donderdag 19 augustus 2010

Dag 36 - June's Lake













Dag 36 – zaterdag 14 augustus – June’s Lake

Vanmorgen zijn we naar het spookstadje Bodie gegaan. Voor we daar aankwamen hebben we nog uitgebreid rondgekeken bij het Mono Lake, het meer met het hoge zoutgehalte (zie dag 35). Het was inderdaad prachtig, met het ochtendlicht er gratis bij. De rotsachtige formaties van calcium carbonaat zijn ooit onder water gevormd en pas bij de huidige lage waterstand zichtbaar geworden. Ongetwijfeld zijn er onder water nog veel meer te vinden.
Wat je er ook in overvloed zag: meeuwen! Het schijnt dat er meer dan 50.000 nesten zijn op eilandjes in het meer, en een groot deel van de meeuwen die je aan de Pacific ziet is van deze kolonie afkomstig.
We hadden ons bij June’s Lake ook al afgevraagd waarom er daar meeuwen rondvlogen, en nu hadden we het antwoord. Beetje verdwaald gewoon.

In Bodie troffen we een verlaten mijnwerkersstadje uit het begin van de 19e eeuw aan. Ooit woonden er 10.000 mensen, na een verwoestende brand in 1932 daalde dat aantal drastisch en nu is het helemaal verlaten. Het leuke is dat het niet gerestaureerd is maar gewoon ‘dichtgedaan’. Je ziet door de ramen heen dan ook duimen dik stof overal liggen, maar dat maakt het wel heel authentiek en ook makkelijker om je enigszins te verplaatsen in het harde leven van toen.
Toevallig was er een soort Memorial Day en er liepen veel mensen rond in kleding uit die tijd. Ook reden er koetsjes die zo uit Het Kleine Huis op de Prairie kwamen. Dat alles zonder opsmuk of poeha zoals je dat bij ons zo vaak ziet. Gewoon lekker ongecompliceerd, iedereen een leuke dag.

In de voormalige gymzaal luisterden we naar het verhaal van iemand die over de treinen vertelde en dan vooral hoe moeilijk het was die de berg op te krijgen met al het materiaal dat nodig was om de stad en de goudmijn draaiende te houden. Bij sneeuw deden ze soms drie dagen over 32 mijl en de remmen werden met de hand bediend door mannen die van de ene wagon op de andere sprongen om maar op tijd te zijn. Toch waren er nooit ernstige ongelukken gebeurd.

In het hele stadje was geen greintje schaduw te vinden. Dat realiseerden we ons pas toen het verteld werd. Wat een leven….

Terug bij de tent hebben we onze stoeltjes en boeken opgepakt om de dag af te ronden aan het meer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten