vrijdag 10 augustus 2012

Dag 20 – zaterdag 4 augustus: Capitol Reef – Bryce – Zion



In de Chinese astrologie heb je het jaar van de aap, van de slang, van de draak. Om maar wat te noemen. Wij hadden vorig jaar het jaar van de Beer, en dit jaar is voor ons het jaar van het Hert. Of aanverwanten in elk geval. Nog niet eerder zagen we er zoveel, en ook in zo’n variëteit aan soorten. In feite was de soort die we in Bryce zagen geen hert maar familie van de Impala. Voor het gemak scheren we ze echter over één kam.






Op weg naar Bryce stopten we in Boulder, daar kon je volgens onze trouwe metgezel de Trotter uitstekend ontbijten bij Hell’s Grill. We moesten wat lang wachten op een plaatsje, het was er druk. Na onze bestelling kregen we na enige tijd koffie. Heel on-Amerikaans, je wordt altijd razendsnel en attent bediend. Ons eten….het duurde en duurde maar, en na dik een kwartier vonden we het wel genoeg en stapten op. Het meisje achter de bar verontschuldigde zich wel tien keer, ze hadden bruiloftsgasten en kregen het niet voor elkaar. Tja, daar kunnen wij  natuurlijk niets mee. Maar de koffie kregen we gratis.
Op naar een volgende gelegenheid. Bij Kavi’s Coffeecorner dachten we een goed alternatief gevonden te hebben. Bovendien hadden ze er WiFi wat mij in de gelegenheid stelde een paar hotelreserveringen te maken in Denver en Las Vegas. Ook hadden we nog geen onderdak in Chicago.
Hier was de ontvangst zo mogelijk nog koeler. Men keek ons niet eens aan. Pas na een hele tijd, toen we de laptop al aan de praat hadden en voorzien van netstroom, kwam er iemand zeggen dat we bij de bar moesten bestellen. We hadden langzamerhand behoorlijk trek dus dat hebben we gedaan. Het eten was goed, Bert had fantastische pancakes van volkorenmeel en ik roerei op toast. Een lachje kon er bij de bediening echter niet vanaf.

In Chicago hadden we heel snel via Airbnb een kamer met eigen badkamer gevonden, weliswaar in het noorden van de stad maar wat wil je, voor $50. De standaardhotels beginnen zo rond de $100 dus dat tikt lekker aan als je vier dagen wilt blijven. En dit ziet er goed uit verder. Vlakbij Lake Michigan en ook vlakbij het openbaar vervoer.

In Bryce keken we voor de tweede keer onze ogen uit. De kleuren waren nog intenser door de regen die net gevallen was, het rood werd van steenrood dieprood. Schitterend. 











We waren van plan een trail te lopen maar vanwege het onweer overal om ons heen zagen we daar vanaf. De vorige keer hadden we dat wel gedaan, toen liepen we de Queens- en de Navajotrail. Al met al waren we ongeveer drie uur in het park. Daar hebben we ook onze bonnetjes met tot dan toe betaalde bedragen aan de Nationale Parken ingeleverd en ingewisseld voor een Annual Pass. Een geweldig systeem: zolang je niet aan de $80  komt betaal je gewoon per keer, en kom je wel aan dat bedrag wissel je alles alsnog in. Mocht je dus onverhoopt minder parken bezoeken zit je niet met een te dure pas
Na Bryce reden we richting Zion, tussen de rode rotsen van de – hoe toepasselijk – Red Canyon door. In Glendale stopten we bij een boerencamping, letterlijk, van de familie Bauer. Erg leuk gelegen, iets van de weg af en tussen de fruitbomen. Onberispelijk sanitair met douches, een wasmachineruimte en tenten op een grasveldje gescheiden van campers. Kosten: $20.

We waren expres hier al gestopt zodat we de volgende dag vroeg naar Zion konden rijden om een plek te vinden. Er zijn daar twee campgrounds, voor de ene moet je ongeveer 5 maanden van tevoren reserveren en de andere is ‘first come first serve’. Die laatste moesten we hebben.
’s Avonds schoven we nog even aan bij een gemeenschappelijk kampvuur. Nu eerst op naar dromenland, en dan naar het beloofde land

Geen opmerkingen:

Een reactie posten