dinsdag 3 september 2019


Zaterdag 31 augustus – dag 7: Cathedral Gorge – Cedar Breaks

Opeens waren wij toegetreden tot een schaapskudde, zonder dat we het wisten. Dat kwam zo: vanmorgen, terwijl iedereen druk was met de voorbereidingen van het ontbijt voor twintig personen (er waren alweer nieuwe familieleden gearriveerd) schoot Lilly mij aan. Ze stelde me voor aan een van haar kleindochters, een meisje van een jaar of achttien. Vol trots vertelde ze dat Kaylee, zo heette ze, in haar voetsporen zou treden. Over drie weken zou zij namelijk vertrekken naar Georgia, om daar tien maanden te werken voor de Gospel precies zoals zij zelf ook in Spanje gedaan had. ‘To find our sheep’, zoals Lilly het verwoordde. Daarna omhelsde ze mij stevig, zodat ik nu in de veronderstelling ben dat wij ook tot de kudde behoren. Lilly is werkelijk een schat, denkt eerst aan anderen en dan pas aan zichzelf. Dat hebben we in die paar uur dat we haar hebben leren kennen wel gemerkt.

Goed, we hadden onze eerste nacht in de tent erop zitten en dat was uitstekend bevallen. Gehypnotiseerd door het lichtgevend groen van mijn slaapzak was ik zó vertrokken, en Bert had dat kennelijk zijdelings meegekregen want die had óók uitstekend geslapen. Een warme douche (vrijwel in alle State Park campgrounds zijn douches aanwezig, in tegenstelling tot in die van de National Parks) en we waren klaar voor een nieuwe onderdompeling in het familiegebeuren. Bert brak nog bijna zijn rug toen Carmen hem vroeg of hij even wilde helpen, een grote koelbox uit een pick-ups te pakken en naar de picknickplaats brengen. Het ding woog zeker 30 kilo….helemaal volgeladen met grote pakken melk en vruchtensappen. Maar hij kreeg het voor elkaar! Het ontbijt bestond uit scrambled eggs, gemaakt in een grote gietijzeren pan op een enorm eveneens gietijzeren kookstel. José en Carmen bogen zich over die verantwoordelijke klus, de laatste had er voor de gelegenheid een schort bij aangetrokken. Daarnaast waren er tortillas, cereals in soorten en maten, en ongeveer honderd muffins in verschillende smaken. Die had Lilly thuis gebakken. Ook stonden er drie grote bakken met fruit. José liet ons zijn zelfgemaakte medium pittige salsa proeven en die was zonder meer verrukkelijk. Er waren jalapeño pepers en ook wat andere soorten, die kon je lekker in je tortilla rollen samen met het ei. Met de melk en de vruchtensappen een geweldig ontbijt. Het enige wat echt ontbrak: koffie….ons levenselixer…. Maar bovenal was het reuzegezellig! We kletsten er wat af. Carmen stond erop onze gegevens te krijgen waar we meteen gevolg aan gaven, we hadden met haar het meest een klik. Om kwart voor tien namen we van iedereen afscheid. Op verzoek van Shelley tekenden we de omtrek van onze handen op een kleed en schreven daar wat in, zoals iedereen deed voor de gastvrouw. Dat kleed werd thuis opgehangen als aandenken aan het weekend. Voor we weggingen moesten we ook nog even een ander ritueel ondergaan.  Shelley had een van de tafels helemaal volgeladen met pakjes. Overal stond iets op, als ‘boy under ten’ of ‘adult’ of ‘girl’. Er waren ook pakjes met een vraagteken. Ze gingen ’s middags een spel spelen – natuurlijk waren we van harte welkom – waarbij je dan om de beurt een pakje mocht uitpakken. Alles was gekregen van mensen die het weg wilden doen, of van de kringloop. Dus we moesten ons vooral niet bezwaard voelen, maar of we alsjeblieft iets uit wilden zoeken. We voelden ons eigenlijk wél een beetje bezwaard maar konden niet weigeren. Allebei zochten we een klein pakje uit waar een vraagteken opstond. Wat zat erin? Ik had een Engelstalige film van Pippi Langkous, geweldig voor Mille en Hugo, en Bert een tekenfilm die onze kleinkinderen zeker ook zouden kunnen waarderen. Groot applaus kregen we! Ik bedankte iedereen nogmaals en om 10 uur reden we weg. Dat wil zeggen, niet nadat we ongeveer dertig muffins hadden meegekregen en een bord vol koud roerei, we mochten eens verhongeren...





Op de voorgrond de cadeautjes voor het spel






José en Carmen bakken eieren


De muffins die we meekregen voor onderweg...


Cedar Breaks, onze volgende stop, lag op iets meer dan twee uur rijden. We waren even vergeten dat dat in Utah ligt, en dat betekende dat we een uur verloren: het was daar een uur later. Kortom, na een korte koffiestop (een beker gehaald bij een benzinestation en in de auto opgedronken) reden we tegen half twee de campground op. Hij lag werkelijk op een schitterende plek, met overal waanzinnig mooie uitzichten, maar ja, vol….Het was het laatste weekend dat mensen er massaal op uittrokken. Ook nog een lang weekend (Labor Day). Ik had geprobeerd te reserveren vanuit Nederland, maar dat was niet gelukt. En de paar ‘first come first serve’-plekken waren vanmorgen vroeg al gevuld. Wat nu? De camp host gaf ons een kaartje met nabijgelegen campgrounds maar dacht dat we niet veel kans maakten. Wat een goed alternatief was: wild kamperen. Dat mocht overal buiten het park. En we waren van harte welkom om dan van de faciliteiten van de camping gebruik te maken. Tja. We reden eerst naar Duck Creek, daar waren 95 plaatsen. Maar inderdaad allemaal bezet. De andere opties, langs het Navajo Lake, idem dito. Toen toch maar terug richting Cedar Breaks, waar we eerst langs de grote weg een bosweg inreden (er stond een bord dat je niet langer dan 15 dagen mocht kamperen). We vonden een plek, maar het was wel redelijk ver van het park. Dus die kant maar weer opgereden. Vlak voor de ingang, aan de rechterkant, stond ook zo’n bord. En daar vonden we, een eindje verderop, een prachtplek. We zetten de tent op en stonden helemaal alleen. Er stond alleen een verlaten RV een eind verderop. Grandioos! Zo zie je maar, de schaapjes komen altijd wel weer terecht.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten