dinsdag 22 juli 2014

Dag 17 – Zondag 20 juli: Vancouver - Lillooet

Bij een nieuwe kleur auto hoort eigenlijk ook een bijpassende tent. Het rood combineerde nu niet zo mooi met de cognackleur van de Dodge. Helaas voorziet de verhuurder daar niet in. Jammer.

Eerst sliepen we maar eens een gat in de dag, in dat lekkere Hiltonbed. Geheel verkwikt reden we om half twaalf de stad uit, richting Whistler. Dat was de eindbestemming voor vandaag. Jammer genoeg werkte het weer ook hier niet mee, grauw en grijs domineerden het beeld. Maar misschien zou het verderop beter worden, we moesten nog een eindje rijden tenslotte. Het werd slechter. De temperatuur daalde tot 15 graden en het regende steeds harder. In Whistler wilden we in het Visitor Center om informatie vragen. Om er alleen maar te mogen parkéren moest je al $2 betalen! Dat hadden we gauw gezien dus, dan maar geen info. Als het allemaal zo commercieel moet haken wij af. Omdat we heel graag de natte spullen uit wilden hangen en zelf droog wilden blijven besloten we een cabin te huren. Tenminste, dat probeerden we. Bij de Riverside camping hadden ze wel iets, ja hoor. Prijs: net zo duur als de kamer in het Hilton! Dacht het niet. Dus weer verder. Whistler hadden we al uit ons hoofd gezet. In een plaatsje verderop, Pemberton, was een groot muziekfestival aan de gang. Enorme podia, heel veel mensen en velden vol tentjes die om het hardst vochten om de vierkante centimeters. Alles in de stromende regen. Er zat voor ons eigenlijk maar één ding op: veel verder rijden en daar dan maar iets proberen te vinden. Zo gezegd zo gedaan. We hadden deze weg drie jaar geleden ook al eens gereden, toen in de stralende zon. Dat gaf wel een heel ander beeld. Nu was het saai, koud en nat. De temperatuur daalde en daalde om uiteindelijk uit te komen op een schamele elf graden. En niets te vinden aan accommodatie….We wisten dat er vlakbij Clinton een mooi kampeerterreintje was, in het gras en met douches en wasmachines. Dan daar maar naartoe. Vlak voor het plaatsje Lillooet (probeer het maar eens uit te spreken) begon de temperatuur te stijgen. Het was inmiddels half zes. En alsof de weergoden vonden dat we nu wel genoeg geleden hadden brak ook de zon nog door. Als klap op de vuurpijl zag ik een campground die heel aardig leek. Droog en bovendien gratis!  

DSC09293

 

De temperatuur was opgelopen tot 21 graden en we hoefden er niet lang over na te denken. Snel prikten we de tent vast. Zo gebeurd. Matjes erin, slaapzakken idem dito. Nu het dakje er nog even op.

P1050264

Dakje? Dakje?? Waar is het dakje??? Wel gloeiende g…..dakje in Alder Bay laten liggen! Op de picknickbank! Keurig in een plastic vanillezak, die erg leek op die waar de houtblokken in zaten die we achter hebben gelaten. Shiiittttt…..
We keken eens naar de lucht. Hmm, zag er toch wel wat betrokken uit. Nog een nacht de tent uitdrijven, daar hadden we geen zin in. Na enig nadenken besloten we Lillooet in te rijden op zoek naar touw. Dat had ik normaal gesproken elk jaar mee, maar nu even niet. Gelukkig bood de plaatselijke supermarkt uitkomst, en voor $2 waren we de trotse bezitters geworden van een flinke bundel outdoortouw. De tarp, die we normaal gesproken ónder de tent legden, spanden we er nu overheen. Opgelost! Morgen zien we verder.

 

                            P1050260    P1050259

Terugkomend van de winkel hadden we een man het kampeerterrein op zien lopen met een grote pizzadoos onder zijn arm. Besteldienst? Hoe gek kun je zijn. Opeens, terwijl wij aan het koken waren, verscheen hij bij onze tent. Nou ja, soort van tent dan. Hij had allemaal vers geplukt fruit bij zich dat hij probeerde te verkopen. Ik viel als een blok voor een bakje kleine abrikoosjes, lekker als toetje! Hij liet ons nog een boysenberry proeven, het leek op een kruising tussen een framboos en een braam. Heerlijk van smaak. De abrikozen waren de lekkerste die ik ooit gehad heb. Zó sappig.

Van kampvuurtjes is op het moment geen sprake. Het is hier zó verschrikkelijk droog en heet geweest – de kassière in de supermarkt had het over 42 graden – dat er overal branden zijn ontstaan. Begrijpelijk dus dat je geen vuur mag maken.

 

P1050265

Nu maar eens afwachten wat de nacht ons brengen gaat. Regen? Storm? Sneeuw? We zullen zien….

 

Dag 16 – Zaterdag 19 juli: Alder Bay – Vancouver

De hele nacht heeft het gegoten. Op een goed moment kon de tent het niet meer aan en sijpelde het water gezellig richting slaapzak. Er ontstond zo midden in de nacht een klein riviertje, en wij deden ons uiterste best alle waardevolle spullen droog te houden. Uiteindelijk zijn we wel weer ingeslapen, zij het onrustig. ‘s Morgens bleek dat niet alles het droog gehouden had, maar grote rampen hadden zich niet voorgedaan. Wel waren de slaapmatjes aan de onderkant enigszins doorweekt maar dat droogt snel weer op is de ervaring.

We braken de boel dus kletsnat op, het regende nog steeds. Het werd daardoor een beetje een haastklus, maar toen alles goed verpakt in plastic zakken zat reden we naar het kantoor om van Jeany en Rick afscheid te nemen. Daar vertelde Jeany een raar verhaal: ze was net gebeld door een garagebedrijf uit Port McNeill (10 km verderop) dat daar zomaaar onze Equinox gedropt was, met de sleutels erin. Heel vreemd. Hij zou naar Victoria gebracht worden. Maar goed, niet ons probleem, Jeany heeft alleen onze verhuurgegevens naar die garage gefaxt en we nemen maar aan dat het opgelost wordt.
Jeany gaf ons een big hug, we waren nu immers familie! Om half tien vertrokken we  richting Port McNeill voor een ontbijtje bij Mugz, en zetten toen koers richting zuiden.

De eerste kennismaking met de Dodge verliep wat stroef. Hij heeft beduidend minder opbergvakken, ontbeert het zo ontzettend handige ingebouwde kompas en heeft bovendien geen achteruitrijcamera. Die best heel handig is. Dat zijn echter allemaal overkomelijke onvolkomenheden. Wat veel vervelender is: hij slurpt benzine. We gaan het nog eens precies narekenen bij de volgende tankbeurt, maar tot nu toe komen we uit op 1:8 in plaats van de 1:12 van de Equinox. Op zijn rijprestaties valt echter niets af te dingen, die zijn uitstekend.

Oorspronkelijk wilden we met de ferry oversteken naar Powell River, dan de ferry naar Earls Cove nemen en tot slot nog de oversteek Vancouver. Onderweg naar Campbell River stelden we onze plannen bij. We besloten het bij één overtocht te houden en wel direct van Nainamo naar Vancouver. Want het weer zat tenslotte niet mee, en we wilden nu wel weer eens zon zien. Die hoopten we op het vasteland te kunnen vinden.
We vonden moeiteloos een plekje op de ferry van twintig over vijf. Bij de MacDonalds in CR kregen we Jette nog even te pakken voor ze maandag naar Japan vliegt voor drie weken vakantie. Door de vreselijke vliegramp in Oekraïne kreeg dat toch een iets andere dimensie, hoewel we er gelukkig ook vrij nuchter tegenaan keken. Wat moet je anders?

             P1050242       P1050243             

             P1050253       P1050255            

Wachten in de rij; nog even een rootbiertje wegtikken (nee, géén alcohol!); op de ferry

 

In Vancouver reden we naar het vliegveld. We wilden bij het verhuurbedrijf van Alamo vragen of ze misschien een andere auto hadden. Want naast eerder genoemde zaken waren we ook in een heftige strijd met de verlichting geraakt: als we de lichten aan deden ging de dashboardverlichting uit. We troffen er een uiterst vriendelijke medewerker, die ruim de tijd nam om mee te lopen een ons te vertellen hoe het werkte. Hij beaamde dat de Dodge niet bepaald een gebruiksvriendelijke auto is en het kost relatief veel tijd uit te vogelen hoe alles werkt. Hij wilde ons met alle plezier een andere auto geven maar kon dat niet omdat we een Amerikaans nummerbord hebben. Iets met invoerrechten denk ik.
Of hij nog iets voor ons kon doen? Ja, een hotel vinden, het was al half tien en we hadden het wel gehad. Hij wees ons de infobalie op het vliegveld omdat die speciale prijzen hebben. Als je zelf aanklopt betaal je veel en veel meer. Het lukte ons om een plek te vinden…in het Hilton! Dat werd de tweede keer in ons leven. Bij binnenkomst vertelde de receptionist dat we een mooie kamer hadden, op de hoek. Dat klopte: het was een suite zodat het haast een appartementje leek. Er zat zelfs een balkon bij. Voor mij veel te hoog boven de grond, op de 15e verdieping, maar Herman Brood had het vast geweldig gevonden.

DSC09291                                    Uitzicht vanaf het balkon: Vancouver by night

Eten deden we bij uitzondering ook maar in het hotel: een hamburger op z’n Hiltons. Lekker! We keken nog even naar heerlijke oude muzieknummers uit de Ed Sullivanshow, met de Beatles, de Mama’s en de Papa’s en meer van dat soort werk. Daar slaap je wel lekker bij in, zeker in zo’n geweldig Amerikaans zacht bed van twee bij drie meter!

 

 


zaterdag 19 juli 2014

Dag 15 – Vrijdag 18 juli: Alder Bay

De  Chevrolet Equinox was anthraciet van kleur. Dat vonden we eigenlijk niet zo mooi, en dus belden we Alamo met de vraag om iets anders. Geen probleem hoor, leveren we morgen bij u af! Zodat we nu in een hippe steenkleurige Dodge Journey rondrijden.

Het begon de avond ervoor. We wilden vis gaan eten in Port McNeill, zo’n tien kilometer verderop. Dus in de auto gestapt en de sleutel omgedraaid. Niets. Geen beweging in te krijgen. De sleutel kon er zelfs niet meer uit. Opeens begonnen de ruitenwissers spontaan in slow motion te bewegen, zowel voor als achter. Het zijraampje, dat nog open stond, wilde niet meer dicht. Vreemd! We haalden de campingbaas erbij, die kreeg er ook geen beweging in. De road assistence van Alamo dus maar gebeld. Een heel vriendelijke dame vroeg allereerst of we op een veilige plek waren. Ja, dat waren we. Daarna is ze half Vancouver Island af gaan bellen, maar de dichtsbijzijnde oproepbare monteur zat op 500 km afstand – het was inmiddels zeven uur ‘s avonds. Ze noteerde al onze gegevens en gaf een referentienummer door. Rick, de campingbaas, nam af en toe de telefoon over om adresgegevens te verstrekken. We spraken af dat wij de volgende ochtend terug zouden bellen om acht uur zodat ze een vervangende auto konden sturen. Ok, prima. Wel een beetje lastig dat de achterklep niet open kon, we moesten dus horizontaal vanaf de zijdeur de auto inschuiven om bij ons blikvoer te komen (want dat werd het).

De volgende ochtend bleek hoe de overbuurman zijn gelijk haalde: het regende. Nog geen pijpenstelen maar wel een onafgebroken miezerige drizzle (klinkt veel vriendelijker dan motregen, toch?). Weer gebeld met Alamo. Het duurde eindeloos voor we op hetzelfde punt waren als gisteren, en toen verbrak plotseling de verbinding. Waarna we weer de hele procedure konden volgen. Uiteindelijk was alles in orde, en we zouden teruggebeld worden door het bergingsbedrijf dat de auto’s om zou komen ruilen. Om tien uur gebeurde dat inderdaad, met de mededeling dat het zes uur zou duren. Tot vier uur wachten…..

We liepen naar het kleine haventje om naar de zeilboot te kijken die vandaag een stel andere Nederlanders op zou pikken voor een tour. Maureen zwaaide ons hartelijk toe toen ze ons zag staan. Teruglopend keek ik nog even om. Wat waren dat voor rare vogels op het plankier? Ik keek eens beter en riep meteen Bert erbij: het waren otters! Die waren een wedstrijdje snelduiken aan het doen met z’n tweeën. Ik kon ze nog net op de foto zetten voor ze weer voor langere tijd onder water verdwenen.

 

P1050234

Intussen was de drizzle overgegaan in echte regen. We pakten onze boeken en posteerden ons goed ingepakt op de veranda voor de ingang van de camping. Nadat we daar een uurtje gezeten hadden en een ontbijt van biscuitjes hadden genuttigd, vroeg Jeany (eigenaresse van de camping) of we niet liever binnen in het kantoortje wilden zitten. Dat deden we. Ik kocht 24 uur internettoegang en kon zo mooi het blog bijwerken. Het was binnen wel iets warmer dan buiten maar nog steeds tamelijk kil. Om twaalf uur vond Jeany het genoeg: kom maar mee naar boven. Daar, in hun eigen woning, mochten we de rest van de dag blijven. Ze wees ons de kastjes met borden, kopjes, koffie en chocola. Ze zette een potje ingemaakte zalm op het aanrecht met een kom zodat we zalm met mayonaise konden mixen voor een sandwich en wees ons de koelkast. Pak maar wat je nodig hebt en trek rustig alle kasten open. Ze gunde ons nog even een blik in hun slaapkamer, van waaruit ze over de hele campground konden uitkijken, zette de elektrische open haard aan en vertrok. Met nog wel even de mededeling dat we gerust een dutje konden doen op de zeer comfortabele bank.

Daar zaten we, heerlijk warm en droog, voorzien van een natje en een droogje en met een fenomenaal uitzicht op de baai. Om het half uur kwam Jeany even boven om te zien of we nog iets nodig hadden. Een dekentje misschien? Of nog meer brood? Op een goed moment kwam ze vertellen dat er een telefoontje was geweest van het bergingsbedrijf: het zou zeven uur ‘s avonds worden. Op dat moment besloten we dus maar nog een nachtje te blijven. Dat vonden Jeany en Rick een prima plan. Of we wijn wilden? Ach ja, waarom niet? Zij kwam gezellig even bij ons zitten en we kletsten honderduit tot de plicht haar weer naar beneden riep. Het is een goed lopend bedrijfje, met voornamelijk vissers die er de hele zomer staan. Ze bieden allerlei faciliteiten en er zijn steeds mensen die iets nodig hebben, bijvoorbeeld de sleutel van de vriezer om hun vis in op te slaan of grote blokken ijs om de vis koud te houden.

Het liep tegen zessen toen Jeany een halve verse coho (zalmsoort) op het aanrecht legde en vroeg of we mee wilden eten. Dat zou ze heel gezellig vinden. Wij ook natuurlijk, het regende nog steeds. Ik boende dus de piepers schoon terwijl zij de vis met bacon omwikkelde en hem in folie pakte. Alles ging in de oven. Ik keek nog even uit het raam en zag….onze nieuwe auto! De genoemde Dodge Journey.  Gebracht door een zeer goedlachse man met armen vol bloemen en zeemeerminnen. Hij was heel blij geweest met de klus, het leverde hem $300 aan overuren op. De Equinox sloot hij even aan met startkabels. Startte hem: als een zonnetje! Tja. Maar toch maar geen risico nemen, straks staan we in de woestijn met een lege accu.

Het begon net weer harder te regenen dus we pakten alles snel over. De Dodge is wel groter maar niet praktischer, dus we moesten hier en daar wat veranderen in onze opstelling. Toen snel terug naar Rick en Jeany, die het geweldig vonden dat we met z’n vieren rond de tafel zaten. Meestal eten ze om de beurt omdat het kantoor tot acht uur ‘s avonds open is. Ook nu werden ze af en toe opgeroepen, maar het weerhield ze er niet van om ons en ook zichzelf nog eens goed in te schenken. Kortom, een boel vrolijkheid. Om een uur of acht gingen we terug naar de tent. We lazen nog wat in de auto en lieten verder alles voor wat het was. Maar het blijkt maar weer: iets wat in eerste instantie een tegenvaller lijkt kan achteraf juist heel veel opleveren, zoals in dit geval de kennismaking met een fantastisch Canadees echtpaar!

 

P1050238

  1.                                                                Rick en Jeany……….

 

P1050237                                                                    …….en wijzelf!

Dag 14 – Donderdag 17 juli: Alder Bay

De boten waarmee je hier op whale watching gaat zijn vrij log, met bankjes om op te zitten en een hoger gelegen deel als uitkijkpost. Je kunt er ook bij slecht weer binnen zitten in een verwarmde kajuit. We hadden er in Telegraph Cove een weg zien varen met naar schatting zo’n man of veertig erop. Omdat onze boot kleiner was waren we benieuwd hoe die eruit zou zien.

Om tien over negen liepen we, goed gemutst (letterlijk) en anderszins ingepakt vanwege de koude wind, naar de steiger op het kampeerterrein. Onze boot kwam er net aanvaren: een zeilboot!

P1050187          De zeilboot van Seasmoke

We werden hartelijk welkom geheten door de schipper en zijn vrouw, en moesten ons net als de andere opvarenden in een dik gevoerd oliepak hullen. Daarna kon je je niet meer bewegen. Bijna niet in elk geval. Bert liet het jack achterwege, hij vond zichzelf al meer dan genoeg een michelinmannetje in zijn donsjack met vier lagen kleren eronder. Maar aan de broek moest ook hij geloven. Zo een die tot je oksels komt. Voor je erin kon kruipen moest je eerst je schoenen uitdoen, net als bij een regenbroek. Dat alles in het redelijk nauwe gangboord stelde onze lenigheid danig op de proef.

 

                     DSC09243 P1050042 P1050041

        Tien lagen kleren, een donsjack en een oliepak….dat ziet er zó uit! (eerste foto)

We zochten een plekje op het dek en koersten naar open water. Aan boord: een Russisch gezin van vier personen, twee Nieuw Zeelanders, twee Amerikanen en nog twee andere Nederlanders. We kregen vers gezette koffie en blueberrymuffins die net uit de boordoven kwamen. Het woei hard, zeker toen we uit de beschutting van de kust en de eilanden kwamen. Lichte schuimkoppen op het water, als ik me goed herinner is dat ongeveer windkracht 4. Dat is best fors op een zeilboot. Buitengaats ging de motor uit en voeren we alleen op het licht gereefde zeil. We moesten ons goed vasthouden, zo ging het tekeer. En de oliepakken bleken geen overbodige luxe, we kregen soms bakken met water over ons heen. De fototoestellen had iedereen al opgeborgen, foto’s maken lukte toch niet goed in deze wilde zee. Maar we kregen veel uitleg over de omgeving en de dieren die er te zien waren. We zagen eerst zeehonden, toen arenden en later zelfs een zeearend (bald eagle)  met jong op een nest zitten.

 

DSC09267 P1050174 eaglesnest seasmoke 

Een tijd later wees Maureen ons op het eerste fontein ten teken dat er een bultrug zat. En ja hoor, een enorme ronde zwarte rug kwam boven water. Om er meteen weer in te duiken. Je ziet ze wel, maar je ziet ze niet. Zoiets. We werden al gauw bedreven in het spotten van deze majestueuze dieren en om de haverklap riep er wel iemand ‘dáár!’. Dan draaiden we ons allemaal naar dezelfde kant, en als je geluk had kon je dan nog een glimp van iets opvangen.

 

P1050097                                                                 Goed kijken!

 

humpback foto maureen

Maar we hebben ook drie keer de enorme staart van zo’n bultrug boven zien komen, als hij een acrobatische toer aan het uithalen was. Indrukwekkend! 

staart humpback 

staart humpback2

 

Later kwamen er ook een paar dolfijnen langs, en op een goed moment zaten die zelfs vlakbij de boot.

dolfijnen seasmoke              Daar heb je Flipper! De nieuwe avonturen van Flipper en zijn vriendje Flapper

Elke keer als we een dier gezien hadden keerden we, om er zo dichtbij te komen. Soms bleven we een tijdje min of meer op één plek dobberen. Op de terugweg kregen we, toen we in wat rustiger water waren terechtgekomen, eerst thee met zelfgebakken scones (ook weer net uit de oven aan boord), room en jam, en daarna uitgebreide uitleg, compleet met foto’s en illustraties, over alle verschillende soorten walvissen en dolfijnen. Een mooi verhaal is dat van een walvis: die deed zijn bek open voor een flinke hap haring, liet het naar binnen glijden zoals wij dat ook graag doen. Er zat alleen één dier tussen dat er niet thuishoorde: met de vis was er ook een zeemeeuw naar binnen gevlogen! Wonder boven wonder, net voordat de bek weer dichtklapte, kon de meeuw met een duikvlucht ontsnappen.

 img_6906 zeilen seasmokeDe theepotten waren voorzien van warme jasjes, en de thee kregen we gewoon in aardewerken bekers. Onder het blauwe handdoekje: de heerlijke warme scones van Maureen!

De eigenaren van Seasmoke zijn zeer betrokken bij het in stand houden van deze kwetsbare dieren en dat gaf het allemaal een extra dimensie. Al met al waren we bijna vijf uur onderweg geweest toen we weer voet aan wal zetten. Wat een onvergetelijke ervaring!

Bij de tent was het zonnig, maar koud. Daarom zit ik dit stukje nu in de auto te typen. Het schijnt dat het in het binnenland snoeiheet is, dat is weer het andere uiterste. Vanwege de harde wind mogen we vanavond geen vuur maken, en dat is voor ons niet fijn omdat we het echt nodig hebben om warm te blijven. Maar een beetje verdekt in de auto zitten heeft ook zo z’n voordelen. Er kwam iemand tegenover ons staan. Dat is op zich niets bijzonders, maar dit werd een hele one man show. Ja, want het was één man die z’n tentje op wilde zetten. Tenminste, dat dachten we. Maar hij sleepte een groot blauw zeil uit z’n auto en was vervolgens eindeloos bezig daar een soort afdak van te creëren. Bert voorzag zijn acties intussen van snedig commentaar zodat we ons kostelijk vermaakten. De bomen aan de rand van de plek moesten het ontgelden, daar werd het zeil aan vastgeknoopt. Af en toe mislukte dat, en dan werd het gewoon weer losgesneden waarna de hele operatie opnieuw kon beginnen. Na ongeveer anderhalf uur ontstond er toch zoiets als een tarp, en waar wij bij slecht weer in de regen zullen moeten zitten is deze kampeerder nu verzekerd van een drupvrije kookplek. Alleen, het regent niet…..

 

Dag 13 – Woensdag 16 juli: Alder Bay (Port McNeill)

Een eigen badkamer bij je tent. Wie wil dat niet? Wij hadden hem. Nou ja, niet helemaal, maar het Alder Bay Resort deed zijn naam toch enigszins eer aan door geen douches-op-rij in een toiletgebouw te hebben maar allemaal aparte badkamertjes. Heerlijk! Het eerste wat we vanmorgen dus deden was uitgebreid douchen. Pas als je je een paar dagen hebt moeten behelpen met een waslapje en een bakje met water besef je hoe fijn dat is. En eigenlijk ook hoe bijzonder, dat je dat tegenwoordig overal maar hebt. We vinden het zó vanzelfsprekend maar dat is het natuurlijk niet.

Na deze verkwikkende wasbeurt en een dito ontbijt was het tijd voor een ritje in de omgeving. Maar niet voor we een whale watch tour hadden geboekt. Dat deden we via de camping, zij hadden een bedrijf waar ze altijd mee samenwerkten. Morgenochtend worden we dus opgehaald door een relatief kleine boot, waarin we met twaalf anderen de zee op zullen gaan om walvissen en ander zeegespuis te spotten. In koffie, thee, warme chocola en zelfgebakken verse muffins met jam wordt voorzien, zo werd erbij verteld. Vijf uur lang zullen we over de woelige baren varen, in de hoop dat we dan maar niet zeeziek worden.

Allereerst reden we naar Telegraph Cove. Deze naam sprak bij mij behoorlijk tot de verbeelding. Ik moest denken aan Annie Proulx ‘Scheepsberichten’, dat zich afspeelt op New Foundland. Totaal geïsoleerd en onherbergzaam, met een huis dat in deze omgeving storm en regen uit alle windstreken tegelijk trotseert. Dat beeld klopte niet helemaal. Of helemaal niet. Telegraph Cove is een voormalig communicatiepunt. Van hieruit konden berichten de wereld ingestuurd. Er was ooit ook een houtzaagmolen en van de planken werden kratten gemaakt om de gevangen vis in te verpakken. Nu is het meer een openluchtmuseum, en bijna alle houten huizen zijn omgebouwd tot simpele accomodaties voor toeristen. Die er bijna niet waren. Wij begrijpen niet hoe men zich hier staande kan houden, tenzij het met vis is want die is hier in overvloed. Maar het toerisme, waarvan zo’n gemeenschap het toch grotendeels moet hebben, is als bron van inkomsten zeker niet toereikend in onze ogen. Wij droegen echter voor zover mogelijk ons steentje bij door zowel een dollar parkeergeld te betalen als een kop koffie te drinken. Al met al hebben we er zeker wel twee uur doorgebracht. Hoewel het helemaal niet groot is valt er toch genoeg te zien.                                                   

 

             DSC09218  DSC09222 DSC09219

De huizen zijn berekend op eb en vloed, en de loopplank is van een uitstekend anti-slipsysteem voorzien. De hengels staan keurig in het gelid op de boot. Alles draait hier om visvangst.

 

     DSC09225  DSC09228 DSC09227

Een brandtrap, die had men zeker nodig met al die houten huizen! (middelste foto)

De volgende rit was naar Port Hardy. Nou, die moeite hadden we ons beter kunnen besparen, er was daar echt helemaal niets. Uitgewoonde appartementencomplexen, veel leegstand en als enig hoogtepunt zo’n beetje het Visitor Center en een paar grotere winkels. Heel deprimerend. We zagen wel een High School, kennelijk zijn er toch genoeg jongeren . Al die scholen hier lijken trouwens wel gevangenissen, met hoge muren en totaal gespeend van elke vorm van esthetiek. Maar ja, wie zegt ook dat school leuk moet zijn? Een uitdagende leeromgeving zit hier vast aan de binnenkant.

Na Port Hardy reden we naar Port McNeill om boodschappen te doen en een enorme smoothie naar binnen te werken bij coffeeshop Mugz. Daar hadden ze een terrasje compleet met windscherm, waar we zo lekker van de zon konden genieten dat Bert er zelfs even in slaap viel. Ach er was verder toch niemand. Nee, ook hier niet….

Terug bij de tent maakten we direct het vuur aan. We wilden aardappels poffen in de hete as en dan moet het vuurtje wel even goed gebrand hebben. Verder stonden er peultjes op het menu, lekker traditioneel met worteltjes, en een stukje vlees. Terwijl Bert zich met het eten bemoeide schreef ik dit stukje voor het blog. Na een uurtje visten we de aardappels uit het vuur. Helaas, helemaal verkoold! Toch iets te hard gegaan dus. Het folie waar ze inzaten was zelfs opengebarsten door de hitte. We konden er nog een paar redden door ze met een lepel uit te schrapen zodat we allebei een bergje met een ondefinieerbare substantie op ons bord hadden. Toen even de peultjes voorgeproefd: hard! Bleken het wel peulen te zijn, maar dan die soort die je moet doppen….dus toen hebben we alle harde schillen maar weer uit de pan gepeuterd zodat we alleen de doperwtjes overhielden. Uiteindelijk was het toch erg lekker allemaal. De aardappel smaakte prima samen met de zure room die we aangemaakt hadden met bosuitjes.Het vuur brandde als een tierelier en hield ons lekker warm. De campingbaas kwam nog even melden dat we morgenochtend om kwart voor negen uit zouden varen, in plaats van kwart voor tien, en dat betekende dat we de wekker vroeg moesten zetten. Want je wilt toch de boot niet missen.

vrijdag 18 juli 2014

Dag 12 – Dinsdag 15 juli: Pacific Rim (westkant Vancouver Island) – Port Mc Neill (Noordoostkant Vancouver Island)

Vanille. De hele auto rook naar vanille. En niet alleen de auto, ook de handdoeken, de jassen, de slaapzakken, alles. We keerden de dozen met levensmiddelen binnenstebuiten om te zien of er daar iets gelekt had: niets. Zelfs het flesje met vanille essence (uit Madagascar, dat is de beste, had ik bij de WalMart gekocht omdat die van mij thuis bijna op was) zat nog potdicht. Raadselachtig.

Met dit onopgeloste raadsel in de achterbak reden we naar Tofino. Dat ligt op het uiterste puntje van de Pacific Rim, verder kun je  niet komen. Het meisje bij het Visitor Center keek ons een beetje teleurgesteld aan op onze vraag hoe het weer in het Noordoosten was. Ja, daar was het wél mooi, met 25 graden en oplopend tot 32. In elk geval reden genoeg voor ons om die kant op te rijden. Het was een flinke rit. Onderweg passeerden we diverse kleine riviertjes met tot de verbeelding sprekende namen als ‘Cats Ear Creek’ of Lost Shoe Creek’. Zou een kwaadwillende vis de kat een oor hebben afgebeten? En wie was een schoen kwijtgeraakt? Is die ooit weer teruggevonden? Deze prangende vragen bleven onbeantwoord.

In Port Alberni stopten we nog even voor een paar noodzakelijke boodschappen en daarna was het met de cruise control op 120 km richting Port McNeill. Volgens onze informatie zou je daar goed een whale watching tour kunnen boeken. Onze snelheidsmeter in de auto gaf alleen mijlen aan. Lastig om dat steeds om te rekenen. Tot het moment dat ik besefte dat er een groen signaallampje brandde met daarop Mph, en er ook bij míj een lampje ging branden: als dat er stond zou je waarschijnlijk alles ook wel op het metrieke stelsel kunnen overzetten. Bert was inmiddels in slaap gevallen – maar goed dat ik reed ;),  de weg was rustig en recht. Ik vond dus dat ik best op wat knopjes kon drukken. En ja hoor, opeens sloeg de meter door naar 120 in plaats van 80! Bovendien werd de temperatuur nu ook in Celsius aangegeven. Dat reed een stuk makkelijker.

Om half zeven reden we Port McNeill binnen. Eerst maar eens naar het Visitor Center om te vragen waar er campgrounds waren. We kregen er een paar aangewezen, de eerste die we bezochten lag zes kilometer noordelijker. Dat was echt helemaal niks. Een soort sloperij, dat dachten we in eerste instantie ook, waar je op een stoffig veldje van nog geen 10 m2 pal langs de weg je tentje mocht neerprikken. Wij vonden het geen goed idee. De andere kant op dus maar. Richting Telegraph Cove lag Alder Bay Resort. Bij een resort denk je toch al gauw aan luxe zwembaden, badkamers met gouden kranen en obers die buigen als knipmessen. Dat lag hier wat anders. Een nogal rommelig ogend terrein met vooral campers, maar wel op een toplocatie aan de baai. We reden er wat rond en vonden toen een superkampeerplek, in het gras en helemaal vrij. Uitzicht op zee! Bij de receptie werden we zeer hartelijk ontvangen door de eigenaresse, die vertelde dat ze ooit in Nederland geweest was en wel een heel weekend. In Alphen aan de Rijn, of all places. Maar ze was in Londen met iemand die daarvandaan kwam en was dus maar meegereisd. Ze had wel heel veel gezien: Amsterdam natuurlijk, en Marken. Ja, dan krijg je wel een goed beeld. Ach, ze had er veel plezier gehad en daar gaat het om. Ze vroeg of we niet aan het strandje wilden staan maar wij willen altijd liever zoveel mogelijk privacy. Op het strandje stond je, zo bleek later, wel erg mooi en inderdaad direct aan het water maar inderdaad veel minder privé.

 

                              DSC09210 DSC09240

Het terrein had één nadeel: de wind. Je staat aan zee en dat zul je weten ook. Maar het kon ons niet deren. We kookten ons potje, maakten foto’s van de prachtige zonsondergang en waren gelukkig.

                        DSC09204       

O, en die vanillegeur? Die bleek te komen van de grijze vuilniszakken. Die waren geparfumeerd!

dinsdag 15 juli 2014

Dag 11 – Maandag 14 juli: Pacific Rim

 

HET INTERNET IS HIER SOMS UITERMATE TRAAG EN HET LUKT VAAK NIET DE BLOGS TE POSTEN. DAAROM SOMS DUS LANGE TUSSENPOZEN!

