woensdag 7 augustus 2013

Dag 29 - 4 augustus: St George – Valley of Fire – Las Vegas; Dag 30 – 5 augustus: Las Vegas

Dag 29 – zondag 4 augustus: St George – Valley of Fire – Las Vegas
Dag 30 – maandag 5 augustus: Las Vegas

In vuur en vlam. Dat stonden we. Dat komt, Valley of Fire heeft volgens ons een dubbele betekenis: de rode kleur van de rotsformaties én de hoge temperaturen in de zomer die je gratis en voor niks in vuur en vlam zetten.
Eerst braken we de tent op in Quail State Park, na een goede nachtrust. Onze matjes isoleren niet alleen tegen de kou maar ook tegen de hitte: de onderkant was gloeiend heet door de warmte die in de grond bleef zitten, de bovenkant was relatief koel.
Het was niet ver rijden naar de Vuurvallei. We waren er dan ook vrij vroeg. In eerste instantie leek het niet veel bijzonders toen we binnenkwamen bij de oostelijke ingang, maar toen we even doorreden werd het steeds mooier. 









En wie zegt dat je niet op hoge hakken en met je handtas een bergwandeling kunt maken??






Echt knalrood leek het af en toe. Dat werden wij ook en op het laatst gingen we maar om de beurt de auto uit voor een foto, kon de ander lekker in de airco blijven. We waagden ons wel aan een picknick, onder een groot afdak was het nog net uit te houden. Het ’s morgens net ‘vers gebakken Franse stokbrood’ wilde erg graag opgegeten worden.  Alsof het allemaal nog niet rood genoeg was gooide ik een hele beker clamato (zeer pittig gekruid tomatensap) over mijn broek. Gelukkig was er een kraan bij de picknickplaats waar vanzelf warm water uitkwam.  Het is wel duidelijk dat we kamperen hier echt niet zagen zitten, hoewel er heel veel plaats was – hoe zou dat nu komen?? Een enkeling trotseerde de hitte toch en trok zich dan geheel terug tussen de rotsen om nog iets van verkoeling te vinden. Dat ging ons te ver. Ja, en wat doe je dan? Inmiddels was de temperatuur opgelopen tot ruim 43 graden….dan zit er niets anders op dan naar Las Vegas te gaan!

Zo gezegd zo gedaan, en om een uur of vier reden we de parkeergarage van het Main Street Station Hotel binnen. Vier jaar geleden was ons dat goed bevallen. Ooit was het een station en het heeft nog veel elementen waaraan je dat kunt zien. Het is helemaal in Art Nouveau-stijl uitgevoerd en ondanks de zesduizend gokautomaten en honderden speeltafels heeft het dat karakter geheel behouden. Alleen de liften zijn al  de moeite waard en in voorkomend geval uitermate geschikt om je elevator pitch in te oefenen: zeventien verdiepingen, dus lekker lang de tijd, plus spiegels rondom (voor wie niet weet wat dat is: Google). Het hotel annex casino ligt in Downtown Las Vegas, daar waar vroeger het hele gokcircus ooit is begonnen. Nu zit je weliswaar iets van ‘de strip’ af, maar wel op twee minuten lopen van de Fremont Experience (een geweldige licht- en muziekshow in  Fremont Street) en bovendien met nog lagere prijzen. We betaalden $32 per nacht! Kamperen in Californië is soms duurder.
Toen we aan kwamen rijden zagen we van afstand hoe idioot Las Vegas eigenlijk gelegen is. Je rijdt middenin de woestijn, en dan zie je daar de contouren van een stad met voornamelijk hoogbouw. Het bestrijkt niet eens zo’n groot gebied. Rij je de stad weer uit zit je direct in de droogte. Overigens is de hitte ook in de stad verzengend. We deden dan ook niet veel anders dan de grote winkelcentra bewandelen, heerlijk in de airco.

We bleven twee dagen. De eerste avond aten we in het hotel omdat ons dat eerder ook zo goed bevallen was. Nu viel het tegen: zelfs ik, groot liefhebber van beetgare groenten vond de boontjes te hard. Het ontbijtbuffet namen we wel, de volgende ochtend. We hebben echt geprobeerd daar nu eens volop van te genieten door veel verschillende hapjes te proberen maar het lukt ons gewoon niet. Bovendien, het verse fruit kwam grotendeels uit blik dus dat helpt dan niet mee.
We wilden in eerste instantie met de bus naar de Strip. Volgens de dame achter de balie in het hotel zouden we zeker 60+ korting kunnen krijgen. Deze informatie verschafte zij ons ongevraagd. Goed, dat je die leeftijd inmiddels gepasseerd bent is tot daaraan toe, maar om daar nu zomaar mee geconfronteerd te worden terwijl je jezelf toch zo jong van hart inschat….wat klopt er niet? Zou er toch iets mis zijn met onze zelfreflectie?? De korting bleek sowieso niet van toepassing. We namen dus de auto en zetten die in de parkeergarage van Caesar’s Palace. Dat is wel handig: alle hotels hebben ruime garages die altijd gratis zijn.
We zagen onder andere dit:
Vast lekker warm, met 43 graden. Of zouden er koelelementen inzitten? 
Deze showgirls hadden óók gewoon zin in een bakkie van de Starbucks 

Mijn favoriete tijdverdrijf



Die tweede dag hebben we aan het eind van de middag de Ierse Pub op gezocht. 


Die zit in New York New York, en vorig jaar aten we er erg lekkere Iers-Engelse hapjes. Nu namen we Fish & Chips, voorafgegaan door een House Salad. Het was verrukkelijk! De sla uitstekend aangemaakt, de chips ofwel frieten van groot formaat en duidelijk vers, en om het geheel af te maken vier grote moten kabeljauw in een knapperig gefrituurd deegjasje. Dit alles voorzien van bakjes sauce tartare en verse citroen. Hoewel niet zoals vroeger opgediend in een oude krant was er toch een poging gedaan tot authenticiteit door het geheel in een grote papieren zak te serveren. De vis was precies goed gegaard; Herman den Blijker zou goedkeurend een moot opengebroken hebben om hem daarna met zijn vingers in zijn mond te stoppen en smakkend tot het oordeel ‘’klasse!’te komen. Wij hebben deze taak maar overgenomen. Overigens deelden we ook nu weer de porties, dat bevalt heel goed.
In Fremont Street beleefden we opnieuw The Expierience, dit keer met een geweldig 'concert' van Bon Jovi. De hele meute op straat stond erbij te springen en te dansen. 






Ook heel grappig, we hebben het hier nu drie keer gezien: hele groepen die spontaan beginnen te line-dancen op popnummers! 


Iedereen die wil sluit aan. Het gebeurde ook nog een keer terwijl we naar een erg leuk popconcert luisterden en keken van de groep Fairchild. In Fremont Street zijn namelijk enkele podia, en zodra de Expierience is afgelopen nemen live-groepen het over.


Dansmariekes






Terug in het hotel, dat tevens een brouwerij is, dronk Bert nog een donker biertje en ik een Bloody Mary. Volgens mij zat er helemaal geen alcohol in, maar wel héél veel chili! Waaruit maar weer blijkt dat Marie hoe dan ook een pittige tante is.

dinsdag 6 augustus 2013

Dag 28 – 3 augustus: Glendale – Quail State Park (St George)

Dag 28 – zaterdag 3 augustus: Glendale – Quail State Park (St George)

Het vergiet met grote, sappige kersen stond op de grond. De schemering was overgegaan in een donkere, zwoele nacht. Ik stak mijn hand uit, pakte een kers en stak die in mijn mond. Om hem meteen weer uit te spugen. Ik keek eens goed, en zag allemaal zwarte vlekken bewegen op de grond rondom het vergiet…..kevers! Grote, dikke, zwarte kevers!
Zo had het kunnen gaan, ware het niet dat ik het op tijd ontdekte. Nét op tijd, dat wel. De kersen verhuisden naar de tafel waar de kevers er niet meer bij konden.


De dag begon traag, met een lui ontbijt in de ochtendzon. De paarden in de wei kwamen ons begroeten en kregen in ruil daarvoor een klopje op de neus.



Allereerst reden we naar het Coral Pink Sand Dunes SP. Wat we daar aantroffen was een race-circuit voor OHV's (Off Highway Vehicles), die de prachtige duinen als crossbaan bleken te mogen gebruiken. Je kon er geen wandeling maken maar alleen plaatsnemen op een tribune om naar de crossers te kijken. Helaas. En doodzonde van zo'n omgeving.Dat hadden we dus gauw bekeken.



Plan was verder nu een plek op een campground in Zion te zoeken. Dat was maar een klein uurtje rijden. Hoewel we al eerder in het park geweest waren werden we ook nu weer direct getroffen door de schoonheid ervan. 


De familie steenbok was ook weer aanwezig


We vonden een plek, op de Sunset CG. Het was er echter zo ontzettend heet, dat we toch besloten door te rijden. Uiteindelijk kwamen we terecht in het Quail State Park, waar een mooie campground aan een groot stuwmeer bleek te liggen. Hoewel het ook hier veertig graden was vonden we het iets beter uit te houden doordat er wat wind stond.








En er stonden luifels die voor schaduw zorgden. We zetten er onze tent dus op en reden daarna door naar de McD om zoals gebruikelijk de foto’s op het web te zetten en het blog bij te werken. Maar deze keer ook om lekker koel te blijven! Toen we om een uur of half acht op het kampeerterrein terugkwamen was de zon daar al helemaal weg. Het was er zelfs aangenaam te noemen. Het uitzicht was schitterend, de ondergaande zon zorgde voor een compleet zomers plaatje. 



We zaten net te eten toen er twee adorabele kleine meisjes van een jaar of zes naar ons toe kwamen. Ze hadden een bord bij zich met daarop wafels, waar gesmolten marshmallows en chocola tussen zat. Of wij er een wilden? Dat konden we natuurlijk niet weerstaan, zo’n lief aanbod. Moeder keek op de achtergrond toe of het allemaal goed ging.
Na dit leuke intermezzo zaten we nog lang naar het meer en de achterliggende bergen te kijken. Het was te warm om vroeg te gaan slapen. Toen ik even naar de wc ging kwamen er net drie pubermeiden aanlopen. Na gedane zaken stonden zij bij de (enige) wastafel, dat blokkeerde de zaak behoorlijk. Meiden van deze leeftijd kunnen eindeloos hun haren kammen of make-up bijwerken. Maar ze draaiden zich onmiddellijk naar mij om, spoten zeep uit hun eigen fles op mijn handen en hielden de kraan voor me ingedrukt zodat het water bleef lopen. Logisch toch? Geweldig.
Morgen naar de Valley of Fire, eens kijken hoe warm het dáár is.

zondag 4 augustus 2013

Dag 27 - 2 augustus: White Pocket (Kanab) – Glendale

Dag 27 – vrijdag 2 augustus: White Pocket (Kanab) – Glendale

Terry stond ons al op te wachten bij zijn rode Jeep. 
Gisteren hadden wij al wat foto’s genomen van zijn fotozaak en dat was op zich al de moeite waard. Eén grote uitdragerij van zowel fototoestellen, onderdelen en accessoires als gitaren, cd’s behorende bij de Suzukimethode voor cello, viool en piano en nog veel meer muzikaliteiten.




Deze man zou ons de hele dag meenemen naar The White Pocket. Zoals altijd hadden we niet echt een idee van wat ons te wachten stond, behalve dat het iets unieks moest zijn. Maar dat is er zoveel hier. We stapten dus vrij onbevangen in. Het was al vrij warm, en zo’n jeep heeft natuurlijk geen airco. Dat was wel even zweten dus. Maar Terry bleek een goede prater, en al luisterend naar zijn levensgeschiedenis vergaten we de hitte.
We maakten één stop, bij een pittoilet. Daar liet hij wat lucht uit de banden lopen om makkelijker door het mulle zand te kunnen rijden. In het weiland ernaast stond een levensgrote afbeelding van een condor afgebeeld met tussen de vleugels een spanwijdte van drie meter. Vroeger werden die hier geringd en van zenders voorzien, nu schijnt dat niet meer nodig te zijn omdat men weet waar ze naar toe gaan en welke afstanden ze afleggen.




De weg werd allengs hobbeliger, het zand muller. De jeep kon het uiteraard moeiteloos aan en wij deden ons best met ons lichaam de schokken op te vangen. Het is een gebied waar je alleen maar met het juiste vervoermiddel naar toe kunt, en je moet daarnaast zorgen voor voldoende brandstof en water. Lijkt logisch, maar Terry vertelde toch dat hij verscheidene keren slecht voorbereide toeristen heeft moeten lostrekken uit het zand. En het is daar héét hoor! Overleven lukt alleen met ruim voldoende water bij je. Europeanen zijn niet gewend aan zulke omstandigheden en vatten het vaak veel te licht op, terwijl de natuur hier onbarmhartig is. In de krant stond een geval van twee mensen die het niet overleefd hadden in deze contreien, een paar dagen geleden. Terry zelf belt altijd zijn vrouw als hij ergens aankomt en als hij weer wegrijdt zodat hij in geval van bijvoorbeeld autopech snel gevonden kan worden.
Goed, na een rit van bijna drie uur waren we ter plekke. Via een zandweg liepen we het gebied in….en onze ogen rolden uit de kassen. Dit was werkelijk uniek. De foto’s moeten het verhaal maar vertellen, woorden schieten te kort. 


Sporen van een Mountain Lion? Er zat er wel een, volgens Terry 
































Een heel bijzonder natuurverschijnsel! 

En zo hebben we nog een paar honderd foto's......We zoeken ze altijd een beetje op gevoel uit omdat ze op ons schermpje de grootte van een postzegel hebben. Het is niet goed te zien hoe de kwaliteit is. Thuis maken we een definitieve selectie voor in het fotoboek, jullie moeten het hier voorlopig maar mee doen!
We kregen ruim drie uur om er zelf rond te banjeren en eindeloos veel foto’s te schieten. Wat ik héél fijn vond: nergens afgronden of enge hoogtes, zodat ik zonder last te hebben van hoogtevrees ook overal op en af kon klimmen.
Na drie uur zochten we Terry weer op. Het eerste uurtje was hij met ons meegegaan om ons bepaalde fotogenieke plekken te wijzen, daarna ging hij z’n eigen gang (daar hoorde volgens mij een dutje in de auto ook bij).
Toen weer drie uur terug. Maar wat een onvergetelijke dag!!

Hierna reden we naar Glendale, een plaatsje in de buurt van Zion. Daar hadden we vorig jaar al bij de Bauertjes in de boomgaard gekampeerd en nu gingen we in de herhaling. Gras, open, uitzicht, superschoon sanitair en vooral: heel rustig. 
Dat gaf ons de gelegenheid al het moois van de dag rustig te verwerken. Want soms knapt je hoofd bijna uit elkaar van zoveel moois. En dat geeft dan ook weer zo’n rommel, nietwaar?