zondag 15 augustus 2010

Dag 33 - Death Valley





















Dag 33 – woensdag 11 augustus – Death Valley

Kwart voor vijf ging vanmorgen de wekker. We wilden zo vroeg mogelijk in Death Valley zijn zodat we de meeste bezienswaardigheden achter de rug zouden hebben vóór de hitte echt toe zou slaan. Death Valley is een woestijngebied waar de temperatuur ’s zomers op kan lopen tot 50 °C. Om half zes reden we weg, en precies om kwart voor negen stonden we bij Dante’s View. Vanuit dat punt heb je een fenomenaal uitzicht over een groot deel van Death Valley en het meer dat nu opgedroogd ligt te schitteren in de zon door al het zout.

Daarna naar Zabriskie Point. Dat filmdecor was onbeschrijfelijk mooi. Het uitzichtpunt is vernoemd naar een ontginner van borax (er waren hier veel boraxmijnen vroeger) maar wij kennen het natuurlijk van de gelijknamige film van Antonioni. De kleuren variëren van groen naar rood en alle schakeringen ertussen. Zoals de meeste dingen die we hier zien eigenlijk niet uit te leggen, je moet het echt zelf zien om het te begrijpen.
Daarna naar de Devil’s Golfcourt, weer zo’n wonderlijk verschijnsel van moeder natuur. Allemaal grote brokken gedroogde aarde die messcherpe ribbels vormen, met zoutkristallen omlijst. Alleen de duivel zou hier een partijtje golf kunnen spelen…
Bij Badwater bevonden we ons op het laagste punt onder de zeespiegel: - 86 meter! Van het noordelijk halfrond welteverstaan. Ook weer blinkend wit van het zout: je moet echt je zonnebril op anders krijg je acuut last van sneeuw- eh – zoutblindheid!
Toen nog het rondje Artist’s Palet, en daar werden we getrakteerd op een vulkanisch gesteente, sterk gekleurd door mineralen. Alle kleuren die je in een fresco ziet zo’n beetje: van roze tot groen en violet. Dat, gekoppeld aan de grillig gevormde rotsen, gaf ons het gevoel op een andere planeet beland te zijn.

Het was rond het middaguur toen we in Furnace Creek aankwamen. Dat doet merkwaardig aan: midden in de woestijn een resort met golfbaan en al. We bezochten er even het Visitor Centre en reden daarna door richting Stovepipe Wells, waar de beroemde Sanddunes te zien zijn. Dat viel ons een beetje tegen, maar dat kan ook komen doordat we er niet ’s ochtends vroeg of ’s avonds laat waren. De temperatuur was intussen gestegen tot 48 °C en dan is het niet erg aangenaam om door het mulle zand te struinen…hoewel het door de lage luchtvochtigheid, van bijna 0%, toch veel beter te doen is dan 38 °C in Europa. Ons oorspronkelijke plan was te overnachten in Stovepipe Wells, maar door het schuiven met de data lukte dat niet meer. We reden dus door, de woestijn uit, richting Lone Pine. Daar wilden we kamperen op de Lake Diaz campground en om 15.30 kwamen we er aan. Het bleek er een vieze boel, echt smerige wc’s en een overvloed aan chipmunks die over de half ingestorte picknicktafels diefje-met-verlos speelden met de aanwezige vogels. Toen we ook nog op het mededelingenbord lazen over The Plague, makkelijk over te brengen door de vlooien die de chipmunks als hotel zien besloten we naar het Visitor Centre te gaan en te vragen naar andere kampeermogelijkheden. Die bleken er in overvloed, en zo kwamen we terecht op de Lone Pine campground zes mijl van het gelijknamige plaatsje, richting Mount Whitney. Dat is, als je Alaska niet meerekent, de hoogste berg van de VS met een hoogte van 4418 meter.
We vonden weer een wereldplek, uitzicht op de Inyo Mountains aan de ene kant en de Sierra Nevada aan de andere kant. Ook nog helemaal vrij, niemand in de buurt, wat wil je nog meer?
Juist, een glaasje koele witte wijn met een stukje geitenkaas…en laat onze koelbox nu juist die twee dingen herbergen….’s avonds werden we in slaap gezongen door het ruisen van het bergbeekje dat langs onze tent stroomt…. hoeveel geluk kun je hebben??

Dat je alles op moet bergen in een bearbox, zelfs je toilettas en je handdoeken, ach, dat hebben we er graag voor over. Wat een vakantie!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten