dinsdag 18 september 2018

Zondag 16 september – dag 20: Crested Butte – Great Sand Dunes


De zes families die de campground voor een groot deel in beslag namen hadden samen ongeveer twintig kinderen bij zich, in de leeftijd van zes maanden tot een jaar of acht. Ze waren gezamenlijk op pad. En ik moet zeggen, het was reuze gezellig! Die kinderen hadden de tijd van hun leven, met de (ondiepe) rivier vlak achter de tent en een grote bult zand op de parkeerplaats waar ze met hun kleine fietsjes vanaf konden crossen. Je moet het hier echt hebben van de weekenden want meer dan twee weken vakantie per jaar zit er niet in. Dat betekent vrijdag na je werk de hele mikmak inpakken en zondag alles weer opbreken. Zo ook nu. Om negen uur ’s morgens waren ze allemaal alweer aan het opbreken.  Een tijdje geleden vroegen we eens aan een stel dat we onderweg ontmoetten wat zij eigenlijk onder ‘dichtbij’ verstonden.  Ze woonden namelijk best dichtbij Arches National Park. O, maar een uurtje of vier/vijf rijden. Juist. Dan zijn wij heel Nederland al door, van Groningen tot Maastricht! Dat vindt men hier echter gewoon, en dan is het niet gek dat je een kampeerweekend alweer op tijd moet afbreken.


Deze keer ontbeten we niet bij de tent, maar reden we naar Crested Butte voor een degelijke en voedzame versie. Dat hadden we vorige keer ook gedaan, en toen moesten we vanwege het slechte weer eindeloos wachten op een plek bij breakfast café Paradise. Nu zou het wel meevallen. Dachten we. Niet dus. Wéér rijen buiten! We werden op een lijst gezet en liepen een ommetje door het dorp waarbij we vast een bak koffie haalden bij de plaatselijke boekwinkel die de inkomsten wat oppepte met een klein café erbij. Het was natuurlijk zondag, en dan wil iedereen kennelijk buiten de deur ontbijten. Ok, na precies 45 minuten waren we dan eindelijk aan de beurt. Tenminste, zo léék het. Eerst duurde het nog een tijdje voor de bestelling opgenomen werd door een volstrekt ongeïnteresseerde serveerster. Toen was het wachten geblazen. Tien minuten, twintig minuten, dertig minuten…ik zag aan Bert dat hij bijna onderuitging van de warmte en de honger. Hij vroeg aan de serveerster hoe lang het nog ging duren.  Ze haalde haar schouders op en draaide zich weer om. Dat was de druppel. We betaalden de koffie die we wél meteen gekregen hadden en vertrokken. In de auto aten we een banaan en toen zetten we koers naar de onwaarschijnlijk mooie weg over de Cottonwood Pass.

We namen op de 135 de afslag in Almont, naar de 742 en vrijwel direct zag ik een aardig restaurantje met een fijn terras. Daar stopten we, en binnen de kortste keren waren we voorzien van een heerlijke sandwich pulled pork, die we deelden. Het werd keurig doorgesneden op twee aparte bordjes voor ons neergezet. Toch nog gegeten! Al was het dan meer lunch dan ontbijt.

Op weg naar de pas stond er opeens een digitaal informatiebord met de volgende mededeling: de Cottonwood pass is gesloten dit jaar wegens werkzaamheden! Shit. Ik had van alles gecontroleerd van tevoren, maar dit niet. Nou ja, niets aan te doen. We keerden om en reden via Gunnison over de 114 richting Saguache om vervolgens door te gaan naar Taos. Ook nu passeerden we de continental divide, zoals we ook bij de Cottonwoodpass hadden zullen doen, maar deze was wel minder spectaculair. Niet qua hoogte trouwens, we zaten toch op 3089 m.



Op de  kaart – ja, zo’n ouderwetse papieren, soms gaat daar toch niets boven wat betreft  overzicht – zag ik dat we heel dicht bij het Great Sand Dunes NP kwamen. Daar is een hele goede campground, Piñon Flats. Een mooie tussenstop leek ons. En dat was het ook. We vonden direct een superplek, weer enorm groot en met voldoende schaduw. Aan het eind van de middag reden we nog even naar de wonderbaarlijke zandduinen. Van afstand lijken ze helemaal niet hoog maar dat zijn ze wel! Zeker als je door dat mulle, hete zand moet ploegen. In de zomer kan dat wel 65 worden. Je verbrandt je voeten al als je het aanraakt…overal staan dus borden met o.a. als advies dat je dichte schoenen aan moet trekken. Wij bleven maar een beetje aan het begin, vonden we al mooi genoeg.





De avond viel vroeg, steeds vroeger wordt het donker. Om half acht moet je wel een lampje aansteken wil je nog iets zien. Ons vuurtje brandde, we aten pannenkoeken, constateerden dat het helemaal niet zo koud was en doken om half tien de tent in. Mooi geweest.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten