zaterdag 29 september 2018

Woensdag 26 september – dag 30: Tucson


Voor we goed en wel wakker waren was het al duidelijk: het werd een ‘hoe-plak-ik-niet-vast-aan-het-asfalt-dag’. De hele dag in de cabin zitten was natuurlijk geen optie, bovendien waren we hier in de eerste plaats om het Saguaro National Park te bezoeken. Gelukkig kon dat vanuit de auto, met de airco op volle toeren.

Het park bestaat uit twee delen die min of meer identiek zijn qua vegetatie: een ten westen van de stad (waar we in eerste instantie wilden kamperen) en een ten oosten, waar we nu dichterbij zaten. Dat deel is ook groter. Het bestaat voornamelijk uit datgene wat je in de omgeving ook overal ziet (maar niet vaak in deze afmetingen) en wat het nationale symbool van Arizona is: gigantische Saguaro cactussen. Ze kunnen wel tot 12 meter hoog worden als alle omstandigheden meezitten. Als het te koud wordt, en dan gaat het hier om 20 0 of lager, dan gaan ze massaal dood. Dat is al een paar keer eerder gebeurd, voor het laatst in 1963 als ik me goed herinner. Met man en macht heeft men daarna geprobeerd de vegetatie weer op peil te brengen en dat is behoorlijk goed gelukt. Het is werkelijk een indrukwekkend gezicht, al die enorme gevaarten. Er tussendoor staan ook andere, kleinere soorten zoals zeven verschillende Cholla-soorten. En uiteraard hebben ze één ding gemeen: de stekels! Dat ook de kleinste exemplaren dit verdedigingsmechanisme voeren mocht Bert aan den lijve ondervinden toen hij per ongeluk met zijn been tegen zo’n exemplaar aan kwam. Hij hoeft de rest van zijn leven nooit meer naar een acupuncturist!

Door het park loopt een autoroute van 8 mijl, die hebben we gevolgd. Het was er niet druk dus we konden overal stoppen om foto’s te maken. Er zijn ook trails uitgezet maar dan zie je eigenlijk niet veel meer dan als je met de auto gaat. Nog afgezien van het feit dat je wel knettergek moet zijn om in die hitte te gaan lopen, terwijl er in de verste verte geen schaduw te bekennen is. We zagen wel enkele fietsers, die reden gewoon de autoroute. Als je vroeg weggaat is dat goed te doen.













Na deze bijzondere ervaring reden we door naar Tucson, waar we makkelijk een plek in een parkeergarage vonden. Het was de bedoeling de stad te verkennen, te voet welteverstaan. Tja, hoe dom kun je zijn? De temperatuur was natuurlijk alleen maar gestegen en raakte de veertig graden. De steden hier hebben geen echt centrum, en in Tucson zijn er wel wat interessante wijken maar die liggen ver uit elkaar. We deden toch een poging en liepen allereerst naar het Presidio, daar zijn veel historische panden te bekijken. Maar het enige wat we gezien hebben was een soort overdekte toeristenmarkt met alweer dezelfde Mexicaanse en Indiaanse spulletjes die je hier overal kunt krijgen. Er was een bus met bejaarden (wij rekenen ons om allerlei redenen beslist niet tot deze categorie 😁) leeggekieperd, dus we waren snel weer weg. Om maar meteen te besluiten dat we niet verder gingen. Ergens iets drinken en dan naar de koelte van onze cabin terug. We vonden een leuk, hip lunchcafé, die heb je hier toch ontzettend veel, deelden een sandwich en brachten het vochtgehalte weer op peil.


Het was intussen toch al een uur of vier geworden en ons terras lag volop in de schaduw. We volgden het gebruikelijke recept van lezen, schrijven en wat later een wijntje drinken. We hadden nog behoorlijk wat Caesar Salad in onze megagrote koelkast liggen van gisteren, dat vulden we aan met nog een portie chicken wings die ondanks de vertraging gisteren zo heerlijk gesmaakt hadden. Deze keer haalden we ze wel gewoon zelf op! 😉

Geen opmerkingen:

Een reactie posten