen bleek in Salamanca waar ze zich de komende vier weken verder gaat bekwamen in de Spaanse taal.

We reden de twintig kilometer weer terug naar boven. Je begint beneden in de woestijn, passeert diverse vegetatiegrenzen en zit dan opeens weer bijna op de boomgrens. Binnen een half uur. Bizar. Op de heenweg had Bert trouwens nog even voor Superman gespeeld: toen we bij een uitzichtpunt stopten was er ook een ander stel. De vrouw probeerde wanhopig een heel groot insect, zo’n centimeter of 6 lang, van de voorruit te halen. Manlief bleef bibberend zitten, veilig achter het stuur en liet zijn vrouw het vuile werk opknappen. Maar Bert liep onvervaard naar hun auto, pakte het dier beet met zijn vingers en gaf het een enorme zwieper de bosjes in alwaar het waarschijnlijk rustig zijn insectenleventje kon voortzetten.
Morgen reizen we weer verder, richting Capitol Reef. Voor de derde keer zetten we daar ons tentje op. Nu gaan we een vuurtje maken, een glaasje drinken en koken. Proost!





(en bij dat koken vond Bert het vegetarische gehalte van onze maaltijd kennelijk zo onder de maat dat hij een heel klein stukje van zijn vingertop afsneed, toch nog vlees bij het eten…..)

Dag 7 - 13 juli: Austin - The Great Basincamp

Dag 7 – zaterdag 13 juli: Austin – The Great Basin


Toen ik om half zes mijn hoofd buiten de tent stak waren de buren al aan het ontbijten en opbreken. Wij volgden hun voorbeeld en reden rond half zeven weg. Rob Scott, zo heette de campground, lag in een prachtig bergachtig bosgebied. Een paar mijl verder echter zag het landschap er alweer heel anders uit. Dat is wel bijzonder aan die Loneliest Road: hij is weliswaar honderden mijlen lang, maar ook zeer afwisselend qua landschap. We verveelden ons dan ook geen moment.





Rond half tien reden we Ely binnen, mooi op tijd. Bij de plaatselijke McDonald dronken we koffie en vulden ons ontbijt aan met ieder anderhalve pancake die er zo bleek uitzagen dat we ons afvroegen of ze überhaupt wel een koekenpan gezien hadden. Het smaakte naar spons. Zoals bijna alles bij de grote M.



Wachten tot het baasje uitgegeten is bij McDonalds

We kochten brandhout om ’s avonds een vuurtje te kunnen stoken, vulden de tank met benzine en, niet onbelangrijk, konden de foto’s laden op Picasa Web zodat we er eindelijk een paar in het blog konden invoegen. We zetten ook dag vier en dag vijf online. Het is altijd maar weer afwachten wanneer zoiets lukt.

Om kwart over twee kwamen we aan bij het Visitor Centre van het Great Basin. Dit Nationale Park is onderdeel van een veel groter geheel dat zich uitstrekt over Utah en Nevada. We haalden er de nodige informatie en zochten een kampeerplek op de hooggelegen Wheeler campground: op 3013 meter hoogte! Er was nog één plaats vrij.




Het was zaterdag en dan is het overal altijd druk. Veel Amerikanen trekken erop uit, ze rijden rustig zaterdagmorgen een paar uur om zondag dan weer te vertrekken. Maar het zijn wel echte kampeerders, tenminste, diegenen met een tent. Tussen een tent en een megagroot motorhome is eigenlijk niets. Net zoals je in de politiek ook maar twee partijen hebt.
Nog niet eerder stonden we met de tent op zo grote hoogte.

De campground: mooi open gelegen

De meestervuurmaker aan het werk!

                                          



En dat was ook direct merkbaar: na het inslaan van slechts enkele tentpennen was Bert al behoorlijk uitgeput. Hij heeft altijd meer last van hoogte dan ik. Misschien omdat hij zelf zo lang is?? Acclimatiseren is dus heel belangrijk. We deden dan ook verder niets meer die dag. Behalve een vuurtje stoken, af en toe de auto induiken als de kraan in de wolk boven ons opengezet werd en vooral veel lezen.

Op die hoogte koelt het natuurlijk enorm af ’s avonds, dus voor de nacht haalden we de fleece binnenslaapzakken tevoorschijn, thermo-ondergoed en ook nog dikke joggingbroeken (door ons, in navolging van vriend Willem, ‘slappe broeken’ genoemd). Aldus gewapend tegen de kou konden we de nacht wel aan!











Dag 6 - vrijdag 12 juli: Sacramento - Austin

Dag 6 – vrijdag 12 juli: van Sacramento naar Great Basin dag 1


De eerste gang vanmorgen was naar de Starbucks, ongeveer tegenover de campground. Na een overheerlijke, op ons verzoek warmgemaakte morningbun – houdt het midden tussen suikerbrood en een Zeeuwse bolus - en een stevige bak koffie pakten we de tent in, namen een douche en vertrokken richting The Great Basin National Park. Dat lag ongeveer 900 km verderop in oostelijke richting, in Nevada. We namen de route langs South Lake Tahoe, een heel groot meer dat garant staat voor een enorme stroom aan vakantievierders. Waar water is zijn mensen, altijd en overal. Wat dat aangaat is het verwonderlijk dat wij mensen geen al dan niet rudimentaire zwemvliezen meer hebben,of hier en daar een vinnetje. Zelfs het sterrenbeeld Vissen geeft geen enkele garantie, ik spreek uit eigen ervaring.

Goed, we worstelden ons door alle hamburger- en aanverwante horecazaken heen en deden daarbij ons uiterste best niet iemand voor de wielen te krijgen in dit overvolle gebied. Dat was nog best een hele inspanning. Uiteindelijk raakten we wat uit de drukte. Het meer strekte zich in volle schoonheid aan de rechterkant naast ons uit. Rechterkant??? We moesten het links van ons hebben! Verkeerd gereden….dus alles weer in omgekeerde volgorde terug. Gelukkig waren we nog niet al te ver doorgereden.

We reden verder, via Carlson City richting Ely. Nu kun je in Europa misschien makkelijk zo’n afstand van 900 kilometer in één dag overbruggen, in Amerika is het een illusie te denken dat je dat gaat lukken. Je mag als je geluk hebt zo hier en daar 70 mijl per uur rijden maar vaker is het 55. En denk vooral niet dat er toch niet gecontroleerd wordt als het een onbevolkt gebied is, want voor je het weet word je met loeiende sirenes ingehaald door oom agent.

We hadden halverwege dus een overnachting gepland. Nou ja, gepland in die zin dat we op de kaart hadden gekeken waar eventueel een campground zou zijn. Er was er eentje, vlak voorbij Austin. Dat moesten we kunnen halen. Dat wil zeggen, als het weer ons niet in de steek zou laten. Want de donkere wolken pakten zich in rap tempo samen in de lucht om ons heen. Ach, we hadden een uitwijkmogelijkheid: in Austin zou zeker iets te vinden zijn.
Rond zes uur reden we dat plaatsje binnen, wat enkele mijlen daarvoor al aangekondigd had gestaan als de moeite van een bezoek meer dan waard. We hadden inmiddels al uren door een onmetelijk groot gebied met prairie en woestijn gereden, echt schitterend. Maar ook heel eenzaam, we kwamen niets en niemand tegen. Deze route heet dan ook niet voor niets ‘the loneliest road’.

Austin bleek te bestaan uit ongeveer vier vervallen motels waarbij je de wandluizen bijna over de gevel zag kruipen, en enkele even vervallen huizen. We voelden ons niet geroepen hier de nacht door te brengen. Dus verder maar weer. De lucht was nog steeds zwaar van water en er zat dus niets anders op dan door te rijden naar Ely. Dat zouden nog wel een paar pittige uurtjes worden, we hadden al een lange dag achter de rug. Vlak voorbij Austin klaarde de lucht echter iets op, en zo’n tien mijl verder zag ik opeens een campground liggen. Bert kon nog net op tijd vol in de remmen gaan om de afslag nemen. Het bleek een pareltje.





Heel rustig, de vertrouwde ruime plekken en prachtig uitzicht. Het was opgehouden met regenen en in tien minuten hadden we ons tentje alweer staan. Wat een genot!

Aan de overkant van het pad stond een ander stel, het leken moeder en zoon. De zoon begon met bellen toen wij aankwamen en was nog niet opgehouden toen wij naar bed gingen…Gelukkig bleef het geluidsniveau binnen de perken. Iets verderop stonden twee motorrijders. Een van hen had óók interessant telefonisch contact. En wel zo luid dat wij zelfs de dame aan de andere kant van de lijn konden horen. Dit gesprek duurde maar een half uur, dat scheelde.
Maar we hadden van dit alles helemaal geen last, het was meer een constatering. We kookten op ons nieuwe gasstel, dronken een glaasje en sloten zo de dag voldaan af.