donderdag 2 augustus 2012

Dag 15 - maandag 30 juli:Gunnison -Black Canyon of the Gunnison


(nog geen foto's, zie vorig bericht)

Direct na Gunnison, waar we alweer vroeg vertrokken, veranderde het landschap. Tot dan toe was het afwisselend mooi of saai geweest maar nu ontvouwde zich in het tere ochtendlicht een goudgele deken van gesteenten, gelardeerd met het heldere blauw van de Blue Mesa Lakes. We reden door  Curecanti National Recreation Area en stopten om de haverklap om foto’s te maken. 







Het was er erg rustig hoewel er talloze campgrounds waren die allemaal meer dan voldoende plaats hadden zo te zien. Ons leek het een walhalla voor watersporters. Wel werd er gewaarschuwd voor de weersomstandigheden op het water: aan het eind van de middag konden die van het ene op het andere moment omslaan in hevig onweer. Dat is in dit hele gebied trouwens zo, ’s morgens mooi en ’s middags moet je dan maar afwachten.
Van afstand hadden we goed zicht op de naaldvormige rotsen die mede karakteristiek zijn voor het gebied.
 





Op een geheel verlaten parkeerplaats stonden heel veel brievenbussen terwijl er in geen velden of wegen huizen te zien waren. Ze waren wel in gebruik, de meesten dan, dus vermoedelijk kwamen de mensen van heinde en verre hier hun post ophalen.



Heel mooi op tijd kwamen we aan bij de Black Canyon of the Gunnison NP waar we in het park zelf wilden kamperen. Er was heel veel plaats en we vonden een mooie, vrije, beschaduwde plek. 




Na onszelf voorzien te hebben van vocht en zout in de vorm van een lunch met kaas en crackers reden we de scenic drive door het park. Imponerend! Anders dan de Grand Canyon is deze kloof niet erg gekleurd en  ook minder gelaagd.







 Er waren veel parkeerplaatsen van waaruit je iets kortere of langere stukjes kon lopen voor een spectaculair uitzicht. 
Mooi weer, mooie luchten, mooie plaatjes!
Op één van die tochtjes fotografeerde Bert een grote zittende valk, weliswaar op afstand maar toch bijzonder omdat je ze eigenlijk alleen maar in de (v)lucht ziet. De aanwezige ranger was in elk geval onder de indruk. 




Onderweg zagen we ook een muilhert met twee jongen, in het geheel niet schuw. Die zijn wel wat gewend natuurlijk, met alle bezoekers,  hoewel je het park met de beste wil van de wereld niet drukbezocht kunt noemen.




Terug bij de tent hebben we in de schaduw zitten lezen. Er stond een lekker briesje dus het was er goed toeven. Opeens zag ik twee lange oren in het bosje vlakbij de tent….er bleek een heel muilhert aan vast te zitten! Gauw op de foto natuurlijk. Later liepen er nog veel meer herten op het terrein, ook met jongen. Kennelijk bevonden wij ons in hun leefgebied.



We wilden sperzieboontjes eten maar toen we ze, bijna beetgaar en klaar om in de slaapzak na te garen, even proefden wisten we niet hoe gauw we ze weer uit moesten spugen….víes! Uiteindelijk aten we dus alleen maar aardappelgratin zonder korstje want gekookt en entrecote die op je tong smolt – die laatste vormde het hoogtepunt van de maaltijd. Voor ons hier geen boontjes meer….
’s Nachts meenden we een beer/hert/bergleeuw te horen grommen/knorren. Bij nader inzien bleek het te gaan om Bert’s voeten die op het matrasje heen en weer schoven. Gerustgesteld door deze informatie vielen we weer in slaap.
’s Morgens zagen we de pootafdrukken van een zwarte  beer bij onze tent staan….of is dat een broodje beer….eh…aap??

Dag 14 - zondag 29 juli: Stillwater - Gunnison


Leadville, nog nooit van gehoord en niet bepaald een plaatsje van betekenis. Voor ons echter een voltreffer, mogelijk toch vandaar de naam - verwijzing naar munitie? Bert at er de lekkerste hamburger (lamsvlees) die hij ooit gehad heeft, en ik had een sandwich Cuban Reuben, met pastrami, gesmolten Zwitserse kaas, zuurkool (!) en aïoli. Het lijkt een vreemde combinatie, dat dacht ik eerst ook, maar onder het motto ‘bestel iets wat je normaal niet eet’ waagde ik de gok en het was verrukkelijk! Ook nog in een heel gezellig restaurantje waar we water in weckpotten kregen – bijzonder.

Goed gevuld vervolgden we onze tocht naar Gunnison, zo’n 50 mijl voor de Black Canyon of the Gunnison waar we de dag erop heen wilden. Intussen was het rondom alweer helemaal aan het dichttrekken en we zagen het in de verte onweren. Omdat we geen zin hadden in weer een natte maaltijd zochten we de KOA-campground op en  huurden we er een zogenaamde tent-cabin. Dat was een driehoekig gebouwtje van golfplaten met daarin twee bedden en een iets uitstekend dakje waaronder we droog konden zitten. Wat denk je: geen drup gevallen…..Toch was het heerlijk. Een warme douche, stopcontacten om de batterijen van de fototoestellen op te laden en zelfs een goede internetverbinding zodat ik in alle rust wat mails kon versturen. We maakten een vuurtje, aten een paar boterhammen en doken onze digitale boeken in. Puur genieten!  







Dag 13 - zaterdag 28 juli: Estes Park – Stillwater
Vroege vogels. Om half zeven wakker, een kwartier later waren we onderweg. We hadden namelijk besloten dan maar in alle vroegte naar Bear Lake te gaan, vóór negen uur dus. Het was veel minder ver dan we dachten en het liet ons tijd genoeg om om Bear Lake heen te wandelen en daarna nog naar Nymph Lake te lopen. We vonden het mooi maar niet spectaculair. We hadden wel het geluk het er nog heel rustig was, je moet er niet aan denken dat je daar in colonne loopt. 



Om tien voor negen reden we het terrein weer op waar we onszelf trakteerden op een Amerikaans ontbijt van gebakken eieren met gesmolten kaas alvorens onze spullen weer in te pakken.



Aldus gesterkt begonnen we aan de Trail Ridge Road, hoog over de bergen. Het hoogste punt dat je passeert ligt op ruim 3800 meter en geeft een schitterend uitzicht op de hoogvlaktes en toppen – meer dan 4000 meter hoog - van de Rocky Mountains. Het weer zat mee en we konden mooie plaatjes schieten. Deze bergen zijn heel anders van vorm dan die van bijvoorbeeld de Alpen: als je daar vierduizenders ziet zijn ze veel scherper en puntiger, terwijl dit deel van de Rockies gekenmerkt wordt door meer ronde vormen.
Een groot deel van het park bevindt zich boven de boomgrens en dat geeft altijd een bepaalde sfeer waar ik erg van hou. Ik kan me ook voorstellen dat mensen zich er juist heel eenzaam en verlaten voelen, zo’n desolate hoogvlakte maar voor mij (en ook voor Bert) werkt het andersom.



Na een prachtige tocht kwamen we in een heel ander gebied, vlakker en bewoond. Twee grote meren zorgden voor gezelligheid op het water en we zochten een plaatsje aan het Grand Lake, op de Stillwater campground. Bij de ingang hing een bordje ‘Full’ maar daar geloofden we niets van. Terecht, zo bleek. Waarschijnlijk hangt het er de hele zomer. We zochten naar vrije plekken en hadden al snel wat gevonden. Wel moesten we eerst even een platgeslagen tent verwijderen die de vorige bewoners voor het gemak maar hadden achtergelaten toen hij het kennelijk begeven had. De pennen zaten nog in de grond, die hebben we ons maar toegeëigend. Kan nog best eens van pas komen.



In het plaatsje Grand Lake dronken we iets en konden we het blog wat bijwerken. Het was er gezellig op z’n Amerikaans: één lange hoofdstraat met voornamelijk op  het toerisme gerichte winkels.
Bij de tent terug hebben we gekookt, daarna lekker zitten lezen en net toen we moe werden begon het te regenen dus dat kwam mooi uit: de tent in en slapen! 

maandag 30 juli 2012

Dag 12 - vrijdag 27 juli: Cheyenne - Estes NP


Dag 12 – vrijdag 27 juli: Cheyenne – Estes Park
Volwassen kerels die een klein stierkalfje proberen te vloeren. Of proberen tenminste tien seconden op een wild bokkend (gepijnigd?) paard te blijven zitten. Je moet er maar naar willen kijken. En toch deden we het. Dat kwam zo: terwijl wij aan de ochtendkoffie zaten waren onze buren aan het inpakken. Vlak voor ze wegreden kwamen ze nog even een praatje maken en afscheid nemen (we hadden ze tot dan toe nog niet gezien of gesproken, maar dat terzijde. De man – die zo ontzettend sliste dat je je erg in moest spannen om het te verstaan - kwam al gauw met een kaart op de proppen waarop  de plattegrond van het Frontier festival te zien was. Zij waren er als gezin nu voor de derde keer geweest en erg enthousiast. Omstandig ging hij ons uitleggen hoe je vanaf de campground met een shuttlebus voor slechts één dollar p.p. naar het festivalterrein kon worden gebracht, waar je de kaartjes kon kopen en welke bus je terug moest nemen. Nu waren wij van plan om naar Estes Park te gaan (onderdeel van de Rocky Mountains), waar we een plaats gereserveerd hadden op de Moraine Campground. In dat plaatje waste een rodeo niet. Aan de andere kant, we hoefden niet perse vroeg aan te komen in Estes, en wanneer maak je nu zoiets mee? Onze buren waren inmiddels vertrokken. Kort nadat ze weg waren kwamen ze weer terug, om ons te vertellen dat het toiletgebouw aan de andere kant van het terrein véél beter geoutilleerd was. Toch aardig van ze.
Na wat heen en weer gepraat – kost het niet teveel tijd, hoever is het nog rijden naar Estes Park, hoe duur zijn die kaartjes – besloten we dat we ons deze gelegenheid niet konden laten ontnemen.
De bus bracht  ons binnen een kwartier ter plekke en we voegden ons in de rij voor de kaartjes. We waren bijna aan de beurt toen iemand op onze schouder tikte: of we van haar twee kaartjes wilden overnemen? Nu zijn we daar in principe altijd wat huiverig voor, je weet tenslotte nooit waar je je mee inlaat, maar dit zag er heel betrouwbaar uit. Zitplaatsen, naast de verkoopster en haar familie (haar zus en echtgenoot konden niet mee, vandaar). We namen de kaartjes dus over, voor een iets lagere prijs dan de originele. Het klopte inderdaad, we zaten prachtig en aan de goede kant van de arena.
Het was  beslist een spektakel. Mannen op stieren, op paarden, het knevelen (en direct daarna weer losmaken) van stierkalfjes. 





Hier wordt de (middelste) man van het bokkende paard bij een ander op het zadel getrokken zodat het paard zonder ruiter in alle rust de corral in kan lopen

De grapjas was er ook bij


Oorspronkelijk allemaal nodig voor het brandmerken en ik denk dat de cowboys zich nu nog steeds van dezelfde technieken bedienen. In die zin is het dus in het verlengde van hun werk. Wat opviel was de goede zorgen waarmee de dieren omringd werden. Ook konden we met eigen ogen zien dat de paarden die stonden te wachten tot ze aan de beurt waren heel ontspannen in hun box stonden met de oren naar voren. Maar het blijft hoe dan ook volksvermaak, ten koste van. Eén stiertje werd gewond op een speciale dierenbrancard weggedragen. Kortom, we hebben het gezien maar het hoeft voor ons niet nog een keer.
Na zo’n anderhalf uur hadden we het wel gezien en we namen de bus terug. Dat was allemaal wel erg goed geregeld. Om drie uur reden we weg, om vijf uur waren we bij de campground. We hadden er een mooie rustige plek, de auto moest iets op afstand staan. Bij aankomst hadden we al gezien dat de weg naar Bear Lake, een van de bezienswaardigheden in het park, tussen 09.00 en 16.00 gesloten was wegens werkzaamheden. De ranger die we ernaar vroegen dacht dat het bij elkaar zo’n twee uur zou kosten om heen en terug te rijden en een wandeltochtje. Dat vonden we nu te laat worden, de tent moest opgezet, we wilden koken en het wordt hier veel vroeger donker dan in Nederland. 


Blauwe plantjes? Nee, onkruid dat bespoten is!

De plek op de Moraine Campground

Net toen we de knoflook gesnipperd hadden, klaar om in de pan te gooien, begon het…jawel….te regenen. Toch hebben we maar doorgezet en ons eten werd vanzelf van het nodige vocht voorzien dat in de pannen drupte. Voor de tweede keer aten we in de auto. Toch maar eens op zoek gaan naar zo’n partytent maar dan type sportief, het weer lijkt namelijk wisselvallig te blijven voorlopig. En dan kunnen we tenminste droogkoken …eh….droog koken!



zaterdag 28 juli 2012

Dag 11 - donderdag 26 juli: Black Hills - Cheyenne


(Bij dit bericht geen foto's. Sommige stukken tekst zijn opeens blauw tegen een witte achtergrond, dat krijgen we niet weg.)

Na een goede nachtrust werden we vroeg wakker. Dat krijg je als je met de kippen op stok gaat en half tien al aan de late kant is. Het eerste wat we deden was water opzetten voor de afwas die we al een paar dagen hadden moeten opsparen, eerst doordat we geen water konden koken vanwege de harde wind, en gisteren vanwege de regen. Nu waren  we van beide verlost. Omdat we niet veel spullen hebben waren we er in tien minuten mee klaar en konden we aan onze koffieverslaving toegeven. Brood roosteren ging ook weer een stuk sneller en de boter was in de koelbox keihard gebleven zodat we een prima ontbijt hadden.
Onder Custer SP ligt Wind Cave SP  waar, de naam zegt het al, een enorm grottenstelsel te vinden is. Dat trok ons echter niet zo, maar de bovengrondse natuur was prachtig. Opeens zagen we een heel stuk grond in beweging komen. Bij nadere beschouwing bleek het te gaan om grotbewoners, dat kun je natuurlijk ook verwachten in dit gebied, maar dan van klein formaat: honderden prairiedogs bevolkten het land! Overal staken ze hun kopjes uit de grond, keken rechtopzittend om zich heen of renden achter elkaar aan, heel grappig om te zien! Ze graven hun eigen ‘grotten’ en gangen, je zou er graag een kijkje nemen. Op een of andere manier doen ze heel huiselijk aan, je verwacht bijna dat ze onder de grond hun huisjes heel gezellig hebben ingericht met stoeltjes, tafeltjes en schalen vol zelfgebakken koekjes..
Na Wind Cave kwamen we in het plaatsje Hot Springs, met heel veel huizen opgetrokken uit rood zandsteen wat een heel warm effect geeft. Het was sowieso een leuk plaatsje dat zelfs haast Europees aandeed. Een vriendelijke meneer in het toeristenbureau legde ons uit waar de bibliotheek was, omdat we ons via internet van een kampeerplek in Estes Park (Rocky Mountains) wilden verzekeren. De bibliotheek was gehuisvest in een nieuw, houten gebouw. Van binnen smaakvol ingericht en voorzien van alle noodzakelijke elektronica. Het lukte ons om voor morgen een kampeerplek te veroveren op de Moraine campground. We lunchten bij de plaatselijke Bakery, en hier waren de porties van onze sandwiches nu eens normaal van formaat. Ik dronk er ijsthee bij, en dan niet die limonadeachtige versie die wij kennen, maar gewoon ijskoude ongezoete thee, zoals het hoort. Erg lekker! Bert vindt dat maar een waterig slap brouwsel dus die hield het bij koffie. Apart trouwens, als je een broodje bestelt krijg je er altijd iets bij, zit bij de prijs in. Dus smulde Bert van chicken-noodle soup en had ik een heerlijke huisgemaakte aardappelsalade (als je je afvraagt waarom ik voor het ene gerecht de Engelse benaming aanhoud en voor het andere de Nederlandse: kippen-noedel soep vind ik niet klinken, en potato-salad niet passend).
Nadat we drie keer verkeerd waren gereden vonden we de goede weg richting Cheyenne waar we in de buurt wilden overnachten. Onderweg kwamen we verscheidene keren wegwerkzaamheden tegen. Die worden hier al mijlen van tevoren aangekondigd, en net als je denkt dat er niets meer komt moet je vol in de remmen omdat er een man met een stopbord voor je opdoemt.
In Cheyenne reden we vlot naar de campground. Een echte, aardig volgebouwde stadscamping.
Waar we geen rekening mee hadden gehouden was dat er een heel groot tiendaags festival aan de gang was, de zogenaaamde Frontier Days. Een echt cowboygebeuren, met rodeo’s, parades en concerten. Omdat dit mensen uit heel Amerika trok was de camping vol, behalve nog net één plaatsje voor onze tent. Mazzel!
Terwijl ik in de receptie stond om de formaliteiten te vervullen kwam er opeens een stel mannen binnen waarvan de één een hoofd gelijk een tomaat had, echt zo rond en rood, en de ander een wat onguur uiterlijk met ratachtige trekjes, voorzien van twee ver uitstekende piercings door zijn onderlip zodat intiem zoenen bij voorbaat uitgesloten was. Niet dat ik die behoefte ook maar enigszins voelde.
De tomaat vroeg, geagiteerd, naar de manager. ‘Dat ben ik op het moment’ zei het achttienjarig meisje achter de balie. En toen kwam er een niet te stuiten woordenstroom uit zijn mond, waarvan vooral ‘it’s not my fault’ veelvuldig gebezigd werd. Anti-zoen stond er werkloos bij toe te zien. Ze werden door de zeer capabele manager naar buiten gestuurd, waar ze opgevangen werden door iemand anders van de camping. Pfff….blij dat die niet naast me staan, denk je dan. Mis. We werden naar onze plaats gebracht, die ons heel goed beviel behalve dan het ontbreken van een picknicktafel, die echter direct vanaf een andere plaats aangesleept werd. Opeens arriveerden Tomaat  en Anti-zoen, die twee plekken van ons vandaan bleken te staan. Bij aankomst hadden we al gezien dat de familie Flodder er ook was en deze heren hoorden daar bij. Vrijwel direct begonnen ze onze buren uit de dagen en tegen ze te schreeuwen, dat wil zeggen, Tomaat schreeuwde en Anti-zoen begon zich zó op te winden dat hij ging hyperventileren. Strak van de spanning snuifde hij als een stier die zich klaarmaakt om aan te vallen. Intussen waren er twee medewerkers van de camping aangekomen, en een ervan riep mij toe dat we ons geen zorgen hoefden te maken, ze zouden het allemaal regelen. Ongeveer een minuut later reed de sheriff het terrein op. Wij (vooral ik) vonden de situatie niet meer zo heel prettig, en we besloten eerst de was maar eens te gaan doen. Dat nam wel even tijd en bij terugkomst was alles rustig. Tomaat, Anti-zoen en de andere Floddertjes waren van het terrein verwijderd hoorden we even later. We konden dus in alle rust ons maaltje koken en met meer plezier dan anders sneden we de tomaten doormidden, waarna we ze met smaak opgepeuzeld hebben.

Dag 10 - woensdag 25 juli: Badlands - Black Hills


Het was bewolkt en de temperatuur lag zeker tien graden lager dan gisteren. De wind was echter  niet gaan liggen en het duurde dan ook uren voor ons koffiewater kookte…nou ja, laten we zeggen, drie keer zo lang als anders. En als koffie ’s morgens tot een van  je eerste levensbehoeftes behoort is dat best lang hoor!
Uiteindelijk hadden we dan toch ons bakkie troost, en na het inpakken van de tent reden we richting Rapid City, om van daaruit naar de Black Hills te gaan. We namen een secundaire (wel verharde) weg waar we geen mens tegenkwamen. Onderweg kregen we gratis ijs, in de vorm van hagelstenen zo groot als knikkers.
Bij de Black Hills aangekomen namen we eerst de route naar Mount Rushmore waar de beroemde presidenten je met versteende blik aanschouwen vanuit de hoge berg waarin hun koppen zijn uitgehakt. Wat bezielt een mens om zoiets te doen, vraag je je af. Maar toegegeven, het is een indrukwekkend gezicht. We hadden geen zin om elf dollar te betalen voor een parkeerplaats en vervolgens overgoten te worden met ongetwijfeld nuttige maar ook zeker veel nutteloze informatie en toeristenmeuk dus we hielden het bij kijken op afstand, wat natuurlijk eigenlijk ook de bedoeling was. 

Om even de grootte aan te geven!



Vóór we de presidenten zagen kwamen we door een klein, zéér toeristisch plaatsje: Keystone. Een en al toeristenbusiness, vreselijk. De koffie was er ook slecht, ik heb het niet eens opgedronken. De bloemen in de bak naast ons tafeltje waren er echter wél blij mee.


De koffie was dan wel niet lekker, we konden ons wel te goed doen aan de acts van deze cowboys.

Na Mt Rushmore zetten we koers naar Custer State Park, dat ligt er vlak onder en maakt ook onderdeel uit van de Black Hills. Onderweg zagen we een aankondiging van een douchegebouw, dat leek ons wel wat na twee dagen poedelen. Het luie zweet eraf te spoelen, wat een vooruitzicht. De eigenaar van de bijbehorende camping monsterde ons eerst minutenlang. Waarschijnlijk maakte hij een schatting van de hoeveelheid water die we nodig zouden hebben, daarbij uitgaand van de mate van zichtbare vervuiling. Tien dollar mevrouwtje! Nou, ik dacht het niet. “Dan blijven we wel vies”beet ik hem toe, en weg waren we.

Bij de ingang van het park vroegen we naar campgrounds, maar in tegenstelling tot wat je vaak treft, plaatsen ‘first come first serve’, kon je hier alleen maar terecht met een  reservering. Daartoe mocht je gratis gebruik maken van de telefoon die achter het loket hing. Aangezien het de enige optie was hebben we dat maar gedaan. Handige jongens hoor, die Amerikanen: naast de normale prijs van $18 kwam er een reserveringsfee overheen van $7,70! Geen wonder dat ze zo behulpzaam een telefoon ter beschikking stelden. Maar goed, we kregen een plek op  de Center Lake Campground waar we precies tussen twee buien door de tent konden opzetten. De campguard kwam ons even begroeten, en hoewel we slechts een klein half uurtje daarvóór gereserveerd hadden stond onze naam al op haar lijst. Lang leve het digitale tijdperk.


Deze eekhoorn was heel blij met onze aanwezigheid
Toen de tent stond reden we de Needles Scenic Byway en hoewel we die in het begin wat tegen vonden vallen bleek het een stuk verderop toch zeer de moeite waard, met indrukwekkende rotsformaties in de vorm van, juist, je raadt het al, naalden. 



Het oog van de  naald
Voordat we naar de tent teruggingen namen we een heerlijke warme douche want hoewel er slechts  toiletten zonder waterspoeling waren op het terrein was er een mooi, goed geoutilleerd douchegebouw. Blij dat we die tien dollar eerder op de dag niet betaald hadden! Het weer gedroeg zich in deze contreien nogal Iers: vijf minuten regen, vijf minuten zon. Prima te
doen. We dronken dus rustig ons glaasje en maakten geen haast met koken toen de lucht opeens wel érg donker werd. Tja, en toen waren we te laat. We doken de auto in om daar ons bacchanaal voort te zetten (klinkt heftiger dan het is). Het bleef maar gieten, maar om nu helemaal zonder eten te gaan slapen zagen we ook niet zo zitten. Toen het net even iets minder plensde hebben we daarom gauw een blik soep opengetrokken, snel verwarmd en met brood erbij in de auto opgegeten. Ons eigen kleine campertje!
In de tent was alles droog dankzij het tape, dus geheel voldaan kropen we de slaapzak in.


vrijdag 27 juli 2012

Dag 9 - dinsdag 24 juli: Badlands



Dag 9 – dinsdag 24 juli: Badlands

Na een onrustige nacht met veel water, wind en onweer was het desondanks niets afgekoeld. De temperatuur zou uiteindelijk oplopen tot zo’n 42 graden, maar omdat de luchtvochtigheid erg hoog was voelde het aan als een permanente sauna. Wat ben je dan blij met airco in de auto!
Na het ontbijt (de Colombiaanse koffie is echt heerlijk) vertrokken we voor een tocht door het wonderlijke landschap. Bij elk uitzichtpunt stapten we uit om een stukje te lopen en foto’s te maken. Het gebied is niet zo heel groot en het was makkelijk te doen in een paar uur. Daarna zijn we weer even naar de WalDrug gereden, van de koffie voor vijf dollarcent, om nog zo’n heerlijk stuk versgebakken pie te eten. Ze doen er hier wel erg veel vulling in (verhouding deeg:vulling 1:10), dat is dan weer overdreven, maar die kun je gewoon laten staan natuurlijk. We lieten het ons in elk geval goed smaken.
Verder ontmoette Bert er zijn nieuwe liefde…..


……en liepen we een Amish familie tegen het lijf met ongeveer vijfentwintig kinderen (het kunnen er ook iets minder geweest zijn). De man was druk in gesprek via zijn mobieltje: een directe lijn met God?  





Om niet voor verrassingen te komen te staan gooiden we ook de tank maar weer vol, dat kost hier echt zoveel minder dan bij ons! Ook vulden we de koelbox met nieuw ijs, geweldig systeem. Op de terugweg stopten we nog even bij het voormalig ondergronds commandocentrum van een van de kruisraketten tegen de Sovjet Unie ten tijde van de Koude Oorlog, de zogenaamde MinuteMan: klaar om in een minuut afgevuurd te worden en zo het land te verdedigen. Krankzinnige gedachte.  We wilden eigenlijk mee met een rondleiding, maar alles was vol. We konden wel een filmpje bekijken en dat hebben we toen maar gedaan.
Onze laatste stop was vlakbij de campground, en eigenlijk ook het mooiste deel van de Badlands vonden wij. Een enorme variatie aan vormen en kleuren in het gesteente. 
Omdat de warmte ons behoorlijk in de greep had doken we daarna eerst de lobby van de lodge in waar we in alle koelte de foto’s op het web konden zetten en het blog bijwerken.
Bij de tent dronken we daarna een glaasje, dat we wel vast moesten houden want er stond een enorm harde wind. Toen we wilden gaan koken vlogen de bosuitjes ons om de oren, en het eind van het liedje was dat we met ons pannetje en de brander weer naar de lodge gingen om daar achter een muurtje, beschut, ons maaltje te bereiden. Zittend op de stoep aten we het op en het smaakte uitstekend!

Nog een doorwaakte nacht zag ik niet zo zitten en het zag er wel erg dreigend uit, dus heb ik mezelf als Zorro verkleed: een zwart slaapmasker opgedaan en oordoppen in. Geslápen dat ik heb….ik werd maar één keer wakker doordat de tent enorm aan het flapperen was. Ook meende ik iets van regen te horen, maar ik heb me weer omgedraaid en niets meer gemerkt. De volgende dag hoorde ik van Bert dat het noodweer geweest was! De duct-tape op de naden had echter alle druppels mooi buiten gehouden, wat een uitvinding. De moraal van het verhaal: ga nooit op reis zonder een rol duct-tape in je bagage!