zaterdag 21 september 2019

Dinsdag 17 september – dag 24: Crested Butte

Het leuke aan Crested Butte is dat je met een gondel naar boven op de berg kunt om van daaruit dan wandelingen met spectaculair uitzicht te kunnen maken. Als ie gaat tenminste. We kwamen precies één dollar tekort, zoals de man bij het visitor center met een satanische lach op zijn smoel zei. Oftewel, net één dag te laat. Gisteren had hij zijn laatste zomertochtje gemaakt, die gondel dan, en nu werd alles voor de winter in gereedheid gebracht. Tja.


De dag was nat begonnen. Koffie zetten zat er niet in en onder het motto ‘drie maal is scheepsrecht’ zochten we ons heil bij het Paradise Café. Datzelfde café waar ze ons vorig jaar zó lang hadden laten wachten op ons ontbijt dat we alleen de koffie afrekenden en het voor gezien hielden. Ook nu was er weer een wachtrij, maar niet lang en we hadden vlot een plek. We namen allebei French Toast, en het moet gezegd, die was uitstekend. Ze hebben hier nogal eens de neiging er een kilo gesmolten  boter overheen te gooien maar dat was nu in het geheel niet het geval. Met de warme stroop erover was het een ware traktatie!

Op weg naar het dorp; het gevaar loert overal! 😎
De lucht zag er niet stabiel uit maar hier en daar piepte er wel een zonnestraaltje doorheen. Dus besloten we de Gothic Road te rijden (behalve een campground is er ook een weg die zo heet). Nou, dat was zeker geen verkeerde keuze! Zoiets moois…Het werd na verloop van tijd een dirt road, maar goed te doen. We keken onze ogen uit. Ongeveer halverwege was er een  Visitor Center, middenin een groot onderzoeksgebied. Al vanaf de jaren dertig wordt hier onderzoek gedaan door wetenschappers, naar alles wat met natuur en milieu te maken heeft. Grondlegger van dit Rocky Mountain Biological Lab was John Johnson, die hier dertig jaar gewerkt heeft in ongetwijfeld niet altijd even aangename omstandigheden. Het was er nu ook koud, en de mevrouw in het Visitor Center had dan ook een héél klein straalkacheltje waar ze af en toe haar handen op kon warmen. Haar humeur leed er niet onder, ze bleef even vrolijk en behulpzaam.












Via een steeds slechter wordende weg reden we door naar Emerald Lake. De dame van het Visitor Center had ons verzekerd dat dat met onze auto geen problemen zou geven. Dus toen we voor een flinke wash (een diepe kuil met water) kwamen te staan was het gewoon een kwestie van goed gas geven. Een flink eind verder vonden we eindelijk de Gothic Campground, waar de meneer van het Visitor Center ons graag naar toe wilde hebben. Vijf plaatsen, helemaal in de schaduw dus zeer koud, verstoken van werkelijk alles maar vooral van licht en lucht. Wilde hij ons naar de andere wereld helpen? Je zou het bijna denken.
Na een tijd, we klommen steeds hoger, kwamen we bij een restant sneeuw. Dat was de hele zomer blijven liggen en zou nu ongetwijfeld snel bedekt worden met een nieuwe laag. Niet ver daarna zagen we beneden ons het meer liggen...afslag gemist. Het leek ons gezien de staat van de weg niet verstandig om verder te rijden dus lieten we ons achteruit zakken om alsnog ter plekke te komen. Eigenlijk waren het wegen voor 4x4, liefst ook nog hoog op de poten en vooral dat laatste hadden we niet.
We stapten uit om even rond te kijken en doken toen snel de auto weer in, het weer begon nu echt om te slaan. In de regen reden we terug. We hadden echt geluk gehad op de heenweg, nu zag je niets meer van al die mooie kleuren. Martin en Marianne raadden we via Whatsapp aan nog maar even te wachten met deze weg, in de verwachting dat het later wel op zou klaren.












We lunchten bij de tent; konden we meteen een dag verlengen. Want het beviel ons hier zó goed! De campground is ruim, aan de rivier, met de avondzon en hoewel volledig bezet toch heel rustig. Iedereen groet elkaar en helpt als dat nodig is. Naast ons stond een heel stel mountainbikers, die kunnen hier werkelijk alle kanten op. Men zegt dat het mountainbiken in Crested Butte is uitgevonden. Of dat waar is? Geen idee, feit is wel dat je ze echt overal ziet. Er is 750 mijl aan crosspaden te vinden, kom daar in Nederland maar eens om.
’s Middags reden we naar Gunnison om op zoek te gaan naar een nieuwe lange buitensportbroek voor mij. Mijn oude exemplaren zijn meer dan tien jaar oud en langzamerhand versleten. Helaas vonden we niets van mijn gading. Dat wil zeggen, op een paar nieuwe slippers van mijn lievelingsmerk na dan 😉


Het vuur dat we ’s avonds maakten brandde als een tierelier. Gedeeltelijk doordat de vrouw van de Oklahoma-man ons een plek in het bos gewezen had waar mensen een grote berg (ongeverfd) timmerhout hadden achtergelaten. Dat wilde wel fikken! Het was nodig ook, want de temperatuur was alweer flink aan het dalen. Overal werden dus vuurtjes aangestoken en dat is altijd een feeëriek gezicht. Zouden we in Nederland óók bij 4⁰C gezellig in de tuin gaan zitten? De vraag stellen is hem beantwoorden…Of zijn er mensen die nu hartgrondig ‘ja!’roepen? Die zijn bij dezen uitgenodigd om dat bij ons in de tuin in praktijk te brengen. Blijven wij wel binnen. Veuls te koud!    

Geen opmerkingen:

Een reactie posten