zaterdag 22 september 2018

Woensdag 19 september – dag 23: Taos – Santa Fe


Tandpasta schijnt voor heel veel dingen, naast het reguliere gebruik, een wondermiddel te zijn. Zo kun je er krassen mee uit je brillenglazen poetsen, een koortslip behandelen en allerhande vlekken uit verschillende materialen  verwijderen. Dat je het maar even weet.
Vanmorgen deed ik een blinde greep in mijn toilettas naar de voetencrème. Ik pakte het kleine tubetje, draaide de dop eraf en smeerde flink wat van de inhoud op mijn voeten. Huh? Tandpasta! In plaats van de voetencrème die mijn voeten in de droogte nog een beetje heel moet houden…  Ik had het erop kunnen laten zitten en eens zien of het ook voor dit doel een heilzame werking zou hebben. Vond ik echter toch geen goed idee, dus alles er maar weer afgepoetst en het juiste middel erop gesmeerd. Ik bleef die dag toch een beetje naar pepermunt ruiken.

Bij Smiths Supermarket haalden we verse broodjes, die er voor de verandering echt lekker uitzagen (wat niet wil zeggen dat ze ook lekker smáken), beleg en een nieuwe fles Clamato. Het was de beste supermarkt die we tot nu toe gezien hebben. Een saladbar waarvan je alleen al bij het langslopen ging watertanden, een afdeling met alle mogelijke verse vis, rijen vol met groenten en fruit. Bij het afrekenen stelde de man achter de kassa natuurlijk de obligate vraag ‘Hi guys, where are you from?’ Bij het horen van het woord Holland kwam hij achter zijn kassa vandaan en gaf hij ons een hand. ‘Welcome in the United States!’. Dit hadden we al vaker meegemaakt, en je kunt zeggen wat je wilt maar het is een ontzettend aardig gebaar. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een toerist een hand heb gegeven om hem welkom te heten in Nederland. Maar goed, ik complimenteerde hem met de winkel en vol trots vertelde hij dat ze dat niet alleen vaker gehoord hadden maar ook bezig waren het nóg beter in te richten met verse en biologische producten.

We vertrokken naar Santa Fe. Je kunt via de high road of via de low road (van het liedje, weet je wel? “ I’ll take the high road and you take the low road, and I’ll be in Scotland before you” , The Bonnie Banks of Loch Lomond) Wij namen de low road. Deze weg langs de Rio Grande hadden we al eens eerder gereden en is zeker de moeite waard. Wat trouwens opvalt, overal in dit land: elk gehucht dat  nog in elk geval één inwoner telt beschikt over een volledig geoutilleerd postkantoor. Met alles erop en eraan.  Onwaarschijnlijk. Als je erop gaat letten tel je er zo twintig op een dag, als je onderweg bent. Een winkel is dan vaak in de verste verte niet te bekennen, maar postzegels kun je tenminste kopen!





Een verzamelaar aan het werk geweest
Het weer was inderdaad omgeslagen. Overal om ons heen zagen we donkere wolken waar hier en daar flink regen uitviel. Omdat de verwachting voor morgen nog slechter zou zijn besloten we nu maar direct door te rijden naar de Kasha Katuwe Tentrocks, een unieke rotsformatie ongeveer 30 mijl ten zuidoosten van Santa Fe. Om half twee reden we het park binnen. De openingstijden waren veranderd, in plaats van tot 17.00 was het nu geopend tot 16.00. Meteen bij binnenkomst werd ons verteld dat een ranger vanaf 15.30 de route door de slotcanyon zou schoonvegen zodat uiterlijk 16.15 iedereen in de auto kon stappen en wegrijden en het park om 16.30 echt afgesloten kon worden.



We hadden geluk dat het park open was. Het was enige tijd gesloten geweest vanwege de schade die recent noodweer had aangericht. Nu was daar niets meer van te zien. Op een bankje in de schaduw aten we de broodjes, die gelukkig echt lekker waren, en brachten we onze vochtbalans op peil. De route door de slotcanyon was niet lang, ongeveer 1,5 mijl. We hadden hem al eens gelopen en vonden het toen ontzettend leuk, met niet al te ingewikkelde paadjes maar wel genoeg uitdaging doordat je hier en daar moest klauteren, over stenen springen of je voeten links en rechts dwars op de rotsen zetten om zo een stukje te overbruggen (je hangt dan dus een stukje boven de grond).  Onze verwachtingen werden meer dan waar gemaakt, het was nog steeds even leuk. Trek wel goede schoenen aan; tot onze verbazing kwam er een dame naar beneden die eruit zag alsof ze langs de boulevard aan het flaneren was. Met een vrolijk gekleurd jurkje aan, stevig in de make up, danste ze op haar ballerina’s het pad af. Nou ja, dansen, meer glibberen eigenlijk. Want je hebt natuurlijk nul houvast met die gladde zooltjes. Een komisch gezicht was het.
Het laatste deel van de route klim je dan omhoog tot je over alles heen kunt kijken. Dat gedeelte kost wel wat meer inspanning. Vanwege de tijd én de hitte besloten we dit te laten voor wat het was en terug te lopen. Om kwart voor vier reden we het park weer uit, mooi op tijd dus. Het is beslist een aanrader, dit park. Ook met kinderen van een jaar of vijf, zes is de trail erg leuk om te doen.  












Ons Motel6 hadden we gauw gevonden. Zoals alle accommodaties lag het gewoon aan de weg waar we binnenreden. In het verleden hebben we veel vaker gebruik gemaakt van deze motelketen, maar de laatste jaren eigenlijk nooit meer. Ze hadden hier de kamers een facelift gegeven waardoor het stoffige karakter vervangen was door iets meer eigentijds. Ook de vloerbedekking – hoe verzin jet het toch, vloerbedekking in een hotel, je krijgt het nooit schoon – had plaatsgemaakt voor een nephouten pvc-vloer. Het bed was groot, enorm zelfs, met een stevige matras die we even gingen testen. We vielen er direct op in slaap, om na een uur wat verdwaasd wakker te worden. Ik keek uit het raam: het góót! En onze regenkleding lag in de auto, lekker handig. Op een goed moment, toen het even wat minder werd, konden we alsnog onze regenjacks pakken. Maar het bleef toch zo hard regenen dat we niet al te ver wilden lopen voor ons avondmaaltje.

Uit het raam had ik iets gezien dat op een restaurantje leek, dus eerst daar maar heen. Vinaigrette heette het. Een schot in de roos! Heel sfeervol ingericht, met allemaal producten van eigen boerenbedrijf op de kaart. Ze voerden een actief beleid wat betreft overgebleven eten: dat ging allemaal terug naar de boerderij om als veevoer te dienen en waar dat niet mogelijk was werd het gecomposteerd. We namen allebei om te beginnen een kom mushroom stew. Bij een stew denk je aan iets stevigs, maar dit was een kop gloeiend hete, fantastische zelfgetrokken bouillon bomvol allerlei verschillende paddenstoelen. Om het af te maken dreef er bovenin een stuk knapperig geroosterd brood. We aten nog net niet onze vingers erbij op! Daarna deelden we een warmgemaakte sandwich en ja, toen moest ik toch echt ook nog de lemon cheesecake proeven. Bert had in eerste instantie geen behoefte aan een toetje, maar toen er twee vorkjes bijgeleverd werden at hij zeker de helft op.😉



Geheel voldaan liepen we naar het motel terug, aan de overkant van de weg. Opnieuw zocht ik in mijn toilettas en nu ging het goed zodat de tandpasta kon doen waar hij voor bedoeld was.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten