zondag 28 augustus 2011

Dag 38 - 24 augustus: van Bend naar Crater Lake

Dag 38 – woensdag 24 augustus: van Bend naar Crater Lake NP

Het eerste wat we vanmorgen deden na ons vertrek was wederom naar de Starbucks. Deze keer om even te proberen contact te krijgen met Jette, die haar definitieve eindcijfer voor haar scriptie binnenheeft, en met dit uitstekende resultaat was een felicitatie per stem wel op zijn plaats. De verbinding was echter heel slecht, dus we hebben het kort gehouden. De heerlijke ‘morning buns’ zijn echter niet te versmaden, zeker niet als ze warm gemaakt zijn, dus we bleven nog even hangen. Na dit versterkende ontbijt zetten we koers naar Crater Lake National Park. Dat is dan het één na laatste park dat we zullen bezoeken, hierna volgt nog Lassen Volcanic  en dan is de koek op. Het plan was om eerst Bend nog te vereren met een kort bezoekje, helaas was alles nog gesloten dus dat  hebben we maar laten varen.
Bij Ray’s Food Market deden we wat boodschappen. Het is hier echt belangrijk dat je altijd (veel) water en zeker twee maaltijden bij je hebt, omdat de campgrounds vaak een eind van de bewoonde wereld afliggen. Water is er trouwens meestal wel maar niet helemaal altijd. Je kunt er dus maar beter niet vanuit gaan. We zijn een beetje uitgegeten met de courgette/tomaten/paprika-prutjes en hebben dus maar weer eens een lapje vlees gekocht voor de broodnodige afwisseling. Over brood gesproken, we haalden er ook een French Bread en wat broodbeleg voor een lekkere lunch. Aangevuld met twee bakken druiven (twee voor de prijs van één, dat wordt dooreten!) konden we er weer een paar dagen tegen.
De afstand die we af moesten leggen was niet zo groot, en rond half één reden we Crater Lake binnen. Er zijn twee campgrounds, een hele primitieve met zestien plaatsen en een hele grote met meer dan tweehonderd. We gingen eerst naar die laatste, die lag wat gunstiger en had naast douches ook wasmachines. Aangezien onze waszak uitpuilde was dat geen overbodige luxe. Het gekke is, ondanks dat het een megagroot terrein was, waren vrijwel alle plekken toch heel vrij gelegen. Men werkt hier vaak met het lussensysteem (‘loops’): aan elke lus bevinden zich dan meerdere kampeerplekken. Deze camping had zeven loops, één alleen voor tenten. We hadden voor de zoveelste keer een prachtplek, helemaal niemand om ons heen. Alsof je in je eentje in een bos staat.
   


Bij het inschrijven kreeg Bert alwéér een compliment over zijn shirtje…we moeten maar eens kijkgeld gaan heffen!
Om half twee stond de tent, hadden we al het eten en de toiletspullen in de berenbox gezet  en konden we beginnen met het verkennen van het park. Dat was indrukwekkend. Je rijdt er om de krater heen en hebt vanuit elk uitkijkpunt weer andere lichtval op het water. Het meer is echt rond, zoals past bij een krater,  en van een hele bijzondere kleur blauw, niet het turkoois blauw dat je zou verwachten maar diepblauw. 





Crater Lake

In het midden het 'piratenschip'


Een regenbui verandert de kleur van het water


Amerika's nieuwe Vrijheidsbeeld?






Het is ontstaan uit een vulkaanuitbarsting van 7700 jaar geleden. De Mount Mazama explodeerde als het ware, de hele top werd weggeblazen. Nu is het meer het diepste van Amerika, bijna 600 meter. Het is een zoetwatermeer dat geheel gevuld is door regen- en smeltwater. Het is wel een raar idee als je er naar kijkt: de vulkaan is niet dood maar slapend, en kan in principe zo weer opnieuw uitbarsten. Deze hele reis zijn we geconfronteerd geweest met het levende binnen in de aarde en we beseffen nu nog meer dan daarvoor hoe kwetsbaar alles eigenlijk is. Als mensen kunnen we van alles, maar deze processen kunnen we op geen enkele manier beïnvloeden. De enorme natuurrampen van de afgelopen jaren maken dat ook op wrange wijze duidelijk. Nietig ben je als mens…..
Goed, na deze filosofische beschouwing maar weer over tot de orde van de dag. Afgezien van de krater was er nóg een natuurverschijnsel waarvan we erg onder de indruk waren: the Pinacles. Dit zijn uit versteende as ontstane spitse rotsformaties, die zomaar uit de grond verrijzen. 










Bryce National Park  (zie ons verslag van 2010) heeft er wat ons betreft een concurrent bij!
We hadden ongeveer  vier uur nodig om alles goed te kunnen bekijken. Om zes uur reden we de camping weer op, hoogste tijd om de was te doen. Tijdens het wachten daarop  raakten we aan de praat met een jong stel backpackers. Ze zagen eruit alsof ze dagen onder de grond hadden doorgebracht, alles vies en stoffig. Wat bleek? Ze waren onderweg van Mexico naar Canada, lopend! Ze waren nu ruim drie maanden op pad. Slapen deden ze in de open lucht, zonder tent, en ze liepen niet over bestaande paden maar gewoon dwars door het land. De vraag is of ze Canada wel halen voor de winter invalt, daar leken ze niet goed op toegerust.  We gaven ze in elk geval de Canadese dollars die we nog over hadden, dat leek ons goed besteed. We hebben zeer veel bewondering voor mensen die zo’n stap durven nemen, alles loslaten wat anderen (inclusief wijzelf) als noodzakelijk beschouwen.


De avonturiers
Na deze ontmoeting kookten we ons potje, stookten we een vuurtje en dat was dat.

Dag 37 - 23 augustus: van Boise naar Bend dag 2

Dag 37 –  dinsdag 23 augustus: Van Boise naar  Bend (dag 2)

Na de ochtendkoffie en het opbreken van de tent namen we afscheid van onze buren die ook alweer aan het inpakken waren. Gisteren waren ze uren bezig geweest  met het uitladen van grote kratten met voornamelijk eten, nu moest alles weer terug in de pick-up. Met een ferme handdruk zeiden we ze vaarwel en vertrokken we richting Painted Hills. Deze heuvels bestaan uit een speciale kleisoort, bentoniet geheten. Een van de eigenschappen hiervan is dat het zeer veel water op kan nemen en zich bovendien daar zo aan hecht dat het voor planten onmogelijk is daarin binnen te dringen. Door al dat opgenomen water zet de grond uit, en er ontstaat een popcornachtige structuur. Als het regent spoelt de bovenlaag weer weg wat het voor planten ook moeilijk maakt erin te wortelen. Zo is het een eeuwig durend proces van erosie. Deze erosie, waardoor er zo’n grofkorrelige structuur te zien is, zorgt er mede voor dat de heuvels er in het licht haast uitzien alsof er fluwelen dekens overheen gedrapeerd zijn.
Natuurlijk wilden we dat met eigen ogen aanschouwen. En we werden niet teleurgesteld! Steeds als wij denken dat het niet nog mooier kan is dat wel het geval. Dit was weer een levend voorbeeld daarvan. De foto’s geven een indruk, maar je moet het echt zelf gezien hebben om te begrijpen hoe allesomvattend indrukwekkend het is. Van Gogh is er niets bij, zei Bert. Wat een land!!
























Rond half twee besloten we onze ogen maar eens wat rust te gunnen. Honderden foto’s rijker reden we naar Bend om daar een camping te zoeken. Onderweg stopten we even bij een benzinestation voor een klein hapje. Toen we afrekenden vroeg de caissière – natuurlijk – waar we vandaan kwamen. Toen ze hoorde dat we uit Nederland kwamen en daar bovendien met ruim zestien miljoen mensen op een stukje grond ter grootte van een postzegel wonen, vergeleken met Amerika dan, werd ze helemaal enthousiast. Ze vroeg onze namen en stelde zichzelf voor, riep haar collega’s erbij om ze te vertellen dat wij “Burt en Séskia’ waren uit Holland. Leuke ontmoetingen heb je hier toch! We namen hartelijk afscheid, alsof we oude vrienden waren.
Na het bosachtige en daardoor enigszins besloten landschap openbaarden zich nu opeens hoge bergen met besneeuwde toppen: de drieduizenders  van de Cascade Range, een bergketen die parallel loopt aan de kust van Oregon. Als koningen torenden ze hoog boven het land uit. En zo val je van de ene verbazing in de andere…
Vlakbij Bend was er een aanwijzing naar een campground. We namen de bewuste afslag en raakten al snel het spoor bijster. Daar zijn ze hier tamelijk goed in: je een bepaalde kant opsturen en vervolgens niets meer laten weten. Dan maar naar het Visitor Centre, daar stond ook een aanduiding van langs de weg. Helaas….zelfde verhaal: drie borden en toen niets meer. We waren inmiddels al middenin het stadje terechtgekomen. Het zag er reuze gezellig uit, een beetje zoals we het vorig jaar ook in Santa Cruz zagen. Haast on-Amerikaans. Er was een bibliotheek dus daar maar eens gevraagd. We kregen een kaartje mee en werden verwezen naar het Old Mill district. Dat is een nieuw opgezet maar redelijk kleinschalig en niet overdekt winkelcentrum waar het prettig toeven is. Daar was ook een informatiecentrum en de dienstdoende medewerkster sleepte alle mogelijke informatie aan. Er waren twee campings, een in de stad en een enkele mijlen ten noorden ervan. We besloten eerst die in de stad te bekijken. Na ongeveer drie kwartier rondjes rijden hadden we hem gevonden, en ze hadden wel plaats voor een klein tentje. Mijn intuïtie zei me dat we beter eerst even konden gaan kijken naar de plek. We reden het terrein op en voelden ons er al enigszins ongemakkelijk bij. Overal vervallen stacaravans en campers, compleet met scheefhangende tuinkabouters die kennelijk ook moeite hadden zich staande te houden in deze setting. Bij een soort van toiletgebouwtje, net nog niet ingestort, was een héél klein stukje gras. Er tegenover was een congregatie van Belangrijke Campereigenaren aan het vergaderen, onder het genot van een flinke slok. Ze bekeken ons met gepast wantrouwen. Het vooruitzicht naast deze vaste gasten én de afvoer van de wc’s te kamperen leek ons toch niet zo’n goed idee. We verlieten dus spoorslags dit terrein en spoedden ons naar het andere. Dat was een kwartiertje rijden, viel qua afstand dus erg mee. We troffen een ruime, goed opgezette State Park Campground met veel wat kleinere plekken maar wij vonden er een waar de naaste buren zich op ongeveer 60 meter afstand bevonden. En….warme douches! Op zonne-energie. Kortom, direct de tent opgezet. Bij een Starbucksfiliaal in het nabijgelegen winkelcentrum deden we ons huiswerk: blog voeden en foto’s laden. Daarna bij de tent pannenkoeken gegeten en nog een hele tijd bij het kampvuur gezeten. Dat is toch zo bijzonder. Ik wilde dat men daar in Europa wat meer voorzieningen voor zou treffen op de kampeerterreinen.  De velg van een vrachtwagen voldoet al uitstekend en houdt het vuur binnen verantwoorde grenzen. Maar men zal er wel niet aanwillen vrees ik. Dus genieten we er hier maar optimaal van.
Het enige nadeel van het terrein – en eigenlijk dat van de twee daarvoor op rij ook – is het stof. Zand, om precies te zijn, maar het ziet eruit als stof. Alles voelt vies, wat je ook aanraakt. We zijn dan ook heel blij met ons plastic tafelkleedje zodat we in elk geval van een schoon bordje kunnen eten.

Morgen eerst Bend bekijken en dan door naar Crater Lake. Benieuwd wat dat ons brengen zal…..

woensdag 24 augustus 2011

Dag 36 - 22 augustus: van Boise naar John Day Fossil Beds

Dag 36 – maandag 22 augustus: van Boise naar John Day Fossil Beds

Het was nooit zo tot me doorgedrongen, maar nu begrijp ik waarom men in de VS het begrip Fahrenheit hanteert. Als het hier 100 graden is, heb je echt het gevoel dat je kookt (hoewel dat dan natuurlijk weer gerelateerd is aan Celsius). Dat hebben we de afgelopen dagen mogen ervaren. Met zulke temperaturen ben je echt wel blij met je airco in de auto! We verlieten ons motel om een uur of negen, in de wetenschap dat we de klok later weer een uur terug zouden mogen zetten als we de grens van Mountain Time naar Pacific Time  zouden passeren.
Over de Interstate 84 reden we in vlot tempo naar Baker City waar we de tank voor de zekerheid nog eens bijvulden.  We namen daarna de Hw 7 naar John Day. John Day was een pionier die overvallen werd door Indianen, uiteindelijk gered werd en nu als held te boek staat. Hoewel hij zelf waarschijnlijk nooit in deze streek geweest is draagt het plaatsje in Oregon toch zijn naam en is er zelfs een rivier naar hem genoemd.
Het doel van vandaag was het bekijken van de Sheep Rock Unit, onderdeel van de  John Day Fossil Beds. Dit gebied ontstond zo’n 44 miljoen jaar geleden door vulkanische lavastromen. De route erlangs heet de Oregon Scenic Byway en geeft je een heel klein beetje het gevoel dat de pioniers gehad moeten hebben toen ze met hun karren langstrokken, op zoek naar goud en een beter bestaan. Maar het blijft moeilijk voor te stellen. 






Het is hier ’s zomers gloeiend heet en ’s winters ijskoud, met bergen sneeuw. Hoe je dat moest overleven vroeger…
Vanaf het moment dat we de Sheep Rock zagen waren we stil. Niet iedereen: een jongen uit de enige andere auto die  bij het uitkijkpunt stond en aan het bellen was maakte tussen zijn ongetwijfeld belangrijke conversatie nog even de opmerking naar Bert: ‘I like your shirt!’. Waarvan akte.

Sheep Rock





Het was allemaal even prachtig en bijzonder. De vormen, de kleuren…  het Blue Basin, waar alle bergen fel turkoois gekleurd lagen te schitteren in het strijklicht van de namiddagzon….








Het was flink warm, ook al was het al later op de dag, maar de wandeling die we moesten maken om het bassin in te komen was de zweetdruppels meer dan waard.
Het werd tijd een kampeerplek te zoeken. We hadden bij het Visitor Centre gehoord dat er vijftien mijl na Mitchell iets was,  maar we moesten ook geld hebben want we hadden nog maar vier dollar. De dichtstbijzijnde geldautomaat stond in Spray, en dat betekende dat we het beste als het ware een lus konden rijden die dan wel 70 mijl lang was, maar ons meteen door een schitterend gebied zou voeren. Dat deden we dus. In Spray was niet alleen een ATM (geldautomaat) maar ook een camping, zo zagen we. Het was echter een beetje een vies gedoe daar, en er waren geen picknicktafels. Toch maar weer verder dus. Het was al zes uur, dus eigenlijk meer dan tijd om te stoppen. Tja, en als de nood het hoogst is……kom je opeens in het paradijs! Ter hoogte van Service Creek was een zogenaamde Walk In campground. Aan de rivier, omringd door bergen in de meest mooie kleuren in een warme avondzon. Er stond nog één ander tentje, een familie met drie dochters. Ze deden ons erg denken aan Onslow en zijn vrouw Violet, uit Keeping up appearences, en het was ons een raadsel hoe ze met zijn allen in dat kleine tentje pasten. We raakten aan de praat en ze waren ontzettend aardig en behulpzaam. Toen onze autolichten bleven branden kwamen ze het direct even zeggen en ze raakten haast niet uitgepraat over de schoonheid van de Painted Hills en het landschap eromheen. Wij gaan daar morgen heen.








Maar zoals gezegd: het paradijs! Op zo´n prachtplek hebben we nog nooit gestaan. We moesten wel onze spullen even een eindje sjouwen omdat de auto niet bij de tent kon staan (vandaar het Walk In) maar dat was peanuts. Na onszelf geregistreerd te hebben – je vult een envelopje in en stopt daar het overnachtingsgeld in ($5 in dit geval), werkt uitstekend.We hebben de tent opgezet en daarna eindeloos om ons heen zitten kijken om het op ons in te laten werken. Je kunt zoiets met de beste wil van de wereld niet uitleggen, woorden blijven maar woorden. Ondanks het feit dat we aan het water stonden waren er toch geen muggen. Dat scheelde weer. Vrij plotseling werd het donker. We moesten nog eten maar beperkten ons voor het gemak maar tot bijna kant en klare miesoep. De lamp erbij gezet en toen….werden we overvallen door een leger van mugjes en ander vliegend ongedierte waar de troepen van Napoleon bij in het niet vielen! Uiteindelijk is het ons gelukt de mie vegetarisch te houden, maar na het eten zijn we direct de tent ingevlucht. Dat is het ware buitenleven nietwaar??