vrijdag 10 augustus 2012

Dag 21 – zondag 5 augustus: Zion N.P.


Als je overal aanplakbiljetten, elektronische waarschuwingssystemen en verkeersborden ziet met het pictogram van een kampvuur en een groot kruis daardoorheen, wat is dan het eerste dat bij je opkomt? Juist, vuur maken verboden. Bovendien, als je ook maar iets van het nieuws hier gevolgd hebt weet je dat er heel veel bosbranden zijn geweest die grote schade hebben aangericht. Niet alleen aan de natuur, die herstelt zich ook wel weer op wat langere termijn, maar ook aan huizen en zelfs hele woonwijken. We keken dan ook raar op toen we terugkwamen van onze eerste dag in Zion en vlak achter onze tent vuur roken. Het bleek te gaan om camperbewoners, van zo’n megagroot huis op wielen met twee badkamers en vijf slaapkamers of zoiets, die eens lekker de fik erin hadden gezet. Gelukkig wel in de daartoe bestemde vuurbak, maar toch.
Het duurde niet lang of de beheerder kwam langs en vroeg aan mij of ik ook ergens vuur rook. Tja, waar rook is is vuur tenslotte. Omdat ik al redelijk de pest in had door die stomme mensen die letterlijk met vuur speelden wees ik enthousiast naar de boosdoeners: ja, daar!
De man reed weg in zijn golfkarretje en bleef bij de camper even staan kijken. Niet langer dan een minuut, toen reed hij weer door. Wij dachten dus dat het óf toch toegestaan was, óf al uit. Niets van dat al: binnen vijf minuten reed de parkpolitie voor. Een Ranger sommeerde de mensen het vuur direct te blussen en toen verdween ze met de boeven binnen in de camper. Wij denken dat er proces verbaal is opgemaakt, daar zijn ze  hier niet kinderachtig mee. Helaas konden we niet meer horen wat er gezegd werd, we hadden daar wel graag deelgenoot van willen zijn. We hoopten dat ze een flinke boete kregen. Hoe dan ook, het vuur werd met veel water geblust zodat er in elk geval geen gevaar meer was. Even daarna stak er een flinke wind op, zoals elke avond hier zou later blijken, en je moet er niet aan denken wat er had kunnen gebeuren als er een vonkje was overgevlogen.

Om half tien die ochtend waren we het Zion Nationaal Park binnengereden, het was nog geen uur rijden vanaf Glendale waar we overnacht hadden.

En dit zie je dan als je het park binnenrijdt...oneindig hoog...


Berg met schaakbordmotief



Welkomstcomité  

Alle wegen in het park zijn rood geasfalteerd. Zo worden ze goed opgenomen in de omgeving
Met gemak vonden we een plek op de South Campground. Terwijl ik dit schrijf, half zeven ’s avonds, is er nog steeds plaats. Geen enkele reden dus om een half jaar van tevoren al te reserveren op de andere, ernaast gelegen Watchmen campground, tenzij je perse daar wilt staan.
Wij hebben hier een mooie, ruime en lichte plek. Op loopafstand van de shuttlebus halte, ook erg handig omdat je tussen april en eind oktober niet zelf het park in mag rijden.



We namen de shuttle tot het eind en liepen daar de Riverside trail. Niet ver en niet moeilijk maar wel erg mooi. We liepen er trouwens niet alleen, het was wat je noemt een bont gezelschap. Hopelijk is de tocht die we morgen gaan maken wat minder popu;air, maar ja, het is ook zondag vandaag dus extra druk.
Zion onderscheidt zich op alle mogelijke manieren van alles wat we tot nog toe zagen. Echt 

Globetrotter op pad!

Moerassig...

Hangende tuinen

Nog meer hangende tuinen

En nóg meer hangende tuinen!

Met z'n allen...

Dit hebben wij maar niet meer geprobeerd


Na de wandeling deden we nog wat boodschappen in Springdale, bij de zuidingang. En geloof het of niet: daar hadden ze dan eindelijk het Wasa Knäckebrot dat we zo graag eten, noodvoorraad voor als het brood op is! Kost wel wat hier zeg, meer dan $4, tjongejonge…..ze weten van wanten.
Vorig jaar konden we van de prijs in dollars ongeveer een derde afhalen om op de euro te komen, nu is de dollar bijna hetzelfde in waarde als de euro. Dat maakt echt wel uit.
Vanavond maken we spaghetti met tonijn,  dat zal vast goed smaken. Maar nu eerst: glaasje wijn en geitenkaas (want zelfs dat hadden ze hier, in Springdale-gat-van-niks)!

Dag 20 – zaterdag 4 augustus: Capitol Reef – Bryce – Zion



In de Chinese astrologie heb je het jaar van de aap, van de slang, van de draak. Om maar wat te noemen. Wij hadden vorig jaar het jaar van de Beer, en dit jaar is voor ons het jaar van het Hert. Of aanverwanten in elk geval. Nog niet eerder zagen we er zoveel, en ook in zo’n variëteit aan soorten. In feite was de soort die we in Bryce zagen geen hert maar familie van de Impala. Voor het gemak scheren we ze echter over één kam.






Op weg naar Bryce stopten we in Boulder, daar kon je volgens onze trouwe metgezel de Trotter uitstekend ontbijten bij Hell’s Grill. We moesten wat lang wachten op een plaatsje, het was er druk. Na onze bestelling kregen we na enige tijd koffie. Heel on-Amerikaans, je wordt altijd razendsnel en attent bediend. Ons eten….het duurde en duurde maar, en na dik een kwartier vonden we het wel genoeg en stapten op. Het meisje achter de bar verontschuldigde zich wel tien keer, ze hadden bruiloftsgasten en kregen het niet voor elkaar. Tja, daar kunnen wij  natuurlijk niets mee. Maar de koffie kregen we gratis.
Op naar een volgende gelegenheid. Bij Kavi’s Coffeecorner dachten we een goed alternatief gevonden te hebben. Bovendien hadden ze er WiFi wat mij in de gelegenheid stelde een paar hotelreserveringen te maken in Denver en Las Vegas. Ook hadden we nog geen onderdak in Chicago.
Hier was de ontvangst zo mogelijk nog koeler. Men keek ons niet eens aan. Pas na een hele tijd, toen we de laptop al aan de praat hadden en voorzien van netstroom, kwam er iemand zeggen dat we bij de bar moesten bestellen. We hadden langzamerhand behoorlijk trek dus dat hebben we gedaan. Het eten was goed, Bert had fantastische pancakes van volkorenmeel en ik roerei op toast. Een lachje kon er bij de bediening echter niet vanaf.

In Chicago hadden we heel snel via Airbnb een kamer met eigen badkamer gevonden, weliswaar in het noorden van de stad maar wat wil je, voor $50. De standaardhotels beginnen zo rond de $100 dus dat tikt lekker aan als je vier dagen wilt blijven. En dit ziet er goed uit verder. Vlakbij Lake Michigan en ook vlakbij het openbaar vervoer.

In Bryce keken we voor de tweede keer onze ogen uit. De kleuren waren nog intenser door de regen die net gevallen was, het rood werd van steenrood dieprood. Schitterend. 











We waren van plan een trail te lopen maar vanwege het onweer overal om ons heen zagen we daar vanaf. De vorige keer hadden we dat wel gedaan, toen liepen we de Queens- en de Navajotrail. Al met al waren we ongeveer drie uur in het park. Daar hebben we ook onze bonnetjes met tot dan toe betaalde bedragen aan de Nationale Parken ingeleverd en ingewisseld voor een Annual Pass. Een geweldig systeem: zolang je niet aan de $80  komt betaal je gewoon per keer, en kom je wel aan dat bedrag wissel je alles alsnog in. Mocht je dus onverhoopt minder parken bezoeken zit je niet met een te dure pas
Na Bryce reden we richting Zion, tussen de rode rotsen van de – hoe toepasselijk – Red Canyon door. In Glendale stopten we bij een boerencamping, letterlijk, van de familie Bauer. Erg leuk gelegen, iets van de weg af en tussen de fruitbomen. Onberispelijk sanitair met douches, een wasmachineruimte en tenten op een grasveldje gescheiden van campers. Kosten: $20.

We waren expres hier al gestopt zodat we de volgende dag vroeg naar Zion konden rijden om een plek te vinden. Er zijn daar twee campgrounds, voor de ene moet je ongeveer 5 maanden van tevoren reserveren en de andere is ‘first come first serve’. Die laatste moesten we hebben.
’s Avonds schoven we nog even aan bij een gemeenschappelijk kampvuur. Nu eerst op naar dromenland, en dan naar het beloofde land

woensdag 8 augustus 2012

Dag 19 - vrijdag 3 augustus: Capitol Reef


Dag 19 – vrijdag 3 augustus: Moab – Capitol Reef

Ik moet wat bekennen. Ons hele kampeerleven hebben we mensen verketterd die een partytent op durfden te zetten om onder te zitten, bij felle zon of regen. Dat had niets met kamperen te maken, toch? En terwijl ik onze kinderen altijd heb voorgehouden ‘zeg nooit NOOIT’ waren we hierin zeer stellig. Echt NOOIT zouden wij zo’n ding aanschaffen. Nou ja, duidelijk verhaal dus. Toen we de laatste keer bij de WalMart waren hebben we er een gekocht. Voor het geval dat. Niets menselijks is ons vreemd….
Goed, op ons gemak vertrokken we naar Capitol Reef, na eerst een was gedraaid te hebben. Tijdens het wachten daarop heb ik het blog bijgewerkt en alle foto’s op Picasa gezet. Echt een rustig idee dat we ze nu niet meer kwijt kunnen raken. Het dagelijks ritueel bestaat eruit dat we eerst alles op de laptop laden, dan een kopie op een externe harde schijf, en zodra we internet hebben gaat de hele handel dan op Picasa-web. Van daaruit kan ik ze snel toevoegen aan de tekst. Het lijkt veel werk maar al met al is het in een paar minuten gebeurd.
Hoewel we pas om elf uur vertrokken hadden we toch om één uur de tent alweer staan. Er was ook hier weer meer dan genoeg plaats, en eigenlijk is dat overal zo.



Gewoon onderweg....






De vorige keer dat we hier waren moesten we de tent meteen weer afbreken vanwege naderend noodweer, nu zag de lucht er heel rustig uit. We konden dan ook de werkelijk schitterende scenic drive maken, voor de zoveelste keer overvallen door de wonderlijke schoonheid van dit land. Daarna werd het tijd om fruit te plukken in een van de plaatselijke en daartoe opengestelde boomgaarden. Een heel mooi systeem: wat je opeet is gratis, wat je meeneemt kost $1 per pond. Zelf wegen en geld in een bakje doen. Bij het plaatselijke winkeltje kochten we ook nog een versgebakken perzikpie, dat leek ons een geschikte lunch voor de volgende dag. 




’s Avonds hebben we nog even gekeken bij het Rangerpraatje: er werden haast onzichtbare netten over het riviertje naast de campground gespannen waarin ze vleermuizen vingen. Die werden er één voor een uitgehaald om aan ons te laten zien, heel bijzonder. We mochten ze natuurlijk niet aanraken, ze dragen nogal wat ziektes bij zich (waaronder rabiës), de Ranger was daar immuun voor geworden, dat zei hij tenminste. De beestjes lieten zich gewillig bekijken in het felle licht van de zaklantaarns en we mochten naar hartelust foto’s maken. De hele operatie duurde maar even, het beestje werd dan snel weer vrijgelaten.





Alweer een dag voorbijgevlogen…..
O, en over die partytent: hij is rood. Knalrood. Ook dat nog.  

dinsdag 7 augustus 2012


Dag 18 – donderdag 2 augustus: Arches, Islands in the Sky en Dead Horse Point

Voor de tweede keer bezoeken we Arches. In dit park bevinden zich de meeste natuurlijke bogen ter wereld. En opnieuw worden we getroffen door de schoonheid ervan. De kleuren spatten ervan af in het ochtendlicht, want we zijn redelijk vroeg. Met een doel: het lopen van de trail naar de Delicate Arch. Deze solitair staande boog is met zonsondergang een grote trekpleister, maar gezien de temperatuur kiezen wij voor de ochtendversie. Voorzien van ruim voldoende water en zonnehoeden vertrekken we om 9.00 naar boven.
Het is een stevige klim van ongeveer een uur maar niet moeilijk. We lopen vlot door en verbazen ons over de slechte conditie die veel mensen blijken te hebben: sommigen hijgen al na de eerste vijftig meter als een karrepaard met bronchitis. Uiteindelijk zijn we binnen drie kwartier boven: de oudjes doen het nog best!
Het is inderdaad een schitterende boog. 








Bert loopt er vrij dicht naar toe, ik blijf iets op afstand. Zo kan ik mijn hoogtevrees beter onder controle houden. Ik bevind me in goed gezelschap, er staat iemand naast me die kennelijk nog veel meer last heeft dan ik en alleen aan de hand van haar man voorzichtig een paar passen durft te zetten. Op slag voel ik me overwinnaar.
Geholpen door de zwaartekracht zijn we snel weer beneden. Na deze krachtsinspanning drinken we nog meer water dan we onderweg al gedaan hadden – het meeste vocht waren we alweer kwijtgeraakt via onze huid. Wat een mechanisme, zo’n lichaam.

We deden nog een paar andere kortere trails maar eigenlijk was dat in de hitte al niet meer te doen.
’s Middags was het Islands in the Sky, het noordelijke deel van Canyonlands, aan de beurt. Ook daar waren we twee jaar geleden al geweest, evenals in Dead Horse Point State Park wat we daarna nog bezochten. Het blijft ontzagwekkend mooi en al met al zijn we er toch weer uren geweest.










Terug bij ons onderkomen deden we ons tegoed aan liters Clamato, een heerlijk verfrissende en pittige tomatendrank. Ooit in Mexico ontdekt en in de USA tot onze vreugde ook verkrijgbaar.


Terwijl we aan het bijkomen waren van de dag liep er opeens een ‘dakloze’ met een rolstoel en een bedelbordje langs. Hij keek echter niet op of om. Een heel eind verderop sleepte hij zijn rolstoel in een cabin – van het eenvoudigste type, alleen bed en dak – om even daarna weer naar buiten te komen met een kruk. Daarmee hobbelde hij het terrein weer af, met een grote boog om ons heenlopend. Waarschijnlijk had hij van de bedrijfsleiding strikte instructies gekregen om zijn dagelijkse werkzaamheden NIET op de campground te bezigen….

’s Avonds kwamen onze buren Hans en Barbara een glaasje drinken. Wij hadden de wijn en zij kwamen met een bord vol stukjes kaas, crackers en een zak met noten. Het was erg gezellig, de gesprekken gingen over politiek, over het leven in Canada en de ontwikkelingen in Europa. Ze vertelden ons ook over de Vietnamese vrouw, die in haar eentje met haar auto naast hen was komen staan. Ze bleek in die auto te wonen….Barbara vertelde dat er echt hele gezinnen zijn die dat als enig onderdak hebben….lang leve de American Dream.
Toen ze bijna opstapten nam het gesprek opeens een beetje een vreemde wending. Hans wilde ons nog iets meegeven: als we (of iemand in de onze omgeving) ooit een behandeling tegen kanker moesten ondergaan, er was een hele goede kliniek in Florida waar ze véél betere resultaten bereikten dan met welke chemotherapie dan ook. Barbara verwees daar ook regelmatig mensen naar toe, vanuit haar functie als homeopathisch arts. Alles gebaseerd op rauw voedsel, en in drie weken was je dan overal vanaf. En niet eens duur: $5000 all inclusive, alsof je het over een feestelijk reisje hebt. Tja. Wij keken mekaar aan, niet goed wetend wat we met deze ongevraagde adviezen aanmoesten. Ik vroeg aan Hans waarom hij dat aan ons vertelde, en het was alleen maar uit mensenliefde zei hij. Want er werden zoveel mensen behandeld met chemo terwijl dat helemaal niet nodig was, en daar wilden zij graag hun bijdrage aan leveren.
We hadden het gevoel Jehova’s op bezoek te hebben, heel raar, want het was gewoon een gezellige avond geweest. Nou ja, we hebben maar vriendelijk afscheid genomen, het was goed bedoeld tenslotte.
Morgen gezond weer op!