 

Het was een ultieme gelegenheid om de medewerkers van het Ministerie van Rare Loopjes (Monty Python) te imiteren: de Wild Pacific Coast Trail. Geen idee waarom, maar opeens liep ik in slow motion en met vreemde pas het pad op en af. Zo zie je maar, gekte is niet leeftijdgebonden.

DSC09180

 

We begonnen de dag met een stevig ontbijt om warm te worden. Daarna verkasten we de tent naar de nieuwe plek. Die beviel direct: niet alleen veel meer licht maar ook meer privacy. Het sanitair was vlakbij, en ze hadden de verwarming er maar aangezet. Geen overbodige luxe.

Natuurlijk wilden we vooral de kust verkennen. Allereerst reden we naar Ucluelet, een nogal rommelig vissersplaatsje met veel voorzieningen voor toeristen die er echter maar weinig waren. Geen wonder, het is er vaak mistig en kil. De trail bij de vuurtoren, onderdeel van de Wild Pacific Trail, was makkelijk begaanbaar, met overal uitkijkposten. Dat hadden ze wel goed gedaan. Daar kwamen we ook nog wat wandelaars tegen, zelfs één mevrouw op slippers wat mij toch echt iets te koud leek.

        DSC09142 P1040963 DSC09161

 

Terug in het plaatsje reden we eerst nog even naar een klein haventje. Daar waren vissers bezig de enorme zalmen die ze gevangen hadden vakkundig te ontleden. Ze sneden ze in moten of in grote plakken. Sommigen wisten kennelijk niet precies hoe het moest en die kregen van de ervaren fileerders duidelijke uitleg. Ik heb het ooit zelf eens geprobeerd, en hoewel het er heel makkelijk uitziet kan ik je verzekeren dat het niet meevalt om zo’n beest mooi van graten te ontdoen en er dan ook nog lekkere filetjes uit te snijden.

 

      DSC09166 DSC09167 P1040971

 

 

      DSC09165 P1040973 P1040968

 

Na deze trip was het toch hoogste tijd voor koffie. Naast de coffeeshop, die werkelijk uitstekende koffie had, echt alleen koffie (maar slecht internet – wéér geen blog kunnen posten) was een wasserette. De waszak was langzamerhand aardig gevuld dus we konden het nuttige – de was – met het aangename – de koffie – verenigen. Heel gek: ten eerste was de helft van de wasmachines en drogers kapot, ten tweede wasten de nog wel functionerende machines alleen maar met KOUD water. Maar ja, toch altijd schoner dan níet wassen nietwaar?

Schone was in de achterbak, tijd voor de volgende wandeling. We liepen een ander stuk van de Wild Pacific Trail. Hier kwamen we bijna geen mens meer tegen. De kust is hier behoorlijk ruig en je kunt maar beter niet proberen over de rotsen te klimmen. De golven kunnen hier soms echt meters ver en ook hoog het land inslaan. Als stille getuigen daarvan zagen we vele boomstammen, en die van Red Cedars zijn bepaald niet klein te noemen, niet ver van ons vandaan op het land liggen.

       DSC09189 DSC09185 DSC09187

 

Er wordt voor gewaarschuwd: deze dode resten uit het bos worden door de rivieren mee naar zee gevoerd, waar ze door diezelfde zee met veel kracht weer op het land geslagen worden. Zonder aanziens des persoons kunnen ze daarbij mensen letterlijk pletten. De natuur blijft onvoorspelbaar. In dat kader: ik las vandaag dat er in Arches National Park, dat ligt vlakbij Canyonlands, VIER mensen gered moesten worden vanwege problemen in de enorme hitte. Vier mensen binnen twee uur zelfs. Gewoon omdat ze niet genoeg water mee hadden en zich waarschijnlijk ook anderszins niet tegen de zon beschermd hadden. Nog afgezien van het feit dat er overal waarschuwingen staan, en dat het ten stelligste afgeraden wordt om op het heetst van de dag te gaan lopen.

Nou ja, we kwamen dus weinig mensen tegen. Een prachtige gelegenheid om de rare loopjes te oefenen! En natuurlijk tussendoor de nodige tijd te nemen om mijmerend naar die imposante oceaan te kijken. Toen we terugkwamen bij de auto was het al half zeven. Hoogste tijd om naar de tent te gaan, ons obligate glaasje te drinken en een bak vol chili naar binnen te werken. Dat alles bij een knapperend houtvuur. Ik heb mijn wintermuts opgezet en een sjaal omgedaan. De zee laten we even voor wat het is, die gaan we morgenochtend wel weer opzoeken. Het pad ernaar toe ligt naast onze tent. Voorlopig luisteren we alleen naar het geruis van de branding, als een deken van geluid aanwezig op de achtergrond. Als we dáár niet bij inslapen….